Tag Archives: Israëlieten

Wonderen van de Schepping: De sprinkhaan

De sprinkhaan behoort tot een van de groepen springende insecten (suborde Caelifera), onderorde van insecten die tot de orde Orthoptera (rechtvleugeligen) oftewel krekels en sprinkhanen.
Ze worden aangetroffen in een verscheidenheid van habitats maar komen in de grootste aantallen voor in tropische laaglandbossen, semi-aride gebieden en graslanden. Ze variëren in kleur van groen tot olijfkleurig of bruin en kunnen gele of rode aftekeningen hebben.
Sommige sprinkhanen zijn aangepast aan gespecialiseerde habitats. De Zuid-Amerikaanse sprinkhanen van de Pauliniidae brengen het grootste deel van hun leven door op drijvende vegetatie en zwemmen actief en leggen eitjes op onder water gelegen waterplanten.
Sprinkhanen zijn over het algemeen groot, sommige meer dan 11 cm (4 inches) in lengte (bv. Tropidacris van Zuid-Amerika).Tot de korthoornsprinkhanen (familie Acrididae, vroeger Locustidae) behoren zowel de onschuldige, niet-migrerende soorten als de vaak destructieve, zwermende, migrerende soorten die als sprinkhanen bekend staan. De weidesprinkhaan en de kegelsprinkhaan zijn andere voorbeelden van leden van de Acrididae.
Marcus Ampe
*

 

 

“1  Toen sprak Jahwe tot Mozes: ‘Ga naar Farao, want hem en zijn hovelingen maak Ik onwillig om mijn tekenen voor hen te kunnen verrichten. 2 Dan kunt gij later aan uw kinderen en kleinkinderen verhalen hoe Ik tegen de Egyptenaren ben opgetreden en welke tekenen Ik daar verricht heb. Zo zult gij weten dat Ik Jahwe ben.’ 3 Mozes en Aaron begaven zich naar Farao en zeiden tot hem: ‘Zo spreekt Jahwe, de God der Hebreeen: Hoe lang nog blijft gij weigeren u voor Mij te buigen? Laat mijn volk om Mij te vereren. 4 Als ge weigert mijn volk te laten gaan, zal Ik morgen over uw grondgebied sprinkhanen laten omen. 5 Ze zullen de oppervlakte van het land zo dicht bedekken dat er geen land meer te zien is. Wat de hagel u heeft overgelaten, zullen zij verslinden; alle bomen buiten op het land zullen ze kaalvreten. 6 Uw huizen, de huizen van al uw hovelingen en de huizen van heel Egypte zullen er vol van zijn. Uw vaders en uw verre voorvaderen hebben, zolang zij in het land wonen, nog nooit zo iets gezien, tot op heden toe.’ Mozes keerde zich om en ging van Farao weg. 7 Nu zeiden de hovelingen van Farao tot hem: ‘Hoe lang moet die man nu nog een struikelblok voor ons zijn? Laat die mensen toch gaan om Jahwe hun God te vereren. Of wilt u Egypte helemaal ten onder zien gaan?’ 8 Hierop werden Mozes en Aaron opnieuw bij Farao ontboden en deze sprak tot hen: ‘U kunt vertrekken en Jahwe uw God gaan vereren. Maar wie gaan er mee?’ 9 Mozes antwoordde: ‘Wij gaan met onze kinderen en grijsaards, met onze zonen en dochters, met ons kleinvee en onze runderen. Want wij vieren een pelgrimsfeest ter ere van Jahwe.’ 10 Maar Farao antwoordde: ‘Moge Jahwe dan evenzeer met u zijn als ik bereid ben u met uw kinderen te laten vertrekken! Wees gewaarschuwd, u gaat uw ondergang tegemoet. 11 Er komt niets van in! Alleen de mannen mogen Jahwe gaan vereren. Daar is het u toch om begonnen.’ Daarop werden ze uit Farao’s tegenwoordigheid verwijderd. 12 ¶ En Jahwe sprak tot Mozes: ‘Strek uw hand uit over Egypte, dan zullen de sprinkhanen er op neerstrijken. Alle veldgewassen, alles wat de hagel heeft overgelaten, zullen zij verslinden.’ 13 Mozes strekte zijn staf uit over Egypte en Jahwe liet een oostenwind over het land waaien, heel die dag en heel die nacht. Toen de morgen aanbrak had de oostenwind sprinkhanen aangevoerd. 14 Overal in Egypte streken zij neer. Zoveel sprinkhanen waren er nooit geweest en zullen er nooit meer komen. 15 Ze bedekten heel de oppervlakte, zodat het land er zwart van zag. Ze vraten alle veldgewassen op en alle boomvruchten die de hagel had overgelaten. Aan bomen of veldgewas bleef in heel Egypte geen groen meer over. 16 Haastig liet Farao Mozes en Aaron ontbieden en sprak: ‘Ik heb gezondigd tegen Jahwe uw God en tegen u. 17 Ik smeek u, vergeef mij ook deze keer mijn zonde; bid voor mij tot Jahwe uw God, dat Hij deze vreselijke plaag van mij wegneemt.’ 18 Mozes ging van Farao weg en bad smekend tot Jahwe. 19 Toen liet Jahwe een krachtige zeewind waaien; deze voerde de sprinkhanen mee en dreef ze de Rietzee in. In heel het grondgebied van Egypte bleef niet een sprinkhaan over. 20 Maar Jahwe maakte Farao halsstarrig: Hij liet de Israelieten niet gaan.” (Ex 10:1-20 WV78)

“31 Het vlas en de gerst waren verhageld, want de gerst stond al in de aar en het vlas bloeide. 32 De tarwe en de spelt waren niet verhageld, want die zijn later in het seizoen. -” (Ex 9:31-32 WV78)

“de sprinkhanen hebben geen koning, maar zij trekken als geordende scharen op;” (Spr 30:27 WV78)

“1 HET WOORD van Jahwe, dat gericht is tot Joel, de zoon van Petuel. 2 Hoort toe, gij ouderlingen, luistert allen, gij bewoners van het land! Is iets dergelijks ooit gebeurd in uw dagen of in de dagen van uw vaderen? 3 Vertelt het aan uw zonen en laat uw zonen het vertellen aan hun zonen en die weer aan het volgende geslacht. 4 Wat de knager overliet, dat vrat de sprinkhaan; wat de sprinkhaan overliet, dat vrat de verslinder; wat de verslinder overliet, dat vrat de kaalvreter. 5 Wordt wakker, gij dronkaards, en weent; jammert allen, gij wijndrinkers, want het druivenat gaat uw mond voorbij. 6 Een volk is opgetrokken tegen mijn land, een machtig volk, niet te tellen. Het heeft de tanden van een leeuw, de kaken van een leeuwin; 7 het heeft mijn wingerd vernield en van mijn vijgeboom dood hout gemaakt; het heeft hem ontschorst en weggegooid; verbleekt zijn de ranken.” (Joe 1:1-7 WV78)

*

 

 

Treksprinkhanen, hier Locusta migratoria, zijn typische vertegenwoordigers.

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Sprinkhanenplaag in Marokko, november 2004

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een langdurige droogte na – een sprinkhanenplaag. De
sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insecten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.
Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over
Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest
(Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al
door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt
(Exodus 9:31-32). Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind.

Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de
Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28:38,42).

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30:27)

zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende
macht (Joël 1:1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; de NBG ’51 vertaalt ze als “knager”, “sprinkhaan”, “verslinder”, en “kaalvreter”. Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2:1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel.
Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3:4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11:22).

CT

+

Voorgaand

Wonderen van de Schepping: De klipdas

Leave a comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Zonen van God, in Genesis 6, mensen

Reacties op in ons gedrukt blad verschenen artikelen en reacties op onze teksten  in gepubliceerde boekjes.

Vraag:

In het boekje ‘Engelen en andere hemelse wezens’ schrijft u dat de zonen van God, in Genesis 6, mensen zijn. Ik heb altijd gedacht dat het engelen waren. Hieruit zouden dan reuzen zijn geboren.

Hoe ziet u de reuzen dan?

ANTWOORD:

De uitdrukking ‘zonen van God’ duidt soms op engelen, zoals in Job 83:7:

“… terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al haar zonen Gods jubelden”.

Maar vaker op mensen die in een bijzondere relatie tot God staan.

In Christus kunnen mensen worden aangenomen als Gods kinderen (Joh.1:12; Gal. 3:26; Efez. 1:5; 1 Joh. 3:1),
maar ook in het Oude Testament werden de gelovige Israëlieten zonen Gods genoemd. Een zoon lijkt op zijn vader, heeft hem lief en gehoorzaamt hem (Maleachi 1:6). En in de beschrijving van een persoon (mens of engel) als een ‘zoon van God’ is deze gedachte steeds aanwezig. De rechters in Israël droegen de verantwoordelijkheid voor het toepassen van Gods wet op de samenleving in Israël, en vanwege deze bijzondere taak worden ook zij zonen Gods genoemd. In een aanklacht tegen deze richters zegt God:

“Wel heb Ik gezegd: Jullie zijn goden, ja allen zonen van de Allerhoogste …” (Ps. 82:6).

Jezus citeerde deze woorden, toen de Joden Hem van godslastering beschuldigden omdat hij zich Gods Zoon noemde (Joh. 10: 34-36). In Lucas 20:35-36 lezen we:

“Die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven, immers zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods”.

Ook hier zien we dat de gelovigen kinderen van God genoemd worden. Maar ook dat het ondenkbaar is dat engelen kinderen verwekken.

Laten we nu Genesis 6 eens onder de loep nemen. De originele Hebreeuwse woorden die in de Bijbel gebruikt worden voor ‘Zonen van God’ zijn ‘Benêj ha Elohim’.
Benêj zijn de ‘zonen’; het woord ‘ben’ kennen we van namen als ben-jamin of ben-hadad.
Elohim is het meervoud van ‘el’, dat sterk of machtig betekent. Dit woord el wordt vaak gebruikt als algemene naam voor God, goden en idolen. Vandaar de vertaling ‘zonen van God”. Maar een andere goede vertaling
is ‘zonen van machtige mannen’, ‘zonen van overwinnaars’ of zelfs ‘krachtige jonge mannen’. Het boek Genesis maakt onderscheid tussen de nakomelingen van Seth en die van Kaïn. Genesis 5 volgt daarbij de godvrezende lijn van Seth. Adam, geschapen naar Gods gelijkenis (Lucas 3:38 zegt: Adam de zoon van God), verwekte een zoon ‘naar zijn gelijkenis’, Seth:

“Toen begon men de naam des Heren aan te roepen.”

Deze nakomelingen zijn allen zonen van God. Maar zij begonnen zich te vermengen met de zonen van Kaïn, en werden verleid om het kwade te doen: de zonen van God misdroegen zich. Je ziet hier een parallel met de eerste zonde. De vrouw zag dat de vrucht goed was, maar ze neemt die nog niet direct. De vrucht is vervolgens
een lust voor het oog, dan begeerlijk en uiteindelijk kan ze de verleiding niet weerstaan. Hier is het nog erger. Zij zien dat de vrouwen mooi zijn en bedenken zich niet: ze nemen wie ze maar willen. Dat duidt op geweld. Jehovah zegt dan:

“Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven nu zij zich misgaan hebben”.

Let op dat er staat dat de mens heeft zich misgaan. God geeft de mensheid nog 120 jaar, en dan komt er een oordeel: de zondvloed.

De reuzen

In vers 4 lezen we dan:

De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna…dit zijn de geweldigen uit de voortijd (= de tijd vóór de zondvloed), mannen van naam.

Doet dit ons niet aan de nakomelingen van Kaïn denken?

Genesis 4:17-24 vertelt ons van de prestaties van de zonen van Kaïn als stichters van steden, de uitvinders van muziek en metaalbewerking, maar ook van de gewelddadigheid.
Vers 23:

“Ik (Lamech) sloeg een man dood om mijn wonde en een knaap om mijn striem.”

Het woord “reuzen” is de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘nephilim’ dat ofwel ‘reuzen’ óf ‘gevallenen’ betekent. In het verband van Genesis 6:1-7 heeft dit in feite betrekking op rechtvaardigen die van hun Schepper waren vervreemd, in goddeloosheid waren gevallen en door hun wetteloosheid Gods reactie hierop
uitlokten. Ze waren gevallen vanuit hun positie als rechtvaardigen, als zonen Gods, en daardoor verworden tot de gevallenen: de nephilim.
In dit ene woord vinden we daarom een heel drama samengevat. Het drama van rechtvaardigen die de rechtvaardige God verlieten en Hem bedroefden met hun afvalligheid en hun zonden. Reuzen komen we later in de bijbel op verschillende plaatsen opnieuw tegen. Het zijn altijd mensen die een abnormale lengte hebben, én gewelddadig zijn, zoals de Refaïeten en de Enakieten.

++

Vindt ook te lezen:

  1. Hoofdbronnen van afwijkende gedachten
  2. Betreft Engelen
  3. Dienende geesten 4 Gevallen engelen
  4. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  5. Satan het kwaad in ons
  6. Kinderen van God
  7. Christadelphians kinderen van God

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Vragen van lezers

Wonderen van de Schepping: De acacia

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid: De acacia

Acacia, (geslacht Acacia), geslacht van ongeveer 160 soorten bomen en struiken in de erwtenfamilie (Fabaceae). Acacia’s komen oorspronkelijk uit tropische en subtropische regio’s van de wereld, met name Australië (waar ze lellen worden genoemd) en Afrika, waar ze bekende herkenningspunten zijn op het veld en de savanne.

acacia tree

Acaciaboom (Acaciasoort) op een savanne in Zimbabwe. Foto: © EcoView / Fotolia

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acaciaboom een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanna’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

Model van de tabernakel in de Timnavallei in Israël[

File:MountSinaiView.jpg

Foto vanaf de top van de Sinaïberg

De Ark van het Verbond, gemaakt tijdens de uittocht uit Egypte op de berg Sinaï, wordt hier in de tempel van Salomo te Jeruzalem gedragen.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen.
De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Ex. 25:5; 35:24).
De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Ex. 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft. De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Ex. 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen.

In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes:

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett.getabernakeld)” – Joh. 1:14.

God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met hem verzoend mogen worden. Een tweede beeld van Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over hem:

“Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jes. 53:2).

Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat hij diep geworteld was in Gods Woord, kon hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

C..T

Acacia penninervis

Acacia penninervis

+

Voorgaande

Wonderen van de schepping: Mammoetboom of reuzensequoia

1 Comment

Filed under Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Tijden van gevangenschap, verbanning en verlossing

Jaren nadat de Allerhoogste Zijn Volk verlost had van de slavernij in Egypte moest Hij toezien hoe vele ogenblikken zij Zijn wonderen voor hen had verricht en hen steeds bijstond.

Meermaals zag God hoe de Joden van het rechte pad afdwaalden en hoe Hij hen meermaals moest waarschuwen dat zij (de Joden) zich moesten richten naar Hem en zich ook zouden moeten bekeren. Mits het niet altijd effect had moesten zij de gevolgen dragen  er moesten zij onder ogen zien hoe de Babyloniërs Jeruzalem in 586 v.G.T. de Tempel verwoestten en dezen de Joden in ballingschap stuurden.

Het was een tijd van verlangen en verdriet naar hun geboorteland en kapitaal. Het was 50 jaar later toen de Perzische koning Cyrus de Joden toestond om naar Jeruzalem terug te keren en de Tempel te herbouwen. De vreugde van de Israëlieten was echter van korte duur, omdat Alexander de Grote al snel de controle over Jeruzalem nam in 332 voor onze huidige tijdrekening.

De Romeinen namen toen opnieuw de controle over Jeruzalem over. Te midden van de droefheid en het verlangen naar het oude Jeruzalem – temidden van deze moedeloosheid en verlangen om weer vrijgelaten te worden – met de eerste kreet van een baby, werd Jesaja’s profetieën (bv. Jes 66:10-12) voor de eerste keer vervuld. Gedurende de volgende 2000 jaar hebben de naties van de wereld geleerd zich in Jeruzalem te verheugen. Sommige Joden die om haar rouwden, begrepen de boodschap van vreugde en werden gelukkig met haar: de Verlosser van de wereld, de Messias die zou komen, werd geboren.
Ongeveer 33 jaar later werd hij – het Onschuldige Lam, de gezondene van God die leefde onder de mensen – aan een boom genageld. Door zijn offerdaad bood hij aan zijn hemelse Vader een Zoenoffer aan waardoor het mogelijk werd gemaakt ‘voor iedereen die de Naam van de Heer aanroept’ om gered te worden door het losgeld dat door Jezus was betaald met dit zoenoffer.
Jezus ‘beroemde woorden in Johannes 7: 38-39 herinneren je aan Jesaja’s profetie:

“Met degene die in mij gelooft, zoals de Schrift zegt, zullen stromen van levend water van binnenuit stromen.”

Zij die in Jezus Christus geloven mogen zich verheugen in de hoop en mogen dankbaar zijn dat Jezus zulk een zwaar offer heeft gebracht, dat hij het met zijn leven moest bekopen.

Zoals de lammeren geslacht werden om vrijheid te brengen voor de Joden werd zo een kleine twee duizend jaar ook een lam naar de slachtbank gedragen, dit maal om vrijheid te brengen voor Joden en niet-Joden. Door zijn offergave werd Jezus als tweede Adam, de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond, of werd hij de medeschepper van de Nieuwe Wereld, mits die enkel door hem mogelijk is geworden.

Vooraleer hij aan de paal werd gehangen kwam hij nog bijeen om de uittocht uit Egypte te herdenken, maar ook om aan zijn getrouwen het Goede Nieuws te verkondigen van een Nieuw Verbond dat zou ondertekend worden, weliswaar met zijn bloed, maar waarbij elk menselijk wezen kans op vrijheid van de dood werd gegeven.

Het is die bijeenkomst waar Jezus zijn dood en de bezegeling van dat Nieuwe Verbond aankondigde, dat wij volgende week gaan herinneren. Wees voorbereid en zorg er voor dat ook jij samen met anderen in gemeenschap getuigenis aflegt van je geloof in die bijzondere gebeurtenis.

Op 14 Nisan, vrijdag 19 april in 2019, verwachten wij dan ook dat over geheel de aarde vele mensen zullen samen stromen om dat Laatste Avondmaal van Jezus en zijn getrouwen in herinnering te nemen.

++

Vindt ook om te lezen

  1. Fragiliteit en actie #14 Plagen van God
  2. Geen Wegvluchter
  3. 13 Adar opening naar 14 Nisan
  4. Prinsesjes en carnavalstoestanden #6 Van Adar I en II naar Nisan
  5. 1 -15 Nisan
  6. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  7. Zalving als teken van verhoging
  8. 2017 Nisan 10, uitkijkend naar 14 Nisan
  9. De avond dat Jeshua zijn talmidim opdroeg dat de Pascha Seder vanaf die tijd zal worden gevierd ter zijner nagedachtenis
  10. Messiaans Pesach 2017 en verharde harten
  11. De zoon van David en de eerste dag van het Feest van de ongezuurde broden
  12. Verscheidene Verbondakkoorden 8 Onze plaats bij de voorgestelde Verbonden
  13. Verscheidene Verbondakkoorden 9 Op het hart geschreven
  14. Jezus laatste avondmaal
  15. Het Herinneringsmaal
  16. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  17. Niet onwillig naar de dood gesleept
  18. Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag
  19. Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus
  20. Rond het Paasmaal
  21. Pasen 2006
  22. 2009 – Donderdag 9 April = 14 Nisan en Paasviering 11 April
  23. Het meest speciale weekend van 2018
  24. Een Groots Geschenk om te herinneren
  25. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  26. Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand
  27. Het Grote kinderweekend
  28. De zeven Feesten van God
  29. Neem afstand van heidense vastenperiodes
  30. Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden
  31. Een Konijn dat Paaseiren legt
  32. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel

+++

Aanverwante lectuur

  1. De eerstgeborenen zijn voor Jahweh
  2. Welke reden wordt aangehaald voor het offeren van de eerstgeborenen?
  3. ‘n Goede Week?
  4. Het ABC van de Goede Week
  5. De laatste week van Jezus’ leven – Het Pascha is over 2 dagen
  6. Witte Donderdag
  7. Voetwassing op Witte Donderdag
  8. De laatste 24 uur van Jezus’ leven – Het laatste avondmaal
  9. Pesach
  10. Pesach was vóór Pasen
  11. Milaan 1 – Dramatisch
  12. De dood van de messias (2)

6 Comments

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Wereld aangelegenheden

Wonderen van de Schepping: De arend

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid: De adelaar of arend

De weg van de adelaar langs de hemel is bijna te wonderlijk om te begrijpen (zie Spr. 30:18-19). Met enorme uitgespreide vleugels zweeft deze koning van de vogels moeiteloos urenlang hoog in de lucht, op zoek naar een prooi: een konijn, een hert of een schaap.
Omdat hij vier tot vijf maal zo scherp kan zien als een mens, ontkomen weinig dieren aan zijn blik. Na zijn prooi eenmaal ontdekt te hebben, duikt hij er met 200 km per uur op af! Zo’n vliegkunst wordt niet gemakkelijk geleerd. Een kleine vergissing kan de dood betekenen. Daarom blijven de ouders heel dicht in de buurt, totdat het jong zijn gewicht in de lucht weet te beheersen. Als hij dreigt te vallen, gaat één van zijn ouders onder hem vliegen en draagt hem naar een veilige plaats. Deze ouderlijke zorg gebruikt God als beeld voor zijn zorg voor de Israëlieten toen zij uit Egypte kwamen:

“Als een arend, die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, zo heeft de Here hem alleen geleid”(Deut. 32:11-12).

Steenarend, Finland

Steenarend, Finland

Net als het arendsjong de natuurwetten moet leren om in leven te blijven, zo moet Gods volk Gods wetten leren om zijn voortbestaan te verzekeren.

God zorgt ook nu voor zijn kinderen. Hij kan ons

“voor struikelen behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde” (Judas24)

Het meest voorkomende beeld in de Bijbel is dat van de arend. De grootmachten, Assur, Babel en Egypte worden alle met arenden vergeleken, maar het beeld wordt ook toegepast op verschillende aspecten van het persoonlijke leven. Zo snel als de legers van Assur en Babel aanstormden, zo snel gaan ook onze dagen voorbij. Dat was de ervaring van Job:

“Zij glijden voorbij als een arend die toeschiet op de prooi” (Job 9:26).

File:Aquila adalberti, animation.gif

Daarom was het gebed van Mozes:

“Leer ons zo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen” (Ps. 90:12).

Salomo waarschuwde tegen het zoeken naar rijkdom, omdat die zo snel kan verdwijnen.

“Als een arend vliegt hij ten hemel” (Spr. 23:4,5).

Gods wijsheid leert ons Hem dankbaar te zijn, die onze ziel verzadigt met het goede, zodat onze jeugd zich vernieuwt als die van een arend (Ps. 103:5). De gelovige mag dankzij Gods genade naar een nog mooiere tijd uitzien:

“Wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” (Jes. 40:31).C.T

File:Adalberti.jpg

+

Voorgaande

Wonderen van de Schepping: De raaf

The Eagles Have Landed ~ de Arenden zijn geland

1 Comment

Filed under Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden

Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden

Ik ben in het evangelie van Johannes aan het lezen, maar veel vind ik heel moeilijk. Kunt u mij vertellen wat wordt bedoeld met:
“En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden”.
Antwoord:
File:Bronze snake of Moses - Tapestry - Palazzo Reale - Milan 2014.jpg

Bronzen slang van Mozes – Tapijt Duomo Museum – Palazzo Reale – Milan

In Numeri 21:4-9 wordt verteld dat de Israëlieten na hun zonde dodelijk werden gebeten door slangen. Na hun schuldbelijdenis gaf God Mozes bevel een koperen slang te maken en die op een paal te bevestigen, zodat alle Israëlieten die konden zien. Deze koperen slang symboliseerde de machteloosheid van de dood. Wanneer iemand in geloof, in vertrouwen opzag naar de slang, in het besef van de oorzaak van de dodelijke beet die hij of zij kreeg, zou hij of zij gered worden van de dood. Jezus vergelijkt zich met die koperen slang (Johannes 3:14).

“De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft,” (Joh 3:14 NBV)

De dieperliggende gedachte is dat de zonde, die in elk mens woont, als een dodelijk gif zijn vernietigende werk doet. Jezus was mens zoals wij en moest tot bloedens toe vechten tegen deze tiran in zijn vlees. Hij overwon! De zonde werd overmeesterd, machteloos gemaakt en gevonnist aan de paal. De dood had over Hem geen macht. Wie in geloof naar Jezus kijkt, wordt gered van de zonde, het dodelijk ‘gif’ en ontvangt het leven in zijn naam.
++

Aanvullend

  1. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  2. Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser
  3. Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
  4. Verlossing #6 Deel hebben aan zijn offer

4 Comments

Filed under Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers