Tag Archives: Mark S. Kinzer

Geen plaats voor Jezus volgende Joden in Nederlandse Kerk noch in Israël

Heel veel mensen nemen wel het woord ‘joods-christelijk’ in de mond zonder goed te weten waar ze het over hebben of zonder enige affiniteit te willen voelen met het Joodse volk of hun geloof.

Diverse politieke partijen, vaak juist niet-christelijke, willen nog weleens roepen dat de Europese beschaving joods-christelijke wortels heeft.

Die term ‘joods-christelijk’ mag ook nogal raar zijn wanneer men weet dat veel Christenen eeuwenlang Joden hebben onderdrukt, vervolgd en verketterd. Ook zijn er heel wat joden die niet veel van Christus en christenen moeten hebben. Ook voor de ware volgers van Jeshua of Jezus Christus (zoals hij door velen is gekend) is het dikwijls moeilijk om zich te vereenzelvigen met christenen of om zich er maar mee verwant te voelen, daar zij vinden dat de meerderheid van christenen Jezus verloochend door zijn ongelofelijke daad van overgave niet te willen erkennen en hem tot hun god te maken.

Men kan echter niet ontkennen dat Jeshua een bijzonder figuur was die van een enorme invloed is geweest op het gebeuren in Europa. Het valt niet te ontkennen dat de christelijke godsdienst de Europese geschiedenis diepgaand heeft beïnvloed. Hoe men het draait of keert is er ook heel wat gediscussieerd, gepalaverd maar ook gevochten rond die persoon Jeshua of Jezus, die ook de Christus wordt genoemd.

Ook al werd door de eeuwen heen er heel wat gedaan om het jodendom de mond te snoeren of te vernietigen, is het de enige geloofsgroep die zich als enige de repressie van andere godsdiensten heeft weten te overleven. Ontegensprekelijk moet men in dat Joodse geloof de wortels zien van het christendom en christenheid. De aartsvader Abraham, koning David uit wiens geslacht Jezus voortkwam, de schrijvers van de boekrollen en de vele profeten waren Joden. Zelfs het Nieuwe testament werd geschreven door Joden. De eerste volgelingen van Jeshua (de Jood Jezus) waren zoals hij ook Joden. Zonder hen was de beweging “De Weg” niet op gang gekomen en zou het Christendom niet ontstaan zijn.

Nederlandse kerkvaders zien echter niet graag een verbintenis met het Joodse geslacht. Er zijn ook meerdere Nederlanders die er iets op tegen hebben om te wijzen naar de term  ‘joods-christelijk’ omdat de twee onderdelen van de term namelijk ongelijk zijn. Voor hen slaat het woord ‘joods’ op een periode voor pakweg 100 na Christus, de term ‘christelijk’ op de overige 1900 jaar.

Daarmee wordt ‘joods’ antiek verklaard – een neiging die door heel de kerkgeschiedenis te vinden is. De contemporaine jood wordt daarmee niet in zijn waarde gelaten: hij is antiek, ouderwets, aanhanger van een achterhaalde godsdienst. Hij zelf is geen onderdeel van de term ‘joods-christelijk’, terwijl zijn identiteit daar wel genoemd is.

Ook wensen zij te benadrukken dat

Alles wat genoemd is aan joodse bronnen, Oude en Nieuwe Testament, worden in deze term door christenen geïnterpreteerd, ja zelfs van naam voorzien. Het Oude Testament heet alleen maar zo, omdat er een Nieuwe Testament bestaat in het christendom.

De Nederlandse gereformeerden vinden dat het jodendom hun Hebreeuwse geschriften op een geheel eigen wijze interpreteren en mits zij Jezus niet als God erkennen ook niet onder de zaligheid van God kunnen vallen. Door die typische Joodse interpretatie is in de term ‘joods-christelijk’ volgens hen dan ook geen ruimte.

Als dat namelijk wel zo zou zijn, zouden we in onze ‘joods-christelijke’ cultuur heel wat makkelijker omgaan met jongensbesnijdenis, met speciale voedingsvoorschriften, met het idee dat er geofferd zou kunnen worden, met sluiers of hoofddoekjes of pruiken, met noem maar op. Juist omdat het christendom het Oude Testament heel anders interpreteert en deze interpretatie al eeuwen als de enig geldende meeneemt, zijn deze joodse (en islamitische) instellingen vreemd aan de Europese cultuur. Kortom, ‘joods-christelijk’ is een term vanuit de macht, niet een term die gewaardeerd wordt door de minderheid. Het is een term die de werkelijkheid versluierd: het lijkt erop alsof ‘wij’ een meerderheid en een minderheid waarderen in Nederland, maar in werkelijkheid staan we op het standpunt van de meerderheid en sluiten we twee minderheden buiten. {Eveline van St}

De Messiaans Joodse theoloog Mark S. Kinzer vraagt aandacht voor wat hij noemt een ‘bipolaire ecclesiologie’. Dat wil zeggen dat er binnen de kerk als lichaam van Christus ruimte zou moeten zijn voor een kerk uit de besnijdenis, die zich kan houden aan de Joodse wetten. Hierop vinden de Nederlandse christelijke theologen dat wij helemaal niet meer aan oude voorschriften moeten houden en dat zulk een keuze voor Joodse wetten dan zou getuigen van een niet erkenning van Jezus Christus zijn godheid en zijn positie als vernietiger van de Mozaïsche wetten. Meerdere Joden die Jeshua als hun Verlosser hebben aanvaard vinden dan wel dat zij als Joden die Jezus als de Messias volgen niet moeten ophouden zich als Joden te gedragen. De vele Messias belijdende rabbijnen vinden ook dat wij ons aan de Thora moeten houden en dat wij volledig in ons recht zijn om ons te blijven onderscheiden van de heidenen in hun levenswandel. Zo is ook de stelling van Kinzer. Daarmee hebben volgen hem deze Messiaanse Joden een dubbele taak. Enerzijds verbinden zij het lichaam van Christus met het Joodse volk, anderzijds vormen zij binnen het Joodse volk een levende verbinding met Jeshua of Jezus die de Messias is en met de kerk als zijn lichaam.

Kinzer geeft toe dat de stem van Messiasbelijdende Joden tot nog toe nauwelijks gehoord is in het nadenken over het “Joods-Christelijk” gebeuren. Kinzer biedt een handreiking aan zij die geloven dat Christus de diepste grond is onder het specifieke verbond van God met Israël.
Volgens hem zijn Joden en heidenen binnen het lichaam van Christus verbonden, omdat zij horen één te zijn in hem. De Joodse volgelingen van Jeshua zijn één in Christus, maar daardoor niet hetzelfde geworden. Meerdere Christenen begrijpen die “eenheid” niet en denken dat die “eenheid van Jezus met God” inhoudt dat Jezus God zou zijn. Maar zulk een gedachte maakt de woorden van Christus Jezus die vraagt dat wij één zouden worden met hem zoals hij één is met de Vader, voor die vele trinitarische christen zeer moeilijk, want dan zouden wij ook Jezus worden maar eveneens God worden of zijn. Dat maakt het voor die theologen in het christendom even verwerpelijk als sommige farizeeën het verwerpelijk vonden toen Jezus over die eenheid sprak, en zich dan volgens hen gelijk stelde met God. Volgens dat denken zouden Messiaanse Joden Jesjoeanen (Jesjoeaansen) of Jeshuaisten zich dan ook gelijk stellen met God. Maar niets is minder waar. Jeshuaisten als volgers van Jeshua beseffen dat Jeshua niet God is en dat het volgen van Jeshua en één worden met Jeshua helemaal niet inhoudt dat men aan God gelijk zou kunnen worden.
Wel geloven Jeshuaisten dat zij die Jeshua als de Messias willen aanvaarden onder de gemeenschap van Christus vallen. Maar Jeshuaisten geloven ook dat Jeshua de weg heeft geopend naar goyim en dat zo heidenen ook mede-erfgenamen mogen zijn, of mede-leden en mede-deelgenoten. Dat is volgens ons namelijk het mysterie van het evangelie.

Wij geloven dat Israël Gods uitverkoren volk is en dat kan misschien moeilijk liggen in de harten van vele “Christenen” en zeker van bepaalde Katholieke en protestantse theologen, die vinden dat enkel ‘godsgeleerden‘ het Woord van God kunnen verduidelijken en beslissen wie tot het Christendom mag of kan behoren. Velen van de theologen schijnen te vergeten (of niet te willen zien) dat de christelijke kerk is voort gekomen vanuit de Joodse sekte die de eerste christelijke gemeente vormde en ondenkbaar is zonder Israël. Met de Joden die Jezus als Messias belijden zouden zij zich in het geloof verbonden moeten voelen als broeders en zusters.

In 2017 trokken spanningen tussen Israëls rabbinaat en de liberale stromen in het Judaïsme, zowel in Israël als in het buitenland de aandacht door geschillen over religieus pluralisme. Maar een andere groep, die van de Messiaanse Joden, werd voortdurend geboycot door zowel het hoofdstroom van het wereld-Jodendom als Israël.

Zo nu en dan bereikt een verhaal de media over iemand die zichzelf als Jood ziet, waarvan de immigratie-aanvraag naar Israël, oftewel alya, geweigerd werd op grond van het feit dat hij of zij een Messiaanse Jood of Jeshuaist is.

Dit was zo bijvoorbeeld het geval met de Zweedse psychologe Rebecca Floer (64) en de dochter van een Holocaust-overlevende, die in november 2017 uit Israël werd gedeporteerd. Hoewel ze zichzelf niet als een Messiaanse Jodin definieert, gelooft zij in Jeshua, de naam die door Messiaanse gelovigen en Jeshuaisten voor Jezus wordt gebruikt. Maar Jeshuaisten geven zich niet graag uit als Messiaanse Joden, omdat bij die groepen heel wat trinitarische gelovigen zitten of Joden die een andere Messias belijden dan Jeshua.

In Israël is het probleem dat Jesjoeanen of Jeshuaisten niet aangesloten zijn bij de Joodse gemeenschap waardoor zij uit de boot vallen voor immigratie, aldus een hoge ‘aliya’-ambtenaar van het Agentschap, Yehuda Scharf {aan The Jerusalem Post}.

“Als iemand verklaart dat hij in Jezus gelooft, dan is hij geen Jood – hij gelooft niet in ons geloof,”

voegt hij eraan toe.

“Het is simpel. Een Jood, die naar Israël wil emigreren, zal naar Israël verhuizen als hij zijn Judaïsme kan aantonen. Indien hij zijn Jodendom niet kan bewijzen, dan is het een ander verhaal.”

De Wet op het recht van Terugkeer was door de Knesset in 1950 tot wet verheven. Om die wet te omzeilen zijn er heel wat gelovigen in Jeshua die zich in Israël ook aansluiten bij een gewone Joodse synagoge en daardoor met hun geheimhouding van hun geloof in Jeshua toch hun geloof kunnen belijden maar ook aanvaard worden als Jood.

Opmerkelijk is dat Mevrouw Floer al drie jaar deels in het noorden van Israël had gewoond op een hernieuwd toeristenvisum, werd haar paspoort inmiddels op de zwarte lijst geplaatst en kon haar advocaat haar enkel waarschuwen dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, voor haar zal zijn om naar het land terug te keren.

Zowel in Israël als in de Joodse wereld, is er een bijna algehele verwerping van Messiaanse Joden of Joden, die in Jezus geloven zoals Jeshuaisten (of Jesjoeanen). Zij komen niet in aanmerking voor aliya, want terwijl ze zichzelf als Joden beschouwen, wordt niet geaccepteerd dat een Jood in Jeshua of Jezus kan geloven. In 1970 werd Amendement 4A van de Wet op het recht van Terugkeer aangenomen, waarin staat:

“De rechten van een Jood in het kader van deze wet en de rechten van een oleh (immigrant) onder de Nationaliteitswetgeving, 5712-1952, evenals de rechten van een oleh krachtens enige andere wet, zijn ook van toepassing op een kind en een kleinkind van een Jood, de echtgenote van een Jood, de echtgenote van een kind van een Jood en de echtgenote van een kleinkind van een Jood, met uitzondering van iemand, die een Jood was en vrijwillig zijn/haar religie heeft veranderd.”

Aldus oordeelde de Hoge Raad in 1989 dat het geloof van Messiaanse Joden in Jezus hen Christenen maakt en dat ze dus niet in aanmerking komen voor automatisch Israëlisch burgerschap, maar die beslissing werd evenwel opengelaten voor toekomstige veranderingen.

“De ‘seculaire test’ bestaat uit verschillende onderdelen en het is mogelijk om onderling de fundamenten van de Joodse godsdienst, de Hebreeuwse taal, de geschiedenis van het Joodse volk en de herbouw van de onafhankelijkheid in de staat, op te noemen. Het gewicht van deze elementen is in de loop van de tijd veranderd en zal in de toekomst veranderen. De seculier-liberale voorstelling is een dynamisch concept, dat verandert met het levenspad van het Joodse volk gedurende de geschiedenis,”

is er geschreven.

In april 2008 oordeelde het Hof dat verscheidene Messiaanse Joden in Israël recht hadden op Israëlisch burgerschap, omdat zij de afstammelingen waren van Joodse vaders of grootvaders, maar zelf nooit Joods geweest waren en zich dus niet hadden bekeerd.

“Je moet er een onderscheid tussen maken, of zij in aanmerking komen als Jood of als familielid van een Jood (amendement 4A),”

legt Prof. Barak Medina, hoogleraar staatsrecht van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, uit. Medina merkt op, dat indien iemand zichzelf definieert als een Messiaanse Jood, hij niet verkiesbaar is op grond van zijn eigen verdienste, maar op grond van de verdienste van zijn Joodse familielid – zolang hij niet vrijwillig bekeerd is. Iemand die zich vrijwillig bekeerd heeft, benadrukt hij, wordt beschouwd als zijn recht op aliya te hebben opgegeven.

”Ik denk niet, dat deze benadering in de nabije toekomst gaat veranderen,”

zegt Medina.

Groot probleem bij de kijk naar Jeshua volgelingen of Messiaanse Joden is dat anderen bang zijn dat dit groepen zijn die anderen volstrekt willen bekeren tot hun geloof.

Rabbijn David Rosen, adviseur voor interreligieuze zaken bij het Opperrabbinaat van Israël, die tevens fungeert als de directeur van het Departement van Interreligieuze Zaken van het Amerikaans Joodse Comité bij het kijken naar Jeshua belijdende Joden gaat een enorme vergissing aan te denken dat zij mensen zijn die zouden geloven dat Jezus één van de personen van de drie-eenheid van God is. Ware volgers van Jeshua geloven namelijk niet in de valse doctrine van de Drie-eenheid. Het is juist om die reden dat In Nederland en België kerkleiders zulke gelovige niet onder het christendom willen aanvaarden. Ook al zegt rabbijn David Rosen

“Ze kunnen dus zichzelf identificeren als etnisch Joodse Christenen of Joodse Christenen, als ze dat willen. Maar ze zijn Christelijk”

Kerkvader Hieronymus zei over Messiasbelijdende Joden.

„Terwijl ze verlangen zowel Joden als christenen te zijn, zijn ze geen van beiden.”

In de Jules Isaac Stichting (opgericht in 2015) vernoemd naar de Franse Joodse historicus Jules Isaac doen ze een poging om de ontwikkeling te bevorderen van een volwaardige christelijke theologie die volgens hen werkelijk vrij is van vervangingsdenken. Zulke vervangingstheologie staat voor het idee dat de kerk de plaats van het volk Israël zou hebben ingenomen. Voor hen zijn Jeshua volgende Joden al 1500 jaar lang volkomen buiten beeld en daarom vroegen zij zich op 23 maart af wat de belangrijke Messiaans Joodse theologen als Mark Kinzer de kerk te bieden hebben en hoe het komt dat deze gelovigen nu meer in het openbaar beginnen te komen.

Hen valt het op dat de sterke opkomst van het Messiaans Jodendom sinds de jaren zestig van de afgelopen eeuw zonder meer tot de meest opmerkelijke ontwikkelingen behoort van de laatste vijftig jaar. Bewust zijnde dat Messiaans Jodendom (Messianic Judaism) staat voor de internationale beweging van Joden die het geloof in Jezus niet in strijd zien met hun Joodse identiteit kijken zij wel op naar de reden om zulk een beweging of groep niet in het christendom te aanvaarden.

Men moet nagaan waarom vanaf de vierde eeuw voor deze Joodse Jezus gelovigen geen plaats meer binnen de Kerk bleek te zijn. Vanaf toen werden zij alleen nog slechts getolereerd wanneer ze volledig afstand deden van hun Joodse identiteit.

Als gevolg van deze kerkelijke maatregel waren Messiaanse Joden 1500 jaar lang volledig van het toneel verdwenen. Maar sinds de afgelopen eeuw zijn ze terug van weggeweest. Hun aantal wordt intussen geschat op 150.00 – 200.000. En dat aantal groeit gestaag, vooral in Israël en de Verenigde Staten. Het is fascinerend te zien, hoe de beweging waarmee de kerk 2000 jaar geleden begon, juist in onze tijd opnieuw groeit en bloeit. Redenen genoeg om een studiedag te wijden aan deze fascinerende en belangrijke ontwikkeling.

vond de Jules Isaac Stichting.

Jeroen Bol, voorzitter van de Jules Isaac Stichting, gaf in zijn lezing een historisch overzicht van het Messiaans Jodendom. Zoals de periode vóór de Reformatie gekenmerkt werd door sterke anti-Joodse trekken in kerk en theologie, is er volgens hem kort ná de Reformatie, met name in Engeland, sprake van een trendbreuk.

Théodore de Bèze (Theodorus Beza) in 1577

Het zijn de Engelse puriteinen geweest die in toenemende mate afstand begonnen te nemen van het anti-judaïsme in de theologie van de middeleeuwse rooms-katholieke kerk. Was de klassieke theologie tot dan toe doortrokken van wat men later de ‘teaching of contempt’ (‘catechese der verguizing’) is gaan noemen, bij de Engelse puriteinen zien we rond 1600 een ‘teaching of esteem’ ontstaan. Het begin van deze omslag wordt doorgaans gezien bij de kanttekening die Beza rond 1560 in de Geneva Bible plaatste bij Romeinen 11:25-26. Contra Calvijn die hij zojuist in Geeve had opgevolgd stelde Beza dat Israël hier niet staat voor de kerk maar voor het Joodse volk. In diezelfde periode rond 1560 doceerden de grote theologen Martin Bucer en Peter Martyr op grond van Romeinen 11 dat de kerk nog een toekomstige massale bekering van het Joodse volk staat te wachten. Steeds meer puriteinse theologen na hen brachten met name op grond van hun exegese van Rom.11:12-15 die toekomstige massale bekering in verband met een eveneens te verwachten massale wereldwijde opwekking van ongekende proporties. Ook de latere Humble Attempt van Jonathan Edwards moet helemaal in deze traditie gezien worden. Het is een bij uitstek optimistische theologie waarin een positieve (toekomstige) rol voor het Joodse volk is weggelegd. Dit staat in scherp contrast met het Middeleeuws scenario waarin de Joden doorgaans het bij uitstek voor altijd verdoemde volk waren.

schrijft Bol, die verder betoogt

Grote namen uit de tijd rond 1600 waren o.a. de puriteinse theologen Thomas Brightman en Hugh Broughton. Broughton was een groot geleerde op het gebied van het Hebreeuws en de geschriften van de rabbijnen. Hij was de eerste Engelsman die het plan opvatte om als zendeling onder de Joden in het Nabije Oosten te gaan werken. Hij stond ook in nauw contact met rabbijn Abraham Ruben van Constantinopel. Deze rabbijn had contact gezocht met Broughton omdat hij zijn hulp wilde bij het vertalen van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws. De hele 17e eeuw wordt overigens in zowel Engeland, Holland en Duitsland gekenmerkt door een enorme belangstelling onder protestante theologen voor de studie van het Hebreeuws en van Joodse geschriften als de Talmud en de Mishna. Het Joodse volk stond, anders dan in de Middeleeuwen, voor het eerst in de geschiedenis van de kerk veel positiever op de radar in protestant West Europa.

In de 18 eeuw valt die intense aandacht voor de plaats van Israël terug, ze is dan veel minder prominent aanwezig. Maar het oude kerkelijke antijudaïsme wint niet opnieuw terrein in Engeland. Het is of het nieuwe denken over Israël even pas op de plaats maakt. De 18e eeuw is de eeuw van de grote internationale evangelical awakening. Een opwekking van een geografische en getalsmatige orde van grootte die tot dan ongeëvenaard was. Engeland, Wales, Schotland, Noord Ierland, Scandinavië, Duitsland en niet te vergeten het toen nog Engelse Noord Amerika, in al die landen was sprake van opwekking en kerkgroei. het was de geboortetijd van evangelicaal christendom.

De daarop volgende 19e eeuw wordt eveneens gekenmerkt door krachtige opwekkingen en verdere groei en ontwikkeling van de evangelicale beweging. Het is ook de eeuw van de grote doorbraken op het gebied van zending. Engeland is deze eeuw het brandpunt, maar ook piëtistisch Duitsland speelt een belangrijke rol. Het is in deze eeuw dat aandacht voor het Joodse volk weer volop in het middelpunt van de evangelicale agenda komt te staan. Zending onder de Joden en passie voor de in de Schrift voorzegde terugkeer van het Joodse volk naar Palestina, het was gemeengoed in het denken van vooral de calvinistische evangelicale christenen in het Engeland van de 19e eeuw. Sterk aanwezig was ook het bewustzijn dat de Joden met name van de hand van de Rooms Katholieke Kerk eeuwenlang onnoemelijk veel en verschrikkelijk onrecht was aangedaan. Deze evangelicale christenen wilden heel nadrukkelijk een heel ander gezicht van het christendom laten zien: werkelijke naastenliefde, daadwerkelijke hulp, opkomen voor gerechtigheid. In diezelfde 19e eeuw treffen we dit type opwekkingschristendom in Nederland aan in de kringen van het Reveil (Isaac Da Costa) en bij een beweging als het Heil des Volks (ds. Jan de Liefde). In Engeland was Lord Shaftesbury wel de bekendste onder hen. Andere bekende namen in Engeland zijn o.a. Charles Simeon en Robert Murray McCheyne. Uiteindelijk bleek dit geheel nieuwe protestante pro-Joodse christendom in Engeland zo sterk dat het zelfs in staat bleek de Balfour Declaration in het leven te roepen. En zo heeft het filosemitische Engelse evangelicale christendom aan de wieg gestaan van de huidige staat Israël

Als Jeroen Bol terugkijkt op vier eeuwen calvinistisch gestempeld opwekkingschristendom in de Engelstalige wereld valt er zijns inziens een lans te breken voor de idee dat deze grote opwekkingen mogelijk een bijzondere door God georkestreerde connectie hebben gehad met Gods plannen met het Joodse volk. Hij haalt aan

Zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël de Reformatie en de daaruit voorkomende puriteinen en opwekkingsbewegingen mede in het leven heeft geroepen om een einde te maken aan de vreselijke dwaling van christelijk antijudaïsme en het lot van de Europese Joden positief te beïnvloeden?

En zou het niet zo kunnen zijn dat de God van Israël, die ook de Heer van de Kerk is, dit evangelicale christendom ook om die reden drie eeuwen lang zo onvoorstelbaar rijk heeft gezegend met enorme opwekkingen en doorbraken op het gebied van zending?

Hij vraagt zich af of God dit opwekkingschristendom destijds niet mede om die reden zo enorm sterk heeft gemaakt om zo een keer te brengen in het lot van Zijn uitverkoren volk Israël. Hij vraagt zich af

Sprak deze zelfde God al niet in Genesis 12 tot Abraham en over Abrahams hoofd ook tot de kerk der eeuwen:

“Ik zal zegenen wie u zegent en wie u vervloekt zal ik vervloeken”?

Bergt dit alles voor de kerk van vandaag niet zowel een belofte als een waarschuwing in zich ? Ligt er niet nog steeds, of wellicht juist nu, een belofte van grote zegen voor een kerk die het Joodse volk en Israël werkelijk tot zegen zoekt te zijn?

Maar vandaag zien wij juist dat meerdere kerken helemaal geen zegen zien in dat Joodse Volk noch in Joodse volgelingen van Jezus (zoals Jeshuaisten) of Messiaanse Joden.

Michael Mulder, universitair docent Nieuwe Testament en Judaïca aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn die tevens Kerk en Israël aan de CHE in Ede doceert en directeur is van het Centrum voor Israël Studies, sprak over de identiteit van Messiaanse Joden in Nederland en Israël,en vond dat zij helemaal niet thuis horen in de kerk in Nederland heel eenvoudig weg omdat zij noch Christen noch Jood zijn volgens hem.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Juridische aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden