Category Archives: Religieuze aangelegenheden

Wonderen van de Schepping: De vijgenboom

De Vijgenboom of Ficus carica, of Gewone Vijg is een Aziatische soort van bloeiende plant uit de moerbeifamilie, (Moraceae) en zijn eetbare vrucht.
De gewone vijg is inheems in een gebied dat zich uitstrekt van  het Middellandse Zee gebied, i.h. bijz. Aziatisch Turkije tot Noord-India. Natuurlijke zaailingen groeien in de meeste mediterrane landen; en worden gekweekt in warme klimaten voor hun vruchten maar ook als sierplant.
In het Middellandse Zeegebied wordt de vijg zo veel gebruikt, zowel vers als gedroogd, dat het “het eten van de arme man” wordt genoemd.
De vrucht bevat aanzienlijke hoeveelheden calcium, kalium, fosfor en ijzer.
*
De vijg was een van de eerste fruitbomen die werd verbouwd, en de teelt ervan verspreidde zich in verre eeuwen over alle districten rond de Egeïsche Zee en door de Levant. De Grieken zouden het van Caria hebben gekregen (vandaar de specifieke naam).
Voor de Griekse vijgen werden speciale wetten gemaakt om hun export te reguleren. De vijg was een van de belangrijkste levensvoorwerpen onder de Grieken; de Spartanen gebruikten het vooral aan hun openbare tafels. Plinius de Oudere somde vele variëteiten op en beschreef die van de thuisgroei als een groot deel van het voedsel van slaven.
In de Latijnse mythe werd de vijg voor Bacchus als heilig beschouwd en bij religieuze ceremoniën gebruikt; de vijgenboom die de tweelingstichters van Rome in de wolvengrot overschaduwde, was een symbool van de toekomstige welvaart van het ras.Dankzij de steeds zachtere winters kan de vijgenboom tegenwoordig ook goed in België en Nederland gehouden worden. Vaak wordt de plant tegen een muur geplant.

*

common fig

Gewone vijg = Vrucht van de gewone vijg (Ficus carica). Foto. Peter Firus, Flagstaffotos

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid: de Vijgenboom

Vanaf het begin van de schepping zijn er vijgenbomen. Na hun overtreding van Gods gebod probeerden Adam en Eva hun schaamte met vijgenbladeren te bedekken (Genesis 3:7). Ook voor het moment dat Gods plan voltooid is, is er sprake van de vijgenboom, maar dan als beeld van vrede:

“Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt” (Micha 4:4, NBG’51).

Ficus carica L, 1771.jpgDe vijgenboom is een loofboom, waarvan de nieuwe bladeren pas laat in het voorjaar verschijnen. Hij is een snelgroeier, omdat zijn wortels zich diep in de grond boren en over een groot gebied verspreiden. Na zeven jaar draagt hij voor het eerst vrucht. Wat opvalt is dat je in de Bijbel nooit over zijn bloemen leest. En hierin ligt zijn geheim: die zitten in de vrucht!
Hoe worden die dan bestoven? Hier is iets opvallends.
Er zijn namelijk zowel mannelijke als vrouwelijke vijgenbomen, en er is een bepaald soort wesp waarvan het vrouwtje, die in een mannelijke boom uit het ei komt, door een nauwe opening van de vijg naar buiten vliegt. Daarbij raakt zij het mannelijke stuifmeel aan, dat zij vervolgens naar een vrouwelijke boom brengt, met het doel daar haar eieren te leggen. Dat lukt haar niet, want de vrouwelijke bloemstijlen zijn te lang, dus komen er geen larven voort. Maar de bestoven bloemen zijn wèl vruchtbaar!

Jezus gebruikt de vijgenboom in zijn leer vooral als beeld van het volk Israël. In Lucas 13:6-9 vergelijkt hij zijn volksgenoten met een onvruchtbare vijgenboom, die op het punt staat omgehakt te worden. Als “hovenier” wil hij hen een laatste kans geven door hen te “bemesten”, d.w.z. hen nog krachtiger aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Maar deze extra inspanning bleek tevergeefs, want een half jaar later vervloekt hij een vijgenboom in de buurt van Jeruzalem, omdat die wel bladeren, maar geen vruchten heeft (Matteüs 21:18-19). Dit is geen ongeduld, maar een levend beeld van de natie Israël, die de schijn van godsdienst toont, maar in werkelijkheid geen godsvrucht voortbrengt.

Jezus past dit beeld ook toe op zijn wederkomst (Lucas 21:29-31). Het uitlopen van de boom duidt waarschijnlijk op het weer opbloeien van Israël als natie, iets dat in recente tijden werkelijkheid is geworden.
De zomer van zijn Koninkrijk komt er aan!

C.T.

+

Voorgaande

Wonderen van de Schepping: De dadelpalm

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Vermoeid zijn en rust vinden


De meeste van ons weten wat vermoeidheid is. We zijn allemaal wel eens moe. Sommigen zelfs altijd, door ziekte of door een vermoeiend leven. Toch hebben wij allerlei dingen die ons het leven makkelijker maken: een stofzui-ger en een wasmachine, een grasmaaier en een elektrische boormachine, een auto of bromfiets (of anders een bus of een trein).
In de oudheid kenden ze maar één manier om zwaar werk te vermijden: het een ander laten doen. Maar daarvoor moest je rijk zijn. Was je dat niet, dan moest je het zelf doen, want er waren geen batterijen en stopcontacten, laat staan motoren.

 

 

Zwoegen

Het Grieks van het NT gebruikt voor vermoeidheid het woord kopos, en voor moe worden kopiaō. In het gewone taalgebruik betekent kopos ‘het verrichten van een inspanning die vermoeid maakt’, en vervolgens die vermoeidheid zelf. Het werkwoord kopiaō betekent ‘zwoegen’ of ‘zich afmatten’ en vervol-gens: daarvan ‘vermoeid of afgemat worden’. Ook in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vinden wij dit woord. Eleazar, een van Davids helden, richtte een slachting aan onder de Filistijnen “tot zijn hand vermoeid werd” (2 Sam. 23:10). God zegt tegen Israël:

“Zo gaf Ik u een land, waarvoor u niet gezwoegd hebt” (Joz. 24:13).

In Psalm 6:7 zegt David:

“Ik ben afgemat van mijn zuchten”.

Dus niet alleen fysieke arbeid of letterlijk als soldaat vechten, maar ook verdriet en benauwdheid (door tegenstanders aangedaan) kunnen ons afmatten. Wat een vreugde is het dan om te weten dat in het komende Vrederijk het zwoegen niet tevergeefs zal zijn (Jes. 65:23).

Reizen

Vooral reizen was in het oude Israël een vermoeiende bezigheid. In het gunstigste geval kon je een ezel of een kameel het zware werk laten doen, maar meestal moest je gewoon lopen. De apostel Johannes zegt dat Jezus, bij de bron van Sichar, vermoeid was van zijn tocht (Joh. 4:6). Wij mogen ervan uitgaan dat Jezus dikwijls grote afstanden te voet aflegde. Vaak was het warm en droog. Het tijdig drinken van water was van levensbelang, want uitdroging lag op de loer. Wie wel eens door de Judese woestijn heeft gereisd (en uiteraard geldt dat voor elke woestijn), weet dat regelmatig water drinken absoluut noodzakelijk is. De apostelen Paulus accepteert de moeiten en zware inspanningen van het reizen, en van het daarmee gepaard gaande leven, als een normaal aspect van zijn bestaan:

“Wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten (kopos), in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten” (2 Kor. 6:4,5).

Zijn inspannend werken verzekert hem dat hij een ware dienaar is van Christus (zie ook 2 Kor. 11:23,27). Zijn handwerk wordt vermeld in 1 Kor. 15:10:

“Ik heb meer gearbeid (NBV: harder gezwoegd) dan zij allen”.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien verrichtten hij en zijn reisgenoten ‘zware handenarbeid’ (1 Kor. 4:12). En hij herinnert zijn mede gelovigen hieraan:

“Want gij herinnert u, broeders, onze moeite(kopos) en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen, hebben wij u het evangelie van God gepredikt (1 Thess. 2:9).

In 1 Kor. 16:16 lezen we:

“Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt (kopiaō)”.

De NBV geeft die twee werkwoorden weer met slechts één woord:

“die zich samen met hen zoveel moeite geven”.

Maar het Grieks van Paulus zelf is krachtiger:

mee werkend en arbeidend.

In Luk. 5:5 lezen we de woorden van Petrus, woordvoerder van de vissers die discipelen van Jezus waren

“Meester, de hele nacht hebben wij hard gewerkt.Ook hier is het woord kopiao,en het behoeft geen verdere uitleg dat hij het heeft over ingespannen arbeid op een vissersboot.

Geestelijke rust

Maar het woord kreeg ook een figuurlijke betekenis:

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Matt. 11:28).

Wie tot Jezus komt, doet dat in de verwachting van zijn geestelijke vermoeidheid te worden bevrijd. Die geestelijke vermoeidheid kan het gevolg zijn van het krampachtig vasthouden aan menselijke tradities, of van niet aflatende pogingen om perfectie te bereiken. Want al doen we nog zo ons best, het lukt ons gewoon niet. Joden, vroeger en nu, en christenen gaan gebukt onder het besef van hun falen, de angst voor straf en de gewetensnood die daarvan het gevolg is. Jezus bevrijdt ons daarvan en dat verklaart de wonderlijke rust die hij ons geeft. Door Jezus maakt God ons vrij van zonden en geeft ons rust en vrede. Gods zoon maakt ons vrij van een uitzichtloos leven, van schuld en van de dood. Het geheim is gelegen in het feit dat Jezus’ juk zacht is en zijn last licht. De reden is dat Hij onze schuld gedragen heeft en dat hij onze last mee-draagt. Hij wekt de gelovigen op zich altijd volledig in te zetten voor het werkvan de Heer:

“… in het besef dat door de Heer uw inspanning (kopos, enkelvoud) nooit tevergeefs is” (1 Kor. 15:58).

Ook deze bezigheid is arbeid die vermoeid maakt. Maar nu is het een vermoeidheid die niet tevergeefs is.

“Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven. En de Geest beaamt: Zij mogen uitrusten van hun inspanningen (kopos,meervoud), want hun daden vergezellen hen’” (Openb. 14:13).

MR/RCR

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Als men een rationeel wezen is


“Als ik een nachtegaal was,
dan zou ik zingen als een nachtegaal;
als ik een zwaan was, als een zwaan.
Maar omdat ik een rationeel wezen ben,
is het mijn rol om God te prijzen.”
~ Epictetus

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Kennis en Wijsheid, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Evalueren met een aan God grenzende gerechtigheid en met een aan God grenzende compassie.”


“We evalueren anderen met een aan God grenzende gerechtigheid,
maar we willen dat zij ons evalueren met een aan God grenzende compassie.”
~ Sydney J. Harris

 

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden

De deur van God om de stad van God binnen te treden


“De deur van God is nederigheid.
Onze vaders, door de vele beledigingen die ze ondergingen
traden de stad van God binnen.”
~ John the Short’

 

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Gezang en geluiden die stromen in het hart


“Ik huilde door de schoonheid van uw hymnes en lofliederen,
en was erg geroerd door het prachtige geluid van uw zingen in de kerk.
Deze geluiden stroomden mijn oren binnen en de waarheid stroomde in mijn hart.”
~ St. Augustinus van Hippo.”

 

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Culturele aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Bedenking: Uitstappen in geloof


”Wanneer je uitstapt in geloof, zie je vaak een doorbraak”
~ Bobby Schuller

Bobby Schuller zegt dat je in veel bijbelverhalen ziet dat mensen eerst een stap in geloof zetten – niet wetend wat komen gaat- om vervolgens daarna de verandering te zien.

Ik realiseer me dat daar enorm veel moed voor nodig is, maar jij bent moedig. Maak de keuze vandaag!
Welke keuze stel jij al een tijdje uit?

Robert H Schuller zegt:

‘If it is going to be, it is up to me!”

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Reacties op in ons gedrukt tijdschrift verschenen artikelen:

Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Vraag: Ik hoor verschillende meningen over de bruiloft van het Lam. Waar en wanneer zal dat gebeuren, en wie zullen daar bij zijn?
Kunnen jullie mij wat Bijbelteksten geven die daar duidelijk over zijn?

Antwoord: De uitdrukking ‘de bruiloft van het Lam’ is afkomstig uit het Bijbelboek Openbaring: Openb. 19:6-10, meer speciaal vs 6b-8.

“6 Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte en als het gedruis van vele wateren en als het dreunen van zware donderslagen, en zij riepen: Alleluja! De Heer, onze God, de Albeheerser heeft zijn koningschap aanvaard. 7 Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam en zijn bruid heeft zich al klaargemaakt.’ 8 (Voor haar bruidskleed kreeg ze smetteloos, blinkend lijnwaad; zinnebeeld van de goede daden van de heiligen.) 9 En de engel zei tot mij: ‘Schrijf op: zalig zijn die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam’. En hij voegde eraan toe: ‘Dit zijn de eigen woorden van God.’ 10 Toen viel ik voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Dat nooit! Aanbid God alleen. Ik ben slechts een dienstknecht zoals gij en uw broeders die het getuigenis van Jezus bezitten.’ Het getuigenis van Jezus immers is het dat de profeten bezielt.” (Opb 19:6-10 WV78)

Wanneer: Openbaring is een moeilijk boek, waar veel opvattingen over worden verkondigd. Maar eraan vooraf gaan de hoofdstukken 17-18, die spreken over een macht die oorlog voert tegen de heiligen (in het NT een aanduiding van de ware gelovigen, zie bijv. Rom. 1:7, en andere brieven van Paulus), en die wordt aangeduid met de naam ‘Het grote Babylon’. Die macht wordt in hoofd-stuk 18 geoordeeld (veroordeeld). In 18:24 wordt van haar gezegd:

… en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen,die geslacht zijn op de aarde.

Dit spreekt over vervolging van de gelovigen. In 19:1-4 worden dan over dat oordeel lofprijzingen geuit:

Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn Zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja!

De passage herinnert ons aan Jesaja. Daarin wordt ook gesproken over de ondergang van Babel, dat Gods volk in ballingschap had gevoerd, maar dat daarvoor door God geoordeeld werd. De ondergang van dat Babel betekende de bevrijding van Gods volk (in dat deel van Jesaja veelvuldig aangeduid als ‘Gods knechten’), maar staat bij Jesaja ook als een symbool van de bevrijding uit die andere gevangenschap: die van de zonde en de dood.

Zonder verderop alle details in te willen gaan, wil ik hier stellen dat dit verwijst naar de tijd van de opstanding (die plaats zal vinden bij Jezus’ wederkomst) wanneer de ‘wereld’ die door de eeuwen heen de ware gelovigen heeft verdrukt en vervolgd daarvoor geoordeeld zal worden, maar wanneer ook de dood van zijn kracht zal worden beroofd.

Hoererij staat voor valse leer (het beeld komt vooral uit Ezech. 23) en uit Openb. 17 & 18 blijkt dat de ‘afgoderij’ van de wereld vooral bestaat uit het dienen van de Mammon: de lust van het geld. De voor altijd opstijgende rook is een beeld dat uit Jes. 34 stamt, en heeft betrekking op het oordeel over Gods vijanden en de vijanden van Zijn volk. Maar laat u niet misleiden door de kop ‘gericht over Edom’. Het is duidelijk dat het gaat over een vernietiging die plaats heeft in het land Edom, maar die alle volken betreft (zie vs 1-2).

In Openb. 19, vanaf vs 11 zien we een beschrijving van een triomferende Messias (Christus) die vonnis velt en oorlog voert tegen de onrechtvaardigen. En in Openb. 20 lezen we over het begin van Gods Koninkrijk (daar aangeduid als een heerschappij van 1000 jaar) en over de eerste opstanding. Dat stemt overeen met wat ik boven al aangaf.

Conclusie 1: Het heeft betrekking op de tijd van Jezus’ wederkomst, wanneer hij oordeel velt en Zijn (Gods) Koninkrijk vestigt. Wij verwachten dit nu betrekkelijk snel.

Wie We lezen in 19:7b-8:

… de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. Zijn bruid mag zich kleden met ‘smetteloos fijn linnen’ en dit zijn ‘de rechtvaardige daden der heiligen’.

Dat laat maar één conclusie toe: de bruid bestaat uit de gerechtvaardigde heiligen (= gelovigen).

Overigens meen ik dat de vertaling beter zou luiden als in de Statenvertaling:

‘de rechtvaardigmakingen der heiligen’.

De uitdrukking wijst terug naar zulke passages als:

Die de bruid heeft, is de bruidegom (Joh. 3:29, Joh. de Doper over Jezus) Want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen (2 Kor. 11:2, Paulus aan de gelovigen te Korinte)

Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft lief gehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet.(Efez. 5:25-27, Paulus aan de gelovigen te Efeze)

Dit wordt herhaald in Openb. 21:2 en 9, Openb. 22:17. En de gedachte vinden we al in het OT met betrekking tot het gehele volk in bijv. Jer. 2:2, Ezech.16:8 en 23:4; alleen ligt daar de nadruk op hun huwelijksontrouw.

Conclusie 2: De ‘bruid’ is een aanduiding van de gemeente, d.w.z. de gezamenlijke gelovigen, levend ten tijde van Jezus’ wederkomst of in de periode daaraan voorafgaand (uiteraard voor zover zij bij het oordeel worden aangenomen).

Waar De ‘bruiloft’ is uiteraard een beschrijving van de aanname van de gemeente door Christus. Of dat plaats zal vinden op een bepaalde plek op aarde wordt ons in de Bijbel niet verteld, laat staan wáár die plek zich dan zou bevinden. Het gaat om het feit, niet om de locatie. Wel weten we dat de heiligen na Jezus’ wederkomst met hem zullen regeren in zijn Koninkrijk (Openb. 20:6), en we weten dat dit Koninkrijk wereldwijd zal zijn. Dus hun taken zullen zich uiteindelijk overal op aarde bevinden.

“ Zalig en heilig die deel hebben aan de eerste opstanding! Over hen heeft de tweede dood geen macht. Zij zullen priesters zijn van God en Christus, en met Hem als koningen heersen, duizend jaren lang.” (Opb 20:6 WV78)

RCR

 

+

Vindt ook te lezen:

  1. Wereld waarheen? #5 De Val van Babel
  2. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  3. Christus in Profetie #3 De Knecht in Jesaja (3) Gezalfde
  4. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  5. Verlossing #4 Het Paaslam
  6. De Wederkomst en de eindtijd #2 Blik op de nabije toekomst
  7. De Wederkomst en de eindtijd #4 De komende toorn

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers

Joodse emigratie niet volgens de tijd van Nederlandse christenen

Nederland mocht het afgelopen jaar een kleine 25.000 Joden zien vertrekken naar Israël. Dat is natuurlijk wel een flink aantal, maar afgezet tegen de miljoenen Joodse mensen die nog buiten Israël verblijven, is het geen opzienbarend groot aantal. Toch willen de Nederlandse christenen dat alle Joden maar zo snel mogelijk naar Israël zullen verhuizen.

Het zal voor velen niet naar hun zin zijn om te horen dat lang niet alle Joden die gaan emigreren, als bestemming Israël kiezen. En er zijn ook Joodse mensen die Israël verlaten om ergens anders een nieuw thuis op te bouwen.

Niet alle Joden zien het als noodzaak om hun huidige ‘thuisland’ te ruilen voor het “thuisland Israël”. Het Zionisme is niet bij iedereen ingebakken in het bloed. Voor ouders met jonge kinderen is er ook het onaanvaardbare dat zij hun kinderen daar in het leger zouden moeten laten gaan (wegens de verplichte legerdienst die nu ook door de gelovigen moet volbracht worden). Wapendracht is totaal tegen de Wil van God en onverzoenbaar met ons geloof.

Wij merken wel dat er, vooral bij Nederlandse en Amerikaanse evangelische gelovigen de gedachte heerst dat alle Joden zullen moeten vergaderd zijn of bijeen moeten gekomen zijn vooraleer de Messias zou terugkeren. Men kan hierbij de vraag stellen

Uit welke tekst in de Bijbel valt op te maken dat alle Joodse mensen al thuis in Israël moeten zijn als de heer Jezus, de Messias, terugkeert naar deze aarde?

Het is wel gekend dat Jehovah God Zijn volk thuis zal brengen, in hun eigen land, en niet Jezus. Ook staat daar nergens een datum op geplakt. Zelfs betreft de dag van terugkeer van Jezus, wist zelfs hij zelf niets af, omdat zulke zaken alleen God gegeven zijn.

Wij denken in jaren en aantallen, God is het die dagen en jaren bepaalt, zelfs voor de terugkomst van Zijn eigen geliefde zoon.

Het is aan de Heer Jehovah om Zijn hand weer op te steken om het overblijfsel van Zijn volk terug te krijgen, en om een ​​banier voor de natiën op te richten, om de verdrevenen van Israël te verzamelen en de verstrooiden van Juda vanuit de vier hoeken van de wereld te verzamelen. Iedereen zal mogen te weten komen dat er een snelweg zal zijn voor het overblijfsel van God,  Zijn volk, dat zal blijven, vanuit vele windstreken, zoals er voor Israël was op de dag dat Israël uit het land Egypte kwam.

Jesaja 11:11-16 lijkt daar op te wijzen:

“11 Geschieden zal het te dien dage:

doorgaan zal mijn Heer met het opheffen van zijn hand om te verwerven het overblijfsel van zijn gemeente,- dat overblijft uit Asjoer en Egypte, uit Patros en Koesj, uit Elam, Sjinar en Chamat, en van de eilanden in de zee. 12 Opheffen zal hij een vaandel onder de volken en verzamelen Israëls verstotenen; Juda’s verstrooiden zal hij bijeenhalen van de vier vleugels van de aarde. 13 Wijken zal de naijver van Efraïm en wie Juda benauwen worden weggemaaid; Efraïm zal Juda niet meer benijden en Juda Efraïm niet benauwen. 14 Over de schouder van de Filistijnen zullen ze zeewaarts vliegen, samen zullen ze de zonen van het oosten buitmaken,- terwijl zij naar Edom en Moab hun hand uitstrekken en de zonen van Amon hen gehoorzamen. 15 Eens deed de ENE de tong van Egyptes zee in de ban, terwijl hij nu met zijn hand wenkt tegen de Rivier met de gloed van zijn geestesadem; uiteenslaan zal hij hem tot zeven beken en op schoenen zal men daardoorheen zijn weg gaan. 16 Wezen zal er een straatweg voor het overblijfsel van zijn gemeente dat zal overblijven uit Asjoer,- zoals er een was voor Israël op de dag dat hij opklom uit het land van Egypte.” (Jes 11:11-16 NB)

Het kan gerust zijn dat wij nog meer tekenen zullen gaan zien, dan diegene die wij nu al waar kunnen nemen. Er wordt namelijk ook over een banier gesproken die zal opgeheven worden onder de goyim of heidenvolken, zodat de verdrevenen van Israël en die vanuit Juda overal verspreid zijn, zullen worden teruggebracht van de vier hoeken van de aarde.
Laten we ons dus maar geen zorgen maken, de Elohim Hashem Jehovah zorgt er Zelf wel voor dat Zijn volk, op Zijn tijd, thuis zal komen.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Enige dragende bekommerende en verlossende God


Zij die beweren christen te zijn,
zouden er moeten over nadenken welke God zij eren.
Eren zij dezelfde God die Jezus Christus en zijn discipelen aanbaden, of aanbidden zij Jezus als hun god.
Toen sprak God deze woorden:
‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte,
uit de slavernij, heeft bevrijd.
Vereer naast Mij geen ​andere ​goden.’
Exodus 20:1-3


Bijna elke christelijke traditie benoemt als eerste gebod alleen het laatste gedeelte van dit vers:
vereer naast Mij geen andere goden.
Maar de Joden kijken naar het geheel en zo moeten wij dat ook op die manier zien.
Wij moeten oog hebben voor de God die aan Zijn volk redde. Hij stond aan hun kant maar wil ook aan onze kant staan.
Hij is de God die in jou en hen gelooft en laat weten dat zij Zijn volk zijn.
Ik ben jullie God. Jullie zijn geen slaven meer, maar zijn onderweg naar het beloofde land. Ik sta aan jullie kant. Ken Mij!
Het kan moeilijk te geloven zijn dat God aan jouw kant staat. Misschien lees je dit en denk je dat God niet aan jouw kant staat, en nooit heeft gestaan. Toch is het waar. Het betekent niet dat het leven niet moeilijk kan zijn en dat je niet met moeilijke uitdagingen te maken krijgt. Het betekent niet dat je niet overspannen of ziek kunt worden. Het betekent niet dat je niet met strijd te maken krijgt.
Maar waar je ook mee te maken krijgt,
God zal je erdoorheen dragen.
Hij zal je uit de slavernij dragen, naar het beloofde land. Heb vertrouwen en geef niet op.
Gebed
Dank U, Heer dat U er altijd bent.
Zelfs als ik U niet zie of ervaar, draagt U mij.
Help me om me dat ook in moeilijke tijden te herinneren.

Leave a comment

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Bezinningsteksten, Gebeden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden