Author Archives: Christadelphians

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.

Wat betreft het “Getal van de duivel”

Het Getal van het Beest

Begin juni 2006 meldde het nieuws dat bijbelgetrouwe christenen op 6 juni wereldwijd in gebed zouden gaan. Want op de zesde van de zesde van het jaar zes van dit nieuwe millennium zou anders de duivel kunnen toeslaan en zijn verwachte wereldheerschappij gaan vestigen. Zes-zes-zes was immers het getal van de duivel.

Hoewel dit intussen oud nieuws lijkt, is de achterliggende mentaliteit steeds actueler aan het worden. Zulke acties zijn typerend voor veel goed-bedoeld, maar onbijbels denken over het boek Openbaring.

Wat hier fout aan is?

Het getal van het beest is niet zes-zes-zes (dat is een Amerikaanse manier om een getal aan te geven) maar zeshonderd-zestig-zes. De Griekse tekst van Openbaring gebruikt namelijk geen getallen maar woorden. En voor zover het Grieks wel ‘cijfers’ kent (er is één handschrift bekend waarin het getal wel in getalwaarden staat weergegeven) zijn deze verschillend voor 600, voor 60 en voor zes. We zijn nog lang niet aan het jaar 600, terwijl de 60e maand van dat jaar ook problemen gaat geven. Het getal is dan ook geen datum: het is ‘het getal van zijn naam’ (Openbaring 13:17). En het is ook niet het getal van de duivel, want het is ‘een getal van een mens’ (vs 18).

Dit soort interpretatie van Openbaring, meer gebaseerd op geloofsijver dan op bijbelkennis, is afkomstig uit Amerika, waar het grote aanhang heeft. Maar er zitten bedenkelijke kantjes aan zulk enthousiasme. Gebrek aan werkelijke kennis van de tekst van Openbaring, en vooral de onderlinge samenhang daarin, in combinatie met de neiging de ‘spectaculaire’ symboliek van het boek letterlijk op te vatten, kan snel leiden tot onjuiste toekomstverwachtingen. Uit enkele recent verschenen boeken van Amerikaanse politieke auteurs blijkt verder, hoezeer groepen die deze opvattingen aanhangen de Amerikaanse politiek momenteel beïnvloeden. Dat kan een gevaarlijke combinatie vormen.

+

Omtrent de duivel kan u verder lezen:

  1. Gevallen engelen
  2. Gevallen engelen en hun verblijf
  3. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  4. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  5. Satan of Duivel
  6. Satan het kwaad in ons
  7. Lucifer
  8. Hoe leest u?: Lucifer
  9. Hoe de Satan vandaag rond toert
  10. Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel
  11. God meester van goed en kwaad
  12. Hemel en hel
  13. Media geen werk van Satan, een duivelse engel

Leave a comment

Filed under Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Vragen van lezers, Wereld aangelegenheden

Wonderen van de Schepping: de Ceder

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Ceder op het domein van Mariemont, België

Ceder (Cedrus) een geslacht van coniferen dat behoort bij de dennenfamilie (Pinaceae) – op het domein van Mariemont, België

Bomen komen veelvuldig in de Bijbel voor en de ceders van de Libanon nemen daarin een voorname plaats in. Niet minder dan 72 keer wordt er in het Oude Testament van deze statige coniferen melding gemaakt. De ceder groeit langzaam en wordt zeer hoog, tot wel 40 meter. Hij is inheems in de landen rondom de Middellandse Zee, maar wordt overal in de wereld als sierboom geplant. Een ceder is ook makkelijk te herkennen aan zijn dikke, rechte stam en zijn enorme kroon van horizontale takken.

Cederhout is zacht, aromatisch en duurzaam. Het wordt in de wijde omgeving als bouwmateriaal gebruikt en verwerkt.

Libanonceder in het Bos van de ceders van God

Libanonceder (o.a. genoemd in het Gilgamesj-epos en in de Hebreeuwse Bijbel) – in het Bos van de ceders van God. De libanonceder is een inheemse boomsoort van gebergtes in het oosten van het Middellandse Zeegebied. De gunstigste habitat bestaat uit vochtige, kalkrijke grond op zonrijke noordelijke en westelijke berghellingen in een gebied met warme, droge zomers en koude, vochtige winters.[

In de Bijbel lezen wij voor het eerst over ceders in verband met de reinigingsrituelen van de Israëlieten: de reiniging van een melaatse (Leviticus 14) en in het voorbereiden van het reinigingswater (Numeri 19). De combinatie met hysop, een zeer algemene plant, doet vermoeden dat hier wordt bedoeld dat iedereen, rijk of arm, reiniging nodig heeft (zie 1 Koningen 4:33).

Cederhout was toen zeer gewild voor bouwwerken; het werd gebruikt voor de paleizen van de koningen David en Salomo, en voor de tempel, die Salomo voor de Allerhoogste  bouwde. Dit was mogelijk omdat Hiram, de koning van Tyrus, bevriend was met Israël (1 Koningen 5:1-12). Hier hebben wij een voorbeeld van een goede samenwerking tussen Israëlieten en niet-Israëlieten.
Later, na de ballingschap, haalden de teruggekeerde Israëlieten ook cederhout van de Libanon om de verwoeste tempel te herbouwen (Ezra 3:7).

Wij komen ceders ook tegen als beeld van iets anders.
In positieve zin, als beschrijving van welvaart (Numeri 24:5-6), van de rechtvaardigen (Psalm 92:13), of van de bruidegom in het boek Hooglied (5:15). Daartegenover gebruiken de profeten ceders ook als beeld van menselijke trots tegenover God (Jesaja 2:12-13), of van één van de grootmachten uit die tijd (Ezechiel 31:3). In een veelzeggende gelijkenis wordt het beeld op de laatste koning van Juda toegepast, nu maar als een twijg die door de koning van Babel werd geplukt (Ezechiël 17:1-4).

Toch zal God die situatie keren, zodat Zijn volk niet meer zal worden geplunderd maar als een prachtige ceder in het land Israël gedijen. (verzen 22-24).

“22  Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg; 23 op de hoge bergen van Israel zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen. 24 Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb doen verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb; Ik, Jahwe, heb het gezegd en Ik zal het doen.” (Eze 17:22-24 WV78)

C.T.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?

Bij de vragen en opmerking van onze lezers treffen wij het volgende aan:

“Wie uit God geboren is zondigt niet,
want Gods zaad is blijvend in hem.
Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren”. (1 Joh.3:9).

Is de gelovige werkelijk niet in staat te zondigen?
Maar waar zouden wij dan nog vergiffenis voor moeten vragen?

Om Johannes hier te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn.
Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.  Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met ‘zondigen’ twee verschillende dingen bedoelt. Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde. Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus,waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke ‘zonde’ doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat … Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. (Rom. 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn.
Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei –

‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matth. 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar  ‘van het lichaam is’ en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, hij (Paulus) wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus,onze Heer!” (vs 24-25).

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

Als we zeggen dat we de zonde niet hebben [de NBV vertaalt dit ten onrechte met ‘niet kennen’], misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
Belijden we (zulke) zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons (die) zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Joh. 1:8-9)

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie (willens en wetens) dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is ‘wetteloos’. Maar met wet-teloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en hetwoord is dus synoniem met ‘goddeloos’:

Ieder die (bewust) zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. (1 Joh. 3:4)

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

En vervolgens trekt hij dan de conclusie:

Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Wonderen van de Schepping: De kwartel

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Quaglia.jpgDe kwartel (Coturnix coturnix) een vogel uit de familie der fazanten (Phasianidae) en de enige trekvogel uit de orde der hoendervogels.

Van de veldhoenders (patrijsachtigen) is de kwakkel, of kwartel, de kleinste. Het is een trekvogel, zo groot als een leeuwerik. Rond de Middellandse Zee kan men er soms duizenden oprapen, die door hun overtocht uitgeput raakten. De kwakkels die men in Israël of de Sinaï uit tropisch en Oost-Afrika ziet komen, zijn op weg naar Midden- en Oost-Europa.

In de Bijbel komen kwakkels twee keer voor. In beide gevallen dienden zij als voedsel voor de Israëlieten op weg van Egypte naar Kanaän. In Exodus 16:1-3 lezen wij hoe het volk tegen Mozes en Aäron morde dathet geen eten had, waarop God het vlees en brood beloofde (vn.11-12). Maar hoe?

Het was juni en de trektijd voor kwakkels was voorbij. Toch bracht God er genoeg bijeen om het hele volk te verzadigen. Niettemin was Hij niet van plan dit wonder elke dag te herhalen; Hij had Zijn volk een andere kost bereid, het manna. Dat was het hemelse brood, met eengeestelijk les:

“Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten … om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat de mond van de HERE uitgaat” (Deut. 8:3).

Het manna stelt dus het geestelijke voor, en de kwakkels het vleselijke. Israël moest leren op God, en niet op vlees, te vertrouwen. Veelzeggend is het commentaar van de Psalmist:

“Zij vroegen en Hij deed kwakkelen komen, met brood uit de hemel verzadigde Hij hen” (Ps. 105:40).

Slechts het ware brood uit de hemel kan ons verzadigen.Twee jaar later kwamen de Israëlieten weer tegen Mozes in opstand. Zij waren het manna zat, en verlangden vlees te eten (Num. 11:4-6). Gods toorn ontbrandde en Hij gaf hen een onvergetelijke les:

“De HERE zal u vlees geven … een volle maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt … omdat gij de HERE hebt veracht” (vn.18-20).

Mozes kon zijn oren niet geloven, maar Gods hand is niet beperkt! Uit twee richtingen bracht God grote vluchten kwakkels samen, één uit Arabië (O), de andere uit Oost-Afrika (Z) (Ps. 78:26-27). Maar dat hielp hen niet want terwijl zij het vlees nog aan het kauwen waren, sloeg God hen met een zware slag (of, plaag) en velen kwamen om (Ps. 106:15).

Hoe zit het met onze smaak – hebben wij liever hemels brood, of ‘s werelds vlees?

C.T.

Leave a comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Our God is not a Laissez-faire Ruler

Too many people have forgotten what went wrong in the early days of our universe, how the first man rebelled against God and how God gave them the right to take care of the things themselves.

Now the same people often blame God for the difficult times they get, not seeing that they themselves are at the cause of most of the problems in this world.

Coming closer to the times of the Greater Agony, we should make sure that more people come to recognise how Jesus is the way to God and to salvation, him having it made possible to enter the small gate, to a better world where there shall be no hate or war, but only place for peace and happiness.

*

To remember

Habakkuk 1:3 Why make me look at injustice? Why tolerate wrongdoing? Destruction &  violence strife, & conflict

  • Who isn’t totally frustrated & deeply concerned by what we see & read in the news every single day?
  • How often do we begin to lose hope when we do not see immediate relief from our circumstances?
  • God commanding us to look around us to see where He is working.
  • God  controlling all things for the ultimate perfect good of His children.

Through Jesus' Love

Habakkuk 1:3
Why do you make me look at injustice? Why do you tolerate wrongdoing? Destruction and violence are before me; there is strife, and conflict abounds.

In this passage, Habakkuk is crying out to God in frustration because of the things he is seeing in the society of his day. Doesn’t this passage sound as if it could have been written today? Who isn’t totally frustrated and deeply concerned by what we see and read in the news every single day?

Perhaps this frustration is carrying over into our own personal lives. Who among us hasn’t cried out to God for relief from the struggles of work, relationships, addictions, afflictions or even sin itself? How often do we begin to lose hope when we do not see immediate relief from our circumstances?

God has a response for us just as he had for Habakkuk when He said, “Look among…

View original post 252 more words

Leave a comment

Filed under Crimes & Atrocities, Lifestyle, Re-Blogs and Great Blogs, Religious affairs, Welfare matters, World affairs

Moeilijkheid om te vergeven

Reacties op in ons  tijdschrift verschenen artikelen en veel gestelde vragen via het internet

Vraag:

In Lukas 23:34 zegt Jezus: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Betekent dit dat wij het aan God kunnen overlaten mensen te vergeven waarvoor wij dat zelf te moeilijk vinden?

In Mattheüs 18 vinden we Jezus’ eigen leer hierover. Hij geeft daar (vs 23-35) een gelijkenis over twee slaven. De eerste is zijn heer een enorm bedrag schuldig (ca.€150 miljoen), dat hij hem dus nooit zou kunnen terugbetalen. Wanneer zijn heer dan beslist dat hij daarom met zijn gehele gezin verkocht moet worden, om op die manier de schuld te voldoen, smeekt hij zijn heer om genade. Die scheldt hem daarop die gehele schuld kwijt. Dan treft die slaaf een mede-slaaf die hem 100 schellingen schuldig is (ca.€250). Hij eist dat bedrag op, en wanneer hij hem niet onmiddellijk kan betalen, laat hij hem gijzelen (in de gevangenis zetten) totdat hij heeft betaald. Wanneer de heer daarvan hoort, laat hij de eerste slaaf alsnog boeten voor zijn onbetaalde schuld.

Jezus’ les is dan:

“Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.” (vs 35).

Dat zou duidelijk moeten zijn! Wij hebben een enorme schuld bij God, die wij nooit zouden kunnen afbetalen. Die kan alleen afbetaald worden met ons leven. God is echter bereid ons die schuld volledig kwijt te schelden, en ons daarmee dat leven te schenken. Maar dan moeten wij, op onze beurt, wel bereid zijn onze medemensen hun schulden kwijt te schelden. Daarom heeft Jezus ons geleerd te bidden:

“Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.” (Matth. 6:12).

Dat laatste is de onontkoombare voorwaarde voor het eerste. Wanneer wij daar niet toe bereid zijn, geldt voor ons, net als voor die eerste slaaf, dat onze Heer (God) zijn kwijtschelding weer intrekt, en ons alsnog verantwoordelijk houdt voor onze eigen schuld. Want zo iemand heeft kennelijk niet begrepen hoe oneindig groot de kwijtschelding is die hij zelf heeft ontvangen, en schiet daarmee, net als die slaaf, tekort in dankbaarheid. En voor een goed begrip: het is ook dan nog heel goed mogelijk dat God die ander wel degelijk vergeeft; de enige die in die situatie geen vergiffenis ontvangt zijn wijzelf.

En wat bedoelt Jezus dan met zijn uitspraak op het kruis? Zij die ervoor verantwoordelijk waren dat hij daar hing, hadden daarmee grote schuld op zich geladen. Maar Jezus stierf daar voor de schuld van anderen, dus in principe ook voor die van hen. Hij gaf zijn leven in plaats van het hunne. We kunnen dus onmogelijk zeggen dat Jezus daar aan zijn Vader vraagt:

‘vergeeft U het ze maar, want Ik doe het niet!’

Integendeel: hij doet daar alles wat hij kan, tot aan het uiterste. En hij vraagt zijn Vader dat offer te accepteren, en van zijn kant die mensen ook te vergeven. Want alleen God kan beslissen of die mensen voor hun zonde moeten sterven, of dat hij ze hun schulden kwijtscheldt en ze laat leven. Jezus geeft ons daarmee een voorbeeld, dat wij moeten navolgen (zie ook Stefanus). En wie dat moeilijk vindt, moet God bidden hem daarbij te helpen, niet om dat van hem over te nemen. Want anders loopt het met hem, net als met die slaaf, slecht af.

+

Vervolg van

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is?

Vindt ook

Genoegdoening

++

Aanverwant

  1. De Falende mens #2 Vrije keuze
  2. De toorn van God
  3. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  4. Zonde en rekenschap
  5. Een man die anderen niet kan vergeven
  6. Status Quo
  7. Vergeving altijd mogelijk
  8. Vergeven
  9. Geestelijke vorming tot heiligheid #3

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Sociale Aangelegenheden, Vragen van lezers

Suppose it’s all a lot bigger than anyone thinks


Suppose it’s all a lot bigger than anyone thinks or can even imagine.

Okay, I’m telling you now …
IT IS.

~ Milton Jones

1 Comment

Filed under Positive thoughts, Quotations or Citations, Religious affairs

Christian denominations as pots in the desert

Perhaps think of different Christian denominations as pots,
pans and improvised plastic containers,
desperately flung out

into the desert
to try and catch any drops of rain.
~ Milton Jones 

Leave a comment

Filed under Lifestyle, Quotations or Citations, Religious affairs, World affairs

Wonderen van de Schepping: De struisvogel

Toen God Job tot het besef van Zijn almacht en wijsheid wilde brengen, koos Hij als voorbeeld o.a. de struisvogel (Job 39:16-21). Dat lijkt vreemd omdat het juist deze vogel aan wijsheid ontbreekt!

Mannetje (links) en vrouwtje (rechts) nabij Cape Point (Zuid-Afrika)

Afrikaanse loopvogel en het enige nog levende lid van de familie Struthionidae: Struisvogel mannetje (links) en vrouwtje (rechts) nabij Cape Point (Zuid-Afrika)

De struisvogel is de grootste, en waarschijnlijk ook sterkste van alle vogels, maar hij kan niet vliegen! Daaruit mogen wij niet concluderen dat hij een ontwikkeling tussen reptiel en vogel is. Hij is een vogel met grote slagpennen, die hij gebruikt bij het wegrennen. Met een topsnelheid van ca. 100 km per uur is hij sneller dan een antilope. Daarom

“lacht hij om ros en ruiter”.

Je zou denken dat hij niet te vangen is, zeker als je ook denkt aan zijn scherpe gezichtsvermogen en voorzichtigheid. Maar als tegenbewijs vinden wij hem in bijna elke dierentuin. Hoe komt dat? Een voorbeeld van zijn gebrek aan wijsheid: in plaats van rechtuit te rennen loopt hij in een grote cirkel!

Lopende struisvogel in Namibië

Struisvogelnest

De struisvogel is een bewoner van woeste plaatsen, en kan, evenals een kameel, lange tijd zonder water. Hij is alleseter en lust zowel dierlijk (insecten), als plantaardig voedsel (zaden). Daarom werd hij voor de Israëlieten onrein verklaard (Deut.14:15).
Zodra het vrouwtje haar eieren in een nestholte op de grond heeft gelegd, zorgt zij er niet meer voor. Het mannetje moet dan de verantwoordelijkheid overnemen. ’s Nachts zit hij op de eieren, om ze warm te houden en tegen jakhalzen te beschermen, maar overdag laat hij de eieren vaak onder een laag zand liggen, om door de zon verwarmd te worden.Vroeger waren struisvogels een algemeen verschijnsel van Noord-Afrika tot in Mesopotamië. Dit blijkt uit het boek Job maar ook uit die van Jesaja en Jeremia. Deze profeten beschrijven het verwoeste Babel o.a. als een woonplaats voor struisvogels (Jes. 13:21; Jer. 50:39), om een treffend beeld van haar verlatenheid te geven. Hierop doelt waarschijnlijk ook de engel in Openbaring, wanneer hij de val van het geestelijke Babel uitroept en het

“een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte”

noemt (Openb. 18:2). Maar een mens kan zich ook zo verlaten voelen, zoals Job ervoer in zijn ellende.

“Een broeder van jakhalzen ben ik geworden, en een metgezel van struisvogels” (Job 30:29).

Kort geleden kon ik enkele struisvogels in een dierentuin bewonderen. De mannelijke vogel liep heen en weer met zijn trotse blik en statige houding, alsof hij wilde zeggen

‘ik ben de koning!’

Het leek mij een goed beeld van de mens

“die met al zijn praal geen inzicht heeft”

en daarom

“gelijk (is) aan de beesten, die vergaan” (Ps. 49:21).

Wijmoetendaaromzorgen dat wijhemelsewijsheidverkrijgen om het rechte spoor te gaan.

“Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid; Hij bewaart hulp voor de oprechten, Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, terwijl Hij waakt over de paden van het recht, en de weg zijner gunstgenoten beschermt.” (Spr. 2:6-8).

C.T.

Leave a comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onzezonden gestorven is?

 

In het Onze Vader wordt hierover gesproken maar toen woonde Jezus nog op de aarde. Het is nuttig eerst iets dieper in te gaan op de begrippen verlossing en vergiffenis.

De eis die eigenlijk aan ons wordt gesteld, is dat wij in het geheel niet zondigen. Alleen absolute volmaaktheid maakt ons aanvaardbaar voor God. Helaas is alleen Jezus er in geslaagd die volmaaktheid te tonen. De overige mensen slagen daar niet in, en hebben daarom verlossing nodig.

De openbaring van Gods verlossingsplan maakt duidelijk dat wij op bepaalde voorwaarden toch kunnen worden aangenomen, en zo ontkomen aan de dood die wij eigenlijk zouden verdienen. En dat het verlossingswerk van Christus daar een grote rol bij speelt. Maar het basisprincipe is en blijft dat zonde onacceptabel is voor God. Met andere woorden: van ons wordt gevraagd dat wij ons uiterste best doen die volmaaktheid van Jezus, op zijn minst zo goed mogelijk, te benaderen. Maar wanneer wij daarin tekort schieten, is het niet een kwestie van ‘game over’ (zoals onder de wet van Mozes strikt genomen het geval was), en zelfs niet van ‘terug naar af’ en opnieuw beginnen (zoals in sommige andere religies, zoals het boeddhisme), maar kunnen we vergiffenis vragen en verdergaan. De bedoeling is dan uiteraard wel dat wij van onze fouten leren, en wel degelijk naar dat voorbeeld van Christus toegroeien.

Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn dat wij gewoon ons eigen leven leiden, en de rekening daarvoor door Christus laten betalen. Zijn verlossingswerk is geen vrijbrief om onze eigen gang te gaan.
Waar wij tekort schieten, mogen (!) we ons beroepen op de verlossing die hij tot stand bracht, maar dat is geen verkregen recht. Christus betaalt als het ware onze schulden, maar dit betekent wel dat wij niet de vrijheid hebben om bewust nieuwe schulden te maken, omdat de rekening toch al zou zijn voldaan. Dit houdt in dat wij, wanneer we toch weer in de fout zijn gegaan, in elk geval bereid moeten zijn te erkennen dat het fout was. En dat kunnen we alleen maar doen door onze zonde te belijden. En de tweede eis is, dat wij onze uiterste best moeten doen om herhaling te voorkomen. En dit op zijn beurt vergt dat wij ons bewust zijn van onze fouten. En niets maakt je zo goed bewust van je fouten als de noodzaak ze te belijden. Anders gaan we maar denken dat het allemaal wel meevalt.

Jacobus raadt ons zelfs aan die fouten te belijden tegenover elkaar (Jac. 5:16), hoeveel te meer aan God. De Schrift vertelt ons dat we radicaal moeten veranderen. We moeten al onze menselijke neigingen achter ons laten, en ons zo volledig mogelijk richten op het voorbeeld van Jezus. En die verandering moet zo radicaal zijn, dat het ons wordt voorgesteld als het worden van ‘een nieuwe mens’ (Efez. 4:22-24), of van een opnieuw geboren worden (Joh. 3:3). Dat kan alleen wanneer we ons voortdurend bewust zijn van wat we nog verkeerd doen, waar we nog tekort schieten, en wat er dus beter moet. En zelfs wanneer we in dit leven nooit die volmaaktheid van Jezus zelf zullen bereiken: we moeten wel groeien, we moeten er wel steeds dichter in de buurt komen. Dat is een leerproces; en we leren het snelst van onze fouten. We herkennen onze fouten alleen wanneer we gedwongen worden die te erkennen, niet in de laatste plaats tegenover onszelf. Maar wanneer we al niet bereid zijn die toe te geven tegenover God, dan hebben we smoezen genoeg om ze te ontkennen tegenover onszelf. Vandaar.

Daarom: ja, onze schulden worden ons kwijtgescholden, en de rekening daarvoor is al voldaan. Maar we hebben geen carte blanche om dan maar onze gang te gaan; we kunnen niet op pad gaan met Jezus’ creditcard opzak. We zullen voor elke nieuwe schuld weer met het schuldbriefje bij God langs moeten gaan, en nederig vragen of dat misschien weer afgeboekt mag worden. Op zijn minst leren we ons dan te schamen voor ons gedrag. Dat klinkt misschien allemaal erg negatief, en in werkelijkheid zal het effect ook veel positiever zijn: we bouwen een relatie op, die we anders niet zouden hebben. Maar we moeten nooit de vergissing maken dat zonde sinds Christus’ dood niet serieus meer is. Dat is die wel.

In Gods ogen is zonde nog steeds bloedserieus. En het belijden daarvan maakt ons daar beter dan wat dan ook van bewust.

Nog een laatste opmerking over het feit dat Jezus zijn discipelen het ‘Onze Vader’ leerde, toen Hij ‘nog op aarde’ was. Uit zijn woorden blijkt dat hij hier was om de zijnen voor te bereiden op het nieuwe Verbond en het nieuwe tijdperk dat komen ging. Het lijkt daarom niet logisch te verwachten dat hij zijn discipelen een ‘nieuw gebed’ zou leren, dat enkele jaren later alweer achterhaald zou zijn. We mogen er daarom van uitgaan dat dit gebed een patroon bevat, dat door alle eeuwen heen van belang blijft.

1 Comment

Filed under Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Vragen van lezers