Tag Archives: Ballingschap

Antwoord op Vragen van lezers: Vraag: Kunt u mij uitleggen wat er in Zacharia 3:2 wordt bedoeld met:‘Een brandhout uit het vuur gerukt’?

“ Jahwe zei tot de Satan: ‘Jahwe zal u terechtwijzen, Satan! Jahwe, die Jeruzalem heeft uitverkoren, zal u terechtwijzen. Deze Jozua is een stuk brandhout, dat aan het vuur ontrukt is!’” (Zac 3:2 WV78)

‘Een brandhout uit het vuur gerukt’

Terug keren

Omdat het volk in Jesaja’s tijd ver is afgedwaald, kondigt God Zijn oordelen aan. En niet het hele volk zal daaruit worden behouden; alleen een ‘rest’ daarvan, bestaande uit de getrouwen:

Want, Israël, al was je volk zo talrijk als zandkorrels aan de zee, slechts een rest zal terugkeren (Jes. 10:22).

Terugkeren betekent hier terugkeren tot God, en bij Paulus vinden we het daarom als

‘behouden worden’ (Rom. 9:27).

Bij Zacharia vinden we al een gedeeltelijke vervulling. Het uit ballingschap teruggekomen volk was begonnen de door de Babyloniërs verwoeste tempel weer te herbouwen, maar was daarmee gestopt toen het daarbij teveel tegenstand ondervond. Pas zo’n 20 jaar later namen ze dat weer op, toen God hun, door de profeet Haggai, verweet dat ze wel hun eigen huizen hadden herbouwd, maar de tempel maar hadden gelaten voor wat die was.

Het overblijfsel bij Zacharia

Zacharia begint met een serie van acht visioenen. In het 1e vraagt een engel:

‘HEER van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda, waarop u nu al zeventig jaar verbolgen bent?’ (1:12),

en het antwoord is:

‘zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand … nog zal de HERE Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen’ (vs 15,17, NBG’51).

Dat ‘verkiezen’ is een kenmerkende uitdrukking uit het tweede deel van Jesaja, over het herstel van het volk. Het volk heeft de herbouw van de tempel nu weer ter hand genomen, en vier jaar later is hij voltooid. Halverwege de herbouw, arriveert er een delegatie van elders, die komt vragen of ze nog door moeten gaan met het vasten en rouwen over de verwoesting ervan door de Babyloniërs, 70 jaar eerder. Zacharia geeft, namens God, een antwoord op die vraag, door hen er op te wijzen wat God twee jaar eerder had gezegd:

Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand (8:2, NBG’51).

En God verzekert hun dat Hij nu een heel andere houding heeft jegens het volk dan vóór de hervatting van de herbouw. Doch dat geldt niet het hele volk, maar alleen het ‘overblijfsel’:

Maar nu ben Ik voorhet overblijfsel van dit volk niet meer zoals inde vorige dagen, luidt het woord van de Here der heerscharen(vs 11, NBG’51).

En daarom krijgen ze in eerste instantie ook geen direct antwoord op hun vraag (of ze nog moeten doorgaan met dat vasten), maar op het werkelijke probleem:

Dit moeten jullie doen (NBG’51): Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht tespreken; wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want daar heb ik een afkeer van – spreekt de HEER’ (vs 16-17).

Dat rouw bedrijven is niet belangrijk. Wat van belang is, is de oorzaken wegnemen die tot de ballingschap hebben geleid.

Het visioen in Zacharia 3

Een paar hoofdstukken eerder in Zacharia vinden we een visioen dat die situatie symbolisch beschrijft. Maar we moeten ons er terdege van bewust zijn dat dit inderdaad een visioen is en absoluut geen werkelijkheid!

In zijn 4e visioen (Zach. 3) ziet Zacharia de hogepriester Jozua, gekleed in vuile kleren, iets waar volgens de wet van Mozes de doodstraf op stond. Hij staat voor ‘de engel van de HEER’, die namens God optreedt als rechter, terwijl ‘de satan’ als aanklager aan zijn rechterhand staat. Jozua vertegenwoordigt hier het volk, terwijl zijn vuile kleren de schuld van het volk symboliseren (zie vs 4). Zijn ‘aanklager’ heeft eigenlijk volkomen gelijk wanneer hij hem aanklaagt, maar toch weigert de engel van de HEER het doodvonnis uit te spreken. Want God had immers aangekondigd dat Hij het volk genadig zou zijn. Daarom spreekt hij ‘Jozua’ niet alleen vrij, maar bestraft hij zelfs de aanklager:

De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? (3:2, NBG’51).

Dit wijst terug naar het openingsvisioen, waar God had gezegd dat Hij Jeruzalem weer zou verkiezen. Hij had het volk Zelf in ballingschap doen gaan, maar Hij had het daar ook Zelf weer uit bevrijd. Dat drukt Hij uit in dat beeld van een stuk brandhout dat al in het vuur lag, maar daar weer uit weggegrist is.

Dus lezen we dat Hij de schuld van het volk wegneemt, uitgebeeld doordat Jozua schone kleren krijgt, feestkleding zelfs (vs 4); een duidelijk beeld van Gods genade. Toch moeten we niet uit het oog verliezen dat het hier, net als bij Jesaja, uitsluitend over de getrouwen gaat, dat ‘overblijfsel’. Het 6e visioen verkondigt namelijk heel duidelijk dat er een vloek zal uitgaan, die de goddelozen zal treffen. Ook dat is een echo van Jesaja. En het 7e visioen beschrijft ons, in al even symbolische taal, hoe de zonde definitief uit het land zal worden weggedaan, en teruggevoerd naar het land Sinear, waar ze vandaan kwam. Sinear staat in de Bijbel symbool voor menselijke eigengerechtigheid. Het is de naam die we in Gen 11 vinden voor de vlakte van Mesopotamië, het land van de toren van Babel, waar Abraham uit werd weggeroepen, en waarheen het volk – toen het zich onverbeterlijk toonde – door God werd teruggevoerd in de Babylonische ballingschap, maar waar Hij het ook weer uit bevrijdde.

De toepassing in de brief van Judas

Dit betreft het volk van het Oude verbond. Maar het is niet anders voor dat van het Nieuwe. Ook dat is alleen gered door genade. Daarover gaat een passage in de brief van Judas. Helaas wordt die maar door weinig mensen begrepen.

De sleutel ligt in die woorden

“Moge de Heer u straffen” (vs 9),

die een rechtstreekse aanhaling zijn van Zach 3:2. Judas heeft het over valse profeten, die niet aarzelen hun medegelovigen te veroordelen, terwijl zij tegelijkertijd zelf de geboden van Christus aan hun laars lappen. Zij zijn als die goddelozen ten tijde van Zacharia. En dus verwijst hij daarnaar. Hij begint zijn voorbeeld daarom nadrukkelijk met te verwijzen naar de Schrift, die zijn lezers immers kennen:

Ik wil u eraan herinneren – ook al weet u dit alles wel – dat … Denk ook aan … En herinner u ook … (vs 5,6,7).

Om er dan op te laten volgen:

En toch doen deze zogenaamde zieners precies hetzelfde: ze … verwerpen het gezag van de Heer … Zelfs de aartsengel Michaël waagde het niet … te veroordelen toen hij met (de duivel) twistte over het lichaam van Mozes. Hij zei alleen: ‘Moge de Heer u straffen’ (Judas 8-9).

Let op dat ik in dit citaat enkele stukjes heb overgeslagen, gedeeltelijk omdat ze de aandacht afleiden van waar het over gaat, maar voor een deel ook omdat de vertalers van de NBV (net als de meeste vertalers) de connectie met Zach. 3 niet hebben gezien. Judas spreekt hier over een aartsengel (Zacharia over de ‘engel van de HEER’) en over de duivel (Zacharia over de satan) als aanklager. En hij spreekt over het volk van het Oude Verbond. Zacharia deed dat in het beeld van de hogepriester van toen. Judas gebruikt de term ‘het lichaam van Mozes’ (de gever van de Wet van het Oude Verbond), zoals Paulus elders spreekt over het volk van het Nieuwe Verbond als ‘het lichaam van Christus’ (de hogepriester van dat Nieuwe Verbond). Hij benadrukt dat Gods engel het ‘overblijfsel’ van het volk niet veroordeelde, maar integendeel vrijsprak en van hun schuld bevrijdde. Die engel bestrafte juist de aanklager. Zo zullen ook deze ‘aanklagers’ van de getrouwen die God heeft verlost van hun schuld, bij het oordeel worden bestraft (veroordeeld) in plaats van hun geloofsgenoten, boven wie zij zich zo verheven voelden.

Een voorbeeld om na te volgen

Maar Judas laat het daar niet bij. Hij trekt nog meer conclusies uit dat visioen. Hij vermaant zijn lezers zich niet door zulke valse profeten op de verkeerde weg te laten brengen:

Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof … houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken (vs 20-21)

Gods liefde doelt zeker op de liefde waarmee God hen bevrijdde van schuld. Maar hij bedoelt ook dat wij op onze beurt die liefde en die barmhartigheid moeten betonen aan anderen, want hij vervolgt met:

Ontferm u over wie twijfelen en red hen (NBG’51) door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met anderen moet (echter) gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben (vs 22-23).

Medegelovigen die dreigen te worden meegesleurd door de verleidingen van die valse leraars, moeten zij op dezelfde manier ‘uit het vuur rukken’ als God het henzelf had gedaan, en (in dat visioen van Zacharia) zijn volk van destijds. Maar anderen die uit ongeloof of andere onzuivere motieven, tot het kwade neigen, moeten zij juist uit de weg gaan, zoals een Israëliet onder de Wet elke onreine (dat woord ‘bezoedeld’) uit de weg moest gaan. Hun vuile kleren worden niet, zoals die van Jozua, verwisseld voor een feestgewaad, want zij hebben die willens en wetens ‘bezoedeld’.

De les is dus dat wij de genade en barmhartigheid die God ons heeft betoond, op onze beurt zelf weer moeten betonen aan onze medegelovigen, in plaats van hen te veroordelen vanuit een houding van trots op onze eigen ‘gerechtigheid’. Niet veroordeling maar redding moet onze inzet zijn. Maar tegelijkertijd moeten wij ons niet inlaten met wie niet handelen uit zwakte, maar uit hoogmoed. Met hen moeten wij ons niet inlaten, want zij zouden ons kunnen meeslepen in hun val. Dat vraagt van ons dus onderscheidingsvermogen. Aan de ene kant mogen we ons niet onttrekken aan onze verantwoordelijkheid jegens onze medegelovigen, en aan de andere kant moeten we ons eigen geloof zo zuiver (‘rein’) mogelijk bewaren. Maar met Christus hulp moet dat lukken.

R.C.R

+

Voorgaande:

Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden

Leave a comment

Filed under Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers

Tijden van gevangenschap, verbanning en verlossing

Jaren nadat de Allerhoogste Zijn Volk verlost had van de slavernij in Egypte moest Hij toezien hoe vele ogenblikken zij Zijn wonderen voor hen had verricht en hen steeds bijstond.

Meermaals zag God hoe de Joden van het rechte pad afdwaalden en hoe Hij hen meermaals moest waarschuwen dat zij (de Joden) zich moesten richten naar Hem en zich ook zouden moeten bekeren. Mits het niet altijd effect had moesten zij de gevolgen dragen  er moesten zij onder ogen zien hoe de Babyloniërs Jeruzalem in 586 v.G.T. de Tempel verwoestten en dezen de Joden in ballingschap stuurden.

Het was een tijd van verlangen en verdriet naar hun geboorteland en kapitaal. Het was 50 jaar later toen de Perzische koning Cyrus de Joden toestond om naar Jeruzalem terug te keren en de Tempel te herbouwen. De vreugde van de Israëlieten was echter van korte duur, omdat Alexander de Grote al snel de controle over Jeruzalem nam in 332 voor onze huidige tijdrekening.

De Romeinen namen toen opnieuw de controle over Jeruzalem over. Te midden van de droefheid en het verlangen naar het oude Jeruzalem – temidden van deze moedeloosheid en verlangen om weer vrijgelaten te worden – met de eerste kreet van een baby, werd Jesaja’s profetieën (bv. Jes 66:10-12) voor de eerste keer vervuld. Gedurende de volgende 2000 jaar hebben de naties van de wereld geleerd zich in Jeruzalem te verheugen. Sommige Joden die om haar rouwden, begrepen de boodschap van vreugde en werden gelukkig met haar: de Verlosser van de wereld, de Messias die zou komen, werd geboren.
Ongeveer 33 jaar later werd hij – het Onschuldige Lam, de gezondene van God die leefde onder de mensen – aan een boom genageld. Door zijn offerdaad bood hij aan zijn hemelse Vader een Zoenoffer aan waardoor het mogelijk werd gemaakt ‘voor iedereen die de Naam van de Heer aanroept’ om gered te worden door het losgeld dat door Jezus was betaald met dit zoenoffer.
Jezus ‘beroemde woorden in Johannes 7: 38-39 herinneren je aan Jesaja’s profetie:

“Met degene die in mij gelooft, zoals de Schrift zegt, zullen stromen van levend water van binnenuit stromen.”

Zij die in Jezus Christus geloven mogen zich verheugen in de hoop en mogen dankbaar zijn dat Jezus zulk een zwaar offer heeft gebracht, dat hij het met zijn leven moest bekopen.

Zoals de lammeren geslacht werden om vrijheid te brengen voor de Joden werd zo een kleine twee duizend jaar ook een lam naar de slachtbank gedragen, dit maal om vrijheid te brengen voor Joden en niet-Joden. Door zijn offergave werd Jezus als tweede Adam, de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond, of werd hij de medeschepper van de Nieuwe Wereld, mits die enkel door hem mogelijk is geworden.

Vooraleer hij aan de paal werd gehangen kwam hij nog bijeen om de uittocht uit Egypte te herdenken, maar ook om aan zijn getrouwen het Goede Nieuws te verkondigen van een Nieuw Verbond dat zou ondertekend worden, weliswaar met zijn bloed, maar waarbij elk menselijk wezen kans op vrijheid van de dood werd gegeven.

Het is die bijeenkomst waar Jezus zijn dood en de bezegeling van dat Nieuwe Verbond aankondigde, dat wij volgende week gaan herinneren. Wees voorbereid en zorg er voor dat ook jij samen met anderen in gemeenschap getuigenis aflegt van je geloof in die bijzondere gebeurtenis.

Op 14 Nisan, vrijdag 19 april in 2019, verwachten wij dan ook dat over geheel de aarde vele mensen zullen samen stromen om dat Laatste Avondmaal van Jezus en zijn getrouwen in herinnering te nemen.

++

Vindt ook om te lezen

  1. Fragiliteit en actie #14 Plagen van God
  2. Geen Wegvluchter
  3. 13 Adar opening naar 14 Nisan
  4. Prinsesjes en carnavalstoestanden #6 Van Adar I en II naar Nisan
  5. 1 -15 Nisan
  6. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  7. Zalving als teken van verhoging
  8. 2017 Nisan 10, uitkijkend naar 14 Nisan
  9. De avond dat Jeshua zijn talmidim opdroeg dat de Pascha Seder vanaf die tijd zal worden gevierd ter zijner nagedachtenis
  10. Messiaans Pesach 2017 en verharde harten
  11. De zoon van David en de eerste dag van het Feest van de ongezuurde broden
  12. Verscheidene Verbondakkoorden 8 Onze plaats bij de voorgestelde Verbonden
  13. Verscheidene Verbondakkoorden 9 Op het hart geschreven
  14. Jezus laatste avondmaal
  15. Het Herinneringsmaal
  16. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  17. Niet onwillig naar de dood gesleept
  18. Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag
  19. Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus
  20. Rond het Paasmaal
  21. Pasen 2006
  22. 2009 – Donderdag 9 April = 14 Nisan en Paasviering 11 April
  23. Het meest speciale weekend van 2018
  24. Een Groots Geschenk om te herinneren
  25. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  26. Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand
  27. Het Grote kinderweekend
  28. De zeven Feesten van God
  29. Neem afstand van heidense vastenperiodes
  30. Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden
  31. Een Konijn dat Paaseiren legt
  32. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel

+++

Aanverwante lectuur

  1. De eerstgeborenen zijn voor Jahweh
  2. Welke reden wordt aangehaald voor het offeren van de eerstgeborenen?
  3. ‘n Goede Week?
  4. Het ABC van de Goede Week
  5. De laatste week van Jezus’ leven – Het Pascha is over 2 dagen
  6. Witte Donderdag
  7. Voetwassing op Witte Donderdag
  8. De laatste 24 uur van Jezus’ leven – Het laatste avondmaal
  9. Pesach
  10. Pesach was vóór Pasen
  11. Milaan 1 – Dramatisch
  12. De dood van de messias (2)

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Wereld aangelegenheden