Author Archives: Christadelphians

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.

Wonderen van de schepping: De eik

Major Oak, een zeer oude eik in Sherwood Forest, Engeland

De eerste melding van een eik in de Bijbel vinden wij in Genesis 35:8, als Jakob Debora, de voedster van Rebekka, onder een eik begraven heeft. Er had daar een plechtige rouw plaatsgevonden, want Debora had haar meesteres meer dan 80 jaar gediend (Genesis 24:59).

Terpentijnboom

Bloemen van de terebint of terpentijnboom Pistacia terebinthus

In de Bijbel worden drie Hebreeuwse woorden vertaald met ‘eik’, maar ook wel met ‘terebint’.
Uit de context moet men bepalen welke soort wordt bedoeld. In algemeenheid kan worden gezegd, dat eiken veel groter dan terebinten zijn en meer verspreid over het land Israël voorkomen. In tegenstelling tot de ceders van de Libanon (zie een voorgaand artikel) zijn slechts enkele van de vele soorten eikenbomen in het land Israël altijd groen. Toch zijn er bepaalde overeenkomsten: beide zijn ze groot en sterk, leven ze lang, en verschaffen ze door hun brede vorm veel schaduw. In de Bijbel worden zij vaak gebruikt als beeld van menselijke sterkte en trots. Soms worden zij in één adem genoemd met de ceders, b.v. in Amos 2:9:

“En toch heb Ik terwille van jullie de Amorieten uitgeroeid, die zo groot waren als ceders en zo sterk als eiken.”

Vanwege de hardheid van hun hout werden eiken gebruikt om er roeiriemen van te maken:

“Van eiken uit Basan waren je riemen”

staat in een beschrijving van de toenmalige heerlijkheid van Tyrus (Ezechiël 27:6).

De beste eikenbomen waren kennelijk in het gebied Basan te vinden, zo kunnen wij b.v. lezen in Jesaja 2:13. Basan was een streek ten oosten van de rivier de Jordaan, die vroeger aan Og, een van de overgebleven reuzen, behoorde. Nadat Israël onder Jozua Basan had veroverd, kreeg de halve stam Manasse het gebied als erfdeel (Jozua 13:29-31).

Ook voor minder verheven doeleinden werden eiken gebruikt. God maakte zijn volk het verwijt, dat zij op de bergtoppen offers aan de afgoden brachten in plaats van Hem te eren. Deze afgoderij vond plaats onder de schaduwrijke bomen, waaronder eiken (Hosea 4:13). Maar de afgodsbeelden zelf werden ook wel van eikenhout gemaakt, en daarvoor werden zelfs bomen gekweekt (Jesaja 44:14).

Mount Tabor Oak Tree Quercus Ithaburensis Estimated At 600 Years …

C.T

+

Voorgaande

Wonderen van de Schepping: de Ceder

Leave a comment

Filed under Nature, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Uit de oude doos: Soennitische en Shiitische Moslims

In het Nieuws: Belangrijke en interessante nieuwsfeiten in het licht van de Bijbel

Deze keer het eerste deel van een achtergrondartikel van de hand van Keith Worthington, dat verscheen in het Engels in the Christadelphian van oktober 2006

Verdeeldheid onder Moslims

 Soennitische en Shiitische Moslims

De Islam kent twee hoofdgroepen, die fundamenteel gezien dezelfde religieuze overtuigingen hebben. Het probleem ontstond na de dood van Mohammed, omdat hij niemand als zijn opvolger had aangewezen, en ook geen methode had vastgesteld om een nieuwe leider te kiezen. Na zijn dood in 632 na Chr. streden verschillende groepen Moslims om het leiderschap. De meerderheid wees Abu Bakr, een van de vooraanstaande volgelingen van Mohammed, aan als kalief. Deze groep werd de Soennieten, terwijl een veel kleinere groep, die de Shiiten werd, Abu Bakr verwierp, omdat zij aanvoerden dat Mohammeds schoonzoon Ali de leider moest zijn, en dat het leiderschap binnen de familie van Mohammed moest blijven. Er is altijd een grote onderlinge spanning geweest tussen deze twee gemeenschappen.

Landen met een moslimbevolking van minimaal 10% (groen is soennitisch, rood is sjiitisch, blauw is ibadisch)

Extreme verdeeldheid

De terugkeer van Ruhollah Musavi Khomeini uit Parijs (Teheran, 1 februari 1979). Khomeini wordt door de piloot van het Air France-toestel de trap af geholpen.

Soennieten, die bijna 90% van alle Moslims uitmaken, leven voor het grootste deel in de zuidelijke streken van het Midden-Oosten – Saudi-Arabië, Jordanië, Egypte en Noord Afrika – en worden beschouwd als orthodoxe Moslims. De volken van de noordelijke landen – Iran, Irak en Libanon – hebben een Shiitische meerderheid. En hoewel Syrië voor het merendeel Soennitisch is, wordt het geregeerd door de Alavieten, een Shiitische splintergroepering. Hezbollah (of Hetzb’Allah)is een radicale Shiitische groepering, die voortkwam uit de Iraanse revolutie van 1979, toen de Sjah werd afgezet. Ayatollah Khomeini kreeg toen de macht en riep Iran uit tot Islamitische Republiek. Iran ziet Hezbollah als een van zijn steunpilaren in zijn strategische veiligheid, en de voorste verdedigingslinie tegen Israël.

Ahmadinejad inspects Natanz nuclear plant in central Iran

Mahmoud Ahmadinejad die een nucleaire plant inspecteert in 2008

De huidige President Mahmoud Ahmadinejad draagt de revolutie nu uit over zijn landsgrenzen. Beide groepen hebben radicale terroristische organisaties. Zo worden al-Qa’eda en Hamas geleid door Soennitische Moslims. Zij staan gewoonlijk vijandig tegenover alle Shiiten, zodat er sprake is van extreme verdeeldheid binnen het moslimgeloof.

De Soennitische al-Qa’eda guerilla strijdkrachten, die worden gesteund door Jordaanse en Syrische organisaties met dezelfde religieuze overtuiging, laten bommen ontploffen in Irak, meestal gericht tegen de armste Shiitische Moslims. Daarom zijn de VS meer geneigd samen te werken met de Shiiten in Irak en de Soennieten in de zuidelijke streken. De Koerden, die leven in de noordelijke delen van Irak, zijn Soennieten en worden gehaat door de Shiiten.

Op 31 augustus 2005 was er een zeer ernstig incident. Op geruchten dat er zelfmoordaanslagen zouden plaatsvinden, werden bijna 1000 Shiiten – waarvan vele vrouwen en kinderen – die bezig waren met hun jaarlijkse pelgrimstocht naar het Mousa al-Kadhim heiligdom, of vertrapt of van de brug over de Tigris in Bagdad gegooid. Dit leidde bijna tot een burgeroorlog. President Ahmadinejad van Iran beweert dat het Soennitische radicalisme het uiterste van zijn mogelijkheden heeft bereikt in zijn strijd tegen het door de VS geleide globale systeem, en dat het nu de beurt is van de Shiiten, geleid door Iran, het roer over te nemen. Hun jihad strekt zich nu uit van Spanje tot Afghanistan.

Verzet tegen Israël

King Abdullah portrait.jpg

Abdoellah II bin al-Hoessein koning van het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië. – Abdoellah behoort tot de stam van de Hasjemieten en is volgens zijn stamboom een nazaat van de profeet Mohammed in de 41e generatie.

Alle Moslims hebben één ding gemeenschappelijk: hun verzet tegen Israël. In de 7e eeuw na Chr. vielen de Saracenen het Midden-Oosten binnen en bezetten het grootste deel daarvan. Daaruit kwam het Ottomaanse Rijk voort. Als Moslims wijdden zij al hun land aan Allah, maar sinds 1948, zeggen zij, is dit land ontheiligd door de Israëlische bezetting, en zij moeten voorgoed verdreven worden van hun bezette gebied. Hierbij moet worden aangetekend dat Koning Abdullah van Jordanië, de Egyptische President Hosni Mubarak en de Saudische Minister van Buitenlandse zaken en hun onderdanen Soennitische Moslims zijn, en bondgenoten van Amerika en Groot-Britannië.  Zij vormen de ‘koning van het zuiden’ waarover in de Bijbel wordt gesproken. Deze leiders hebben notitie genomen van de recente regionale ontwikkelingen een ‘Shiitische halve maan’ te vormen (zoals Koning Abdullah dezebeschreef) in de noordelijke gebieden van het Midden-Oosten.

Leave a comment

Filed under Geschiedenis, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

Wie was Melchisedek?

Reacties op in ons papieren blad verschenen artikelen:

Wie was Melchisedek?
Hebr. 7 zegt dat hij geen vader of moeder had,
en geen oorsprong of levenseinde.
Was hij een engel? Of Jezus zelf?

We ontmoeten Melchisedek zelf in Genesis 14:

En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit … Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd. (Gen. 14:18-20)

Deze Melchisedek verschijnt hier heel plotseling in het verhaal, en verdwijnt weer even plotseling daaruit. We lezen niet wie hij feitelijk was, of van wie hij afstamde. We lezen alleen dat hij ‘koning van Salem’ was, en ‘priester van God’, dat hij Abram zegende, en dat Abram hem tienden gaf van de buit. Dat is dus niet veel informatie, maar het stelt ons toch niet echt voor problemen. Kennelijk leefde er in Kanaän een plaatselijke koning die tevens priester was van de ware God. Hij zegent Abram, en Abram erkent in hem zijn meerdere want dat is waar die zegening en dat geven van die ‘tienden’ op neer komt. Daarna komen we alleen zijn naam nog tegen: eerst in Ps. 110:4, en de brief aan de Hebreeën geeft daar commentaar op. Dat zijn de beide andere keren dat hij in de Bijbel genoemd wordt. In Hebr. 5 lezen we:

Ergens anders [nl. in Ps. 110:4] zegt (God):

‘Jij [de Messias] zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’ … En Hijwerd … een bron van eeuwige redding, omdat God Hem heeft uitgeroepen tot hogepriester zoals Melchisedek dat was. (Hebr. 5:6,10)

In hoofdstuk 7 legt hij dat verder uit:

Want deze Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet … en zegende hem, waarna Abraham hem een tiende van alle buit gaf. Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’, en verder is hij ook koning van Salem, dat is ‘koning van de vrede’. Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God – hij is priester voor altijd. (Hebr. 7:1-3)

Het is duidelijk dat hier de moeilijkheden liggen. Zijn naam, zegt de schrijver, is een samenstelling van melek (koning) en zadok (gerechtigheid). Verder is hij koning van Salem, dat verwant is aan shalom (vrede). Bedenk daarbij dat het Hebreeuws geen klinkers kent, en dat de weergave van een Hebreeuwse klank door een ‘s’ of een ‘z’ een keuze van de vertalers is (dus is er bijv. geen wezenlijk verschil tussen sedek en zadok). Daarmee is hij volgens de schrijver een (symbolisch!) beeld van de Messias (Christus), die de werkelijke koning der gerechtigheid is (bijv. Jes. 11:4-5 en 32:1), en koning des vredes (bijv. Jes. 9:5). Let dus op dat hij niet betoogt dat deze Melchisedek de Messias is, maar dat hij er een beeld van is! Vervolgens licht hij bepaalde aspecten van die verzen in Gen. 14 eruit en betoogt dat die zijn lezers (Hebreeën, dat is: Joodse christenen!) iets vertellen over de eigenschappen van dat Messiasschap.

De problemen ontstaan nu uit het feit dat zijn argument niet alleen berust op wat ons van Melchisedek wordt verteld, maar voor een deel juist op wat ons niet wordt verteld. Het gaat hem er dus niet zozeer om wie of wat de werkelijke Melchisedek was, maar om de manier waarop hij ons in Genesis wordt gepresenteerd. Zijn argument is dan dat het priesterschap van Melchisedek een beeld is van dat van Christus, en daaruit leidt hij af dat het priesterschap van de Messias groter is dan het Levitische priesterschap dat zijn lezers kenden, en dat zijzelf als de hoogste vorm van priesterschap zagen. Dat Levitische priesterschap, betoogt de schrijver, moest voortdurend van vader op zoon worden doorgegeven, omdat zij op een gegeven moment nu eenmaal dood gingen (Hebr. 7:23). Maar het priesterschap van de Messias is volgens Ps. 110 eeuwig (zie Hebr.5:6). En dat wordt dan geïllustreerd door het feit dat ons van Melchisedek geen afstamming en geen geboorte of dood wordt medegedeeld (Hebr. 7:3). Natuurlijk is hij in werkelijkheid gewoon geboren, uit menselijke ouders, en ook weer een keer gestorven. Maar door deze manier van presenteren is hij, betoogt de schrijver, een beeld van de Messias die zijn priesterschap van niemand heeft geërfd (vs 16) en die in werkelijkheid tot in eeuwigheid priester blijft (vs 24). Tenslotte noemt hij het feit dat Abram onderdanigheid betoont aan Melchisedek, en dat Abrams nakomeling Levi (als afstammeling altijd minder dan zijn stamvader) daarmee dus eveneens ondergeschikt is aan deze Melchisedek. En dat geldt dan dus ook voor Levi’s priesterschap ten opzichte van het priesterschap ‘zoals dat van Melchisedek’, dus (uiteindelijk) voor het priesterschap van de Messias zelf.

++

Aansluitende lectuur

  1. De nacht is ver gevorderd 8 Studie 2 Schrik of troost 4 De wereld rond Israël

+++

heb2 priest

Gerelateerd

  1. Melchisedek
  2. Jesus Breaks Through

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religious affairs, Vragen van lezers

Wat betreft het “Getal van de duivel”

Het Getal van het Beest

Begin juni 2006 meldde het nieuws dat bijbelgetrouwe christenen op 6 juni wereldwijd in gebed zouden gaan. Want op de zesde van de zesde van het jaar zes van dit nieuwe millennium zou anders de duivel kunnen toeslaan en zijn verwachte wereldheerschappij gaan vestigen. Zes-zes-zes was immers het getal van de duivel.

Hoewel dit intussen oud nieuws lijkt, is de achterliggende mentaliteit steeds actueler aan het worden. Zulke acties zijn typerend voor veel goed-bedoeld, maar onbijbels denken over het boek Openbaring.

Wat hier fout aan is?

Het getal van het beest is niet zes-zes-zes (dat is een Amerikaanse manier om een getal aan te geven) maar zeshonderd-zestig-zes. De Griekse tekst van Openbaring gebruikt namelijk geen getallen maar woorden. En voor zover het Grieks wel ‘cijfers’ kent (er is één handschrift bekend waarin het getal wel in getalwaarden staat weergegeven) zijn deze verschillend voor 600, voor 60 en voor zes. We zijn nog lang niet aan het jaar 600, terwijl de 60e maand van dat jaar ook problemen gaat geven. Het getal is dan ook geen datum: het is ‘het getal van zijn naam’ (Openbaring 13:17). En het is ook niet het getal van de duivel, want het is ‘een getal van een mens’ (vs 18).

Dit soort interpretatie van Openbaring, meer gebaseerd op geloofsijver dan op bijbelkennis, is afkomstig uit Amerika, waar het grote aanhang heeft. Maar er zitten bedenkelijke kantjes aan zulk enthousiasme. Gebrek aan werkelijke kennis van de tekst van Openbaring, en vooral de onderlinge samenhang daarin, in combinatie met de neiging de ‘spectaculaire’ symboliek van het boek letterlijk op te vatten, kan snel leiden tot onjuiste toekomstverwachtingen. Uit enkele recent verschenen boeken van Amerikaanse politieke auteurs blijkt verder, hoezeer groepen die deze opvattingen aanhangen de Amerikaanse politiek momenteel beïnvloeden. Dat kan een gevaarlijke combinatie vormen.

+

Omtrent de duivel kan u verder lezen:

  1. Gevallen engelen
  2. Gevallen engelen en hun verblijf
  3. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  4. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  5. Satan of Duivel
  6. Satan het kwaad in ons
  7. Lucifer
  8. Hoe leest u?: Lucifer
  9. Hoe de Satan vandaag rond toert
  10. Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel
  11. God meester van goed en kwaad
  12. Hemel en hel
  13. Media geen werk van Satan, een duivelse engel

Leave a comment

Filed under Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Vragen van lezers, Wereld aangelegenheden

Wonderen van de Schepping: de Ceder

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Ceder op het domein van Mariemont, België

Ceder (Cedrus) een geslacht van coniferen dat behoort bij de dennenfamilie (Pinaceae) – op het domein van Mariemont, België

Bomen komen veelvuldig in de Bijbel voor en de ceders van de Libanon nemen daarin een voorname plaats in. Niet minder dan 72 keer wordt er in het Oude Testament van deze statige coniferen melding gemaakt. De ceder groeit langzaam en wordt zeer hoog, tot wel 40 meter. Hij is inheems in de landen rondom de Middellandse Zee, maar wordt overal in de wereld als sierboom geplant. Een ceder is ook makkelijk te herkennen aan zijn dikke, rechte stam en zijn enorme kroon van horizontale takken.

Cederhout is zacht, aromatisch en duurzaam. Het wordt in de wijde omgeving als bouwmateriaal gebruikt en verwerkt.

Libanonceder in het Bos van de ceders van God

Libanonceder (o.a. genoemd in het Gilgamesj-epos en in de Hebreeuwse Bijbel) – in het Bos van de ceders van God. De libanonceder is een inheemse boomsoort van gebergtes in het oosten van het Middellandse Zeegebied. De gunstigste habitat bestaat uit vochtige, kalkrijke grond op zonrijke noordelijke en westelijke berghellingen in een gebied met warme, droge zomers en koude, vochtige winters.[

In de Bijbel lezen wij voor het eerst over ceders in verband met de reinigingsrituelen van de Israëlieten: de reiniging van een melaatse (Leviticus 14) en in het voorbereiden van het reinigingswater (Numeri 19). De combinatie met hysop, een zeer algemene plant, doet vermoeden dat hier wordt bedoeld dat iedereen, rijk of arm, reiniging nodig heeft (zie 1 Koningen 4:33).

Cederhout was toen zeer gewild voor bouwwerken; het werd gebruikt voor de paleizen van de koningen David en Salomo, en voor de tempel, die Salomo voor de Allerhoogste  bouwde. Dit was mogelijk omdat Hiram, de koning van Tyrus, bevriend was met Israël (1 Koningen 5:1-12). Hier hebben wij een voorbeeld van een goede samenwerking tussen Israëlieten en niet-Israëlieten.
Later, na de ballingschap, haalden de teruggekeerde Israëlieten ook cederhout van de Libanon om de verwoeste tempel te herbouwen (Ezra 3:7).

Wij komen ceders ook tegen als beeld van iets anders.
In positieve zin, als beschrijving van welvaart (Numeri 24:5-6), van de rechtvaardigen (Psalm 92:13), of van de bruidegom in het boek Hooglied (5:15). Daartegenover gebruiken de profeten ceders ook als beeld van menselijke trots tegenover God (Jesaja 2:12-13), of van één van de grootmachten uit die tijd (Ezechiel 31:3). In een veelzeggende gelijkenis wordt het beeld op de laatste koning van Juda toegepast, nu maar als een twijg die door de koning van Babel werd geplukt (Ezechiël 17:1-4).

Toch zal God die situatie keren, zodat Zijn volk niet meer zal worden geplunderd maar als een prachtige ceder in het land Israël gedijen. (verzen 22-24).

“22  Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg; 23 op de hoge bergen van Israel zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen. 24 Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb doen verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb; Ik, Jahwe, heb het gezegd en Ik zal het doen.” (Eze 17:22-24 WV78)

C.T.

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?

Bij de vragen en opmerking van onze lezers treffen wij het volgende aan:

“Wie uit God geboren is zondigt niet,
want Gods zaad is blijvend in hem.
Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren”. (1 Joh.3:9).

Is de gelovige werkelijk niet in staat te zondigen?
Maar waar zouden wij dan nog vergiffenis voor moeten vragen?

Om Johannes hier te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn.
Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.  Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met ‘zondigen’ twee verschillende dingen bedoelt. Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde. Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus,waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke ‘zonde’ doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat … Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. (Rom. 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn.
Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei –

‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matth. 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar  ‘van het lichaam is’ en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, hij (Paulus) wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus,onze Heer!” (vs 24-25).

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

Als we zeggen dat we de zonde niet hebben [de NBV vertaalt dit ten onrechte met ‘niet kennen’], misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
Belijden we (zulke) zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons (die) zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Joh. 1:8-9)

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie (willens en wetens) dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is ‘wetteloos’. Maar met wet-teloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en hetwoord is dus synoniem met ‘goddeloos’:

Ieder die (bewust) zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. (1 Joh. 3:4)

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

En vervolgens trekt hij dan de conclusie:

Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Wonderen van de Schepping: De kwartel

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Quaglia.jpgDe kwartel (Coturnix coturnix) een vogel uit de familie der fazanten (Phasianidae) en de enige trekvogel uit de orde der hoendervogels.

Van de veldhoenders (patrijsachtigen) is de kwakkel, of kwartel, de kleinste. Het is een trekvogel, zo groot als een leeuwerik. Rond de Middellandse Zee kan men er soms duizenden oprapen, die door hun overtocht uitgeput raakten. De kwakkels die men in Israël of de Sinaï uit tropisch en Oost-Afrika ziet komen, zijn op weg naar Midden- en Oost-Europa.

In de Bijbel komen kwakkels twee keer voor. In beide gevallen dienden zij als voedsel voor de Israëlieten op weg van Egypte naar Kanaän. In Exodus 16:1-3 lezen wij hoe het volk tegen Mozes en Aäron morde dathet geen eten had, waarop God het vlees en brood beloofde (vn.11-12). Maar hoe?

Het was juni en de trektijd voor kwakkels was voorbij. Toch bracht God er genoeg bijeen om het hele volk te verzadigen. Niettemin was Hij niet van plan dit wonder elke dag te herhalen; Hij had Zijn volk een andere kost bereid, het manna. Dat was het hemelse brood, met eengeestelijk les:

“Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten … om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat de mond van de HERE uitgaat” (Deut. 8:3).

Het manna stelt dus het geestelijke voor, en de kwakkels het vleselijke. Israël moest leren op God, en niet op vlees, te vertrouwen. Veelzeggend is het commentaar van de Psalmist:

“Zij vroegen en Hij deed kwakkelen komen, met brood uit de hemel verzadigde Hij hen” (Ps. 105:40).

Slechts het ware brood uit de hemel kan ons verzadigen.Twee jaar later kwamen de Israëlieten weer tegen Mozes in opstand. Zij waren het manna zat, en verlangden vlees te eten (Num. 11:4-6). Gods toorn ontbrandde en Hij gaf hen een onvergetelijke les:

“De HERE zal u vlees geven … een volle maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt … omdat gij de HERE hebt veracht” (vn.18-20).

Mozes kon zijn oren niet geloven, maar Gods hand is niet beperkt! Uit twee richtingen bracht God grote vluchten kwakkels samen, één uit Arabië (O), de andere uit Oost-Afrika (Z) (Ps. 78:26-27). Maar dat hielp hen niet want terwijl zij het vlees nog aan het kauwen waren, sloeg God hen met een zware slag (of, plaag) en velen kwamen om (Ps. 106:15).

Hoe zit het met onze smaak – hebben wij liever hemels brood, of ‘s werelds vlees?

C.T.

Leave a comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Our God is not a Laissez-faire Ruler

Too many people have forgotten what went wrong in the early days of our universe, how the first man rebelled against God and how God gave them the right to take care of the things themselves.

Now the same people often blame God for the difficult times they get, not seeing that they themselves are at the cause of most of the problems in this world.

Coming closer to the times of the Greater Agony, we should make sure that more people come to recognise how Jesus is the way to God and to salvation, him having it made possible to enter the small gate, to a better world where there shall be no hate or war, but only place for peace and happiness.

*

To remember

Habakkuk 1:3 Why make me look at injustice? Why tolerate wrongdoing? Destruction &  violence strife, & conflict

  • Who isn’t totally frustrated & deeply concerned by what we see & read in the news every single day?
  • How often do we begin to lose hope when we do not see immediate relief from our circumstances?
  • God commanding us to look around us to see where He is working.
  • God  controlling all things for the ultimate perfect good of His children.

Through Jesus' Love

Habakkuk 1:3
Why do you make me look at injustice? Why do you tolerate wrongdoing? Destruction and violence are before me; there is strife, and conflict abounds.

In this passage, Habakkuk is crying out to God in frustration because of the things he is seeing in the society of his day. Doesn’t this passage sound as if it could have been written today? Who isn’t totally frustrated and deeply concerned by what we see and read in the news every single day?

Perhaps this frustration is carrying over into our own personal lives. Who among us hasn’t cried out to God for relief from the struggles of work, relationships, addictions, afflictions or even sin itself? How often do we begin to lose hope when we do not see immediate relief from our circumstances?

God has a response for us just as he had for Habakkuk when He said, “Look among…

View original post 252 more words

Leave a comment

Filed under Crimes & Atrocities, Lifestyle, Re-Blogs and Great Blogs, Religious affairs, Welfare matters, World affairs

Moeilijkheid om te vergeven

Reacties op in ons  tijdschrift verschenen artikelen en veel gestelde vragen via het internet

Vraag:

In Lukas 23:34 zegt Jezus: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Betekent dit dat wij het aan God kunnen overlaten mensen te vergeven waarvoor wij dat zelf te moeilijk vinden?

In Mattheüs 18 vinden we Jezus’ eigen leer hierover. Hij geeft daar (vs 23-35) een gelijkenis over twee slaven. De eerste is zijn heer een enorm bedrag schuldig (ca.€150 miljoen), dat hij hem dus nooit zou kunnen terugbetalen. Wanneer zijn heer dan beslist dat hij daarom met zijn gehele gezin verkocht moet worden, om op die manier de schuld te voldoen, smeekt hij zijn heer om genade. Die scheldt hem daarop die gehele schuld kwijt. Dan treft die slaaf een mede-slaaf die hem 100 schellingen schuldig is (ca.€250). Hij eist dat bedrag op, en wanneer hij hem niet onmiddellijk kan betalen, laat hij hem gijzelen (in de gevangenis zetten) totdat hij heeft betaald. Wanneer de heer daarvan hoort, laat hij de eerste slaaf alsnog boeten voor zijn onbetaalde schuld.

Jezus’ les is dan:

“Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.” (vs 35).

Dat zou duidelijk moeten zijn! Wij hebben een enorme schuld bij God, die wij nooit zouden kunnen afbetalen. Die kan alleen afbetaald worden met ons leven. God is echter bereid ons die schuld volledig kwijt te schelden, en ons daarmee dat leven te schenken. Maar dan moeten wij, op onze beurt, wel bereid zijn onze medemensen hun schulden kwijt te schelden. Daarom heeft Jezus ons geleerd te bidden:

“Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.” (Matth. 6:12).

Dat laatste is de onontkoombare voorwaarde voor het eerste. Wanneer wij daar niet toe bereid zijn, geldt voor ons, net als voor die eerste slaaf, dat onze Heer (God) zijn kwijtschelding weer intrekt, en ons alsnog verantwoordelijk houdt voor onze eigen schuld. Want zo iemand heeft kennelijk niet begrepen hoe oneindig groot de kwijtschelding is die hij zelf heeft ontvangen, en schiet daarmee, net als die slaaf, tekort in dankbaarheid. En voor een goed begrip: het is ook dan nog heel goed mogelijk dat God die ander wel degelijk vergeeft; de enige die in die situatie geen vergiffenis ontvangt zijn wijzelf.

En wat bedoelt Jezus dan met zijn uitspraak op het kruis? Zij die ervoor verantwoordelijk waren dat hij daar hing, hadden daarmee grote schuld op zich geladen. Maar Jezus stierf daar voor de schuld van anderen, dus in principe ook voor die van hen. Hij gaf zijn leven in plaats van het hunne. We kunnen dus onmogelijk zeggen dat Jezus daar aan zijn Vader vraagt:

‘vergeeft U het ze maar, want Ik doe het niet!’

Integendeel: hij doet daar alles wat hij kan, tot aan het uiterste. En hij vraagt zijn Vader dat offer te accepteren, en van zijn kant die mensen ook te vergeven. Want alleen God kan beslissen of die mensen voor hun zonde moeten sterven, of dat hij ze hun schulden kwijtscheldt en ze laat leven. Jezus geeft ons daarmee een voorbeeld, dat wij moeten navolgen (zie ook Stefanus). En wie dat moeilijk vindt, moet God bidden hem daarbij te helpen, niet om dat van hem over te nemen. Want anders loopt het met hem, net als met die slaaf, slecht af.

+

Vervolg van

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is?

Vindt ook

Genoegdoening

++

Aanverwant

  1. De Falende mens #2 Vrije keuze
  2. De toorn van God
  3. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  4. Zonde en rekenschap
  5. Een man die anderen niet kan vergeven
  6. Status Quo
  7. Vergeving altijd mogelijk
  8. Vergeven
  9. Geestelijke vorming tot heiligheid #3

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Sociale Aangelegenheden, Vragen van lezers

Suppose it’s all a lot bigger than anyone thinks


Suppose it’s all a lot bigger than anyone thinks or can even imagine.

Okay, I’m telling you now …
IT IS.

~ Milton Jones

1 Comment

Filed under Positive thoughts, Quotations or Citations, Religious affairs