Tag Archives: Hemelse Vader

Een veel voorkomende vraag: Waarom moest Jezus of God naar de hel?

Waarom moest Jezus of God naar de hel terwijl mensen die slechte dingen hebben gedaan rechtstreeks naar de hemel mogen?

Grote Vraag - Big Question - Wat nu? What now?

De grote vraag – Big Question – Wat is er hierna? Wat is er na dit leven?

Als wij na onze dood ofwel eerst naar het vagevuur gaan en dan naar de hemel, waarom en voor wie moet Jezus dan terug komen om de doden en levenden te oordelen?

Indien wij gered zijn en onze ziel naar de hemel gaat waarom prediken er nog zovelen over verdoemenis in de hel?

Waarom als wij zogezegd gered zijn door het bloed van Christus zijn er nog kerken die hun leden bang maken met hellevuur en eeuwige foltering, terwijl zij zeggen dat wij geen werken meer moeten doen omdat wij gered zijn?

Hebt u zich al eens afgevraagd of God wel kan sterven en dan in een hel zou terecht komen?

Volgens de Bijbel heeft Dé God geen geboorte, geen begin van leven mits Hij altijd al bestaan heeft. De Godheid heeft ook geen einde aan Zijn leven. Er staat in de Bijbel vermeld dat geen mens Hem kan zien en leven, maar ook dat geen enkel mens Hem iets kan aandoen. Nochtans weten wij dat Jezus door zeer veel mensen is gezien, die dan toch niet dood vielen, en dat hij zelfs enkele tot leven bracht, terwijl hij zelf toch dood ging aan een houten paal, opgehangen door de Romeinen en begraven door enkele toegewijden.

God, volgens de Bijbel, kan overal tegelijkertijd zijn. Hij is noch gebonden door plaats, noch door tijd. Aldus kan men zeggen dat God in de hemel kan zijn, maar ook op aarde alsook in de hel.  Maar indien de hel een folterplaats voor zondigen zou zijn kan men zich ook wel afvragen wat God daar zou horen te doen. Als men weet dat Jezus zonder zonden zou zijn kan men het ook stellen dat het zeer vreemd is dat Jezus naar de hel zou moeten gaan, terwijl hij vrij van zonden is.

Wat zijn eigenlijk dat vagevuur en die hel?

Heb jij al ergens over een vagevuur gelezen in de Bijbel?

Voorgeborchte of het verblijf van de zielen die na het sterven niet toegelaten worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of het vagevuur gezonden worden. – Domenico Beccafumi. De nederdaling van Christus in de Limbus. 1530-1535.

Nergens in de Bijbel wordt er over een vagevuur gesproken. Nergens wordt er gezegd dat mensen na hun dood nog eens voor een tweede maal zouden gestraft worden voor hun gedane fouten. Ook wordt er nergens over een voorgeborgte of voorgeborchte, gesproken waar kleine kinderen indien zij nog niet gedoopt waren, of zielen die na het sterven niet toegelaten zouden worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of het vagevuur zouden gezonden worden, naar toe zouden moeten gaan. Volgens de Heilige Schrift is de straf voor de zonde eenvoudigweg de dood. Daar eindigt het leven en daarmee is het eindpunt bereikt van ons als zondig wezen. De dood zelf is de straf die ons is opgelegd.

Kan u een rechtvaardige Vader of rechter voorstellen die nogmaals straft als een straf voor een bepaald feit al verricht is geworden?

De Elohim Hashem Jehovah wordt volgens het Boek der boeken, de Bijbel, voorgesteld als een rechtvaardige Vader en Herder. Kan u zich een liefdevolle vader voorstellen die continue zijn kinderen blijft straffen voor dezelfde fouten? Wat zou u er van denken als die Liefdevolle Vader telkenmale een straf volbracht is voor eenzelfde feit opnieuw een straf zou geven en dan nog eens en nog eens, om zo het kind tot in het oneindige te laten lijden?

Als rechtvaardige Vader is het wel zo dat Hij gemaakte fouten niet ongestraft kan laten.

“Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, {9 } bezoekende de ongerechtigheid der vaderen {10 } aan de kinderen, {11 } en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid. {12 } (Ex 34:7 STV)

“Dat niemand zijn broeder vertrede, {12 } noch bedriege {13 } in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben.” (1Th 4:6 STV)

“Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, {56 } en het bloed des testaments {57 } onrein geacht heeft, {58 } waardoor hij geheiligd was, {59 } en den Geest der genade {60 } smaadheid heeft aangedaan?” (Heb 10:29 STV)

“Komt dan, en laat ons samen {58 } rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, {59 } zij zullen wit {60 } worden als sneeuw, al waren zij rood {61 } als karmozijn, {62 } zij zullen worden als witte wol.” (Jes 1:18 STV)

“Want de bezoldiging der zonde {62 } is de dood, {63 } maar de genadegift Gods {64 } is het eeuwige leven, {65 } door Jezus Christus, onzen Heere.” (Ro 6:23 STV)

Als de dood door God als de ultieme straf wordt aanzien, waarom zou er dan nog eens een straf in een vagevuur of in een hellevuur moeten volgen?

Wat is de hel?

Heb jij gemerkt dat er in de bijbel over de hel of Gehenna, Hades, Sjeool, Sheool of Tartarus wordt gesproken, welke allemaal hetzelfde zouden zijn?

Heb jij daar al bij stil gestaan wat dat eeuwig of steeds brandende vuur zou zijn?

In de vroegere tijden braken wel eens ziekten uit die zeer besmettelijk waren. Om de besmetting inte perken werden de lijken zo vlug mogelijk verbrand, zodat zij geen nieuwe slachtoffers meer konden maken. Omdat het zo belangrijk was die besmettelijke ziekten onder controle te houden werd er buiten de stadsmuren steeds een vuur aan gehouden om zo vlug mogelijk daar de lijken te verbranden zodat er niets meer dan stof zou van overblijven, welk dan ook niemand meer zou kunnen besmetten. Dat steeds brandend vuur werd “hel” genoemd zoals ook de graven “sheol” of “sheool” werden genoemd. Dat vuur buiten de bewoonde wereld werd namelijk als het “graf” bedoeld, of de “eeuwige rustplaats” voor de overledene.

Ook vandaag moeten wij nog steeds de lezing in de Bijbel opvatten als toenertijd. Maar zoals toen waren er mensen die filosofeerden en hoopten dat er na dit leven nog iets zou zijn of dat de mens over ging tot een andere gedaante. Telkenmale als men stierf zou men terug tot leven komen in een gedaante, afhangende van het voorgaande leven. Had men goede dingen verricht zou men verbeteren, had men slechte daden verricht zou men naar een lagere stand terug keren. Zulke incarnaties zijn tegen de leer van God, maar zijn ook bij meerdere geloofsgroepen binnen geslopen. Wij horen ons hier echter van zulke gedachten  te ontdoen.

Is Jezus een incarnatie van een God-mens?

Door al die Griekse filosofische gedachten rond een steeds terugkerende mens of een “reïncernatie” is ook de gedachte opgekomen van een “god-mens reïncarnatie”. Door woordverdraaiingen kwamen valse leraren er toe mensen te overtuigen dat het woord ook een mens maar tegelijkertijd God kon zijn. Aldus kwam het geloof er in dat

Het Woord is vlees geworden

zou inhouden dat God zelf vlees zou geworden zijn, en dat het niet ging om het Woord van God, namelijk de uitspraken van God, die vlees zouden zijn geworden (wat de intentie van de evangelieschrijver was).  Volgens meerder mensen die zich ‘geloofsgeleerden” of “godsgeleerden” (“theologen”) noemden moest zulk een schrijven wel inhouden dat het over God ging die zich zogenaamd bekleedde met vlees zoals bij een materialisatie of een reïncarnatie. Hun interpretatie betekent dat God zogezegd werd wat de mens was — vlees en bloed — opdat Hij een van ons mensen zou zijn. Sommigen beweren zelfs dat dat één van de noozaken was om ons te verlossen. Vreemd is dat zij dan niet afvragen waarom God dan zo vele eeuwen wachtte om naar de aarde te komen en te doen alsof Hij verleid werd (want God kan niet verleid of misleid worden) en om te doen dat de mens Hem iets kon aandoen en Hem zelfs ter dood zou kunnen brengen (want God kan niet sterven en de mens kan Hem niets doen).

Hoe wij Johannes’ geschriften ook doorzoeken, wij kunnen nergens vinden dat hij zegt dat het Woord een God-Mens, een combinatie van God en mens werd.

Van waar komt dat God-mens zijn?

Ook al bestonden er al zeer veel mythen over goddelijke wezens en god mensen bij de heidense volkeren is de uitdrukking God-Mens speciaal geworden bij de trinitariërs die het zich heel eigen maakten en van “de zoon van God” “god de zoon ” maakten, alsof dat juist het zelfde zou zijn. Velen zien zelfs niet meer het verschil tussen die twee en zijn er van overtuigd dat Jezus zowel zoon van God is als God zelf is. Voor hen is Jezus een deel god van een Driegodheid, naar de gelijkenis van de vele drie-godheden in polytheïstische groepen. Maar daarbij valt op dat bij die meergoden aanbidders hun subgoden dikwijls meer gelijkheden vertonen met de hoofdgod dan Jezus met zijn goddelijke Vader. Om dit te vergoeilijken gaan sommigen zo ver om het een kat-en-muis spelletje te noemen waarbij zij wel naar strikvragen kijken maar niet de essentie van Jezus antwoorden ter harte nemen. zij durven dan zelfs te schrijven

Blijkbaar zit er iets in Jezus’ antwoord verstopt dat zó explosief is dat men daar het liefst een eind bij uit de buurt blijft. {God, de enige God, is in Zijn Zoon Jezus onze naaste geworden}

en dan draaien zij rond de pot die zij wel weten, namelijk dat

God alleen God is en dat er geen andere God dan Hij is (12:32) {God, de enige God, is in Zijn Zoon Jezus onze naaste geworden}

en beseffen zij wel

Juist de Joden wisten als geen ander dat deze Enige zijn eer niet deelt met een ander (Jesaja 42:8, 48:11). Dat had God duidelijk gemaakt na de ellende van de ballingschap als straf voor een volk dat andere goden (!) achterna liep. {God, de enige God, is in Zijn Zoon Jezus onze naaste geworden}

Nergens heeft Jezus zich gelijk gesteld aan God, integendeel heeft hij zelfs gezegd dat hij niets kan doen zonder God, die veel groter is dan hem.

“Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, {15 } tenzij Hij den Vader dat ziet doen; {16 } want zo wat Die doet, {17 } hetzelve doet ook {18 } de Zoon desgelijks.” (Joh 5:19 STV)

“Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom weder {57 } tot u. Indien gij {58 } Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik. {59 } (Joh 14:28 STV)

Wat wij als het Onfeilbare Woord van God beschouwen (de Bijbel) heeft het zelfs regelmatig over „de Zoon des mensen”, hetgeen wel zeer afwijkt van God-Mens. Alsook wordt daarin vermeld dat God zelf, Die geen leugens vertelt, verklaart dat God Zijn welbeminde zoon is.

“21  En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was, en bad, dat de hemel geopend werd; 22 En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde, {24 } in lichamelijke gedaante, gelijk een duif; en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen! 23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, {25 } zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli, {26 } (Lu 3:21-23 STV)

In Johannes’ geschriften wordt de uitdrukking „Zoon des mensen” zestien maal op het Woord van toepassing gebracht. Dit duidt erop dat die mensenzoon en niet “god de zoon” door een menselijke geboorte op aarde „vlees geworden” is. Zijn vleeswording betekende niets minder dan dat Jezus als mens van vlees en bloed zichtbaar werd voor iedereen. God kan door geen enkel mens gezien worden, maar Jezus werd door velen gezien. Hij was ook tastbaar en bevestigde dat hij geen geest was zoals zijn hemelse Vader wel een geest is, die dan ook geen vlees, beenderen en bloed heeft.

“Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; {36 } tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.” (Lu 24:39 STV)

“God is een Geest, en {22 } die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” (Joh 4:24 STV)

“Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht {31 } niet kunnen zien; {32 } want Mij zal geen mens zien, en leven. {33 } (Ex 33:20 STV)

Een materialisatie of incarnatie van God of van een hemelse zoon Gods kan moeilijk als een rechtvaardige oplossing aanzien worden. Hierbij moet men dan trouwens de vraag stellen waarom God zolang gewacht heeft en indien wij mensen dan nu zouden verlost zijn, waarom hij ons dan nog zo lang laat lijden en zovelen nog steeds in het ongewisse laat?

de god Apis

De Egyptische godheid die haar eigen dodenpriesters kreeg en later als Apisstier van Memphis meer karaktertrekken toebedeeld kreeg en de aardse belichaming van de god Ptah werd.

Men moet weten dat bij zeer veel heidense groepen reïncarnatie tot het normale gebeuren mag behoren. Niet alleen zijn in zulke groepen dieren gewijd aan bepaalde goden, maar sommige dieren worden daar ook beschouwd als de incarnatie van een bepaalde god of godin. De Apisstier bijvoorbeeld werd als de incarnatie van de god Osiris beschouwd en ook als een emanatie van de schepper god Ptah of Peteh, de vergoddelijking van de primordiale wereld in de Enneadische kosmogonie, dat letterlijk Ta-tenen werd genoemd met de betekenis van verrezen land, of als Tanen, met de betekenis van ondergelopen land.

Zondeval en Losgeld

God kon zo met een vingerknip de mens laten verdwijnen en opnieuw een ander menselijk wezen geschapen hebben. Maar dat zou niets aan het gestelde vraagstuk oplossen. De mens had gerebelleerd tegen God en Zijn rechtschapenheid en recht op heerschappij in vraag gesteld. Met de zondeval in de Tuin van Eden heeft de mens de dood als straf voor die rebellie tegen God over zich gekregen.

Als wij sterven hebben wij met onze dood betaald voor de schuld van onze weerstand en ongehoorzaamheid aan God. Er is dan verder helemaal geen reden om nogmaals een andere straf te krijgen of om nogmaals een aflossing te voorzien voor onze schulden. Want Jezus Christus als mensenzoon is er in geslaagd om onze schuld af te lossen doordat hij als mens er in geslaagd is om volledig Gods Wil te doen en zich aan te bieden als een Offerlam ten behoeve van het Losgeld voor alle mensen hun schulden.

Mits God aanvaard heeft dat Jezus zijn eigen wil ter zijde heeft geschoven en zijn plengoffer aanvaard heeft zijn wij nu begenadigd met de vrijspraak, indien wij dat Offer ook willen erkennen en bereid zijn om te geloven dat Jezus de Weg naar God is, de Gezondene, de Heiland en Onze Verlosser.

Wij moeten beseffen dat wij misschien niet onderuit kunnen om te gaan sterven, maar doordat Jezus een volmaakt offer aan god heeft aangeboden ligt er voor ons een Genadegave klaar welke ons toch nog iets na de dood kan opleveren. Maar als wij sterven zullen wij of in een graf gelegd worden of gecremeerd worden. Bij beiden zal ons lichaam tot stof en as vergaan, zoals in de bijbel staat opgetekend. Daarbij zal ons denken ook vergaan, terwijl voor de nabestaanden enkel de herinneringen en onze vroegere geschriften zullen achterblijven. Verder zal er voor ons geen mogelijkheid meer zijn om met hen te communiceren of zo. Alles zal gedaan zijn. Indien wij nog iets hadden moeten doen, dan moest dat voor dat stervenspunt gebeurd zijn.

“Ziet, alle zielen {7 } zijn Mijne; {8 } gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven. {9 } (Eze 18:4 STV)

“Want de levenden {22 } weten, dat zij sterven zullen, maar de doden weten niet met al; {23 } zij hebben ook geen loon {24 } meer, maar hun gedachtenis is vergeten. {25 } (Pre 9:5 STV)

“Alles, {40 } wat uw hand vindt {41 } om te doen, doe dat {42 } met uw macht; want er is geen werk, {43 } noch verzinning, {44 } noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat.” (Pre 9:10 STV)

“Want het graf {50 } zal U niet loven, de dood {51 } zal U niet prijzen; die in den kuil nederdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen. {52 } (Jes 38:18 STV)

“19 Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart {36 } hun beiden; gelijk die sterft, {37 } alzo sterft deze, {38 } en zij allen {39 } hebben enerlei adem, {40 } en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; {41 } want allen zijn zij ijdelheid. {42 }20 Zij gaan allen naar een plaats; {43 } zij zijn allen uit het stof, {44 } en zij keren allen weder tot het stof.” (Pre 3:19-20 STV)

“In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, {38 } totdat gij tot {39 } de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.” (Ge 3:19 STV)

Ook voor Jezus, die mens van vlees en bloed, stond er niets anders op dan na zijn dood in het graf gelegd geworden. Maar daar zal het grote verschil, zijn opstanding een bewijs moeten zijn voor ons mensen, dat er ook voor ons zo iets moois te verwachten valt. Indien Jezus God zou zijn dan hadden wij nu als mensen nog steeds geen bewijs dat een mens uit de dood zou kunnen opstaan. Dan waren wij nu nog steeds in het ongewisse. Nu echter hebben wij een verzekerde hoop!

+

Voorgaand

Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden

Bijbels antwoord op uw vraag: Wat gebeurt er met ons na het sterven?

Trinitarische zendelingen die Joden tot Christus willen brengen

Uitlopen om uit lichaam te wonen

++

Aansluitend

  1. Zonde en rekenschap
  2. Wat gebeurt er als wij sterven
  3. Dood
  4. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  5. Lichaam en ziel één
  6. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel
  7. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God
  8. Al of niet onsterfelijkheid
  9. Onsterfelijkheid – Immortaliteit
  10. Eeuwenlange verkondiging van de hel als martelplaats
  11. Hemel
  12. Hemel en Hel
  13. Hellevuur
  14. Kinderen niet naar het voorgeborgte
  15. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  16. Graf
  17. Is er meer in dit leven dan dit?
  18. Wat is de bedoeling van dit leven
  19. Beperktheid van de mens tot in zijn dood
  20. De Bijbel haar relevatie over God
  21. Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken
  22. Bekommerende God
  23. Plan van de goddelijke maker
  24. Bestemming van de aarde
  25. Bestemming getrouwen en rechtvaardigen
  26. Bestraffing vermijden
  27. Redding mogelijk voor allen
  28. Bevrijding
  29. Christelijke hoop op eeuwig leven
  30. Reddingsplan
  31. Psalm 59 David in grote moeilijkheden #1 Red mij van mijn vijanden
  32. Hoop
  33. Hoop op een man
  34. De onschuldige
  35. Plaatsing van Jezus door zogenaamd Bijbelstudie webruimte
  36. Doctrine van de Drievuldigheid
  37. Jezus de Weg naar God
  38. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  39. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  40. Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus
  41. Lam van God #1 Sprekers voor God
  42. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  43. Christus Jezus: de zoon van God
  44. Hoop voor de toekomst
  45. Hoop eerste christenen
  46. Hoop op leven
  47. Hij die komt
  48. Jezus moest sterven
  49. Zoon van God – de weg naar God
  50. Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam
  51. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed
  52. Vertrouwen in Jezus Christus
  53. Jezus drie dagen in de hel
  54. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  55. Geloof in Jezus Christus
  56. Geloof in slechts één God
  57. Staat God achter al het kwaad hier op aarde
  58. God is positief
  59. God komt ons ten goede
  60. Gods hoop en onze hoop
  61. Er zijn geen teleurstellingen voor degenen wier testamenten zijn begraven in de wil van God
  62. Keuze van levende zielen tot de dood
  63. Gods redding
  64. Gods beloften
  65. Christus wederkomst
  66. Sterfelijk en spiritueel lichaam
  67. Heerlijk einde
  68. Waarheid van mens of van God
  69. Verzoening
  70. Zoenoffer
  71. Verzoend met God
  72. Koninkrijk van Christus en Koninkrijk van God
  73. Koninkrijk van God
  74. Koninkrijk Gods
  75. Laatste dagen omroepers
  76. Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden
  77. Kerkzijn in een ik-gerichte tijd

+++

Gerelateerd

  1. Als anderen niet langer meedoen en/of niet meer in God geloven: hoe houden we het dan vol om kerk te zijn?
  2. Christen-populisme helpt niet. Christelijke spelregels voor geloofwaardig optreden
  3. Zondeval
  4. Dag 4 – De zondeval
  5. Perspectief na de zondeval
  6. De hel van veraf en dichtbij
  7. God, de enige God, is in Zijn Zoon Jezus onze naaste geworden
  8. God wil in en met ons winnen
  9. ‘En toen kwam Jezus’ – Heb. 1, 1-4
  10. ‘God in ons midden’ – 3. ‘TomTom+’
  11. Verduistering
  12. Verzoening?
  13. Spreken over Gods oordeel begint bij de gekruisigde Jezus
  14. In Search of Immortality, Book Review
  15. Reincarnation 1
  16. Reincarnation 2
  17. Reincarnation – 5 Incredible Stories Told By Young Children Around the World
  18. Reincarnation for the Curious Christian, Part 1
  19. Why Children and Childhood? – The answer from a Spirit
  20. Re-Merging With Source God
  21. Buddhism, Christianity, and Islam 101: Religion on the Rebound, Religion on the Run…

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld

Christenen hun gedrag vandaag

Vandaag kunnen wij nog steeds verscheidene mensen vinden die beweren Christen te zijn. Als wij dan nagaan wat zij werkelijk geloven en hoe zij Jezus Christus navolgen kunnen wij ons eerder afvragen waarom zij zich eigenlijk christen noemen.

Als wij naar de gedragingen van de mensen kijken die beweren christen te zijn kan men zich ook dikwijls de vraag stellen wat zij dan wel onder dat christen-zijn verstaan en welk het verschil dan wel mag zijn tussen hen en niet gelovigen. Wat onderscheidt hen van diegenen die niet in Christus geloven en niet in een god geloven?

Het Christen zijn, houdt dat niet in een volgeling van Christus te zijn. Hoort daarbij ook niet het opvolgen van zijn leerstellingen en zijn opgaven?

Een ware Christen volgt de leerstellingen van Jezus Christus en houdt zich daar aan om die liefde van Christus ook met anderen te willen delen.

Liefde en goed nieuws delen met anderen

Het is een troost te weten dat de bijbel goed nieuws verkondigt, het nieuws namelijk dat Gods koninkrijk een eind zal maken aan ziekte, honger, misdaad, oorlog en alle vormen van onderdrukking.

 Hij doet oorlogen ophouden tot het uiteinde* der aarde.De boog verbreekt hij en hij slaat de speer werkelijk aan stukken;+ De wagens* verbrandt hij in het vuur.+ (Psalm 46:9)

12 Want hij zal de arme die om hulp schreeuwt, bevrijden,+ Ook de ellendige en al wie geen helper heeft.+ (Psalm 72:12).

Is dat geen nieuws dat iedereen moet horen?

Zij die in Jezus Christus geloven en hem liefhebben willen ook deelgenoot zijn van zijn lichaam en samen met anderen die liefde delen en het goede nieuws verkondigen, zoals Jezus het zijn leerlingen gevraagd heeft om te doen.

  19 Gaat daarom en maakt discipelen*+ van mensen uit alle natiën,+ hen dopende+ in* de naam van de Vader+ en van de Zoon+ en van de heilige geest,+ 20 en leert+ hun onderhouden+ alles wat ik U geboden heb.+ En ziet! ik ben met U+ alle dagen tot het besluit* van het samenstel van dingen.”*+ (Mattheüs 28:19 20).

Ook zei hij tot hen dat hun prediking zich tot „de verst verwijderde streek der aarde” zou uitstrekken (Handelingen van de apostelen 1:8).

14 En dit goede nieuws+ van het koninkrijk+ zal op de gehele bewoonde aarde* worden gepredikt* tot een getuigenis* voor alle natiën,+ en dan zal het einde*+ komen. (Mattheüs 24:14)

Opdracht gegeven door Jezus Christus

An outdoor sermon (The Preaching of St. John t...

Oude meesters konden zich indenken hoe Johannes de doper, Jezus en de apostelen mensen trachtten te bereiken door het prediken. Zo bracht Pieter Breugel de Oudere een voorstelling van de predikende Johannes de doper, geplaatst in zijn omgeving, in 1565, het jaar voor de beeldenstorm (Foto credit: Wikipedia)

De opdracht die Jezus aan zijn leerlingen heeft gegeven geldt ook voor de discipelen van vandaag. Zij heeft betrekking op het bekend maken van het goede nieuws van Gods koninkrijk en van redding door geloof in Jezus Christus. Het wordt in de bijbel aangeduid als „het goede nieuws van het koninkrijk” (Mattheus 4:23), „het goede nieuws van God” (Romeinen 15:16), „het goede nieuws over Jezus Christus” (Markus 1:1), „het goede nieuws van de onverdiende goedheid van God” (Handelingen van de apostelen 20:24), „het goede nieuws van vrede” (Efeziërs 6:15) en het „eeuwig goed nieuws” (Opbenbaring van Johannes 14:6).

Jezus achtte het getrouw vasthouden aan het goede nieuws en het blijven verkondigen ervan belangrijker dan iemands huidige leven, en ook Paulus erkende dat de getrouwe bekendmaking ervan van levensbelang was (Markus 8:35; 1 Korinthiërs 9:16; 2 Titus 1:8). Iemand zou zijn dierbaarste bezittingen kunnen verliezen, ja, zelfs vervolging kunnen ondergaan, maar daar staat tegenover dat hij nu reeds honderdvoudig zou ontvangen,

„huizen en broers en zusters en moeders en kinderen en velden, . . . en in het komende samenstel van dingen eeuwig leven”. — Mr 10:29, 30.

Toetssteen ter beoordeling

Het goede nieuws is de toetssteen op grond waarvan de mensheid wordt geoordeeld:
Het goede nieuws aanvaarden en gehoorzamen, leidt tot redding; verwerping en ongehoorzaamheid hebben vernietiging tot gevolg (1 Petrus 4:5, 6, 17; 2 Thessalonicenzen 1:6-8). Vooral met het oog op dit feit moet de beweegreden waarmee iemand het goede nieuws predikt, zuiver zijn, en hij moet de prediking van harte verrichten, uit liefde voor degenen die luisteren.
De apostelen hadden zo veel waardering voor de belangrijkheid van het levengevende goede nieuws en werden dermate door Gods geest en door liefde aangevuurd dat zij degenen die naar hun prediking luisterden, niet alleen het goede nieuws meedeelden maar ook hun „eigen ziel” (1 Thessalonicenzen 2:8).
God had bepaald dat de verkondigers van het goede nieuws het recht hadden om materiële ondersteuning te aanvaarden van degenen aan wie zij het goede nieuws bekendmaakten (1 Korinthiërs 9:11-14). Maar Paulus en zijn naaste medewerkers achtten het voorrecht dat zij hadden om het goede nieuws te verkondigen zo dierbaar dat zij het angstvallig vermeden daaruit financieel gewin te behalen of zelfs maar de schijn daartoe te wekken. In 1 Korinthiërs 9:15-18 en 1 Thessalonicenzen 2:6, 9 beschrijft de apostel Paulus hoe hij in dit opzicht handelde.

Afgedwongen respect

Jesus is considered by scholars such as Weber ...

Jezus wordt als een charismatisch religieuze leider aanschouwt (Foto credit: Wikipedia)

Tijdens zijn bediening dwong Jezus respect af van zijn leerlingen en omstanders door steeds op een gepaste liefdevolle manier te antwoorden.

Jezus was „zachtaardig en ootmoedig van hart” (Mattheus 11:29). Hij was ook een man van de daad. Nooit onttrok hij zich aan zijn verantwoordelijkheden (Markus 6:34; Johannes 2:14-17). Vriendelijk gaf hij zijn discipelen goede raad, herhaaldelijk zelfs als dat nodig was (Mattheus 20:21-28; Markus 9:33-37; Lukas 22:24-27).

Jezus’ voorbeeld leert ons hoe om te gaan met anderen en hoe onze prediking uit te voeren.

Onderwijzers zijn

Als volgelingen van Christus weten we dat we onderwijzers moeten zijn (Mattheüs 28:19, 20). We weten dat de tijd waarin we leven het dringend noodzakelijk maakt dat we zo goed mogelijk onderwijs geven. En we weten dat ons onderwijs voor degenen die we onderwijzen zelfs het verschil kan uitmaken tussen leven en dood! (1 Timotheüs 4:16)

Ons Voorbeeld van een onderwijzer is niemand minder dan Jezus Christus, die tot zijn volgelingen zei:

„Ik heb u het voorbeeld gegeven” (Johannes 13:15).

Brainerd preaching in the open-air to Native A...

Brainerd in openlucht predikend voor Native Americans. (Foto credit: Wikipedia)

Hij doelde op zijn voorbeeld in het tonen van nederigheid, maar het model dat Jezus ons verschafte, omvat beslist het belangrijkste werk dat hij als mens op aarde verrichtte — mensen het goede nieuws van Gods koninkrijk onderwijzen (Lukas 4:43). Als u nu één woord moest kiezen om Jezus’ bediening te beschrijven, zou u waarschijnlijk het woord „liefde” nemen, nietwaar? (Kolossenzen 1:15; 1 Johannes 4:8) Jezus’ liefde voor zijn hemelse Vader, Jehovah, was het belangrijkste (Johannes 14:31). Maar als onderwijzer gaf Jezus op nog twee manieren van liefde blijk. Hij hield van de waarheden die hij onderwees, en hij hield van de mensen die hij onderwees.

Goddelijke wijsheid stond voorop bij Jezus, waarbij hij deze steeds toeschreef aan zijn hemelse Vader in wie hij meer waardering vond.

52 En Jezus bleef toenemen in wijsheid+ en in fysieke groei en in gunst bij God en de mensen.+ (Lukas 2:52).

Jezus in zijn onderricht gebruikte steeds Gods Woord, de Schrift waaruit hij kennelijk heel liefdevol uit citeerde en bij elk antwoord dat hij gaf een zorgvuldig gebruik van Gods Woord maakte.

De liefde die Jezus voor de door hem onderwezen waarheden had, was altijd duidelijk merkbaar. Per slot van rekening zou hij gemakkelijk zijn eigen ideeën hebben kunnen ontwikkelen. Hij bezat een enorme schat aan kennis en wijsheid (Kolossenzen 2:3). Niettemin herinnerde hij zijn toehoorders er steeds weer aan dat alles wat hij onderwees niet van hemzelf was, maar van zijn hemelse Vader (Johannes 7:16; 8:28; 12:49; 14:10). Hij hield zo veel van goddelijke waarheden dat hij ze niet door zijn eigen gedachten wilde vervangen.

Onderwijs in allerlei plaatsen

Jezus leidde zijn discipelen zowel door woord als door voorbeeld op. Hij onderwees niet alleen in het openbaar, maar ook in particuliere huizen door het goede nieuws rechtstreeks bij de mensen te brengen (Mattheus 9:10, 28; Lukas 7:36; 8:1; 19:1-6). Uit de verslagen van de evangelieschrijvers blijkt dat Jezus’ discipelen in veel gevallen aanwezig waren wanneer hij aan diverse soorten van mensen getuigenis gaf, want deze gesprekken zijn opgetekend. Volgens het boek Handelingen volgden zijn discipelen dat voorbeeld en bezochten zij de mensen van huis tot huis om de Koninkrijksboodschap bekend te maken. (Handelingen van de apostelen 5:42; 20:20)

Jezus legde aan zijn discipelen uit wat een ware dienaar van God was, door te zeggen:

„De koningen der natiën heersen over hen, en zij die autoriteit over hen hebben, worden Weldoeners genoemd. Gij dient evenwel niet zo te zijn. Maar wie onder u de grootste is, moet als de jongste worden, en degene die als de voornaamste optreedt, als degene die dient. Want wie is groter, degene die aan tafel aanligt of degene die bedient? Is het niet degene die aan tafel aanligt?”

Vervolgens zei hij, daarbij zijn eigen loopbaan en gedrag ten voorbeeld stellend:

„Ik ben echter in uw midden als degene die bedient” (Lukas 22:25-27).

Bij die gelegenheid demonstreerde hij deze beginselen — de eigenschap nederigheid inbegrepen — op krachtige wijze door de voeten van de discipelen te wassen. — Johannes 13:5.

Geen religieuze titels nodig

Verder wees Jezus zijn discipelen erop dat ware dienaren van God geen vleiende religieuze titels aannemen, en die ook niet aan anderen verlenen:

„Gij moet u geen Rabbi laten noemen, want één is uw leraar, terwijl gij allen broeders zijt. Noemt bovendien niemand op aarde uw vader, want één is uw Vader, de Hemelse. Laat u ook geen ’leiders’ noemen, want één is uw Leider, de Christus. De grootste onder u moet echter uw dienaar zijn. Al wie zich verhoogt, zal vernederd worden, en al wie zich vernedert, zal verhoogd worden.” — Mattheus 23:8-12.

St. peter preaching 20.JPG

De heilige Petrus ging uit om het goede nieuws te verkondigen (Photo credit: Wikipedia)

De gezalfde volgelingen van de Heer Jezus Christus zijn net als Paulus ’dienaren van het goede nieuws’ (Kolosenzen 1:23); zij zijn ook „dienaren van een nieuw verbond”, daar zij in deze verbondsverhouding tot Jehovah God staan, waarbij Christus de Middelaar is (2 Korintiërs 3:6; Hebreeuwen 9:14, 15). Aldus zijn zij dienaren van God en van Christus (2 Korintihiërs 6:4; 11:23). Hun bekwaamheid komt van God door bemiddeling van Jezus Christus, niet van de een of andere mens of organisatie. Zij hoeven als bewijs voor hun bediening niet een of ander document of certificaat te overleggen, zoals een aanbevelingsbrief of een schriftelijke machtiging. Als hun ’aanbevelingsbrief’ kunnen zij wijzen op de personen die zij hebben onderwezen en opgeleid om, net als zij zelf, dienaren van Christus te zijn. Hierover zegt de apostel Paulus:

„Hebben wij misschien, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven voor u of van u nodig? Gijzelf zijt onze brief, geschreven op ons hart en gekend en gelezen door alle mensen. Want het is duidelijk dat gij een brief van Christus zijt, geschreven door ons als bedienaren, niet met inkt geschreven, maar met geest van een levende God, niet op stenen tafelen, maar op vleselijke tafelen, op harten” (2 Korinthiërs 3:1-3).

Hier beschrijft de apostel de liefde en de verbondenheid, de warme genegenheid en de zorg van de christelijke bedienaar voor degenen die hij dient, want zij zijn ’op het hart [van de bedienaar] geschreven’.

Gegeven gaven

Na zijn hemelvaart gaf Christus de christelijke gemeente dan ook „gaven in mensen”. Daartoe behoorden apostelen, profeten, evangeliepredikers, herders en leraren, en zij werden gegeven

„met het oog op het terechtbrengen van de heiligen, voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van de Christus” (Efeziërs 4:7-12).

Hun bekwaamheid als dienaren komt van God. — 2 Korinthiërs 3:4-6.

Om te prediken, te verkondigen of te getuigen moeten wij dus niet bepaald een theologische hogeschool of universiteit gevolgd hebben. De kennis van de Heilige Schrift is veel voornamer dan de kennis van allerlei theologische studies of filosofen. De eerste verkondigers na Jezus’ dood waren ook niet allemaal geletterden. Vele gewone mensen hebben naast de apostelen er voor gezorgd dat het geloof verder kon uitbreiden. Ook nu moet de verdere uitbreiding verwezenlijkt worden door de gewone gelovigen van de geloofsgemeenschap.

Wij moeten er op rekenen dat het God is die ons zal uitrusten met de nodige gaven voor het predikingswerk of voor het Gods werk dat ons toe komt.

Getuigenis afleggen

Jezus was gekomen om getuigenis af te leggen en verzocht zijn volgelingen wederzijds ook getuigenis af te leggen. Zij die zich Christen noemen horen ware volgelingen van Jezus te zijn en horen dan ook zijn leerstellingen en zijn opdrachten op te volgen. Jezus werd de grootste getuige die God ooit voor Zijn naam heeft gehad. Jezus nam de betekenis van de naam die hij van God had gekregen serieus.

Bijbelgeleerden zijn het er in het algemeen over eens dat de naam Jezus is afgeleid van de Hebreeuwse naam Jeshua en een verkorte vorm van Gods naam bevat. De naam betekent:

„Jehovah is redding.”

In harmonie met de betekenis van zijn naam hielp Jezus „de verloren schapen van het huis van Israël” om berouw te hebben van hun zonden zodat ze weer Jehovah’s goedkeuring konden krijgen (Mattheus 10:6; 15:24; Lukas 19:10). Daarom gaf Jezus ijverig getuigenis over Gods Koninkrijk. De evangelieschrijver Markus zei:

„Jezus [ging] naar Galilea en predikte het goede nieuws van God en zei: ’De bestemde tijd is vervuld en het koninkrijk Gods is nabij gekomen. Hebt berouw en stelt geloof in het goede nieuws’” (Markus 1:14, 15).

Jezus stelde ook moedig de Joodse religieuze leiders aan de kaak, wat ertoe bijdroeg dat ze hem aan een paal lieten terechtstellen (Markus 11:17, 18; 15:1-15).

Durf te spreken

Wij hoeven niet dadelijk een terechtstelling vrezen, maar nochtans zien wij dat te veel christenen mensen vrezen en het niet durven om openlijk over hun geloof te praten en het Koninkrijk van God te verkondigen. Ook zijn de meesten bang om Gods naam uit te spreken; Het valt zelfs op dat er zeer veel mensen zijn die zich Christen noemen maar zelfs Gods naam niet eens kennen.

Diegenen die zich Christen noemen horen niet verlegen te zijn om te spreken over God en gebod. Als zij werkelijk een levend geloof hebben, een echt geloof en een op de bijbelse waarheid gebaseerd geloof, moet hun hart doordrongen zijn door de liefde voor God zodat zij de volledige drang voelen om dat waarin zij ten volle geloven te delen met allen die willen luisteren.

Dit is voortreffelijk en aangenaam+ in de ogen van onze Redder, God,+ wiens wil het is dat alle soorten van mensen+ worden gered+ en tot een nauwkeurige kennis+ van de waarheid komen.+  (1 Timotheüs 2:3, 4.)

Weerstand verdragend en doorzetten

Wij moeten ons vredelievend richten tot allen en hopen dat er voldoende zullen zijn die willen luisteren. Maar steeds horen wij hen zachtaardig toe te spreken en open staan voor naar hen te luisteren en te begeleiden in hun zoektocht naar waarheid.

Natuurlijk kan het afmattend zijn om dag in dag uit tegenstand of spot te verduren. Het kan vermoeiend zijn alsmaar weerstand te bieden aan de aantrekkelijke dingen van de wereld, misschien tot teleurstelling van familieleden die ons aanmoedigen ’iets te worden’. Maar net als Jezus kijken we naar Jehovah op voor steun terwijl we vastbesloten het Koninkrijk de eerste plaats in ons leven toekennen. — Mattheüs 6:33; Romeinen 15:13; 1 Korinthiërs 2:4.

Ons leven moet als een voorbeeld aan anderen aangeboden worden, waarbij wij naast de goede werken steeds getuigenis afleggen.De apostel Paulus schreef:

„Laten wij . . ., zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Galaten 6:10).

In crisissituaties of als iemand behoeftig is, aarzelen we niet ’het goede te doen’ voor onze buren of onze broeders en zusters. steeds houden wij de houding van Jezus in ons achterhoofd terwijl wij ons concentreren op onze hoofdtaak: getuigenis afleggen van de waarheid.

+

Vindt ook om te lezen:

  1. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  2. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  3. Bijbel op de eerste plaats #2/3
  4. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  5. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  6. Kijkend naar het Oosten en het Westen voor Waarheid
  7. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  8. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  9. De verjaardag van de King James Bijbel als aanleiding voor prediking
  10. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  11. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  12. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  13. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  14. Conservatieve rolpatronen en huishoudtaken
  15. Positie en macht
  16. Al of niet verenigen
  17. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  18. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  19. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  20. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  21. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  22. Kleine huiskring ook mogelijke ecclesia
  23. De ecclesia als lichaam van Christus
  24. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  25. Slaaf voor mens en God
  26. Christus’ ethische leerstelling
  27. Intenties van de ecclesia
  28. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  29. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  30. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  31. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  32. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  33. Hermeneutiek om uit te dragen #1 Verslaggevers
  34. Hermeneutiek om uit te dragen #4 Uitzendkanaal
  35. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
  36. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  37. Verkondigen
  38. Ademen om les te geven
  39. Volgens eerste eeuw patronen
  40. Werking van de hoop
  41. Missionaire hermeneutiek 3/5
  42. Missionaire hermeneutiek 4/5
  43. Missionaire hermeneutiek 5/5
  44. Een Manifest voor Gelovigen
  45. Manifest Gelovigen nemen het woord
  46. Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
  47. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  48. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  49. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #3 Behaging in Volhouding
  50. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
  51. Dit is God se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word
  52. Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered
  53. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  54. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  55. Op weg naar 2014-2015
  56. Opbouw van een ecclesia en verbonden kosten
  57. Vakantietijd contacttijd
  58. Door verkondiging ook geruster
  59. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  60. Oorlog in kerkenland
  61. Aankondigingsweek in Nederland
  62. Nieuw tijdperk van Geloofsverkondiging voor Katholieke kerk
  63. Stichter van een beweging
  64. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #1 Abraham de aartsvader
  65. Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad
  66. Bij de opheffing van de Vereniging voor Bijbelstudie
  67. Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3
  68. Er is geen ware en constante zachtheid zonder nederigheid
  69. Kleed jezelf met compassie, zachtheid, vriendelijkheid, nederigheid, en geduld
  70. Wordt nederig als Christus
  71. Vriendelijkheid
  72. Nederig opstellen
  73. Nederigheid
  74. Laat mij niet uit de hoogte doen
  75. Woorden moeten worden afgewogen, niet meegerekend
  76. Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar
  77. De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie
  78. Dagelijks helpen in het geloof

+++

Verder verwant:

Geloof aan mijn voordeur

9 Comments

Filed under Activisme & Vredeswerk, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden