Tag Archives: Theologen

Geen plaats voor Jezus volgende Joden in Nederlandse Kerk noch in Israël

Heel veel mensen nemen wel het woord ‘joods-christelijk’ in de mond zonder goed te weten waar ze het over hebben of zonder enige affiniteit te willen voelen met het Joodse volk of hun geloof.

Diverse politieke partijen, vaak juist niet-christelijke, willen nog weleens roepen dat de Europese beschaving joods-christelijke wortels heeft.

Die term ‘joods-christelijk’ mag ook nogal raar zijn wanneer men weet dat veel Christenen eeuwenlang Joden hebben onderdrukt, vervolgd en verketterd. Ook zijn er heel wat joden die niet veel van Christus en christenen moeten hebben. Ook voor de ware volgers van Jeshua of Jezus Christus (zoals hij door velen is gekend) is het dikwijls moeilijk om zich te vereenzelvigen met christenen of om zich er maar mee verwant te voelen, daar zij vinden dat de meerderheid van christenen Jezus verloochend door zijn ongelofelijke daad van overgave niet te willen erkennen en hem tot hun god te maken.

Men kan echter niet ontkennen dat Jeshua een bijzonder figuur was die van een enorme invloed is geweest op het gebeuren in Europa. Het valt niet te ontkennen dat de christelijke godsdienst de Europese geschiedenis diepgaand heeft beïnvloed. Hoe men het draait of keert is er ook heel wat gediscussieerd, gepalaverd maar ook gevochten rond die persoon Jeshua of Jezus, die ook de Christus wordt genoemd.

Ook al werd door de eeuwen heen er heel wat gedaan om het jodendom de mond te snoeren of te vernietigen, is het de enige geloofsgroep die zich als enige de repressie van andere godsdiensten heeft weten te overleven. Ontegensprekelijk moet men in dat Joodse geloof de wortels zien van het christendom en christenheid. De aartsvader Abraham, koning David uit wiens geslacht Jezus voortkwam, de schrijvers van de boekrollen en de vele profeten waren Joden. Zelfs het Nieuwe testament werd geschreven door Joden. De eerste volgelingen van Jeshua (de Jood Jezus) waren zoals hij ook Joden. Zonder hen was de beweging “De Weg” niet op gang gekomen en zou het Christendom niet ontstaan zijn.

Nederlandse kerkvaders zien echter niet graag een verbintenis met het Joodse geslacht. Er zijn ook meerdere Nederlanders die er iets op tegen hebben om te wijzen naar de term  ‘joods-christelijk’ omdat de twee onderdelen van de term namelijk ongelijk zijn. Voor hen slaat het woord ‘joods’ op een periode voor pakweg 100 na Christus, de term ‘christelijk’ op de overige 1900 jaar.

Daarmee wordt ‘joods’ antiek verklaard – een neiging die door heel de kerkgeschiedenis te vinden is. De contemporaine jood wordt daarmee niet in zijn waarde gelaten: hij is antiek, ouderwets, aanhanger van een achterhaalde godsdienst. Hij zelf is geen onderdeel van de term ‘joods-christelijk’, terwijl zijn identiteit daar wel genoemd is.

Ook wensen zij te benadrukken dat

Alles wat genoemd is aan joodse bronnen, Oude en Nieuwe Testament, worden in deze term door christenen geïnterpreteerd, ja zelfs van naam voorzien. Het Oude Testament heet alleen maar zo, omdat er een Nieuwe Testament bestaat in het christendom.

De Nederlandse gereformeerden vinden dat het jodendom hun Hebreeuwse geschriften op een geheel eigen wijze interpreteren en mits zij Jezus niet als God erkennen ook niet onder de zaligheid van God kunnen vallen. Door die typische Joodse interpretatie is in de term ‘joods-christelijk’ volgens hen dan ook geen ruimte.

Als dat namelijk wel zo zou zijn, zouden we in onze ‘joods-christelijke’ cultuur heel wat makkelijker omgaan met jongensbesnijdenis, met speciale voedingsvoorschriften, met het idee dat er geofferd zou kunnen worden, met sluiers of hoofddoekjes of pruiken, met noem maar op. Juist omdat het christendom het Oude Testament heel anders interpreteert en deze interpretatie al eeuwen als de enig geldende meeneemt, zijn deze joodse (en islamitische) instellingen vreemd aan de Europese cultuur. Kortom, ‘joods-christelijk’ is een term vanuit de macht, niet een term die gewaardeerd wordt door de minderheid. Het is een term die de werkelijkheid versluierd: het lijkt erop alsof ‘wij’ een meerderheid en een minderheid waarderen in Nederland, maar in werkelijkheid staan we op het standpunt van de meerderheid en sluiten we twee minderheden buiten. {Eveline van St}

De Messiaans Joodse theoloog Mark S. Kinzer vraagt aandacht voor wat hij noemt een ‘bipolaire ecclesiologie’. Dat wil zeggen dat er binnen de kerk als lichaam van Christus ruimte zou moeten zijn voor een kerk uit de besnijdenis, die zich kan houden aan de Joodse wetten. Hierop vinden de Nederlandse christelijke theologen dat wij helemaal niet meer aan oude voorschriften moeten houden en dat zulk een keuze voor Joodse wetten dan zou getuigen van een niet erkenning van Jezus Christus zijn godheid en zijn positie als vernietiger van de Mozaïsche wetten. Meerdere Joden die Jeshua als hun Verlosser hebben aanvaard vinden dan wel dat zij als Joden die Jezus als de Messias volgen niet moeten ophouden zich als Joden te gedragen. De vele Messias belijdende rabbijnen vinden ook dat wij ons aan de Thora moeten houden en dat wij volledig in ons recht zijn om ons te blijven onderscheiden van de heidenen in hun levenswandel. Zo is ook de stelling van Kinzer. Daarmee hebben volgen hem deze Messiaanse Joden een dubbele taak. Enerzijds verbinden zij het lichaam van Christus met het Joodse volk, anderzijds vormen zij binnen het Joodse volk een levende verbinding met Jeshua of Jezus die de Messias is en met de kerk als zijn lichaam.

Kinzer geeft toe dat de stem van Messiasbelijdende Joden tot nog toe nauwelijks gehoord is in het nadenken over het “Joods-Christelijk” gebeuren. Kinzer biedt een handreiking aan zij die geloven dat Christus de diepste grond is onder het specifieke verbond van God met Israël.
Volgens hem zijn Joden en heidenen binnen het lichaam van Christus verbonden, omdat zij horen één te zijn in hem. De Joodse volgelingen van Jeshua zijn één in Christus, maar daardoor niet hetzelfde geworden. Meerdere Christenen begrijpen die “eenheid” niet en denken dat die “eenheid van Jezus met God” inhoudt dat Jezus God zou zijn. Maar zulk een gedachte maakt de woorden van Christus Jezus die vraagt dat wij één zouden worden met hem zoals hij één is met de Vader, voor die vele trinitarische christen zeer moeilijk, want dan zouden wij ook Jezus worden maar eveneens God worden of zijn. Dat maakt het voor die theologen in het christendom even verwerpelijk als sommige farizeeën het verwerpelijk vonden toen Jezus over die eenheid sprak, en zich dan volgens hen gelijk stelde met God. Volgens dat denken zouden Messiaanse Joden Jesjoeanen (Jesjoeaansen) of Jeshuaisten zich dan ook gelijk stellen met God. Maar niets is minder waar. Jeshuaisten als volgers van Jeshua beseffen dat Jeshua niet God is en dat het volgen van Jeshua en één worden met Jeshua helemaal niet inhoudt dat men aan God gelijk zou kunnen worden.
Wel geloven Jeshuaisten dat zij die Jeshua als de Messias willen aanvaarden onder de gemeenschap van Christus vallen. Maar Jeshuaisten geloven ook dat Jeshua de weg heeft geopend naar goyim en dat zo heidenen ook mede-erfgenamen mogen zijn, of mede-leden en mede-deelgenoten. Dat is volgens ons namelijk het mysterie van het evangelie.

Wij geloven dat Israël Gods uitverkoren volk is en dat kan misschien moeilijk liggen in de harten van vele “Christenen” en zeker van bepaalde Katholieke en protestantse theologen, die vinden dat enkel ‘godsgeleerden‘ het Woord van God kunnen verduidelijken en beslissen wie tot het Christendom mag of kan behoren. Velen van de theologen schijnen te vergeten (of niet te willen zien) dat de christelijke kerk is voort gekomen vanuit de Joodse sekte die de eerste christelijke gemeente vormde en ondenkbaar is zonder Israël. Met de Joden die Jezus als Messias belijden zouden zij zich in het geloof verbonden moeten voelen als broeders en zusters.

In 2017 trokken spanningen tussen Israëls rabbinaat en de liberale stromen in het Judaïsme, zowel in Israël als in het buitenland de aandacht door geschillen over religieus pluralisme. Maar een andere groep, die van de Messiaanse Joden, werd voortdurend geboycot door zowel het hoofdstroom van het wereld-Jodendom als Israël.

Zo nu en dan bereikt een verhaal de media over iemand die zichzelf als Jood ziet, waarvan de immigratie-aanvraag naar Israël, oftewel alya, geweigerd werd op grond van het feit dat hij of zij een Messiaanse Jood of Jeshuaist is.

Dit was zo bijvoorbeeld het geval met de Zweedse psychologe Rebecca Floer (64) en de dochter van een Holocaust-overlevende, die in november 2017 uit Israël werd gedeporteerd. Hoewel ze zichzelf niet als een Messiaanse Jodin definieert, gelooft zij in Jeshua, de naam die door Messiaanse gelovigen en Jeshuaisten voor Jezus wordt gebruikt. Maar Jeshuaisten geven zich niet graag uit als Messiaanse Joden, omdat bij die groepen heel wat trinitarische gelovigen zitten of Joden die een andere Messias belijden dan Jeshua.

In Israël is het probleem dat Jesjoeanen of Jeshuaisten niet aangesloten zijn bij de Joodse gemeenschap waardoor zij uit de boot vallen voor immigratie, aldus een hoge ‘aliya’-ambtenaar van het Agentschap, Yehuda Scharf {aan The Jerusalem Post}.

“Als iemand verklaart dat hij in Jezus gelooft, dan is hij geen Jood – hij gelooft niet in ons geloof,”

voegt hij eraan toe.

“Het is simpel. Een Jood, die naar Israël wil emigreren, zal naar Israël verhuizen als hij zijn Judaïsme kan aantonen. Indien hij zijn Jodendom niet kan bewijzen, dan is het een ander verhaal.”

De Wet op het recht van Terugkeer was door de Knesset in 1950 tot wet verheven. Om die wet te omzeilen zijn er heel wat gelovigen in Jeshua die zich in Israël ook aansluiten bij een gewone Joodse synagoge en daardoor met hun geheimhouding van hun geloof in Jeshua toch hun geloof kunnen belijden maar ook aanvaard worden als Jood.

Opmerkelijk is dat Mevrouw Floer al drie jaar deels in het noorden van Israël had gewoond op een hernieuwd toeristenvisum, werd haar paspoort inmiddels op de zwarte lijst geplaatst en kon haar advocaat haar enkel waarschuwen dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, voor haar zal zijn om naar het land terug te keren.

Zowel in Israël als in de Joodse wereld, is er een bijna algehele verwerping van Messiaanse Joden of Joden, die in Jezus geloven zoals Jeshuaisten (of Jesjoeanen). Zij komen niet in aanmerking voor aliya, want terwijl ze zichzelf als Joden beschouwen, wordt niet geaccepteerd dat een Jood in Jeshua of Jezus kan geloven. In 1970 werd Amendement 4A van de Wet op het recht van Terugkeer aangenomen, waarin staat:

“De rechten van een Jood in het kader van deze wet en de rechten van een oleh (immigrant) onder de Nationaliteitswetgeving, 5712-1952, evenals de rechten van een oleh krachtens enige andere wet, zijn ook van toepassing op een kind en een kleinkind van een Jood, de echtgenote van een Jood, de echtgenote van een kind van een Jood en de echtgenote van een kleinkind van een Jood, met uitzondering van iemand, die een Jood was en vrijwillig zijn/haar religie heeft veranderd.”

Aldus oordeelde de Hoge Raad in 1989 dat het geloof van Messiaanse Joden in Jezus hen Christenen maakt en dat ze dus niet in aanmerking komen voor automatisch Israëlisch burgerschap, maar die beslissing werd evenwel opengelaten voor toekomstige veranderingen.

“De ‘seculaire test’ bestaat uit verschillende onderdelen en het is mogelijk om onderling de fundamenten van de Joodse godsdienst, de Hebreeuwse taal, de geschiedenis van het Joodse volk en de herbouw van de onafhankelijkheid in de staat, op te noemen. Het gewicht van deze elementen is in de loop van de tijd veranderd en zal in de toekomst veranderen. De seculier-liberale voorstelling is een dynamisch concept, dat verandert met het levenspad van het Joodse volk gedurende de geschiedenis,”

is er geschreven.

In april 2008 oordeelde het Hof dat verscheidene Messiaanse Joden in Israël recht hadden op Israëlisch burgerschap, omdat zij de afstammelingen waren van Joodse vaders of grootvaders, maar zelf nooit Joods geweest waren en zich dus niet hadden bekeerd.

“Je moet er een onderscheid tussen maken, of zij in aanmerking komen als Jood of als familielid van een Jood (amendement 4A),”

legt Prof. Barak Medina, hoogleraar staatsrecht van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, uit. Medina merkt op, dat indien iemand zichzelf definieert als een Messiaanse Jood, hij niet verkiesbaar is op grond van zijn eigen verdienste, maar op grond van de verdienste van zijn Joodse familielid – zolang hij niet vrijwillig bekeerd is. Iemand die zich vrijwillig bekeerd heeft, benadrukt hij, wordt beschouwd als zijn recht op aliya te hebben opgegeven.

”Ik denk niet, dat deze benadering in de nabije toekomst gaat veranderen,”

zegt Medina.

Groot probleem bij de kijk naar Jeshua volgelingen of Messiaanse Joden is dat anderen bang zijn dat dit groepen zijn die anderen volstrekt willen bekeren tot hun geloof.

Rabbijn David Rosen, adviseur voor interreligieuze zaken bij het Opperrabbinaat van Israël, die tevens fungeert als de directeur van het Departement van Interreligieuze Zaken van het Amerikaans Joodse Comité bij het kijken naar Jeshua belijdende Joden gaat een enorme vergissing aan te denken dat zij mensen zijn die zouden geloven dat Jezus één van de personen van de drie-eenheid van God is. Ware volgers van Jeshua geloven namelijk niet in de valse doctrine van de Drie-eenheid. Het is juist om die reden dat In Nederland en België kerkleiders zulke gelovige niet onder het christendom willen aanvaarden. Ook al zegt rabbijn David Rosen

“Ze kunnen dus zichzelf identificeren als etnisch Joodse Christenen of Joodse Christenen, als ze dat willen. Maar ze zijn Christelijk”

Kerkvader Hieronymus zei over Messiasbelijdende Joden.

„Terwijl ze verlangen zowel Joden als christenen te zijn, zijn ze geen van beiden.”

In de Jules Isaac Stichting (opgericht in 2015) vernoemd naar de Franse Joodse historicus Jules Isaac doen ze een poging om de ontwikkeling te bevorderen van een volwaardige christelijke theologie die volgens hen werkelijk vrij is van vervangingsdenken. Zulke vervangingstheologie staat voor het idee dat de kerk de plaats van het volk Israël zou hebben ingenomen. Voor hen zijn Jeshua volgende Joden al 1500 jaar lang volkomen buiten beeld en daarom vroegen zij zich op 23 maart af wat de belangrijke Messiaans Joodse theologen als Mark Kinzer de kerk te bieden hebben en hoe het komt dat deze gelovigen nu meer in het openbaar beginnen te komen.

Hen valt het op dat de sterke opkomst van het Messiaans Jodendom sinds de jaren zestig van de afgelopen eeuw zonder meer tot de meest opmerkelijke ontwikkelingen behoort van de laatste vijftig jaar. Bewust zijnde dat Messiaans Jodendom (Messianic Judaism) staat voor de internationale beweging van Joden die het geloof in Jezus niet in strijd zien met hun Joodse identiteit kijken zij wel op naar de reden om zulk een beweging of groep niet in het christendom te aanvaarden.

Men moet nagaan waarom vanaf de vierde eeuw voor deze Joodse Jezus gelovigen geen plaats meer binnen de Kerk bleek te zijn. Vanaf toen werden zij alleen nog slechts getolereerd wanneer ze volledig afstand deden van hun Joodse identiteit.

Als gevolg van deze kerkelijke maatregel waren Messiaanse Joden 1500 jaar lang volledig van het toneel verdwenen. Maar sinds de afgelopen eeuw zijn ze terug van weggeweest. Hun aantal wordt intussen geschat op 150.00 – 200.000. En dat aantal groeit gestaag, vooral in Israël en de Verenigde Staten. Het is fascinerend te zien, hoe de beweging waarmee de kerk 2000 jaar geleden begon, juist in onze tijd opnieuw groeit en bloeit. Redenen genoeg om een studiedag te wijden aan deze fascinerende en belangrijke ontwikkeling.

vond de Jules Isaac Stichting.

Jeroen Bol, voorzitter van de Jules Isaac Stichting, gaf in zijn lezing een historisch overzicht van het Messiaans Jodendom. Zoals de periode vóór de Reformatie gekenmerkt werd door sterke anti-Joodse trekken in kerk en theologie, is er volgens hem kort ná de Reformatie, met name in Engeland, sprake van een trendbreuk.

Théodore de Bèze (Theodorus Beza) in 1577

Het zijn de Engelse puriteinen geweest die in toenemende mate afstand begonnen te nemen van het anti-judaïsme in de theologie van de middeleeuwse rooms-katholieke kerk. Was de klassieke theologie tot dan toe doortrokken van wat men later de ‘teaching of contempt’ (‘catechese der verguizing’) is gaan noemen, bij de Engelse puriteinen zien we rond 1600 een ‘teaching of esteem’ ontstaan. Het begin van deze omslag wordt doorgaans gezien bij de kanttekening die Beza rond 1560 in de Geneva Bible plaatste bij Romeinen 11:25-26. Contra Calvijn die hij zojuist in Geeve had opgevolgd stelde Beza dat Israël hier niet staat voor de kerk maar voor het Joodse volk. In diezelfde periode rond 1560 doceerden de grote theologen Martin Bucer en Peter Martyr op grond van Romeinen 11 dat de kerk nog een toekomstige massale bekering van het Joodse volk staat te wachten. Steeds meer puriteinse theologen na hen brachten met name op grond van hun exegese van Rom.11:12-15 die toekomstige massale bekering in verband met een eveneens te verwachten massale wereldwijde opwekking van ongekende proporties. Ook de latere Humble Attempt van Jonathan Edwards moet helemaal in deze traditie gezien worden. Het is een bij uitstek optimistische theologie waarin een positieve (toekomstige) rol voor het Joodse volk is weggelegd. Dit staat in scherp contrast met het Middeleeuws scenario waarin de Joden doorgaans het bij uitstek voor altijd verdoemde volk waren.

schrijft Bol, die verder betoogt

Grote namen uit de tijd rond 1600 waren o.a. de puriteinse theologen Thomas Brightman en Hugh Broughton. Broughton was een groot geleerde op het gebied van het Hebreeuws en de geschriften van de rabbijnen. Hij was de eerste Engelsman die het plan opvatte om als zendeling onder de Joden in het Nabije Oosten te gaan werken. Hij stond ook in nauw contact met rabbijn Abraham Ruben van Constantinopel. Deze rabbijn had contact gezocht met Broughton omdat hij zijn hulp wilde bij het vertalen van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws. De hele 17e eeuw wordt overigens in zowel Engeland, Holland en Duitsland gekenmerkt door een enorme belangstelling onder protestante theologen voor de studie van het Hebreeuws en van Joodse geschriften als de Talmud en de Mishna. Het Joodse volk stond, anders dan in de Middeleeuwen, voor het eerst in de geschiedenis van de kerk veel positiever op de radar in protestant West Europa.

In de 18 eeuw valt die intense aandacht voor de plaats van Israël terug, ze is dan veel minder prominent aanwezig. Maar het oude kerkelijke antijudaïsme wint niet opnieuw terrein in Engeland. Het is of het nieuwe denken over Israël even pas op de plaats maakt. De 18e eeuw is de eeuw van de grote internationale evangelical awakening. Een opwekking van een geografische en getalsmatige orde van grootte die tot dan ongeëvenaard was. Engeland, Wales, Schotland, Noord Ierland, Scandinavië, Duitsland en niet te vergeten het toen nog Engelse Noord Amerika, in al die landen was sprake van opwekking en kerkgroei. het was de geboortetijd van evangelicaal christendom.

De daarop volgende 19e eeuw wordt eveneens gekenmerkt door krachtige opwekkingen en verdere groei en ontwikkeling van de evangelicale beweging. Het is ook de eeuw van de grote doorbraken op het gebied van zending. Engeland is deze eeuw het brandpunt, maar ook piëtistisch Duitsland speelt een belangrijke rol. Het is in deze eeuw dat aandacht voor het Joodse volk weer volop in het middelpunt van de evangelicale agenda komt te staan. Zending onder de Joden en passie voor de in de Schrift voorzegde terugkeer van het Joodse volk naar Palestina, het was gemeengoed in het denken van vooral de calvinistische evangelicale christenen in het Engeland van de 19e eeuw. Sterk aanwezig was ook het bewustzijn dat de Joden met name van de hand van de Rooms Katholieke Kerk eeuwenlang onnoemelijk veel en verschrikkelijk onrecht was aangedaan. Deze evangelicale christenen wilden heel nadrukkelijk een heel ander gezicht van het christendom laten zien: werkelijke naastenliefde, daadwerkelijke hulp, opkomen voor gerechtigheid. In diezelfde 19e eeuw treffen we dit type opwekkingschristendom in Nederland aan in de kringen van het Reveil (Isaac Da Costa) en bij een beweging als het Heil des Volks (ds. Jan de Liefde). In Engeland was Lord Shaftesbury wel de bekendste onder hen. Andere bekende namen in Engeland zijn o.a. Charles Simeon en Robert Murray McCheyne. Uiteindelijk bleek dit geheel nieuwe protestante pro-Joodse christendom in Engeland zo sterk dat het zelfs in staat bleek de Balfour Declaration in het leven te roepen. En zo heeft het filosemitische Engelse evangelicale christendom aan de wieg gestaan van de huidige staat Israël

Als Jeroen Bol terugkijkt op vier eeuwen calvinistisch gestempeld opwekkingschristendom in de Engelstalige wereld valt er zijns inziens een lans te breken voor de idee dat deze grote opwekkingen mogelijk een bijzondere door God georkestreerde connectie hebben gehad met Gods plannen met het Joodse volk. Hij haalt aan

Zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël de Reformatie en de daaruit voorkomende puriteinen en opwekkingsbewegingen mede in het leven heeft geroepen om een einde te maken aan de vreselijke dwaling van christelijk antijudaïsme en het lot van de Europese Joden positief te beïnvloeden?

En zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël, die ook de Heer van de Kerk is, dit evangelicale christendom ook om die reden drie eeuwen lang zo onvoorstelbaar rijk heeft gezegend met enorme opwekkingen en doorbraken op het gebied van zending?

Hij vraagt zich af of God dit opwekkingschristendom destijds niet mede om die reden zo enorm sterk heeft gemaakt om zo een keer te brengen in het lot van Zijn uitverkoren volk Israël. Hij vraagt zich af

Sprak deze zelfde God al niet in Genesis 12 tot Abraham en over Abrahams hoofd ook tot de kerk der eeuwen:

“Ik zal zegenen wie u zegent en wie u vervloekt zal ik vervloeken”?

Bergt dit alles voor de kerk van vandaag niet zowel een belofte als een waarschuwing in zich ? Ligt er niet nog steeds, of wellicht juist nu, een belofte van grote zegen voor een kerk die het Joodse volk en Israël werkelijk tot zegen zoekt te zijn?

Maar vandaag zien wij juist dat meerdere kerken helemaal geen zegen zien in dat Joodse Volk noch in Joodse volgelingen van Jezus (zoals Jeshuaisten) of Messiaanse Joden.

Michael Mulder, universitair docent Nieuwe Testament en Judaïca aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn die tevens Kerk en Israël aan de CHE in Ede doceert en directeur is van het Centrum voor Israël Studies, sprak over de identiteit van Messiaanse Joden in Nederland en Israël,en vond dat zij helemaal niet thuis horen in de kerk in Nederland heel eenvoudig weg omdat zij noch Christen noch Jood zijn volgens hem.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Juridische aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld

Christenen hun gedrag vandaag

Vandaag kunnen wij nog steeds verscheidene mensen vinden die beweren Christen te zijn. Als wij dan nagaan wat zij werkelijk geloven en hoe zij Jezus Christus navolgen kunnen wij ons eerder afvragen waarom zij zich eigenlijk christen noemen.

Als wij naar de gedragingen van de mensen kijken die beweren christen te zijn kan men zich ook dikwijls de vraag stellen wat zij dan wel onder dat christen-zijn verstaan en welk het verschil dan wel mag zijn tussen hen en niet gelovigen. Wat onderscheidt hen van diegenen die niet in Christus geloven en niet in een god geloven?

Het Christen zijn, houdt dat niet in een volgeling van Christus te zijn. Hoort daarbij ook niet het opvolgen van zijn leerstellingen en zijn opgaven?

Een ware Christen volgt de leerstellingen van Jezus Christus en houdt zich daar aan om die liefde van Christus ook met anderen te willen delen.

Liefde en goed nieuws delen met anderen

Het is een troost te weten dat de bijbel goed nieuws verkondigt, het nieuws namelijk dat Gods koninkrijk een eind zal maken aan ziekte, honger, misdaad, oorlog en alle vormen van onderdrukking.

 Hij doet oorlogen ophouden tot het uiteinde* der aarde.De boog verbreekt hij en hij slaat de speer werkelijk aan stukken;+ De wagens* verbrandt hij in het vuur.+ (Psalm 46:9)

12 Want hij zal de arme die om hulp schreeuwt, bevrijden,+ Ook de ellendige en al wie geen helper heeft.+ (Psalm 72:12).

Is dat geen nieuws dat iedereen moet horen?

Zij die in Jezus Christus geloven en hem liefhebben willen ook deelgenoot zijn van zijn lichaam en samen met anderen die liefde delen en het goede nieuws verkondigen, zoals Jezus het zijn leerlingen gevraagd heeft om te doen.

  19 Gaat daarom en maakt discipelen*+ van mensen uit alle natiën,+ hen dopende+ in* de naam van de Vader+ en van de Zoon+ en van de heilige geest,+ 20 en leert+ hun onderhouden+ alles wat ik U geboden heb.+ En ziet! ik ben met U+ alle dagen tot het besluit* van het samenstel van dingen.”*+ (Mattheüs 28:19 20).

Ook zei hij tot hen dat hun prediking zich tot „de verst verwijderde streek der aarde” zou uitstrekken (Handelingen van de apostelen 1:8).

14 En dit goede nieuws+ van het koninkrijk+ zal op de gehele bewoonde aarde* worden gepredikt* tot een getuigenis* voor alle natiën,+ en dan zal het einde*+ komen. (Mattheüs 24:14)

Opdracht gegeven door Jezus Christus

An outdoor sermon (The Preaching of St. John t...

Oude meesters konden zich indenken hoe Johannes de doper, Jezus en de apostelen mensen trachtten te bereiken door het prediken. Zo bracht Pieter Breugel de Oudere een voorstelling van de predikende Johannes de doper, geplaatst in zijn omgeving, in 1565, het jaar voor de beeldenstorm (Foto credit: Wikipedia)

De opdracht die Jezus aan zijn leerlingen heeft gegeven geldt ook voor de discipelen van vandaag. Zij heeft betrekking op het bekend maken van het goede nieuws van Gods koninkrijk en van redding door geloof in Jezus Christus. Het wordt in de bijbel aangeduid als „het goede nieuws van het koninkrijk” (Mattheus 4:23), „het goede nieuws van God” (Romeinen 15:16), „het goede nieuws over Jezus Christus” (Markus 1:1), „het goede nieuws van de onverdiende goedheid van God” (Handelingen van de apostelen 20:24), „het goede nieuws van vrede” (Efeziërs 6:15) en het „eeuwig goed nieuws” (Opbenbaring van Johannes 14:6).

Jezus achtte het getrouw vasthouden aan het goede nieuws en het blijven verkondigen ervan belangrijker dan iemands huidige leven, en ook Paulus erkende dat de getrouwe bekendmaking ervan van levensbelang was (Markus 8:35; 1 Korinthiërs 9:16; 2 Titus 1:8). Iemand zou zijn dierbaarste bezittingen kunnen verliezen, ja, zelfs vervolging kunnen ondergaan, maar daar staat tegenover dat hij nu reeds honderdvoudig zou ontvangen,

„huizen en broers en zusters en moeders en kinderen en velden, . . . en in het komende samenstel van dingen eeuwig leven”. — Mr 10:29, 30.

Toetssteen ter beoordeling

Het goede nieuws is de toetssteen op grond waarvan de mensheid wordt geoordeeld:
Het goede nieuws aanvaarden en gehoorzamen, leidt tot redding; verwerping en ongehoorzaamheid hebben vernietiging tot gevolg (1 Petrus 4:5, 6, 17; 2 Thessalonicenzen 1:6-8). Vooral met het oog op dit feit moet de beweegreden waarmee iemand het goede nieuws predikt, zuiver zijn, en hij moet de prediking van harte verrichten, uit liefde voor degenen die luisteren.
De apostelen hadden zo veel waardering voor de belangrijkheid van het levengevende goede nieuws en werden dermate door Gods geest en door liefde aangevuurd dat zij degenen die naar hun prediking luisterden, niet alleen het goede nieuws meedeelden maar ook hun „eigen ziel” (1 Thessalonicenzen 2:8).
God had bepaald dat de verkondigers van het goede nieuws het recht hadden om materiële ondersteuning te aanvaarden van degenen aan wie zij het goede nieuws bekendmaakten (1 Korinthiërs 9:11-14). Maar Paulus en zijn naaste medewerkers achtten het voorrecht dat zij hadden om het goede nieuws te verkondigen zo dierbaar dat zij het angstvallig vermeden daaruit financieel gewin te behalen of zelfs maar de schijn daartoe te wekken. In 1 Korinthiërs 9:15-18 en 1 Thessalonicenzen 2:6, 9 beschrijft de apostel Paulus hoe hij in dit opzicht handelde.

Afgedwongen respect

Jesus is considered by scholars such as Weber ...

Jezus wordt als een charismatisch religieuze leider aanschouwt (Foto credit: Wikipedia)

Tijdens zijn bediening dwong Jezus respect af van zijn leerlingen en omstanders door steeds op een gepaste liefdevolle manier te antwoorden.

Jezus was „zachtaardig en ootmoedig van hart” (Mattheus 11:29). Hij was ook een man van de daad. Nooit onttrok hij zich aan zijn verantwoordelijkheden (Markus 6:34; Johannes 2:14-17). Vriendelijk gaf hij zijn discipelen goede raad, herhaaldelijk zelfs als dat nodig was (Mattheus 20:21-28; Markus 9:33-37; Lukas 22:24-27).

Jezus’ voorbeeld leert ons hoe om te gaan met anderen en hoe onze prediking uit te voeren.

Onderwijzers zijn

Als volgelingen van Christus weten we dat we onderwijzers moeten zijn (Mattheüs 28:19, 20). We weten dat de tijd waarin we leven het dringend noodzakelijk maakt dat we zo goed mogelijk onderwijs geven. En we weten dat ons onderwijs voor degenen die we onderwijzen zelfs het verschil kan uitmaken tussen leven en dood! (1 Timotheüs 4:16)

Ons Voorbeeld van een onderwijzer is niemand minder dan Jezus Christus, die tot zijn volgelingen zei:

„Ik heb u het voorbeeld gegeven” (Johannes 13:15).

Brainerd preaching in the open-air to Native A...

Brainerd in openlucht predikend voor Native Americans. (Foto credit: Wikipedia)

Hij doelde op zijn voorbeeld in het tonen van nederigheid, maar het model dat Jezus ons verschafte, omvat beslist het belangrijkste werk dat hij als mens op aarde verrichtte — mensen het goede nieuws van Gods koninkrijk onderwijzen (Lukas 4:43). Als u nu één woord moest kiezen om Jezus’ bediening te beschrijven, zou u waarschijnlijk het woord „liefde” nemen, nietwaar? (Kolossenzen 1:15; 1 Johannes 4:8) Jezus’ liefde voor zijn hemelse Vader, Jehovah, was het belangrijkste (Johannes 14:31). Maar als onderwijzer gaf Jezus op nog twee manieren van liefde blijk. Hij hield van de waarheden die hij onderwees, en hij hield van de mensen die hij onderwees.

Goddelijke wijsheid stond voorop bij Jezus, waarbij hij deze steeds toeschreef aan zijn hemelse Vader in wie hij meer waardering vond.

52 En Jezus bleef toenemen in wijsheid+ en in fysieke groei en in gunst bij God en de mensen.+ (Lukas 2:52).

Jezus in zijn onderricht gebruikte steeds Gods Woord, de Schrift waaruit hij kennelijk heel liefdevol uit citeerde en bij elk antwoord dat hij gaf een zorgvuldig gebruik van Gods Woord maakte.

De liefde die Jezus voor de door hem onderwezen waarheden had, was altijd duidelijk merkbaar. Per slot van rekening zou hij gemakkelijk zijn eigen ideeën hebben kunnen ontwikkelen. Hij bezat een enorme schat aan kennis en wijsheid (Kolossenzen 2:3). Niettemin herinnerde hij zijn toehoorders er steeds weer aan dat alles wat hij onderwees niet van hemzelf was, maar van zijn hemelse Vader (Johannes 7:16; 8:28; 12:49; 14:10). Hij hield zo veel van goddelijke waarheden dat hij ze niet door zijn eigen gedachten wilde vervangen.

Onderwijs in allerlei plaatsen

Jezus leidde zijn discipelen zowel door woord als door voorbeeld op. Hij onderwees niet alleen in het openbaar, maar ook in particuliere huizen door het goede nieuws rechtstreeks bij de mensen te brengen (Mattheus 9:10, 28; Lukas 7:36; 8:1; 19:1-6). Uit de verslagen van de evangelieschrijvers blijkt dat Jezus’ discipelen in veel gevallen aanwezig waren wanneer hij aan diverse soorten van mensen getuigenis gaf, want deze gesprekken zijn opgetekend. Volgens het boek Handelingen volgden zijn discipelen dat voorbeeld en bezochten zij de mensen van huis tot huis om de Koninkrijksboodschap bekend te maken. (Handelingen van de apostelen 5:42; 20:20)

Jezus legde aan zijn discipelen uit wat een ware dienaar van God was, door te zeggen:

„De koningen der natiën heersen over hen, en zij die autoriteit over hen hebben, worden Weldoeners genoemd. Gij dient evenwel niet zo te zijn. Maar wie onder u de grootste is, moet als de jongste worden, en degene die als de voornaamste optreedt, als degene die dient. Want wie is groter, degene die aan tafel aanligt of degene die bedient? Is het niet degene die aan tafel aanligt?”

Vervolgens zei hij, daarbij zijn eigen loopbaan en gedrag ten voorbeeld stellend:

„Ik ben echter in uw midden als degene die bedient” (Lukas 22:25-27).

Bij die gelegenheid demonstreerde hij deze beginselen — de eigenschap nederigheid inbegrepen — op krachtige wijze door de voeten van de discipelen te wassen. — Johannes 13:5.

Geen religieuze titels nodig

Verder wees Jezus zijn discipelen erop dat ware dienaren van God geen vleiende religieuze titels aannemen, en die ook niet aan anderen verlenen:

„Gij moet u geen Rabbi laten noemen, want één is uw leraar, terwijl gij allen broeders zijt. Noemt bovendien niemand op aarde uw vader, want één is uw Vader, de Hemelse. Laat u ook geen ’leiders’ noemen, want één is uw Leider, de Christus. De grootste onder u moet echter uw dienaar zijn. Al wie zich verhoogt, zal vernederd worden, en al wie zich vernedert, zal verhoogd worden.” — Mattheus 23:8-12.

St. peter preaching 20.JPG

De heilige Petrus ging uit om het goede nieuws te verkondigen (Photo credit: Wikipedia)

De gezalfde volgelingen van de Heer Jezus Christus zijn net als Paulus ’dienaren van het goede nieuws’ (Kolosenzen 1:23); zij zijn ook „dienaren van een nieuw verbond”, daar zij in deze verbondsverhouding tot Jehovah God staan, waarbij Christus de Middelaar is (2 Korintiërs 3:6; Hebreeuwen 9:14, 15). Aldus zijn zij dienaren van God en van Christus (2 Korintihiërs 6:4; 11:23). Hun bekwaamheid komt van God door bemiddeling van Jezus Christus, niet van de een of andere mens of organisatie. Zij hoeven als bewijs voor hun bediening niet een of ander document of certificaat te overleggen, zoals een aanbevelingsbrief of een schriftelijke machtiging. Als hun ’aanbevelingsbrief’ kunnen zij wijzen op de personen die zij hebben onderwezen en opgeleid om, net als zij zelf, dienaren van Christus te zijn. Hierover zegt de apostel Paulus:

„Hebben wij misschien, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven voor u of van u nodig? Gijzelf zijt onze brief, geschreven op ons hart en gekend en gelezen door alle mensen. Want het is duidelijk dat gij een brief van Christus zijt, geschreven door ons als bedienaren, niet met inkt geschreven, maar met geest van een levende God, niet op stenen tafelen, maar op vleselijke tafelen, op harten” (2 Korinthiërs 3:1-3).

Hier beschrijft de apostel de liefde en de verbondenheid, de warme genegenheid en de zorg van de christelijke bedienaar voor degenen die hij dient, want zij zijn ’op het hart [van de bedienaar] geschreven’.

Gegeven gaven

Na zijn hemelvaart gaf Christus de christelijke gemeente dan ook „gaven in mensen”. Daartoe behoorden apostelen, profeten, evangeliepredikers, herders en leraren, en zij werden gegeven

„met het oog op het terechtbrengen van de heiligen, voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van de Christus” (Efeziërs 4:7-12).

Hun bekwaamheid als dienaren komt van God. — 2 Korinthiërs 3:4-6.

Om te prediken, te verkondigen of te getuigen moeten wij dus niet bepaald een theologische hogeschool of universiteit gevolgd hebben. De kennis van de Heilige Schrift is veel voornamer dan de kennis van allerlei theologische studies of filosofen. De eerste verkondigers na Jezus’ dood waren ook niet allemaal geletterden. Vele gewone mensen hebben naast de apostelen er voor gezorgd dat het geloof verder kon uitbreiden. Ook nu moet de verdere uitbreiding verwezenlijkt worden door de gewone gelovigen van de geloofsgemeenschap.

Wij moeten er op rekenen dat het God is die ons zal uitrusten met de nodige gaven voor het predikingswerk of voor het Gods werk dat ons toe komt.

Getuigenis afleggen

Jezus was gekomen om getuigenis af te leggen en verzocht zijn volgelingen wederzijds ook getuigenis af te leggen. Zij die zich Christen noemen horen ware volgelingen van Jezus te zijn en horen dan ook zijn leerstellingen en zijn opdrachten op te volgen. Jezus werd de grootste getuige die God ooit voor Zijn naam heeft gehad. Jezus nam de betekenis van de naam die hij van God had gekregen serieus.

Bijbelgeleerden zijn het er in het algemeen over eens dat de naam Jezus is afgeleid van de Hebreeuwse naam Jeshua en een verkorte vorm van Gods naam bevat. De naam betekent:

„Jehovah is redding.”

In harmonie met de betekenis van zijn naam hielp Jezus „de verloren schapen van het huis van Israël” om berouw te hebben van hun zonden zodat ze weer Jehovah’s goedkeuring konden krijgen (Mattheus 10:6; 15:24; Lukas 19:10). Daarom gaf Jezus ijverig getuigenis over Gods Koninkrijk. De evangelieschrijver Markus zei:

„Jezus [ging] naar Galilea en predikte het goede nieuws van God en zei: ’De bestemde tijd is vervuld en het koninkrijk Gods is nabij gekomen. Hebt berouw en stelt geloof in het goede nieuws’” (Markus 1:14, 15).

Jezus stelde ook moedig de Joodse religieuze leiders aan de kaak, wat ertoe bijdroeg dat ze hem aan een paal lieten terechtstellen (Markus 11:17, 18; 15:1-15).

Durf te spreken

Wij hoeven niet dadelijk een terechtstelling vrezen, maar nochtans zien wij dat te veel christenen mensen vrezen en het niet durven om openlijk over hun geloof te praten en het Koninkrijk van God te verkondigen. Ook zijn de meesten bang om Gods naam uit te spreken; Het valt zelfs op dat er zeer veel mensen zijn die zich Christen noemen maar zelfs Gods naam niet eens kennen.

Diegenen die zich Christen noemen horen niet verlegen te zijn om te spreken over God en gebod. Als zij werkelijk een levend geloof hebben, een echt geloof en een op de bijbelse waarheid gebaseerd geloof, moet hun hart doordrongen zijn door de liefde voor God zodat zij de volledige drang voelen om dat waarin zij ten volle geloven te delen met allen die willen luisteren.

Dit is voortreffelijk en aangenaam+ in de ogen van onze Redder, God,+ wiens wil het is dat alle soorten van mensen+ worden gered+ en tot een nauwkeurige kennis+ van de waarheid komen.+  (1 Timotheüs 2:3, 4.)

Weerstand verdragend en doorzetten

Wij moeten ons vredelievend richten tot allen en hopen dat er voldoende zullen zijn die willen luisteren. Maar steeds horen wij hen zachtaardig toe te spreken en open staan voor naar hen te luisteren en te begeleiden in hun zoektocht naar waarheid.

Natuurlijk kan het afmattend zijn om dag in dag uit tegenstand of spot te verduren. Het kan vermoeiend zijn alsmaar weerstand te bieden aan de aantrekkelijke dingen van de wereld, misschien tot teleurstelling van familieleden die ons aanmoedigen ’iets te worden’. Maar net als Jezus kijken we naar Jehovah op voor steun terwijl we vastbesloten het Koninkrijk de eerste plaats in ons leven toekennen. — Mattheüs 6:33; Romeinen 15:13; 1 Korinthiërs 2:4.

Ons leven moet als een voorbeeld aan anderen aangeboden worden, waarbij wij naast de goede werken steeds getuigenis afleggen.De apostel Paulus schreef:

„Laten wij . . ., zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Galaten 6:10).

In crisissituaties of als iemand behoeftig is, aarzelen we niet ’het goede te doen’ voor onze buren of onze broeders en zusters. steeds houden wij de houding van Jezus in ons achterhoofd terwijl wij ons concentreren op onze hoofdtaak: getuigenis afleggen van de waarheid.

+

Vindt ook om te lezen:

  1. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  2. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  3. Bijbel op de eerste plaats #2/3
  4. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  5. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  6. Kijkend naar het Oosten en het Westen voor Waarheid
  7. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  8. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  9. De verjaardag van de King James Bijbel als aanleiding voor prediking
  10. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  11. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  12. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  13. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  14. Conservatieve rolpatronen en huishoudtaken
  15. Positie en macht
  16. Al of niet verenigen
  17. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  18. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  19. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  20. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  21. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  22. Kleine huiskring ook mogelijke ecclesia
  23. De ecclesia als lichaam van Christus
  24. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  25. Slaaf voor mens en God
  26. Christus’ ethische leerstelling
  27. Intenties van de ecclesia
  28. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  29. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  30. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  31. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  32. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  33. Hermeneutiek om uit te dragen #1 Verslaggevers
  34. Hermeneutiek om uit te dragen #4 Uitzendkanaal
  35. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
  36. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  37. Verkondigen
  38. Ademen om les te geven
  39. Volgens eerste eeuw patronen
  40. Werking van de hoop
  41. Missionaire hermeneutiek 3/5
  42. Missionaire hermeneutiek 4/5
  43. Missionaire hermeneutiek 5/5
  44. Een Manifest voor Gelovigen
  45. Manifest Gelovigen nemen het woord
  46. Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
  47. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  48. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  49. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #3 Behaging in Volhouding
  50. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
  51. Dit is God se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word
  52. Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered
  53. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  54. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  55. Op weg naar 2014-2015
  56. Opbouw van een ecclesia en verbonden kosten
  57. Vakantietijd contacttijd
  58. Door verkondiging ook geruster
  59. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  60. Oorlog in kerkenland
  61. Aankondigingsweek in Nederland
  62. Nieuw tijdperk van Geloofsverkondiging voor Katholieke kerk
  63. Stichter van een beweging
  64. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #1 Abraham de aartsvader
  65. Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad
  66. Bij de opheffing van de Vereniging voor Bijbelstudie
  67. Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3
  68. Er is geen ware en constante zachtheid zonder nederigheid
  69. Kleed jezelf met compassie, zachtheid, vriendelijkheid, nederigheid, en geduld
  70. Wordt nederig als Christus
  71. Vriendelijkheid
  72. Nederig opstellen
  73. Nederigheid
  74. Laat mij niet uit de hoogte doen
  75. Woorden moeten worden afgewogen, niet meegerekend
  76. Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar
  77. De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie
  78. Dagelijks helpen in het geloof

+++

Verder verwant:

Geloof aan mijn voordeur

8 Comments

Filed under Activisme & Vredeswerk, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden