Category Archives: Levensstijl

Naast Joodse Jeshua volgers ook Geen plaats voor de islam in Nederland

Onderzoek van Hoogleraar Ruud Koopmans bracht aan het licht dat  2/3 van alle Nederlanders van mening was dat de islam niet bij Nederland hoorde.  Stel je voor dat 2/3 van alle Nederlanders islamofoob en/of racist zou zijn.

Koopmans vond nog veel meer en durfde dat ook hardop te zeggen:

“Onder leden van Nederlandse moslims bestaan bijvoorbeeld enorme negatieve opvattingen over homoseksuelen, joden, of moslims die van het geloof afstappen.”

“Moslims moeten hun verantwoordelijkheid nemen en hun afwerende houding van ’dat is ons pakkie-an niet’ laten varen. Mensen zijn namelijk niet gek, die zien ook dat moslims wél massaal de straat op gaan om Erdogan te steunen of om tegen Israël te protesteren.”

“Er bestaat een sterke neiging om de oorzaken in de boze buitenwereld te zoeken in plaats van in de eigen gemeenschap. Moslims geven Geert Wilders de schuld, of westers kolonialisme, of Israël, of islamofobie.”

“‘Geweld heeft niets met de islam te maken’ is een drogreden waar je niet meer mee aan kan komen als terroristen zelf verklaren dat ze handelen vanuit het geloof.”

“Wereldwijd staan er 50 miljoen moslims klaar om geweld te gebruiken”

“Dat het de schuld van anderen is, zit bij veel moslims heel diep.” {Dr. Gert Jan Mulder over aantijgingen van extreemlinkse twitteraars}

Veelal wordt er verward gekeken naar mensen met een anders geloof dan de doorsnee Nederlander, waarbij zij ook geen verschil tussen de verschillende vormen in die moslimcultuur zien.

TwitterDr. Gert Jan Mulder gaat in een schrijven van 21 maart in op de aantijgingen van extreemlinkse twitteraars, die er twee weken terug in slaagden hem van Twitter te verdrijven. Hij hecht zich eraan te benadrukken dat haat nooit een motief is geweest om zich kritisch uit te laten over islam, of over individuele moslims en schrijft

Ik heb niets met geloof in het algemeen en al helemaal niets met islam en alles dat daarmee samenhangt. {Dr. Gert Jan Mulder over aantijgingen van extreemlinkse twitteraars}

Hij vind:

  • dat de toevloed van moslims naar Nederland geen toegevoegde waarde heeft gehad voor de Nederlandse maatschappij;
  • dat multiculturalisme heeft gefaald;
  • dat islam geen godsdienst is maar een politieke ideologie met als doel de rest van de wereld te onderwerpen (door jihad); {Dr. Gert Jan Mulder over aantijgingen van extreemlinkse twitteraars}

Hierbij lijkt hem te ontgaan dat zulk een politieke ideologie een bijverschijnsel is dat wij ook bij de Rooms Katholieke Kerk hebben kunnen waarnemen. Die Kerk heeft zich jaren bezondigd aan prediking met geweld op Europees, Afrikaans en Amerikaans grondgebied. Meerdere kruistochten werden georganiseerd in naam van die godsdienst. Die rooftochten, verkrachitngen en moorden hadden niets te maken met dat geloof in Christus, maar wel alles met macht, zoals wij nu ook met Daesh, ISIS, Bokoharam en konsoorten kunnen zien.

Pim Fortuyn op 4 mei 2002 (Foto: Roy Beusker)Volgens Gert Jan Mulder zou de cultuur die islam en moslims vertegenwoordigen en zo veel vernieuwing en uitzonderlijke kunst in de wereld heeft gebracht achterlijk zijn en verwijst hij naar lectuur van de van Israel naar Nederland geïmmigreerde David Pinto en naar de lectuur aan wie Pinto de duimen moest leggen, de bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam die aanvankelijk met onder andere de Communistische Partij van Nederland sympathiseer, Pim Fortuyn.

Mr. Mulder ziet het allemaal donker in en ziet niet in dat er de komende 1400 jaar verandering zou komen, wat hij daarmee moge bedoelen? Voor hem staat het vast

Hierbij ziet hij meerdere samenwerkingsverbanden tussen Israëliërs en Palestijnen zowel als tussen Joden en Islamieten over het hoofd. Wie weet kent hij helemaal zulke initiatieven niet als Wahat al-Salam – Neve Shalom (uitgesproken “waaḥat’ as-salaam/nevei shalom”) wat Arabisch en Hebreeuws is voor Oasis van Vrede (Oasis of Peace) een opzettelijke bijeengebrachte gemeenschap, in 1970 gesticht door broeder Bruno Hussar en verder uitgewerkt door de jaren heen bij de Joodse en Palestijnse Arabische burgers van Israël. Het dorp ligt halverwege tussen Jeruzalem en Tel Aviv-Jaffa. De school die door die gemeenschap is gesticht wordt nu gretig bezocht door kinderen van Palestijnse  origine, Islamieten en Joden. Men is niet gelieerd aan enige politieke partij en mensen voelen zich vrij en buiten het touwgetrek van de Israëlische regering staande. Hierdoor is het samenwerkingsverband zeer aantrekkelijk en staan er meer dan 300 families op een wachtlijst om toegelaten te worden tot het dorp.

Ook bepaalde tradities blijkt de heer Mulder niet te onderscheiden van het ware geloof. Zo te zien trekt hij alles onder één lijn. Hij haalt dan ook de menselijke tradities aan die zelfs zeer plaatselijk gebonden mogen zijn, zoals

  • dat FGM (diverse vormen van vrouwen verminking, onder andere door tenminste clitoris verwijdering) eenvoudig afschuwelijk is;
  • dat de meeste mensen de reikwijdte hiervan niet begrijpen en niet willen zien (zelfs in Egypte met ruim 40 miljoen vrouwen zijn ruim 90% van alle vrouwen besneden); {Dr. Gert Jan Mulder over aantijgingen van extreemlinkse twitteraars}

Voor hem botsen vrijheid van meningsuiting en islam alhoewel dat in de vroegere eeuwen veel islamitische landen open stonden voor Joden en anders denkenden. Wel kan men zeggen dat hij terecht aanhaalt dat er in de islam een gevaar schuilt dat het

Maar daarop zou ik kunnen zeggen dat hij zoals vele anderen misschien eens wat meer met ware gelovigen moet praten en zich niet moet fixeren op fundamentalistische groeperingen, alsook dat hij zijn taalgebruik naar anders denkenden of gelovigen wat zou kunnen bij schaven of beschaafd houden. Waarom zulke lelijke woorden gebruiken naar medemensen?

Wat hij doet zou het zelfde zijn als moesten wij ons gaan fixeren op de fundamentalistische christenen, die dokters doden welke abortus plegen, of die huizen in brand steken van anders gelovigen of mensen waar zij het niet mee eens zijn, of in Afrika onder dwang mensen tot het christendom brengen.

Mr. Mulder begrijpt niet hoe simpele zielen zich verliezen in hem als racist te betitelen omdat dit alles volgens hem namelijk niets met racisme te maken heeft. Schrijft hij als verontschuldiging?

Ik maak wel degelijk onderscheid, discrimineer maar niet zonder dat daarvoor een gerechtvaardigde reden bestaat. {Dr. Gert Jan Mulder over aantijgingen van extreemlinkse twitteraars}

Velen mogen verschrikt opkijken als zij te horen krijgen hoeveel moskeeën er in Nederland en België wel mogen zijn. Hierbij denken ze dan ook dat de islam onze contreien aan het veroveren is. Maar moeten zij dan niet de vraag stellen hoe dat zou kunnen komen. Waaraan ligt het dat mensen van hier zich gaan aansluiten bij een godsdienstgroep die niet hier maar in het Midden-Oosten haar oorsprong vond? Hetzelfde kan gezegd worden betreft de verhoogde aanhang in de jaren 70-80 van vorige eeuw voor het boeddhisme. dat won toentertijd ook enorm aan gegadigden die over gingen to meditatievormen en het prevelen van gebeden in het Sanskriet.

In beide gevallen zien wij duidelijk een zoektocht naar het hogere en het buitengewone. Bij de overgang naar de islam kan men stellen dat mensen naar een godheid zoeken en naar verlichting die hun godsdienst niet heeft kunnen brengen. Hierbij mag men wel betreuren dat vele van die verlaters van hun christelijk geloof niet de moeite hebben genomen om eens bij ware christenen te gaan kijken. Maar hier kenden zij allen maar de ‘Getuigen van Jehovah’ die hen afschrikken omdat de goegemeente daar zo tegen is en deze als des duivels worden beschouwd. Van die christenen die naar de islam zijn overgestapt heeft 100% vast en zeker niet nar ware christenen, zoals de  ‘Christadelphians’ of ‘Broeders in Christus’ gezocht. Voorzekers heeft ook niemand daarvan gekeken wat de ‘Kerk van God’ hen te bieden zou kunnen hebben, of de Nazarener vrienden.

Mr. Mulder zou zich best eens afvragen waarom zo veel autochtonen zich willen bekeren en dan daarbij nog zo ver zouden willen gaan om zich heel anders te gaan kleden dan hier in deze streek de gewoonte is, terwijl in de islam zulke volledige versluiering van de vrouw niet eens verplicht is. eveneens vergeet de heer mulder hoe hier in de jaren 50-60 van de vorige eeuw de Katholieke vrouwen ook gesluierd of met een hoedje op de straat op moesten en links in de kerk gescheiden van de mannen moesten zitten. Of was dat voor zijn tijd en weet hij daar niets van omdat hij weinig van dat Katholieke geloof af weet?

Hij geeft toe dat hij niets met religies heeft maar zegt ook

nog minder met totalitaire ideologieën die alle waarden die wij in het “vrije westen” in eeuwen hebben bevochten niet respecteren en met voeten en hun jihad willen treden en vernietigen. Als u die ideologie aanhangt nodig ik u graag uit om weg te gaan. Ga fijn in een islamitisch land wonen.

Waaruit eens te meer dat hij geen onderscheid kan maken tussen de ware religie en de menselijke dogmatische groeperingen, zoals die in elke geloofsgroepering zich voordoen. Nederland is daar zelfs een pracht voorbeeld van van zulke fundamentalistische christelijke verenigingen en zeer conservatieve personen die eveneens weinig vrijheden aan hun volgelingen toelaten (zelfs geen televisie kijken of krant lezen op zondag).

 

Wij kunnen slechts hopen dat mensen als mr. Mulder gaan inzien dat er een groot verschil is tussen godsdiensten onderling en hoe mensen hun geloof willen dragen maar daarbij ook valselijk misleid kunnen worden door mensen die heel wat andere prioriteiten hebben dan dat (ware) geloof.

1 Comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Geschiedenis, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Geen plaats voor Jezus volgende Joden in Nederlandse Kerk noch in Israël

Heel veel mensen nemen wel het woord ‘joods-christelijk’ in de mond zonder goed te weten waar ze het over hebben of zonder enige affiniteit te willen voelen met het Joodse volk of hun geloof.

Diverse politieke partijen, vaak juist niet-christelijke, willen nog weleens roepen dat de Europese beschaving joods-christelijke wortels heeft.

Die term ‘joods-christelijk’ mag ook nogal raar zijn wanneer men weet dat veel Christenen eeuwenlang Joden hebben onderdrukt, vervolgd en verketterd. Ook zijn er heel wat joden die niet veel van Christus en christenen moeten hebben. Ook voor de ware volgers van Jeshua of Jezus Christus (zoals hij door velen is gekend) is het dikwijls moeilijk om zich te vereenzelvigen met christenen of om zich er maar mee verwant te voelen, daar zij vinden dat de meerderheid van christenen Jezus verloochend door zijn ongelofelijke daad van overgave niet te willen erkennen en hem tot hun god te maken.

Men kan echter niet ontkennen dat Jeshua een bijzonder figuur was die van een enorme invloed is geweest op het gebeuren in Europa. Het valt niet te ontkennen dat de christelijke godsdienst de Europese geschiedenis diepgaand heeft beïnvloed. Hoe men het draait of keert is er ook heel wat gediscussieerd, gepalaverd maar ook gevochten rond die persoon Jeshua of Jezus, die ook de Christus wordt genoemd.

Ook al werd door de eeuwen heen er heel wat gedaan om het jodendom de mond te snoeren of te vernietigen, is het de enige geloofsgroep die zich als enige de repressie van andere godsdiensten heeft weten te overleven. Ontegensprekelijk moet men in dat Joodse geloof de wortels zien van het christendom en christenheid. De aartsvader Abraham, koning David uit wiens geslacht Jezus voortkwam, de schrijvers van de boekrollen en de vele profeten waren Joden. Zelfs het Nieuwe testament werd geschreven door Joden. De eerste volgelingen van Jeshua (de Jood Jezus) waren zoals hij ook Joden. Zonder hen was de beweging “De Weg” niet op gang gekomen en zou het Christendom niet ontstaan zijn.

Nederlandse kerkvaders zien echter niet graag een verbintenis met het Joodse geslacht. Er zijn ook meerdere Nederlanders die er iets op tegen hebben om te wijzen naar de term  ‘joods-christelijk’ omdat de twee onderdelen van de term namelijk ongelijk zijn. Voor hen slaat het woord ‘joods’ op een periode voor pakweg 100 na Christus, de term ‘christelijk’ op de overige 1900 jaar.

Daarmee wordt ‘joods’ antiek verklaard – een neiging die door heel de kerkgeschiedenis te vinden is. De contemporaine jood wordt daarmee niet in zijn waarde gelaten: hij is antiek, ouderwets, aanhanger van een achterhaalde godsdienst. Hij zelf is geen onderdeel van de term ‘joods-christelijk’, terwijl zijn identiteit daar wel genoemd is.

Ook wensen zij te benadrukken dat

Alles wat genoemd is aan joodse bronnen, Oude en Nieuwe Testament, worden in deze term door christenen geïnterpreteerd, ja zelfs van naam voorzien. Het Oude Testament heet alleen maar zo, omdat er een Nieuwe Testament bestaat in het christendom.

De Nederlandse gereformeerden vinden dat het jodendom hun Hebreeuwse geschriften op een geheel eigen wijze interpreteren en mits zij Jezus niet als God erkennen ook niet onder de zaligheid van God kunnen vallen. Door die typische Joodse interpretatie is in de term ‘joods-christelijk’ volgens hen dan ook geen ruimte.

Als dat namelijk wel zo zou zijn, zouden we in onze ‘joods-christelijke’ cultuur heel wat makkelijker omgaan met jongensbesnijdenis, met speciale voedingsvoorschriften, met het idee dat er geofferd zou kunnen worden, met sluiers of hoofddoekjes of pruiken, met noem maar op. Juist omdat het christendom het Oude Testament heel anders interpreteert en deze interpretatie al eeuwen als de enig geldende meeneemt, zijn deze joodse (en islamitische) instellingen vreemd aan de Europese cultuur. Kortom, ‘joods-christelijk’ is een term vanuit de macht, niet een term die gewaardeerd wordt door de minderheid. Het is een term die de werkelijkheid versluierd: het lijkt erop alsof ‘wij’ een meerderheid en een minderheid waarderen in Nederland, maar in werkelijkheid staan we op het standpunt van de meerderheid en sluiten we twee minderheden buiten. {Eveline van St}

De Messiaans Joodse theoloog Mark S. Kinzer vraagt aandacht voor wat hij noemt een ‘bipolaire ecclesiologie’. Dat wil zeggen dat er binnen de kerk als lichaam van Christus ruimte zou moeten zijn voor een kerk uit de besnijdenis, die zich kan houden aan de Joodse wetten. Hierop vinden de Nederlandse christelijke theologen dat wij helemaal niet meer aan oude voorschriften moeten houden en dat zulk een keuze voor Joodse wetten dan zou getuigen van een niet erkenning van Jezus Christus zijn godheid en zijn positie als vernietiger van de Mozaïsche wetten. Meerdere Joden die Jeshua als hun Verlosser hebben aanvaard vinden dan wel dat zij als Joden die Jezus als de Messias volgen niet moeten ophouden zich als Joden te gedragen. De vele Messias belijdende rabbijnen vinden ook dat wij ons aan de Thora moeten houden en dat wij volledig in ons recht zijn om ons te blijven onderscheiden van de heidenen in hun levenswandel. Zo is ook de stelling van Kinzer. Daarmee hebben volgen hem deze Messiaanse Joden een dubbele taak. Enerzijds verbinden zij het lichaam van Christus met het Joodse volk, anderzijds vormen zij binnen het Joodse volk een levende verbinding met Jeshua of Jezus die de Messias is en met de kerk als zijn lichaam.

Kinzer geeft toe dat de stem van Messiasbelijdende Joden tot nog toe nauwelijks gehoord is in het nadenken over het “Joods-Christelijk” gebeuren. Kinzer biedt een handreiking aan zij die geloven dat Christus de diepste grond is onder het specifieke verbond van God met Israël.
Volgens hem zijn Joden en heidenen binnen het lichaam van Christus verbonden, omdat zij horen één te zijn in hem. De Joodse volgelingen van Jeshua zijn één in Christus, maar daardoor niet hetzelfde geworden. Meerdere Christenen begrijpen die “eenheid” niet en denken dat die “eenheid van Jezus met God” inhoudt dat Jezus God zou zijn. Maar zulk een gedachte maakt de woorden van Christus Jezus die vraagt dat wij één zouden worden met hem zoals hij één is met de Vader, voor die vele trinitarische christen zeer moeilijk, want dan zouden wij ook Jezus worden maar eveneens God worden of zijn. Dat maakt het voor die theologen in het christendom even verwerpelijk als sommige farizeeën het verwerpelijk vonden toen Jezus over die eenheid sprak, en zich dan volgens hen gelijk stelde met God. Volgens dat denken zouden Messiaanse Joden Jesjoeanen (Jesjoeaansen) of Jeshuaisten zich dan ook gelijk stellen met God. Maar niets is minder waar. Jeshuaisten als volgers van Jeshua beseffen dat Jeshua niet God is en dat het volgen van Jeshua en één worden met Jeshua helemaal niet inhoudt dat men aan God gelijk zou kunnen worden.
Wel geloven Jeshuaisten dat zij die Jeshua als de Messias willen aanvaarden onder de gemeenschap van Christus vallen. Maar Jeshuaisten geloven ook dat Jeshua de weg heeft geopend naar goyim en dat zo heidenen ook mede-erfgenamen mogen zijn, of mede-leden en mede-deelgenoten. Dat is volgens ons namelijk het mysterie van het evangelie.

Wij geloven dat Israël Gods uitverkoren volk is en dat kan misschien moeilijk liggen in de harten van vele “Christenen” en zeker van bepaalde Katholieke en protestantse theologen, die vinden dat enkel ‘godsgeleerden‘ het Woord van God kunnen verduidelijken en beslissen wie tot het Christendom mag of kan behoren. Velen van de theologen schijnen te vergeten (of niet te willen zien) dat de christelijke kerk is voort gekomen vanuit de Joodse sekte die de eerste christelijke gemeente vormde en ondenkbaar is zonder Israël. Met de Joden die Jezus als Messias belijden zouden zij zich in het geloof verbonden moeten voelen als broeders en zusters.

In 2017 trokken spanningen tussen Israëls rabbinaat en de liberale stromen in het Judaïsme, zowel in Israël als in het buitenland de aandacht door geschillen over religieus pluralisme. Maar een andere groep, die van de Messiaanse Joden, werd voortdurend geboycot door zowel het hoofdstroom van het wereld-Jodendom als Israël.

Zo nu en dan bereikt een verhaal de media over iemand die zichzelf als Jood ziet, waarvan de immigratie-aanvraag naar Israël, oftewel alya, geweigerd werd op grond van het feit dat hij of zij een Messiaanse Jood of Jeshuaist is.

Dit was zo bijvoorbeeld het geval met de Zweedse psychologe Rebecca Floer (64) en de dochter van een Holocaust-overlevende, die in november 2017 uit Israël werd gedeporteerd. Hoewel ze zichzelf niet als een Messiaanse Jodin definieert, gelooft zij in Jeshua, de naam die door Messiaanse gelovigen en Jeshuaisten voor Jezus wordt gebruikt. Maar Jeshuaisten geven zich niet graag uit als Messiaanse Joden, omdat bij die groepen heel wat trinitarische gelovigen zitten of Joden die een andere Messias belijden dan Jeshua.

In Israël is het probleem dat Jesjoeanen of Jeshuaisten niet aangesloten zijn bij de Joodse gemeenschap waardoor zij uit de boot vallen voor immigratie, aldus een hoge ‘aliya’-ambtenaar van het Agentschap, Yehuda Scharf {aan The Jerusalem Post}.

“Als iemand verklaart dat hij in Jezus gelooft, dan is hij geen Jood – hij gelooft niet in ons geloof,”

voegt hij eraan toe.

“Het is simpel. Een Jood, die naar Israël wil emigreren, zal naar Israël verhuizen als hij zijn Judaïsme kan aantonen. Indien hij zijn Jodendom niet kan bewijzen, dan is het een ander verhaal.”

De Wet op het recht van Terugkeer was door de Knesset in 1950 tot wet verheven. Om die wet te omzeilen zijn er heel wat gelovigen in Jeshua die zich in Israël ook aansluiten bij een gewone Joodse synagoge en daardoor met hun geheimhouding van hun geloof in Jeshua toch hun geloof kunnen belijden maar ook aanvaard worden als Jood.

Opmerkelijk is dat Mevrouw Floer al drie jaar deels in het noorden van Israël had gewoond op een hernieuwd toeristenvisum, werd haar paspoort inmiddels op de zwarte lijst geplaatst en kon haar advocaat haar enkel waarschuwen dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, voor haar zal zijn om naar het land terug te keren.

Zowel in Israël als in de Joodse wereld, is er een bijna algehele verwerping van Messiaanse Joden of Joden, die in Jezus geloven zoals Jeshuaisten (of Jesjoeanen). Zij komen niet in aanmerking voor aliya, want terwijl ze zichzelf als Joden beschouwen, wordt niet geaccepteerd dat een Jood in Jeshua of Jezus kan geloven. In 1970 werd Amendement 4A van de Wet op het recht van Terugkeer aangenomen, waarin staat:

“De rechten van een Jood in het kader van deze wet en de rechten van een oleh (immigrant) onder de Nationaliteitswetgeving, 5712-1952, evenals de rechten van een oleh krachtens enige andere wet, zijn ook van toepassing op een kind en een kleinkind van een Jood, de echtgenote van een Jood, de echtgenote van een kind van een Jood en de echtgenote van een kleinkind van een Jood, met uitzondering van iemand, die een Jood was en vrijwillig zijn/haar religie heeft veranderd.”

Aldus oordeelde de Hoge Raad in 1989 dat het geloof van Messiaanse Joden in Jezus hen Christenen maakt en dat ze dus niet in aanmerking komen voor automatisch Israëlisch burgerschap, maar die beslissing werd evenwel opengelaten voor toekomstige veranderingen.

“De ‘seculaire test’ bestaat uit verschillende onderdelen en het is mogelijk om onderling de fundamenten van de Joodse godsdienst, de Hebreeuwse taal, de geschiedenis van het Joodse volk en de herbouw van de onafhankelijkheid in de staat, op te noemen. Het gewicht van deze elementen is in de loop van de tijd veranderd en zal in de toekomst veranderen. De seculier-liberale voorstelling is een dynamisch concept, dat verandert met het levenspad van het Joodse volk gedurende de geschiedenis,”

is er geschreven.

In april 2008 oordeelde het Hof dat verscheidene Messiaanse Joden in Israël recht hadden op Israëlisch burgerschap, omdat zij de afstammelingen waren van Joodse vaders of grootvaders, maar zelf nooit Joods geweest waren en zich dus niet hadden bekeerd.

“Je moet er een onderscheid tussen maken, of zij in aanmerking komen als Jood of als familielid van een Jood (amendement 4A),”

legt Prof. Barak Medina, hoogleraar staatsrecht van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, uit. Medina merkt op, dat indien iemand zichzelf definieert als een Messiaanse Jood, hij niet verkiesbaar is op grond van zijn eigen verdienste, maar op grond van de verdienste van zijn Joodse familielid – zolang hij niet vrijwillig bekeerd is. Iemand die zich vrijwillig bekeerd heeft, benadrukt hij, wordt beschouwd als zijn recht op aliya te hebben opgegeven.

”Ik denk niet, dat deze benadering in de nabije toekomst gaat veranderen,”

zegt Medina.

Groot probleem bij de kijk naar Jeshua volgelingen of Messiaanse Joden is dat anderen bang zijn dat dit groepen zijn die anderen volstrekt willen bekeren tot hun geloof.

Rabbijn David Rosen, adviseur voor interreligieuze zaken bij het Opperrabbinaat van Israël, die tevens fungeert als de directeur van het Departement van Interreligieuze Zaken van het Amerikaans Joodse Comité bij het kijken naar Jeshua belijdende Joden gaat een enorme vergissing aan te denken dat zij mensen zijn die zouden geloven dat Jezus één van de personen van de drie-eenheid van God is. Ware volgers van Jeshua geloven namelijk niet in de valse doctrine van de Drie-eenheid. Het is juist om die reden dat In Nederland en België kerkleiders zulke gelovige niet onder het christendom willen aanvaarden. Ook al zegt rabbijn David Rosen

“Ze kunnen dus zichzelf identificeren als etnisch Joodse Christenen of Joodse Christenen, als ze dat willen. Maar ze zijn Christelijk”

Kerkvader Hieronymus zei over Messiasbelijdende Joden.

„Terwijl ze verlangen zowel Joden als christenen te zijn, zijn ze geen van beiden.”

In de Jules Isaac Stichting (opgericht in 2015) vernoemd naar de Franse Joodse historicus Jules Isaac doen ze een poging om de ontwikkeling te bevorderen van een volwaardige christelijke theologie die volgens hen werkelijk vrij is van vervangingsdenken. Zulke vervangingstheologie staat voor het idee dat de kerk de plaats van het volk Israël zou hebben ingenomen. Voor hen zijn Jeshua volgende Joden al 1500 jaar lang volkomen buiten beeld en daarom vroegen zij zich op 23 maart af wat de belangrijke Messiaans Joodse theologen als Mark Kinzer de kerk te bieden hebben en hoe het komt dat deze gelovigen nu meer in het openbaar beginnen te komen.

Hen valt het op dat de sterke opkomst van het Messiaans Jodendom sinds de jaren zestig van de afgelopen eeuw zonder meer tot de meest opmerkelijke ontwikkelingen behoort van de laatste vijftig jaar. Bewust zijnde dat Messiaans Jodendom (Messianic Judaism) staat voor de internationale beweging van Joden die het geloof in Jezus niet in strijd zien met hun Joodse identiteit kijken zij wel op naar de reden om zulk een beweging of groep niet in het christendom te aanvaarden.

Men moet nagaan waarom vanaf de vierde eeuw voor deze Joodse Jezus gelovigen geen plaats meer binnen de Kerk bleek te zijn. Vanaf toen werden zij alleen nog slechts getolereerd wanneer ze volledig afstand deden van hun Joodse identiteit.

Als gevolg van deze kerkelijke maatregel waren Messiaanse Joden 1500 jaar lang volledig van het toneel verdwenen. Maar sinds de afgelopen eeuw zijn ze terug van weggeweest. Hun aantal wordt intussen geschat op 150.00 – 200.000. En dat aantal groeit gestaag, vooral in Israël en de Verenigde Staten. Het is fascinerend te zien, hoe de beweging waarmee de kerk 2000 jaar geleden begon, juist in onze tijd opnieuw groeit en bloeit. Redenen genoeg om een studiedag te wijden aan deze fascinerende en belangrijke ontwikkeling.

vond de Jules Isaac Stichting.

Jeroen Bol, voorzitter van de Jules Isaac Stichting, gaf in zijn lezing een historisch overzicht van het Messiaans Jodendom. Zoals de periode vóór de Reformatie gekenmerkt werd door sterke anti-Joodse trekken in kerk en theologie, is er volgens hem kort ná de Reformatie, met name in Engeland, sprake van een trendbreuk.

Théodore de Bèze (Theodorus Beza) in 1577

Het zijn de Engelse puriteinen geweest die in toenemende mate afstand begonnen te nemen van het anti-judaïsme in de theologie van de middeleeuwse rooms-katholieke kerk. Was de klassieke theologie tot dan toe doortrokken van wat men later de ‘teaching of contempt’ (‘catechese der verguizing’) is gaan noemen, bij de Engelse puriteinen zien we rond 1600 een ‘teaching of esteem’ ontstaan. Het begin van deze omslag wordt doorgaans gezien bij de kanttekening die Beza rond 1560 in de Geneva Bible plaatste bij Romeinen 11:25-26. Contra Calvijn die hij zojuist in Geeve had opgevolgd stelde Beza dat Israël hier niet staat voor de kerk maar voor het Joodse volk. In diezelfde periode rond 1560 doceerden de grote theologen Martin Bucer en Peter Martyr op grond van Romeinen 11 dat de kerk nog een toekomstige massale bekering van het Joodse volk staat te wachten. Steeds meer puriteinse theologen na hen brachten met name op grond van hun exegese van Rom.11:12-15 die toekomstige massale bekering in verband met een eveneens te verwachten massale wereldwijde opwekking van ongekende proporties. Ook de latere Humble Attempt van Jonathan Edwards moet helemaal in deze traditie gezien worden. Het is een bij uitstek optimistische theologie waarin een positieve (toekomstige) rol voor het Joodse volk is weggelegd. Dit staat in scherp contrast met het Middeleeuws scenario waarin de Joden doorgaans het bij uitstek voor altijd verdoemde volk waren.

schrijft Bol, die verder betoogt

Grote namen uit de tijd rond 1600 waren o.a. de puriteinse theologen Thomas Brightman en Hugh Broughton. Broughton was een groot geleerde op het gebied van het Hebreeuws en de geschriften van de rabbijnen. Hij was de eerste Engelsman die het plan opvatte om als zendeling onder de Joden in het Nabije Oosten te gaan werken. Hij stond ook in nauw contact met rabbijn Abraham Ruben van Constantinopel. Deze rabbijn had contact gezocht met Broughton omdat hij zijn hulp wilde bij het vertalen van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws. De hele 17e eeuw wordt overigens in zowel Engeland, Holland en Duitsland gekenmerkt door een enorme belangstelling onder protestante theologen voor de studie van het Hebreeuws en van Joodse geschriften als de Talmud en de Mishna. Het Joodse volk stond, anders dan in de Middeleeuwen, voor het eerst in de geschiedenis van de kerk veel positiever op de radar in protestant West Europa.

In de 18 eeuw valt die intense aandacht voor de plaats van Israël terug, ze is dan veel minder prominent aanwezig. Maar het oude kerkelijke antijudaïsme wint niet opnieuw terrein in Engeland. Het is of het nieuwe denken over Israël even pas op de plaats maakt. De 18e eeuw is de eeuw van de grote internationale evangelical awakening. Een opwekking van een geografische en getalsmatige orde van grootte die tot dan ongeëvenaard was. Engeland, Wales, Schotland, Noord Ierland, Scandinavië, Duitsland en niet te vergeten het toen nog Engelse Noord Amerika, in al die landen was sprake van opwekking en kerkgroei. het was de geboortetijd van evangelicaal christendom.

De daarop volgende 19e eeuw wordt eveneens gekenmerkt door krachtige opwekkingen en verdere groei en ontwikkeling van de evangelicale beweging. Het is ook de eeuw van de grote doorbraken op het gebied van zending. Engeland is deze eeuw het brandpunt, maar ook piëtistisch Duitsland speelt een belangrijke rol. Het is in deze eeuw dat aandacht voor het Joodse volk weer volop in het middelpunt van de evangelicale agenda komt te staan. Zending onder de Joden en passie voor de in de Schrift voorzegde terugkeer van het Joodse volk naar Palestina, het was gemeengoed in het denken van vooral de calvinistische evangelicale christenen in het Engeland van de 19e eeuw. Sterk aanwezig was ook het bewustzijn dat de Joden met name van de hand van de Rooms Katholieke Kerk eeuwenlang onnoemelijk veel en verschrikkelijk onrecht was aangedaan. Deze evangelicale christenen wilden heel nadrukkelijk een heel ander gezicht van het christendom laten zien: werkelijke naastenliefde, daadwerkelijke hulp, opkomen voor gerechtigheid. In diezelfde 19e eeuw treffen we dit type opwekkingschristendom in Nederland aan in de kringen van het Reveil (Isaac Da Costa) en bij een beweging als het Heil des Volks (ds. Jan de Liefde). In Engeland was Lord Shaftesbury wel de bekendste onder hen. Andere bekende namen in Engeland zijn o.a. Charles Simeon en Robert Murray McCheyne. Uiteindelijk bleek dit geheel nieuwe protestante pro-Joodse christendom in Engeland zo sterk dat het zelfs in staat bleek de Balfour Declaration in het leven te roepen. En zo heeft het filosemitische Engelse evangelicale christendom aan de wieg gestaan van de huidige staat Israël

Als Jeroen Bol terugkijkt op vier eeuwen calvinistisch gestempeld opwekkingschristendom in de Engelstalige wereld valt er zijns inziens een lans te breken voor de idee dat deze grote opwekkingen mogelijk een bijzondere door God georkestreerde connectie hebben gehad met Gods plannen met het Joodse volk. Hij haalt aan

Zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël de Reformatie en de daaruit voorkomende puriteinen en opwekkingsbewegingen mede in het leven heeft geroepen om een einde te maken aan de vreselijke dwaling van christelijk antijudaïsme en het lot van de Europese Joden positief te beïnvloeden?

En zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël, die ook de Heer van de Kerk is, dit evangelicale christendom ook om die reden drie eeuwen lang zo onvoorstelbaar rijk heeft gezegend met enorme opwekkingen en doorbraken op het gebied van zending?

Hij vraagt zich af of God dit opwekkingschristendom destijds niet mede om die reden zo enorm sterk heeft gemaakt om zo een keer te brengen in het lot van Zijn uitverkoren volk Israël. Hij vraagt zich af

Sprak deze zelfde God al niet in Genesis 12 tot Abraham en over Abrahams hoofd ook tot de kerk der eeuwen:

“Ik zal zegenen wie u zegent en wie u vervloekt zal ik vervloeken”?

Bergt dit alles voor de kerk van vandaag niet zowel een belofte als een waarschuwing in zich ? Ligt er niet nog steeds, of wellicht juist nu, een belofte van grote zegen voor een kerk die het Joodse volk en Israël werkelijk tot zegen zoekt te zijn?

Maar vandaag zien wij juist dat meerdere kerken helemaal geen zegen zien in dat Joodse Volk noch in Joodse volgelingen van Jezus (zoals Jeshuaisten) of Messiaanse Joden.

Michael Mulder, universitair docent Nieuwe Testament en Judaïca aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn die tevens Kerk en Israël aan de CHE in Ede doceert en directeur is van het Centrum voor Israël Studies, sprak over de identiteit van Messiaanse Joden in Nederland en Israël,en vond dat zij helemaal niet thuis horen in de kerk in Nederland heel eenvoudig weg omdat zij noch Christen noch Jood zijn volgens hem.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Juridische aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Erfgoed gegeven


 God heeft ons een erfgoed gegeven.
Iets wat al vele geslachten oud is:
Zijn Woord.
Aan ons de opdracht om te leven naar dat Woord.
 

Dutch version / Nederlandse versie > a Heritage given

1 Comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Wanneer Joden uitschelden een routine werd

Sinds 2014 mogen we zeggen dat in Nederland, België en Frankrijk als het ware niet speciaal werd opgekeken wanneer Joden werden uitgescholden.

Mannelijke Moslims kregen niet zo veel opmerkingen als vrouwelijke moslims; Zij die te gesluierd rondliepen konden wel op reacties rekenen. Maar toch mag men zeggen dat zij in het algemeen minder last hadden dan de Joden. Joden kregen het niet alleen aan de stok met moslims, maar kregen ook haatwoorden van “mensen van hier”.

Vijf jaar geleden viel het oudere mensen, die de jaren ’30 hebben meegemaakt, al op dat wij in zekere zin terug naar die periode aan het gaan waren. Maar velen vonden erg genoeg ook dat de Jodenhaat vandaag de dag veel agressiever is dan voorheen. Het komt ook in een andere vorm tot uiting. Een soort vreemde macht.

In Nederland en België begonnen de oma’s en opa’s hun kleinkinderen aan te moedigen om deze contreien te verlaten. Ook al mocht Israël niet zonder gevaar zijn kon het daar toch beter zijn en kunnen wij er op rekenen dat de staat Israël voor ons zal zorgen. Vele Joodse gezinnen vonden het de laatste jaren dan ook veiliger om België te laten voor wat het was en hun intrek te nemen in het “Beloofde Land”.

Voor hen die in Nederland, België of Frankrijk wonen hangt de verhouding tegenover andere inwoners van die streken af van hun herkenbaar joods zijn en hoe zijt geloof al of niet uitdragen. Hoe minder herkenbaar als Jood hoe minder men met de Jodenhaat geconfronteerd word. Maar zij die zich als jood ben een ambassadeur van Israël voelen zullen echter ook meer weerstand vinden en verantwoording moeten afleggen voor wat de staat Israël allemaal aanricht.

Bij opperrabbijn Jacobs waar in 2014 te Amersfoort ruiten werden ingegooid en hij regelmatig uitgescholden werd valt het op dat uitschelden eigenlijk al routine is geworden. Hij zei

“Dat zie je van kilometers ver aankomen. Joden zijn daaraan gewend. Het is een realiteit waar iedereen mee leert leven. Daarom heb ik eieren voor mijn geld gekozen in plaats van blijven hopen dat de situatie verbetert.”

Hij schrok er ook niet van als er naar hem of zijn medebroeders

‘Dood aan de Joden’

werd geroepen in de Haagse Schilderswijk om dat dit al al jaren wordt geroepen. Hem stelt het hem niet zo teleur daar hij zich wel Nederlander aanschouwt, maar dat Nederlands zijn zijn identiteit niet laat bepalen. Hij zei

“Ik voel me ook Nederlander en heb liefde voor het land. Maar ik ben opgegroeid met het idee:

‘Ik heb een eigen land en dat is Israël.’

Omdat mijn Nederlandschap niet echt mijn identiteit bepaalt, ben ik nu niet zo teleurgesteld. Bovendien, als er sprake is van teleurstelling, is die al eerder bevestigd tijdens de Tweede Wereldoorlog.”

Voor hen die tijdens de tweede wereld oorlog zijn geboren of daarna, zijn er enkel de verhalen van onze ouders en grootouders. Sommigen behoren ook tot ouders die als kind waren opgevangen bij anders gelovigen. Dat maakt het dan weer zeer moeilijk hoe dat Joods zijn te plaatsen en geen verraad te voelen voor hen die onze familieleden in bescherming namen. Bij meerderen kan dit een zeer grote druk teweeg brengen. ook kunnen er opgevangen kinderen in een christelijk gezin opgegroeid zijn en zo met het christelijk geloof verstrengeld zijn geraakt dat het Joodse geloof op de achtergrond geraakt. Maar nu kunnen hun kinderen of kleinkinderen zich weer naar die Joodse wortels begeven of voelen zij zich toch sterk tot die Joodse wortels aangetrokken.

Van de kinderen of kleinkinderen van bij christenen opgevangen Joden, die sterk beïnvloed zijn door het christelijk geloof, zijn er dezen die wel aan nemen dat Jezus Christus de Messias is. Maar beseffen zij ook dat die Jezus een Jood was met de naam Jeshua die ook de God der Joden aanbad en niet zichzelf (zoals vele christen geloven). De nakomelingen van het Kindertransport zitten soms met een dilemma, vooral ook als er geen bewijzen meer zijn van de vroegere moeder of grootmoeder, mits deze in de kampen zijn omgekomen. De Joodse lijn lijkt dan zo verbroken of niet meer terug vindbaar. Maar diep in het hart is er dan wel dat Joodse gevoelen. Sommigen hebben gelukkig nog enkele aandenken aan hun Joodse voorouders en zoeken deze lijn weer sterk te maken. Ook al zou het voor hen inhouden dat zij nu Jeshua als de Messias aanschouwen en zo ook deel zouden kunnen uitmaken van de Christenheid. Echter willen zij duidelijk afstand nemen van het Christendom waar er christenen zijn die een Drie-eenheid aanbidden in plaats van de God van Abraham.

Voor deze die het Joodse verwantschap aanvoelen maar ook Jeshua als de Messias willen aannemen is het dikwijls nog moeilijker dan de Joden die nog uitkijken naar een eerste komst van de Messias. Als Messiasbelijdende Joden zijn die gelovigen die Jeshua als Messias aannemen in vele gevallen niet welkom bij andere joodse gemeenschappen. Maar bij vele christenen zijn ze ook niet welkom omdat zij weigeren Jezus als hun god te nemen. Dat maakt hun ergens wezens die nergens bij lijken toe te behoren en als eenzaten het langs nog meer kanten het te verduren krijgen, van Joden, Christenen en Moslims. Dezer dagen maakt dat het ook niet makkelijker.

Wij weten wel dat er rabbijnen zijn die zeggen dat het jodendom buiten Israël er is als een soort bijproduct van het hoofddoel: Israël. Maar als Messias belijdende Joden of Jeshuaisten beseffen wij dat Jeruzalem de hoofdstad zal zijn van het Beloofde Land Israël, maar dat Gods Koninkrijk zich ook zal uitstrekken naar alle landen van de wereld. Gods Koninkrijk zal plaatsgrijpen maar eveneens hier en wij geloven dat wij allemaal mogen uitkijken naar die komende vrede over de gehele wereld, en niet enkel naar een klein stukje in het Midden Oosten.

+

Lees ook

  1. Kritiek op Israël niet gelijkstellen met antisemitisme
  2. Geïnstitutionaliseerde discriminatie
  3. Wereld herdenkt Auschwitz met overlevenden
  4. Islamitische terreur doet hulp aan Palestijnen verminderen
  5. Geen groeiende moslimhaat in Europa, maar groeiende jodenhaat
  6. Over de ‘normaliteit’ van antisemitisme in Europa
  7. Jeruzalem en Joodse en Christenen hun angst voor uitsluiting
  8. Amsterdamse Joden voelen zich steeds onveiliger.
  9. Waarom vele van onze broeders zich stil houden voor de buitenwereld
  10. Europees spilland en antisemitisme
  11. Niet te negeren gebeurtenissen rond Joden in België
  12. Prinsesjes en carnavalstoestanden #1 Aalst Carnaval 2019
  13. Haat tegen verarming en tegen Israël nieuwe manier om Joden te haten
  14. Gemelde antisemitische voorvallen neemt toe

Leave a comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Je gezicht steeds in de richting van de zon houden


“Houd je gezicht altijd in de richting van de zon
– en schaduwen zullen achter je vallen.”
– Walt Whitman


English version / Engelse versie > Keeping your face always toward the sunshine

1 Comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Positieve gedachten

Al of niet reageren op wantoestanden

Soms reclameren bepaalde Christadelphians en Christenen dat het niet juist is dat wij als Christenen wereldse zaken durven behandelen en daardoor ook politiek actief zijn.

Men moet weten dat al mogen Christenen proberen, struikelend, Christus na te volgen, het belangrijk is dat zij zoals Jezus het ook durven opnemen voor hen die geen stem hebben of verwaarloosd worden of voor wie onrecht wordt aangedaan. Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Daarom kúnnen en mogen wij ons nooit neerleggen bij misstanden in de wereld en moeten wij durven spreken daar waar nodig.

+

Engelse versie / English version: Not or well responding to abuses

1 Comment

Filed under Aankondiging & Introductie, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Egoïsme tegenover onzelfzuchtigheid


Zelfzucht verandert het leven in lasten,
terwijl onzelfzuchtigheid lasten in leven verandert.


English version / Engelse versie > Selfishness opposite selflessness

1 Comment

Filed under Bezinningsteksten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Positieve gedachten, Voelen en Welzijn

Verbondenheid met de wereld


moeten we eerst gek worden voordat we ons kunnen verbinden met de wereld.

waanzin is tegenwoordig een meer accurate beschrijving van de wereld dan de orde van het objectieve

~ Boris van Meurs {
Van de bloemetjes, de bijtjes en het kernafval: problemen van Diepe Ecologie}

Leave a comment

Filed under Aanhalingen of Citaten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Voelen en Welzijn, Wereld aangelegenheden

Hoe staat het met de mens zijn geweten

Waar staat de mens van vandaag?

Hoe kijkt de mens vandaag naar zijn omgeving?

Eindelijk zijn er jongeren opgestaan om de ouderen eens wakker te schudden. Lange tijd leek het alsof de jongeren vandaag enkel geïnteresseerd waren in hun vele gadgets en gefocust waren op het zich profileren op sociale media.

De ouderen, die in mei 1968 op de bres hadden gestaan, zagen met lede ogen aan hoe onze maatschappij gewetenloos was ontwikkeld naar een wereld waarbij eenieder op zichzelf focust. Men kon zich afvragen waar het geweten van de mens naartoe was gegaan. Want weinigen lijken of leken last te hebben van een geweten of van wat er allemaal mank loopt in dezer dagen.

Filosofiestudent Boris van Meurs, in De Klos, vindt dat het schone geweten een gevaar is,

omdat het zelf besmet is met de kwaal die het slechts bij anderen waarneemt: de overmoed, hubris. {Tegen het Schone Geweten}

Hij schrijft

Het schone geweten is een geweten dat zichzelf onbevlekt waant, dat zijn principes kent en in het vertrouwen berust deze te verwezenlijken. {Tegen het Schone Geweten}

Maakt dat in zijn ogen dat het geweten dus onbevlekt is 

in die zin dat het vertoonde gedrag geen spatten maakt op het vel waarop de morele principes in sierlijk schrift neergeschreven zijn

of waar men kan stellen dat

het gedrag in harmonie is met de principes?

Doorheen de eeuwen heen hebben heel wat mensen pogingen gedaan om de menselijke geest te ontrafelen en te zoeken naar bepaalde waarheden?  Graag wensten velen ook normen en waarden te definiëren. Die normen en waarden vast te stellen en ze over te dragen in gemeenschappen. Godsdienstgroepen en/of geestelijken namen daarbij een belangrijke plaats in, daar zij hun aandacht toespitsten op voor hen belangrijke normen en waarden.

Mensen zochten naar oplossingen om hun gemeenschappen leefbaar te maken. Ook zochten zij om hun eigendommen te vrijwaren maar ook om zichzelf te verrijken. Daarbij kon men wel de vraag stellen in welke mate dit mocht gebeuren ten koste van de ander. Was men daar bereid om zijn geheugen aan te spreken? Wenste men wel na te denken of het wel gepast was dat dier te gaan doden? Was men bereid om zich vragente stellen over de houding tegenover anderen?

Men kan stellen dat het schone geweten orde en transparantie wil maar is dat wel zo? Voorzeker heeft het geweten bij velen de zin om controle te hebben over het handelen, en vaak gaat de hersenpan ook nog zoeken naar mogelijkheden om controle te hebben over anderen. Hierdoor zijn we beland bij het discours over twee essentiële aspecten

  • a) het morele handelen, wat het praktisch-maken van de abstracte morele wet is en
  • b) deze morele wet zelf.

van Meurs stelt

Het onderscheid tussen deze aspecten is wezenlijk, omdat het illustreert dat het schone geweten enerzijds een individuele taak behelst, maar een taak die tegelijkertijd gerechtvaardigd wordt door en rechtvaardiging moet afleggen aan een universele morele wet. Het is het individu dat het schone geweten heeft, omdat hij zijn handelen smeedt naar de plichten en taken van een wet die groter is dan hijzelf. {Tegen het Schone Geweten}

Maar wie of wat kan er die “Wet” opstellen?

De wet kan van God komen, in de Redelijkheid stoelen, op common sense leunen of simpelweg in de onderbuik huizen: belangrijk is dat het individu tegelijkertijd in haar universaliteit als haar vanzelfsprekendheid gelooft. Het schone geweten staat twijfel toe over het hoe van de verwezenlijking van de morele wet, maar niet over haar bestaansrecht. {Tegen het Schone Geweten}

Kan de wet van de ene mens in evenredigheid even gerechtigd staan of evenwaardig zijn indien die wetten door mensen opgesteld oh zo verschillend kunnen zijn? Welke principes wil die mens opnemen om zijn of haar wetten te stellen? En in welke zin zouden zijn of haar wetten meer gerechtvaardigd zijn dan de wetten van de ander?

Grote vraag is

Welke wetten wil men hanteren?

Alsook

Vanuit welke principes wil men die wetten gaan opstellen of kiezen voor welke wetten?

Vreemd genoeg geeft van Meurs de indruk dat

principes niet wankelbaar zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Maar is niet elk geweten zeer wankelbaar? Vertoond de maatschappij niet telkenmale hoe fragiel het geweten wel is?

Is het niet zo dat vele generaties zichzelf morele wetten hebben voorgeschreven, die wel zeer verschillend kunnen zijn? Hoe kijkt men bijvoorbeeld niet tegenaan de relaties tussen mensen onderling? In één generatie kon het misschien totaal okay zijn om meerdere vrouwen te hebben of om met dezelfde sekse diepe liefdesverhoudingen aan te gaan. In een andere generatie kon elke verhouding die buiten het beeld van man-vrouw als echtgenoot-echtgenote ging als taboe beschouwd worden. bij één volk kon iets heel normaal zijn terwijl een andere bevolking dat totaal onverantwoord of immoreel vond (vind).

Klaarblijkelijk wordt in vele gemeenschappen de geest van het morele geweten bepaald hoe de meerderheid er tegenaan ziet en bereid is om de ander hiervoor schouderklopjes te geven.

Men herkent de aanwezigheid van de geest van het schone geweten daar waar al te veel schouderklopjes worden uitgedeeld – aan zichzelf, aan anderen -, als er wordt weggelachen, als er gespot en gehoond wordt, zonder zichzelf te bespotten en honen, het is te herkennen aan een gebrek aan guitigheid, een overdaad aan plechtigheid en serieuze fronzen. {Tegen het Schone Geweten}

schrijft de filosoof.

Opvallend in deze wereld van “overcorrectie” of is het “super correctie” of “over correctheid” is dat men nu zich zodanig wil inspannen om al het mogelijk verkeerd opgevatte uit te sluiten. Dit maakt bijvoorbeeld dat men in musea bordjes met ellenlange beschrijvingen gaat aanplakken omdat korte makkelijke woordjes als “onjuist” of “racistisch” zouden aanzien worden (Kijk bijvoorbeeld naar het Afrika museum in Tervuren). In welke mate wil men daar soms niet het gewone denken of het geweten in een verdomhoekje sturen, met de bedenking dat elke mens wel verkeerd denkt of zelf niet kan differentiëren?

In onze huidige wereld van populisme valt het wel op dat er groeperingen zijn die maar al te graag veralgemenen of karikaturale uitvergrotingen willen naar voor brengen. In de wil om zó “zuiver” te zijn gaan velen niet meer nuchter denken en gaan ze over in overdreven eenrichtingsverkeer waarbij het logisch denken bijna wordt uitgesloten.
Ook zijn er mensen die van het ene uiterste in het andere vervallen, zoals van het overmatig vlees eten over gaan tot enkel groenten eten, maar dan elke vleeseter vies aankijken alsof zij moordenaars zijn, dat terwijl zij nooit eens denken aan mogelijk leed dat zij ook aan de planten zouden kunnen aandoen. Als vegetariër ben ik wel bewust van dat leed aan dat deel van de schepping, maar ben ik ook bewust van de voorzien die er is gemaakt om ons te voeden. Maar daarbij moet ik zoals elke vegetariër zou moeten doen er bewust van zijn dat wij voorzichtig moeten omspringen met alles wat er voor ons te eten valt en mogen wij niet toelaten dat er verspilling zou zijn of onnodig gekortwiekt zou worden.

Van Meurs is ook een vegetariër en zegt over die vegetariërs die zo hevig tekeer gaan tegen vleeseters

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een dierenvriend en vegetariër, maar om jezelf zo buiten de geschiedenis te plaatsen, om vanaf deze morele hoogte het woord van je eigen gelijk te doen donderden over aarde vind ik getuigen van een enorme naïviteit en blindheid voor de historie en contingentie van de eigen moraal. {Tegen het Schone Geweten}

Maar hij waarschuwt ook hen die lelijk kijken naar veganisten of vegetariërs die zoals zo velen ook gebruik maken van vliegtuigen om ergens in een ver exotisch land van de zon te gaan genieten of alles in het werk stellen om ergens ver van het leven te gaan genieten.

Het is een flauw trekje van het platte denken om de inconsistentie van vegetariërs en veganisten te willen aanwijzen (maar je eet wel vis? maar je vliegt wel? maar je gebruikt wel plastic?), toch is deze herinnering aan de ambiguïteit onderliggend aan het schone geweten van grote waarde als een tegengif voor diens universele streven. {Tegen het Schone Geweten}

Waar is dat schone geweten? Wat willen wij wel toelaten op de wereld waar wij willen leven?

Want wie het geweten schoon wil hebben, moet zich onttrekken aan het empirische, opgaan in het universele – maar de vraag is of zo’n haat voor het doorleefde leven niet werkelijk berust op zelfhaat, levensangst, vrees voor het vlees. Een ethiek van het leven kan nooit onbevlekt zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Waar wil men met welke ethiek naartoe gaan? en wie wil ofmag bepalen wat ethisch verantwoord is en wat wel of niet mag of mag aanzien worden als moreel aanvaardbaar?

We beleven rumoerige dagen waarin veel van het gereedschap dat ons hielp de wereld te begrijpen plots bot blijkt te zijn. Niet langer voldoen onze concepten, en misschien ook onze ethiek niet, om recht te doen aan de vragen die afgelopen jaar voor ons Europeanen opwierp. {Voorbij tolerantie}

Velen lijken vandaag moeilijkheden te hebben met de normen en waarden, of laten duidelijk merken dat zij er lak aan hebben. Is dat een gevolg van de ontkerstening? Is het een teken aan de wand hoe de mens verder van de Schepper is afgedwaald? Voor velen is Allah een boeman geworden en behoort God tot de oorzaak van al de moeilijkheden die hier op aarde zijn. Zulke ‘gelovigen’ vergeten echter dat het juist onttrekken aan die godheid de oorzaak is van het ‘wild gaan’ van de mens.

Dat de mens gaan worstelen is met milieuvraagstukken of vluchtelingenvraagstukken heeft alles te maken met de verhouding van hem met de schepping. De mens van vandaag heeft zich overmatig op zichzelf gericht waarbij onderlinge solidariteit een vreemde gedachte is geworden of bij sommigen zelfs een vloekwoord. Voor anderen zijn de internationale betrekkingen wel belangrijk geworden maar dan weer ten koste van het menselijke en van respect naar het milieu.

Mijn hoofd mag wel tollen van de vragen die er in opkomen, maar ik geloof dat bij velen juist het probleem ontstaat doordat zij zich te weinig vragen stellen. De jonge filosoof denkt ook dat hert zo ver is gekomen dat wij gezamenlijk voor de moeilijke taak staan om een nieuwe vraaghorizon te ontdekken,

vanuit én voorbij aan het denken zoals dat ons bekend is. {Voorbij tolerantie}

Als men over het geweten spreekt kan men de houding van het wezen naar een ander wezen niet uitsluiten. Tolerantie is een onafscheidelijk element voor het gewetensvolle.

Derrida linkt het begrip van tolerantie aan het christelijke denken, waardoor het niet zo’n neutraal begrip blijkt te zijn als dat het zich voor doet. In het moderne denken, bijvoorbeeld bij Spinoza, vinden we een verdediging van tolerantie vaak juist als onderdeel van een geseculariseerde redelijkheid. Het begrip zou juist voorbij zijn aan het christelijke. Derrida ontkent dit, doordat hij het begrip linkt aan liefdadigheid, in de christelijke zin. Tolerantie is dan een analogie voor het geven van de rijken aan de armen, oftewel een symptoom van een vrij sterke paternalistische relatie. Het probleem is daardoor dat tolerantie een éénzijdige en daardoor ook voorwaardelijke relatie is. De meerderheid bepaalt wie ze tolereert en onder welke voorwaarden. Wie getolereerd wordt, heeft daardoor het gevoel niet gelijkwaardig aan de tolererende partij te zijn. De vraag is daarom voor Derrida of tolerantie niet eigenlijk verhulde discriminatie is, die in werkelijkheid gelijkwaardigheid tegenwerkt. {Voorbij tolerantie}

Wat beweegt de mens en hoe wil de mens staan tegenover de beweegredenen van de ander? In deze wereld die zo doorspekt is met haatgedachten en onverdraagzaamheid moeten diegenen die hun geweten zuiver willen houden op staan en laten zien waar er weer normen en warden kunnen gevonden worden die waard zijn om te leven. Vandaag vinden wij hij wat mensen die geen plaats willen voorzien voor hen die anders denken of zelfs anders spreken. Onverdraagzaamheid is zoals in vorige eeuwen ook wel meer dan eens gebeurde, ook nu weer enorm toegenomen. De ander is de ‘ongeliefde’ of ‘ongewenste’ geworden. Voor de ander willen velen geen plaats vrij houden.

Tegenover tolerantie plaats Derrida daarom zijn concept van onvoorwaardelijke gastvrijheid.

“Pure en onvoorwaardelijke gastvrijheid, gastvrijheid zelf, opent of is bij voorbaat open voor iemand die noch verwacht, noch uitgenodigd is, voor wie er dan ook aankomt als een absoluut onbekende bezoeker, als een nieuwe aankomst, niet identificeerbaar en onvoorzienbaar, kortom, een volledige ander.” (eigen vertaling uit Borradori, 2003, p. 17)

Gastvrijheid als onvoorwaardelijke openheid is voor Derrida het werkelijke ethische ideaal. In Derridas ethiek gaat het namelijk om de relatie met de Ander, die zichzelf volledig als Ander mag behouden. Dat wil zeggen, we zoeken geen gemeenschappelijke grond, maar respecteren elkaar juist daar waar we verschillen. Tolerantie zet stiekem de wet van de heersende meerderheid vooruit en ziet de acceptatie van iedere afwijking van deze wet als een liefdadigheid. {Voorbij tolerantie}

Maar hoe ver wil men gaan “in de liefde”?

Het is een liefde die overwint, een liefde waarin de ander gekend en omarmd wordt. Het is de liefde van de verliefde, die de afstand tot de ander ondragelijk vindt, die de ander de zijne wil maken. Het is het verlangen dat op zoek is naar consumptie van het andere, samensmelting in een roes van genot en nattigheid. Ze ligt hierin dichtbij de lust, die ook streeft naar de vernietiging van het andere als andere opdat het ’t zelfde genot kan worden. Misschien is het daarom niet verbazend dat de pop industrie met zo’n gemak haar dubbele boodschap van liefde en consumptieve erotiek uitstoot. {Het offer van de liefde}

Wil de huidige Europeaan ruimte maken voor onvoorwaardelijk gastvrijheid en zich inzetten om zodanig te gaan leven en eten dat er een natuurlijk evenwicht kan behouden worden in de natuur? Wil men zo ver gaan dat men het consumptiegedrag wil gaan aanpassen om meer evenwicht te krijgen? wil men over gaan naar een liefde die dus respectvol wil en kan zijn waarbij ook de ander anders te laten-zijn hoort? Hoe ver willen wij gaan om onze onze autonomiteit op te geven of ons aan te passen aan nieuwe toestanden? In hoeverre willen wij bepaalde toestanden laten evolueren en in welke mate willen wij reageren op heersende toestanden?

De gele hesjes brengen voor het ogenblik al weken een enorm spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, en zorgen er zelfs voor dat de gemeenschap maar ook veel private burgers moeten opdraaien voor de kosten van de vernietiging die zij hebben aangebracht. Meermaals zagen wij ook plunderingen tijdens die betogingen, dat ons doet afvragen waar hun werkelijke beweegreden is en in welke mate zij de politieke verdrukking zien waarover zij spreken. Waar is het geweten van diegenen die tijdens de betoging huizen in brand steken waar mensen in wonen en waar men dan de angst kan zien van vrouw en kinderen die om hulp roepen terwijl de vlammen om hen heen likken?

Men kan gerust tegen de gang van zaken zijn. Men kan gerust tegen regeringen zijn en zijn grieven te kennen geven, maar daarbij mag men zijn boekje niet te buiten gaan en moet men kunnen zien dat het niet om een zuiver egoïsme en hebberigheid gat. Dat is wel wat wij meer en meer de indruk van krijgen.  Wel durven wij toegeven dat tussen die gemeende betogers ook hooligans zullen tussen zitten. Wellustelingen die niets liever doen dan ‘keet schoppen’. Zij kunnen zeker en vast geen toonbeeld zijn van het “geweten van deze maatschappij”. Maar het wordt wel tijd dat deze maatschappij duidelijk har ware gezicht zal gaan tonen en naar de buitenwereld duidelijk zal laten gaan zien hoe het met haar geweten gesteld is.

Leave a comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Geestelijke aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Wereld aangelegenheden

De paradox van de gastvrijheid

Op de tientallen Vlaamse televisiezenders kan men hopen programma’s zien die ons laten binnengluren in mensen hun eigendom. Meerdere programma’s willen de bezochte mensen ook hun binnenste geheimen horen vertellen. Sommige van die zenders slaagt er wonderwel in om mensen hun eigenste persoonlijke verhalen naar boven te brengen.

Ook de Nederlandse televisie zenders die bij ons in de Vlaamse huishoudens kunnen bekeken worden brengen een hoop voyeuristische programma’s.

BNN Vara bracht zo vroeger ook het programma Nu we er toch zijn, waarin bij vreemden aangebeld werd om hun gastvrijheid te polsen. Dat concept werd dan later ook door een commerciële zender in Vlaanderen zowel als de staatszender ‘één’ over genomen, zoals in ‘Man bijt hond’ en het gelijkaardige ‘Iedereen Wereldberoemd’. In die programma’s  kon men of kan men nog een televisieploeg vinden die de bezochte mensen vraagt om een maaltijd en een slaapplek, en natuurlijk bovenal om het recht hun intieme ruimte (het thuis) te registeren en tot in de onbepaaldheid te verspreiden via de beeldbuis. Opvallend zich daarbij toch niet gestoord voelen.

Filosofiestudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen Boris van Meurs (1994) die een blog heeft dat filosofische reflecties bevat over het alledaagse schrijft ook over datgene dat goed illustreert wat de Franse filosoof Jacques Derrida als de paradox van de gastvrijheid kenmerkt. Een paradox die vandaag de dag weer opnieuw voor ons geworpen wordt in de vorm van de vraag: hoe gastvrij is Europa?

Derrida stelt dat de gastvrijheid een begrip is dat van zichzelf het onmogelijke vraagt. Het vraagt het onmogelijke, omdat de onvoorwaardelijke gastvrijheid de gast volledig vrij wil ontvangen. Wees één van ons. Echter, de gast als gast is nooit één van ons, maar de buitenstaander die ons bezoekt.

Verwelkomt de gastheer de gast volledig, dan is er geen gastvrijheid meer – want de volledig omarmde gast (als één van ons) zou zelf gelijk aan de gastheer zijn geworden. De gast eet mijn voedsel, dat dan ook het zijne is.

stelt Boris van Meurs.

Verder kunnen wij ook een opvallende gelatenheid zien bij een volharden in de openheid. Maar daarbij valt wel op dat die gelatenheid niet in spe moet betekenen open te staan voor anderen of voor andere situaties. Bij vele bezochten valt op dat zij niet speciaal bijzondere aspiraties hebben. Geen bovenwereldlijke verwachtingen. Zij willen gerust accepteren dat het hier gebeurt, in dit leven waarin wij geworpen zijn.

Volgens van Meurs

proberen wij weg te komen van het leven zoals het is, dan vergiftigen wij onszelf met valse idealen, die ons wegvoeren van alles dat ons hier op aarde gegeven wordt.

> Lees er meer over: De Klos: Nu we er toch zijn… + Blijf de aarde trouw! Gelatenheid als Activiteit – Heidegger en Nietzsche

 

Leave a comment

Filed under Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn