Category Archives: Religieuze aangelegenheden

Bedenking: Uitstappen in geloof


”Wanneer je uitstapt in geloof, zie je vaak een doorbraak”
~ Bobby Schuller

Bobby Schuller zegt dat je in veel bijbelverhalen ziet dat mensen eerst een stap in geloof zetten – niet wetend wat komen gaat- om vervolgens daarna de verandering te zien.

Ik realiseer me dat daar enorm veel moed voor nodig is, maar jij bent moedig. Maak de keuze vandaag!
Welke keuze stel jij al een tijdje uit?

Robert H Schuller zegt:

‘If it is going to be, it is up to me!”

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Reacties op in ons gedrukt tijdschrift verschenen artikelen:

Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Vraag: Ik hoor verschillende meningen over de bruiloft van het Lam. Waar en wanneer zal dat gebeuren, en wie zullen daar bij zijn?
Kunnen jullie mij wat Bijbelteksten geven die daar duidelijk over zijn?

Antwoord: De uitdrukking ‘de bruiloft van het Lam’ is afkomstig uit het Bijbelboek Openbaring: Openb. 19:6-10, meer speciaal vs 6b-8.

“6 Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte en als het gedruis van vele wateren en als het dreunen van zware donderslagen, en zij riepen: Alleluja! De Heer, onze God, de Albeheerser heeft zijn koningschap aanvaard. 7 Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam en zijn bruid heeft zich al klaargemaakt.’ 8 (Voor haar bruidskleed kreeg ze smetteloos, blinkend lijnwaad; zinnebeeld van de goede daden van de heiligen.) 9 En de engel zei tot mij: ‘Schrijf op: zalig zijn die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam’. En hij voegde eraan toe: ‘Dit zijn de eigen woorden van God.’ 10 Toen viel ik voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Dat nooit! Aanbid God alleen. Ik ben slechts een dienstknecht zoals gij en uw broeders die het getuigenis van Jezus bezitten.’ Het getuigenis van Jezus immers is het dat de profeten bezielt.” (Opb 19:6-10 WV78)

Wanneer: Openbaring is een moeilijk boek, waar veel opvattingen over worden verkondigd. Maar eraan vooraf gaan de hoofdstukken 17-18, die spreken over een macht die oorlog voert tegen de heiligen (in het NT een aanduiding van de ware gelovigen, zie bijv. Rom. 1:7, en andere brieven van Paulus), en die wordt aangeduid met de naam ‘Het grote Babylon’. Die macht wordt in hoofd-stuk 18 geoordeeld (veroordeeld). In 18:24 wordt van haar gezegd:

… en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen,die geslacht zijn op de aarde.

Dit spreekt over vervolging van de gelovigen. In 19:1-4 worden dan over dat oordeel lofprijzingen geuit:

Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn Zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja!

De passage herinnert ons aan Jesaja. Daarin wordt ook gesproken over de ondergang van Babel, dat Gods volk in ballingschap had gevoerd, maar dat daarvoor door God geoordeeld werd. De ondergang van dat Babel betekende de bevrijding van Gods volk (in dat deel van Jesaja veelvuldig aangeduid als ‘Gods knechten’), maar staat bij Jesaja ook als een symbool van de bevrijding uit die andere gevangenschap: die van de zonde en de dood.

Zonder verderop alle details in te willen gaan, wil ik hier stellen dat dit verwijst naar de tijd van de opstanding (die plaats zal vinden bij Jezus’ wederkomst) wanneer de ‘wereld’ die door de eeuwen heen de ware gelovigen heeft verdrukt en vervolgd daarvoor geoordeeld zal worden, maar wanneer ook de dood van zijn kracht zal worden beroofd.

Hoererij staat voor valse leer (het beeld komt vooral uit Ezech. 23) en uit Openb. 17 & 18 blijkt dat de ‘afgoderij’ van de wereld vooral bestaat uit het dienen van de Mammon: de lust van het geld. De voor altijd opstijgende rook is een beeld dat uit Jes. 34 stamt, en heeft betrekking op het oordeel over Gods vijanden en de vijanden van Zijn volk. Maar laat u niet misleiden door de kop ‘gericht over Edom’. Het is duidelijk dat het gaat over een vernietiging die plaats heeft in het land Edom, maar die alle volken betreft (zie vs 1-2).

In Openb. 19, vanaf vs 11 zien we een beschrijving van een triomferende Messias (Christus) die vonnis velt en oorlog voert tegen de onrechtvaardigen. En in Openb. 20 lezen we over het begin van Gods Koninkrijk (daar aangeduid als een heerschappij van 1000 jaar) en over de eerste opstanding. Dat stemt overeen met wat ik boven al aangaf.

Conclusie 1: Het heeft betrekking op de tijd van Jezus’ wederkomst, wanneer hij oordeel velt en Zijn (Gods) Koninkrijk vestigt. Wij verwachten dit nu betrekkelijk snel.

Wie We lezen in 19:7b-8:

… de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. Zijn bruid mag zich kleden met ‘smetteloos fijn linnen’ en dit zijn ‘de rechtvaardige daden der heiligen’.

Dat laat maar één conclusie toe: de bruid bestaat uit de gerechtvaardigde heiligen (= gelovigen).

Overigens meen ik dat de vertaling beter zou luiden als in de Statenvertaling:

‘de rechtvaardigmakingen der heiligen’.

De uitdrukking wijst terug naar zulke passages als:

Die de bruid heeft, is de bruidegom (Joh. 3:29, Joh. de Doper over Jezus) Want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen (2 Kor. 11:2, Paulus aan de gelovigen te Korinte)

Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft lief gehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet.(Efez. 5:25-27, Paulus aan de gelovigen te Efeze)

Dit wordt herhaald in Openb. 21:2 en 9, Openb. 22:17. En de gedachte vinden we al in het OT met betrekking tot het gehele volk in bijv. Jer. 2:2, Ezech.16:8 en 23:4; alleen ligt daar de nadruk op hun huwelijksontrouw.

Conclusie 2: De ‘bruid’ is een aanduiding van de gemeente, d.w.z. de gezamenlijke gelovigen, levend ten tijde van Jezus’ wederkomst of in de periode daaraan voorafgaand (uiteraard voor zover zij bij het oordeel worden aangenomen).

Waar De ‘bruiloft’ is uiteraard een beschrijving van de aanname van de gemeente door Christus. Of dat plaats zal vinden op een bepaalde plek op aarde wordt ons in de Bijbel niet verteld, laat staan wáár die plek zich dan zou bevinden. Het gaat om het feit, niet om de locatie. Wel weten we dat de heiligen na Jezus’ wederkomst met hem zullen regeren in zijn Koninkrijk (Openb. 20:6), en we weten dat dit Koninkrijk wereldwijd zal zijn. Dus hun taken zullen zich uiteindelijk overal op aarde bevinden.

“ Zalig en heilig die deel hebben aan de eerste opstanding! Over hen heeft de tweede dood geen macht. Zij zullen priesters zijn van God en Christus, en met Hem als koningen heersen, duizend jaren lang.” (Opb 20:6 WV78)

RCR

 

+

Vindt ook te lezen:

  1. Wereld waarheen? #5 De Val van Babel
  2. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  3. Christus in Profetie #3 De Knecht in Jesaja (3) Gezalfde
  4. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  5. Verlossing #4 Het Paaslam
  6. De Wederkomst en de eindtijd #2 Blik op de nabije toekomst
  7. De Wederkomst en de eindtijd #4 De komende toorn

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers

Joodse emigratie niet volgens de tijd van Nederlandse christenen

Nederland mocht het afgelopen jaar een kleine 25.000 Joden zien vertrekken naar Israël. Dat is natuurlijk wel een flink aantal, maar afgezet tegen de miljoenen Joodse mensen die nog buiten Israël verblijven, is het geen opzienbarend groot aantal. Toch willen de Nederlandse christenen dat alle Joden maar zo snel mogelijk naar Israël zullen verhuizen.

Het zal voor velen niet naar hun zin zijn om te horen dat lang niet alle Joden die gaan emigreren, als bestemming Israël kiezen. En er zijn ook Joodse mensen die Israël verlaten om ergens anders een nieuw thuis op te bouwen.

Niet alle Joden zien het als noodzaak om hun huidige ‘thuisland’ te ruilen voor het “thuisland Israël”. Het Zionisme is niet bij iedereen ingebakken in het bloed. Voor ouders met jonge kinderen is er ook het onaanvaardbare dat zij hun kinderen daar in het leger zouden moeten laten gaan (wegens de verplichte legerdienst die nu ook door de gelovigen moet volbracht worden). Wapendracht is totaal tegen de Wil van God en onverzoenbaar met ons geloof.

Wij merken wel dat er, vooral bij Nederlandse en Amerikaanse evangelische gelovigen de gedachte heerst dat alle Joden zullen moeten vergaderd zijn of bijeen moeten gekomen zijn vooraleer de Messias zou terugkeren. Men kan hierbij de vraag stellen

Uit welke tekst in de Bijbel valt op te maken dat alle Joodse mensen al thuis in Israël moeten zijn als de heer Jezus, de Messias, terugkeert naar deze aarde?

Het is wel gekend dat Jehovah God Zijn volk thuis zal brengen, in hun eigen land, en niet Jezus. Ook staat daar nergens een datum op geplakt. Zelfs betreft de dag van terugkeer van Jezus, wist zelfs hij zelf niets af, omdat zulke zaken alleen God gegeven zijn.

Wij denken in jaren en aantallen, God is het die dagen en jaren bepaalt, zelfs voor de terugkomst van Zijn eigen geliefde zoon.

Het is aan de Heer Jehovah om Zijn hand weer op te steken om het overblijfsel van Zijn volk terug te krijgen, en om een ​​banier voor de natiën op te richten, om de verdrevenen van Israël te verzamelen en de verstrooiden van Juda vanuit de vier hoeken van de wereld te verzamelen. Iedereen zal mogen te weten komen dat er een snelweg zal zijn voor het overblijfsel van God,  Zijn volk, dat zal blijven, vanuit vele windstreken, zoals er voor Israël was op de dag dat Israël uit het land Egypte kwam.

Jesaja 11:11-16 lijkt daar op te wijzen:

“11 Geschieden zal het te dien dage:

doorgaan zal mijn Heer met het opheffen van zijn hand om te verwerven het overblijfsel van zijn gemeente,- dat overblijft uit Asjoer en Egypte, uit Patros en Koesj, uit Elam, Sjinar en Chamat, en van de eilanden in de zee. 12 Opheffen zal hij een vaandel onder de volken en verzamelen Israëls verstotenen; Juda’s verstrooiden zal hij bijeenhalen van de vier vleugels van de aarde. 13 Wijken zal de naijver van Efraïm en wie Juda benauwen worden weggemaaid; Efraïm zal Juda niet meer benijden en Juda Efraïm niet benauwen. 14 Over de schouder van de Filistijnen zullen ze zeewaarts vliegen, samen zullen ze de zonen van het oosten buitmaken,- terwijl zij naar Edom en Moab hun hand uitstrekken en de zonen van Amon hen gehoorzamen. 15 Eens deed de ENE de tong van Egyptes zee in de ban, terwijl hij nu met zijn hand wenkt tegen de Rivier met de gloed van zijn geestesadem; uiteenslaan zal hij hem tot zeven beken en op schoenen zal men daardoorheen zijn weg gaan. 16 Wezen zal er een straatweg voor het overblijfsel van zijn gemeente dat zal overblijven uit Asjoer,- zoals er een was voor Israël op de dag dat hij opklom uit het land van Egypte.” (Jes 11:11-16 NB)

Het kan gerust zijn dat wij nog meer tekenen zullen gaan zien, dan diegene die wij nu al waar kunnen nemen. Er wordt namelijk ook over een banier gesproken die zal opgeheven worden onder de goyim of heidenvolken, zodat de verdrevenen van Israël en die vanuit Juda overal verspreid zijn, zullen worden teruggebracht van de vier hoeken van de aarde.
Laten we ons dus maar geen zorgen maken, de Elohim Hashem Jehovah zorgt er Zelf wel voor dat Zijn volk, op Zijn tijd, thuis zal komen.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Enige dragende bekommerende en verlossende God


Zij die beweren christen te zijn,
zouden er moeten over nadenken welke God zij eren.
Eren zij dezelfde God die Jezus Christus en zijn discipelen aanbaden, of aanbidden zij Jezus als hun god.
Toen sprak God deze woorden:
‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte,
uit de slavernij, heeft bevrijd.
Vereer naast Mij geen ​andere ​goden.’
Exodus 20:1-3


Bijna elke christelijke traditie benoemt als eerste gebod alleen het laatste gedeelte van dit vers:
vereer naast Mij geen andere goden.
Maar de Joden kijken naar het geheel en zo moeten wij dat ook op die manier zien.
Wij moeten oog hebben voor de God die aan Zijn volk redde. Hij stond aan hun kant maar wil ook aan onze kant staan.
Hij is de God die in jou en hen gelooft en laat weten dat zij Zijn volk zijn.
Ik ben jullie God. Jullie zijn geen slaven meer, maar zijn onderweg naar het beloofde land. Ik sta aan jullie kant. Ken Mij!
Het kan moeilijk te geloven zijn dat God aan jouw kant staat. Misschien lees je dit en denk je dat God niet aan jouw kant staat, en nooit heeft gestaan. Toch is het waar. Het betekent niet dat het leven niet moeilijk kan zijn en dat je niet met moeilijke uitdagingen te maken krijgt. Het betekent niet dat je niet overspannen of ziek kunt worden. Het betekent niet dat je niet met strijd te maken krijgt.
Maar waar je ook mee te maken krijgt,
God zal je erdoorheen dragen.
Hij zal je uit de slavernij dragen, naar het beloofde land. Heb vertrouwen en geef niet op.
Gebed
Dank U, Heer dat U er altijd bent.
Zelfs als ik U niet zie of ervaar, draagt U mij.
Help me om me dat ook in moeilijke tijden te herinneren.

Leave a comment

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Bezinningsteksten, Gebeden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Wonderen van de Schepping: De dadelpalm

De Phoenix dactylifera, algemeen bekend als dadel of dadelpalm, is een bloeiende plantensoort uit de palmfamilie Arecaceae, gekweekt vanwege zijn eetbare zoete vruchten.

Hoewel de exacte plaats van herkomst onzeker is vanwege de lange teelt, is het waarschijnlijk afkomstig uit het vruchtbare halve maangebied dat zich uitstrekt tussen Egypte en Mesopotamië.

De soort wordt op grote schaal gekweekt in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika en Zuid-Azië en wordt in veel tropische en subtropische regio’s over de hele wereld genaturaliseerd.
P. dactylifera is het type soort van het geslacht Phoenix, dat 12-19 soorten wilde dadelpalmen bevat, en is de belangrijkste bron van commerciële productie.

+

Phoenix dactylifera was van grote betekenis in het vroege jodendom en vervolgens in het christendom, deels omdat de boom in het oude Palestina zwaar werd gekweekt als voedselbron.

In de Bijbel wordt naar palmbomen verwezen als symbolen van welvaart en triomf.
In Psalm 92:12 “De rechtvaardigen zullen bloeien als de palmboom”.

Palmtakken kwamen voor als iconografie in sculpturen die de Tweede Joodse Tempel in Jeruzalem sierden, op Joodse munten en in de sculptuur van synagogen.
Ze worden ook gebruikt als versiering op het Loofhuttenfeest.
Palmtakken waren voor Jezus verspreid toen hij Jeruzalem binnenkwam op wat velen nu noemen: Palmzondag.

*

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid: De dadelpalm

Een kenmerkende boom van het Midden-Oosten

Het palmbos van Elche

De dadelpalm is een van de kenmerkende bomen van het Midden-Oosten, en werd in Bijbelse tijd veel gekweekt in Israël. In de Jordaanvallei groeiden dichte palmbossen, en Jericho werd bekend als “de palm-stad” (Deuteronomium 34:3; 2 Kronieken 28:15).

“de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar.” (De 34:3 NBV)

“Speciaal daartoe aangewezen mannen namen de gevangenen onder hun hoede. Met wat in de buit voorhanden was kleedden ze degenen die naakt waren. Ze kleedden en schoeiden ze, gaven hun te eten en te drinken, verzorgden hun wonden en zetten degenen die moeizaam voortstrompelden op ezels. Zo begeleidden ze hen tot aan de palmstad Jericho, aan de grens met het gebied van hun broeders, waarna ze terugkeerden naar Samaria.” (2Kr 28:15 NBV)

In de Bijbel lezen wij over een oase in de woestijn Sinaï, met zeventig palmbomen die, met de daarbij behorende bronnen, zorgden voor lafenis en verfrissing voor de Israëlieten.

Vespasianse sestertius, geslagen in 71 om de overwinning op de joden te vieren. Op de achterkant staat: IVDEA CAPTA “Judaea veroverd” met een wenende vrouw onder een dadelpalmboom.

Israëlische archeoloog en professor Ehud Netzer die o.a. verantwoordelijk was voor de vondst van het graf van Herodes bij Herodion in 2007.

De Romeinse natuurkenner Plinius de Oudere, die in de eerste eeuw na Christus leefde, roemde de dadels uit Judea om hun sappigheid en zoetheid. Feitelijk was de dadelpalm zo nauw met Judea verbonden, dat de Romeinse keizer Vespasianus, die het land in 70 GT veroverde, dit vierde door een bronzen muntstuk uit te brengen waarop de staat Judea stond afgebeeld als een wenende vrouw onder een dadelpalm. Na de wegvoering van de Joden uit hun land, stierven ook de Judeese dadelpalmen uit. De palmen in het huidige Israël zijn geïmporteerd uit Californië, maar hebben hun oorsprong in Irak.

Het oudste ontkiemde boomzaad

Dates on date palm.jpg

Vele zoete vruchten aan een dadelpalm

Merkwaardig genoeg wisten onderzoekers in Israël onlangs een oud Judees palmzaadje te laten ontkiemen. De zaden waren afkomstig uit een kruik, die in de jaren zeventig was opgegraven door de archeoloog Ehud Netzer.  Door middel van de ‘radiokoolstof’ dateermethode schat men dat de zaden zo’n 2.000 jaaroud zijn, en daarom is dit boomzaad het oudste dat tot nu toe met succes ontkiemd is.

Palmbomen vallen op door hun heel lange (tot zes meter!) ‘takken’ die eigenlijk de bladeren zijn. Vandaar hun gebruik als ‘bouwmateriaal’ voor de hutten, die de Israelieten plachten te maken voor het Loofhuttenfeest (Leviticus23:40).

“De eerste dag moeten jullie mooie vruchten plukken en takken afsnijden van dadelpalmen, loofbomen en beekwilgen. Zeven dagen lang moeten jullie feestvieren ten overstaan van de HEER, jullie God.” (Le 23:40 NBV)

De palmboom wordt ook als beeld gebruikt voor sierlijkheid en bevalligheid, zodat Israëlische meisjes zo werden genoemd: ‘Tamar’ (Hooglied 7:7; 2 Samuel 13:1). Dat beeld werd door de psalmist ook op de rechtvaardigen toegepast (Psalm 92:13).

Bij zijn komst in Jeruzalem werd de heer Jezus door de scharen verwelkomd met palmtakken, en als hij terugkomt, zullen de heiligen, de gelovigen uit alle plaatsen en tijden, hem ook zo huldigen (Johannes 12:13; Openbaring 7:9-10).

“haalden ze palmtakken en liepen ze de stad uit, hem tegemoet, terwijl ze riepen:

‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.’” (Joh 12:13 NBV)

“9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. 10 Luid riepen ze:

‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’” (Opb 7:9-10 NBV)

DB/CT

*

+

Voorgaande

Wonderen van de Schepping: De acacia

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Uit de Oude doos: In het Nieuws – Honger en bevolkingsgroei

2007-2008 In het Nieuws – Belangrijke en interessante nieuwsfeiten in het licht van de Bijbel:

Honger en bevolkingsgroei

Slechts weinigen lijken te beseffen dat de wereld afstevent op de grootste ramp ooit. Niet het broeikaseffect, maar een onbeheersbare overbevolking. Milieuvervuiling, klimaatbeïnvloeding, dat zijn hooguit de gevolgen.

Het verloop van de bevolkingsgroei volgens Thomas Malthus en volgens Pierre-François Verhulst

In de jaren ’60 telde de wereld 3,25 miljard inwoners, en het sleutelwoord was ‘bevolkingsexplosie’. Daar hoor je nu niemand meer over.

We zitten nu op 6,4 miljard en nog steeds is er groei. Toch pleiten wereldleiders weer voor grote gezinnen: dat is

‘goed voor de economie’.

Verwachte vergrijzing in Nederland in 2025. Percentage bejaarden in de totale bevolking (Bron: CBS) Van licht naar donker groen: 18 – 20% 20 – 22% 22 – 24% 24% of meer.

En we moeten de vergrijzing betalen. We zijn humaan bezig in Afrika de sterftecijfers omlaag te brengen, maar niemand praat over geboortecijfers. Terwijl ze daar op gezinsniveau maar één manier hebben om hun persoonlijke vergrijzing te ‘betalen’:

zo veel mogelijk kinderen, in de hoop dat er genoeg in leven blijven om later voor hun ouders te zorgen.

Toen vroegen we ons af hoe we iedereen gingen voeden. Dankzij pesticiden en steeds verdere optimalisering van de landbouw is dat nog steeds gelukt. Althans bij ons. Voor de meesten hier is hongersnood een ver-van-mijn-bed show. Maar of het nu wel of niet door ons komt, het klimaat is bezig te verschuiven. Droge gebieden worden droger en natte natter. En in beide gevallen leidt dat tot minder opbrengst. Die zorgvuldig opgebouwde balans raakt steeds verder verstoord.

Plantenziekten en insectensoorten worden resistent voor pesticiden; ook daar komen we terug bij ‘af’. Daar komt nu nog een factor bij. Een klein berichtje in de krant:

het brood wordt duurder, want de Amerikanen gaan minder graan exporteren.

Ze hebben het nu zelf nodig om biobrandstoffen te maken voor hun auto’s. Ter bestrijding van het broeikaseffect!

Uitwijken naar visserij is ook al geen optie meer. Die ‘fabrieksschepen’ zijn nu zo effectief dat ze een spoor van absolute leegte achterlaten. Vissoorten worden inmiddels serieus met totale uitroeiing bedreigd, en halfslachtige vangstquota (die belanghebbende partijen weer ontduiken) moeten de ergste schade nog wat indammen.

Even wat cijfers.

Millennia lang woonde het gros van de wereldbevolking in het Midden-Oosten en omgeving, plus India en China. Daar zijn schattingen voor mogelijk. Eeuwenlang was de bevolkingsgroei uiterst laag, met een verdubbelingtijd van ca. eens per 1000 jaar.
In de bloeitijd van het Romeinse rijk steeg dat naar eens per 500 jaar, en bij het begin van onze jaartelling telde onze wereld zo’n 200 miljoen mensen. Met de val van dat rijk viel de groei terug op nul, om in de middeleeuwen weer lang-zaam toe te nemen, telkens onderbroken door sterke krimp tijdens zwa-re pestepidemieën. Bij het begin van de industriële revolutie stond de wereldbevolking op 700 miljoen. Toen begon er echter een nieuwe groei-spurt. In 1970 bereikte deze een top die neerkwam op een verdubbelingstijd van eens per 35 jaar!

‘Dankzij’ AIDS en andere moderne tegenhangers van de middeleeuwse plagen, is dat nu gedaald tot een verdubbelingstijd van ‘maar’ 45-50 jaar. Dat is nog steeds tienmaal zo snel als die tijdens de grootste bloei van het Romeinse rijk! De verklaring is simpel. In een sterk agrarische wereld is de bevolking voor haar voeding afhankelijk van het land dat zij bewoont. Dat stelt een bovengrens aan de omvang en de groei. Maar in het Romeinse rijk werden land en bevolking ‘losgekoppeld’. Graan werd elders verbouwd en met immense schepen aangevoerd naar het thuisland. De arbeidskracht die thuis vrij viel werd aangewend voor andere doelen, en de bevolking kon onbelemmerd groeien, want hun voeding was verzekerd. Met de val van het rijk kwam daar een eind aan, en werd de koppeling tussen land-oppervlak en bevolkingsomvang hersteld.

De industriële revolutie bracht een nieuwe ontkoppeling, en van zulke omvang dat het nu volledig uit de hand loopt. En geen politicus die je daarover hoort, want groei moet, vanwege die economie. Maar nu al wagen horden vluchtelingen zich in gammele bootjes aan de oversteek van Lybië naar het Italiaanse eilandje Pantelleria, of van Marokko en Mauretanië naar de Canarische eilanden. Velen betalen dat met hun leven, maar ze blijven komen. Want ‘thuis’ overleven ze in elk geval niet. De plaatselijke autoriteiten kunnen het niet meer aan, en de EU weet geen structurele oplossing. En het wordt alleen maar erger. Want het gaat niet om rijkdom, maar om puur overleven.

Bevolkingsdichtheid

Wanneer de wereldbevolking stijgt naar de verwachte 10 miljard in ca. 2035-2040, kunnen we wereldwijde voedseltekorten verwachten. Dan zullen ‘vluchtelingen’ niet meer in wrakke bootjes komen, maar met hun wapens, om desnoods kwaadschiks te nemen wat ze goedschiks niet krijgen. De wereld staat daarmee voor problemen, die ze zelf heeft veroorzaakt, maar niet kan oplossen. Die ze niet eens wil zien, want dat is maar ‘doemdenken’.

We hebben tot nu toe al onze problemen altijd weer opgelost toch?

Onze conclusie is dat de wederkomst van onze heer met de dag urgenter wordt.

 

++

Vindt verder te lezen

  1. Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf
  2. Mogelijkheid tot wereldwijde voedselcrisis
  3. Hongerwapen
  4. Olieland Nigeria balanceert tussen klimaat en economie
  5. Mura-stam ten strijde om regenwoud te verdedigen.
  6. Wat is de Green Deal?
  7. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #6
  8. Want het is geen leeg woord
  9. Rapture ~ Vervoering

+++

Gerelateerd

  1. Hoe Jemen de ellendigste plek ter wereld werd
  2. Hongersnood Zuid-Soedan: ‘God heeft ons verlaten’
  3. Post 1 – Eten in tijden van corona
  4. Lente en ketjap marinade
  5. Een doorwaadbare plaats: 1. Stoken
  6. COVID-19-driven famine | The pandemic might see millions of children go hungry
  7. Middle East confronts outbreak against backdrop of conflicts

Leave a comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Gezondheid, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Er werd ons gevraagd: Jezus leert ons bidden; ‘leidt ons niet in verzoeking’. Betekent dit dat het God is die ons in verzoeking leidt en ons doet zondigen?

Met dit corona gebeuren zijn er heel wat vragen binnen gekomen rond het waarom er over de mens zulk een moeilijkheden en zulk een verschrikkelijke ziekte komt. Velen vragen zich af waarom wij zo moeten beproeft worden, terwijl anderen vinden dat al de maatregelen die regeringen treffen ons nu nog meer in verzoeking brengen om vooral onze eigen weg in te gaan en vele waarschuwingen te negeren of uitgevaardigde regels te negeren.

Ook wordt nu regelmatig de vraag gesteld wanneer wij tot zonde komen, indien wij tijdens de lockdown onze eigen zin doen. Is het nu God die ons met deze coronacrisis op de proef stelt? vragen velen zich af.

Verzoeking en beproeving

Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazō.

Peirazōde is de gebruikelijke vertaling van het Hebreeuwse nasah, en wordt ook in de betekenis van het “op proef stellen” gebruikt in het NT, behalve in het boek Openbaring, waar we dat woord basanizō vinden.

Nasah en peirazōin hebben in de allereerste plaats de betekenis van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding. Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. We hebben dat geïllustreerd met een citaat uit de toespraak van Mozes in Deut. 8:14-16:

U mag [straks in het beloofde land] de HEER, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet … die u veilig door die grote, verschrikkelijkewoestijn leidde … om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?

Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden:

‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’?

Daar kan maar één antwoord op zijn: daarmee erkennen wij dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar nee, Hij is het niet die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!

Laten we het onderwerp nog eens wat verder bekijken.
De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen tedragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Kor. 10:12-13).

Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daar naar wanneer hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:

‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Luk. 22:28).

Op grond daarvan belooft hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet hij Petrus waarschuwen:

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden op-dat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).

Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matt. 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:

Verheug u (over de erfenis die u beloofd is) ook al moet u nu …allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken vanuw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Pet. 1:6-7).

Want daar tegenover staat de zekerheid dat

…… de Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigengevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Pet. 2:9)

En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Op. 3:10)

Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.

+

Vindt ook te lezen:

Het Geschreven Woord: Pijnigen

++

Aanvullende lectuur

  1. Het treffen van tijd en toeval
  2. Omgaan met zorgen in ons leven
  3. De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid
  4. De Voltooiing van de schepping 3 Noodzakelijke beproeving
  5. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  6. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  7. Doemdenkers en ons lijden
  8. Wie brengt het Kwaad over ons
  9. Bereid zijn toegang te krijgen tot vreugde in het aangezicht van tegenspoed
  10. We horen vrolijk te zijn in het midden van onze beproevingen
  11. Wees niet bang van die proeven die God op u wenst af te sturen
  12. God, beproevingen, tekenen en wonderen
  13. Beproevingen en geloof
  14. Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof
  15. Een liefde die ons niet vrijstelt van verzoeking
  16. Wordt verlicht met betrekking tot de betekenis van de tijd waarin we nu leven
  17. Overdenking voor vandaag
  18. Overdenking: David: Geloof leren door beproeving
  19. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  20. De Falende mens #2 Vrije keuze
  21. Gods vergeten Woord 21 #3 Gelovig afwachten
  22. Gods vergeten Woord 22 God en de Keizer 6 Recht en onrecht
  23. Beproevende God heeft tekenen gegeven
  24. Overdenking: De vertrouwelijke omgang van God is met wie Hem vrezen (Psalm 25:14)
  25. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  26. De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Oplossingen gezocht voor Joodse dienstvoorziening

Niet Joodse gelovigen hebben niet bepaald een probleem met het volgen van diensten op het internet. Voor vele Joodse gelovigen vormen diensten op het internet volgen wel een probleem. Daarom deze oproep

Hebt u een oplossing voor onze Joodse leden?

Hebt u misschien een antwoord op deze vraag?

Hoe kunnen Joodse gelovigen toch samen dienst beleven?

Zodra de duisternis valt op vrijdagavond lijkt in vele huishoudens van de Jeshuaistische en Joodse gelovigen ook een zekere vorm van duisternis te vallen. Zich aan de voorschriften houden zoals voorgebracht in de Sjemot/Exodus 35:3 en algemene traditionele regels, wordt er afgezien van enig werk en worden er ook geen lichtknoppen of elektrische toestellen bediend.
Dat maakt dat de Sabbatsviering volgen op het internet onmogelijk is daar het enkele taken verreist die door sommigen als “werk” worden aanzien. Meer nog opvallend is het ook dat er toch nog vele gezinnen zijn waar er geen televisietoestellen of computers in gebruik zijn. Voor anderen mag dat helemaal buiten de wereld zijn, maar dit is wel een realiteit waar wij rekening mee moeten houden.

Vraag is of wij nu ook niet weer in een tijd zijn waar wij uitzonderlijke maatregelen moeten inroepen, zoals onze voorouders deze gekend hebben in bepaalde tijden, toen zij ook niet naar hun tempel of synagoge konden gaan.

In enkele artikelen proberen wij daar aandacht aan te schenken nu wij naar 9 Av gaan en het verlies van 2 tempels gaan herdenken.

Wij zijn er van bewust dat elkeen van ons wel op zijn of haar eigen plekje kan bidden en een ingetogen gesprek kan aangaan met de Allerhoogste. Maar het samen komen of samen gemeenschap vormen is er met de coronacrisis niet bij en eist speciale voorwaarden of veiligheidsmaatregelen.

Wie weet kan er van uit een andere hoek een kijk worden gegeven die voor onze gemeenschap oplossingen kan aanbieden, zodat wij toch dat eenheidsgevoelen kunnen bewaren en ons niet schuldig moeten voelen van geen sjabbes te vieren in gemeenschap.

Door de corona-maatregelen van de overheid zijn we gedwongen geworden om niet enkel na te denken over onze omgang in het openbaar, maar ook om na te denken over wat wezenlijk is voor verwezenlijken van onze geloofsplicht.

Nu dat wij niet meer mogen samen komen in de tempel of synagoge, moeten wij andere mogelijkheden zoeken om toch als gemeenschap onze verbondenheid te voelen en iedereen de kans te geven om dat gevoel van verbondenheid te ondergaan in en met waardig gebed.

Vandaag lijkt het wel dat wij ons ernstig moeten gaan bezinnen over iets wat voor decennia oh zo gewoon leek, maar uiteindelijk toch niet zo evident lijkt te zijn. Wij zien namelijk dat bepaalde gemeenschappen zodanig zijn vastgeroest in bepaalde tradities dat de lockdown hen bij wijze helemaal omver heeft geblazen. Alles wat zo normaal leek, drie maal per dag naar de synagoge gaan o.m. is nu helemaal uit den boze, enz.

Het lijkt wel of onze gemeenschap plotseling wordt wakker geschud.  De meesten van ons leven in een gesloten gemeenschap ver weg van de buiten wereld. Wij zijn gewoon in onze eigen cocon te verblijven. Geen wonder, bij het regelmatig gevaar dat ons lijkt te omringen. De meesten van ons zijn trouwens heel bang om zich in het openbaar kenbaar te maken. Terwijl anderen zich juist nu nog meer naar buiten durfden profileren en niet bang waren om op hun terras of balkon hun liederen over de stad durfden laten klinken. (Wat dan weer de politie er deed op afkomen.)

Velen in onze gemeenschap hebben zulk een vaste gewoonten dat zij nu met het breken er van wat in de war zijn gestuurd. Ontheemd voelen zij zich wat verloren en zoeken oplossingen om toch het gevoel te hebben dat zij God toch nog waardig kunnen dienen. Ook heerst er een angst dat het coronavirus heel wat mensen weg zal brengen van de godsdienstbeleving, daar ze nu lekker alleen thuis kunnen blijven zonder verder veel taken te moeten opnemen. Anderen vinden dan weer dat er nu weer een middel is om de mens slaaf te maken van de wereldse gebondenheid.

Voor ons is het samenkomen van de gemeente onderdeel van ons leven waarbij wij onze verbondenheid met onze broeders en zusters bezegelen en onze dankbaarheid betuigen voor de Elohim  die Zijn heil schenkt en ons wil ontvangen in geloof en eerbaarheid. Dat samenzijn verrijkt ons telkens opnieuw en inspireert ons telkens weer de uitdagingen van deze wereld aan te gaan. Nu dat wij al voor meer dan vier maanden niet meer samen kunnen komen drukt dat wel op velen hun gemoed, omdat ze het gevoelen hebben dat ze de Adonai tekort schieten.

Misschien kunnen gelovigen van andere geloofsgroepen hierbij raad geven en oplossingen aanvoeren.

++

Aanverwante lectuur

  1. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  2. Voor het eerst in jaren weer een Pesach in isolatie
  3. Geestelijke affaires in CoViD-19 afzonderingstijden
  4. 9 Av 2020 en Dagen van droefheid
  5. Een huis bouwen voor God
  6. Ontnomen van een gebedshuis #1 Doodveroorzakers
  7. Verzamelen, bijeenkomen, samenkomen, vergaderen
  8. Verzamelen of Bijeenkomen
  9. Een samenkomst of meeting
  10. Vergadering – Meeting
  11. Laat ons samen komen
  12. De voordelen van een kleine gemeenschap of een huiskerk
  13. De ecclesia als lichaam van Christus

+++

Gerelateerde berichten

  1. Afgescheidenheid
  2. in tijden van corona
  3. Eenzaamheid onder jongeren
  4. Geloofsgemeenschap: een netwerk van liefde
  5. Eenheid in verscheidenheid; Joh 17,20-26
  6. Levende stenen; Hnd 6,1-7; 1 Pt 2,4-9; Joh 24,1-12
  7. Verbonden na Corona
  8. Bidden?
  9. Waarom de stijl van een kerkdienst niets zegt of er levend geloof is
  10. Avondmaal vieren over kerkmuren heen
  11. Mijn nieuw boek: De Joodse Apostelen
  12. Christenen moeten joodse feesten niet houden.
  13. Kerk-zijn in context
  14. Kerk in de stad, stad in de kerk
  15. Liturgie als centrum van kerkzijn? [1]
  16. Wat gebeurt er in de eredienst?
  17. Techniek in de eredienst. Een zegen en een vloek?
  18. Nieuwe liturgie in Corona-tijd (?)
  19. Corona zal ons tot slaaf maken
  20. De positieve gevolgen van corona
  21. Wie schrijft die blijft!
  22. Versoepeling lock-down
  23. Wat is vrijheid?
  24. Angst, naastenliefde en corona-maatregelen
  25. Unlock jezelf!

3 Comments

Filed under Gezondheid, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Wonderen van de Schepping: De acacia

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid: De acacia

Acacia, (geslacht Acacia), geslacht van ongeveer 160 soorten bomen en struiken in de erwtenfamilie (Fabaceae). Acacia’s komen oorspronkelijk uit tropische en subtropische regio’s van de wereld, met name Australië (waar ze lellen worden genoemd) en Afrika, waar ze bekende herkenningspunten zijn op het veld en de savanne.

acacia tree

Acaciaboom (Acaciasoort) op een savanne in Zimbabwe. Foto: © EcoView / Fotolia

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acaciaboom een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanna’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

Model van de tabernakel in de Timnavallei in Israël[

File:MountSinaiView.jpg

Foto vanaf de top van de Sinaïberg

De Ark van het Verbond, gemaakt tijdens de uittocht uit Egypte op de berg Sinaï, wordt hier in de tempel van Salomo te Jeruzalem gedragen.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen.
De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Ex. 25:5; 35:24).
De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Ex. 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft. De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Ex. 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen.

In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes:

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett.getabernakeld)” – Joh. 1:14.

God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met hem verzoend mogen worden. Een tweede beeld van Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over hem:

“Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jes. 53:2).

Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat hij diep geworteld was in Gods Woord, kon hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

C..T

Acacia penninervis

Acacia penninervis

+

Voorgaande

Wonderen van de schepping: Mammoetboom of reuzensequoia

1 Comment

Filed under Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Antwoord op Vragen van lezers: Vraag: Kunt u mij uitleggen wat er in Zacharia 3:2 wordt bedoeld met:‘Een brandhout uit het vuur gerukt’?

“ Jahwe zei tot de Satan: ‘Jahwe zal u terechtwijzen, Satan! Jahwe, die Jeruzalem heeft uitverkoren, zal u terechtwijzen. Deze Jozua is een stuk brandhout, dat aan het vuur ontrukt is!’” (Zac 3:2 WV78)

‘Een brandhout uit het vuur gerukt’

Terug keren

Omdat het volk in Jesaja’s tijd ver is afgedwaald, kondigt God Zijn oordelen aan. En niet het hele volk zal daaruit worden behouden; alleen een ‘rest’ daarvan, bestaande uit de getrouwen:

Want, Israël, al was je volk zo talrijk als zandkorrels aan de zee, slechts een rest zal terugkeren (Jes. 10:22).

Terugkeren betekent hier terugkeren tot God, en bij Paulus vinden we het daarom als

‘behouden worden’ (Rom. 9:27).

Bij Zacharia vinden we al een gedeeltelijke vervulling. Het uit ballingschap teruggekomen volk was begonnen de door de Babyloniërs verwoeste tempel weer te herbouwen, maar was daarmee gestopt toen het daarbij teveel tegenstand ondervond. Pas zo’n 20 jaar later namen ze dat weer op, toen God hun, door de profeet Haggai, verweet dat ze wel hun eigen huizen hadden herbouwd, maar de tempel maar hadden gelaten voor wat die was.

Het overblijfsel bij Zacharia

Zacharia begint met een serie van acht visioenen. In het 1e vraagt een engel:

‘HEER van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda, waarop u nu al zeventig jaar verbolgen bent?’ (1:12),

en het antwoord is:

‘zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand … nog zal de HERE Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen’ (vs 15,17, NBG’51).

Dat ‘verkiezen’ is een kenmerkende uitdrukking uit het tweede deel van Jesaja, over het herstel van het volk. Het volk heeft de herbouw van de tempel nu weer ter hand genomen, en vier jaar later is hij voltooid. Halverwege de herbouw, arriveert er een delegatie van elders, die komt vragen of ze nog door moeten gaan met het vasten en rouwen over de verwoesting ervan door de Babyloniërs, 70 jaar eerder. Zacharia geeft, namens God, een antwoord op die vraag, door hen er op te wijzen wat God twee jaar eerder had gezegd:

Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand (8:2, NBG’51).

En God verzekert hun dat Hij nu een heel andere houding heeft jegens het volk dan vóór de hervatting van de herbouw. Doch dat geldt niet het hele volk, maar alleen het ‘overblijfsel’:

Maar nu ben Ik voorhet overblijfsel van dit volk niet meer zoals inde vorige dagen, luidt het woord van de Here der heerscharen(vs 11, NBG’51).

En daarom krijgen ze in eerste instantie ook geen direct antwoord op hun vraag (of ze nog moeten doorgaan met dat vasten), maar op het werkelijke probleem:

Dit moeten jullie doen (NBG’51): Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht tespreken; wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want daar heb ik een afkeer van – spreekt de HEER’ (vs 16-17).

Dat rouw bedrijven is niet belangrijk. Wat van belang is, is de oorzaken wegnemen die tot de ballingschap hebben geleid.

Het visioen in Zacharia 3

Een paar hoofdstukken eerder in Zacharia vinden we een visioen dat die situatie symbolisch beschrijft. Maar we moeten ons er terdege van bewust zijn dat dit inderdaad een visioen is en absoluut geen werkelijkheid!

In zijn 4e visioen (Zach. 3) ziet Zacharia de hogepriester Jozua, gekleed in vuile kleren, iets waar volgens de wet van Mozes de doodstraf op stond. Hij staat voor ‘de engel van de HEER’, die namens God optreedt als rechter, terwijl ‘de satan’ als aanklager aan zijn rechterhand staat. Jozua vertegenwoordigt hier het volk, terwijl zijn vuile kleren de schuld van het volk symboliseren (zie vs 4). Zijn ‘aanklager’ heeft eigenlijk volkomen gelijk wanneer hij hem aanklaagt, maar toch weigert de engel van de HEER het doodvonnis uit te spreken. Want God had immers aangekondigd dat Hij het volk genadig zou zijn. Daarom spreekt hij ‘Jozua’ niet alleen vrij, maar bestraft hij zelfs de aanklager:

De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? (3:2, NBG’51).

Dit wijst terug naar het openingsvisioen, waar God had gezegd dat Hij Jeruzalem weer zou verkiezen. Hij had het volk Zelf in ballingschap doen gaan, maar Hij had het daar ook Zelf weer uit bevrijd. Dat drukt Hij uit in dat beeld van een stuk brandhout dat al in het vuur lag, maar daar weer uit weggegrist is.

Dus lezen we dat Hij de schuld van het volk wegneemt, uitgebeeld doordat Jozua schone kleren krijgt, feestkleding zelfs (vs 4); een duidelijk beeld van Gods genade. Toch moeten we niet uit het oog verliezen dat het hier, net als bij Jesaja, uitsluitend over de getrouwen gaat, dat ‘overblijfsel’. Het 6e visioen verkondigt namelijk heel duidelijk dat er een vloek zal uitgaan, die de goddelozen zal treffen. Ook dat is een echo van Jesaja. En het 7e visioen beschrijft ons, in al even symbolische taal, hoe de zonde definitief uit het land zal worden weggedaan, en teruggevoerd naar het land Sinear, waar ze vandaan kwam. Sinear staat in de Bijbel symbool voor menselijke eigengerechtigheid. Het is de naam die we in Gen 11 vinden voor de vlakte van Mesopotamië, het land van de toren van Babel, waar Abraham uit werd weggeroepen, en waarheen het volk – toen het zich onverbeterlijk toonde – door God werd teruggevoerd in de Babylonische ballingschap, maar waar Hij het ook weer uit bevrijdde.

De toepassing in de brief van Judas

Dit betreft het volk van het Oude verbond. Maar het is niet anders voor dat van het Nieuwe. Ook dat is alleen gered door genade. Daarover gaat een passage in de brief van Judas. Helaas wordt die maar door weinig mensen begrepen.

De sleutel ligt in die woorden

“Moge de Heer u straffen” (vs 9),

die een rechtstreekse aanhaling zijn van Zach 3:2. Judas heeft het over valse profeten, die niet aarzelen hun medegelovigen te veroordelen, terwijl zij tegelijkertijd zelf de geboden van Christus aan hun laars lappen. Zij zijn als die goddelozen ten tijde van Zacharia. En dus verwijst hij daarnaar. Hij begint zijn voorbeeld daarom nadrukkelijk met te verwijzen naar de Schrift, die zijn lezers immers kennen:

Ik wil u eraan herinneren – ook al weet u dit alles wel – dat … Denk ook aan … En herinner u ook … (vs 5,6,7).

Om er dan op te laten volgen:

En toch doen deze zogenaamde zieners precies hetzelfde: ze … verwerpen het gezag van de Heer … Zelfs de aartsengel Michaël waagde het niet … te veroordelen toen hij met (de duivel) twistte over het lichaam van Mozes. Hij zei alleen: ‘Moge de Heer u straffen’ (Judas 8-9).

Let op dat ik in dit citaat enkele stukjes heb overgeslagen, gedeeltelijk omdat ze de aandacht afleiden van waar het over gaat, maar voor een deel ook omdat de vertalers van de NBV (net als de meeste vertalers) de connectie met Zach. 3 niet hebben gezien. Judas spreekt hier over een aartsengel (Zacharia over de ‘engel van de HEER’) en over de duivel (Zacharia over de satan) als aanklager. En hij spreekt over het volk van het Oude Verbond. Zacharia deed dat in het beeld van de hogepriester van toen. Judas gebruikt de term ‘het lichaam van Mozes’ (de gever van de Wet van het Oude Verbond), zoals Paulus elders spreekt over het volk van het Nieuwe Verbond als ‘het lichaam van Christus’ (de hogepriester van dat Nieuwe Verbond). Hij benadrukt dat Gods engel het ‘overblijfsel’ van het volk niet veroordeelde, maar integendeel vrijsprak en van hun schuld bevrijdde. Die engel bestrafte juist de aanklager. Zo zullen ook deze ‘aanklagers’ van de getrouwen die God heeft verlost van hun schuld, bij het oordeel worden bestraft (veroordeeld) in plaats van hun geloofsgenoten, boven wie zij zich zo verheven voelden.

Een voorbeeld om na te volgen

Maar Judas laat het daar niet bij. Hij trekt nog meer conclusies uit dat visioen. Hij vermaant zijn lezers zich niet door zulke valse profeten op de verkeerde weg te laten brengen:

Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof … houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken (vs 20-21)

Gods liefde doelt zeker op de liefde waarmee God hen bevrijdde van schuld. Maar hij bedoelt ook dat wij op onze beurt die liefde en die barmhartigheid moeten betonen aan anderen, want hij vervolgt met:

Ontferm u over wie twijfelen en red hen (NBG’51) door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met anderen moet (echter) gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben (vs 22-23).

Medegelovigen die dreigen te worden meegesleurd door de verleidingen van die valse leraars, moeten zij op dezelfde manier ‘uit het vuur rukken’ als God het henzelf had gedaan, en (in dat visioen van Zacharia) zijn volk van destijds. Maar anderen die uit ongeloof of andere onzuivere motieven, tot het kwade neigen, moeten zij juist uit de weg gaan, zoals een Israëliet onder de Wet elke onreine (dat woord ‘bezoedeld’) uit de weg moest gaan. Hun vuile kleren worden niet, zoals die van Jozua, verwisseld voor een feestgewaad, want zij hebben die willens en wetens ‘bezoedeld’.

De les is dus dat wij de genade en barmhartigheid die God ons heeft betoond, op onze beurt zelf weer moeten betonen aan onze medegelovigen, in plaats van hen te veroordelen vanuit een houding van trots op onze eigen ‘gerechtigheid’. Niet veroordeling maar redding moet onze inzet zijn. Maar tegelijkertijd moeten wij ons niet inlaten met wie niet handelen uit zwakte, maar uit hoogmoed. Met hen moeten wij ons niet inlaten, want zij zouden ons kunnen meeslepen in hun val. Dat vraagt van ons dus onderscheidingsvermogen. Aan de ene kant mogen we ons niet onttrekken aan onze verantwoordelijkheid jegens onze medegelovigen, en aan de andere kant moeten we ons eigen geloof zo zuiver (‘rein’) mogelijk bewaren. Maar met Christus hulp moet dat lukken.

R.C.R

+

Voorgaande:

Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden

Leave a comment

Filed under Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers