Tag Archives: Verlangen

Een stil Licht dat in elk hart schijnt

Er is een stil licht dat in elk hart schijnt. . . .
Het is wat ons verstand verlicht om schoonheid te zien,
ons verlangen om de mogelijkheid te zoeken en voor ons hart om van het leven te houden.
Zonder deze subtiele versnelling zouden onze dagen leeg en vermoeiend zijn
en zou geen horizon ooit ons verlangen doen ontwaken.
Onze passie voor het leven wordt rustig gesteund vanuit een plek in ons die vastzit aan de energie en opwinding van het leven …

.

~ van To Bless the Space Between Us door John O’Donohue

Origineel: There is a quiet light that shines in every heart. . . .

6 Comments

Filed under Aanhalingen of Citaten, Bezinningsteksten, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Positieve gedachten, Voelen en Welzijn

Verlangens van hedendaagse jongeren

Voor hen die Abraham gezien hebben is er een terugkijken naar wat zij van hun verlangens konden waar maken. Velen van hen zochten in de tweede helft van de vorige eeuw mogelijkheden om het beste van het leven te maken. Maar ook verschillende levenswijzen werden beproefd. Hierbij ging het er telkens om hoe wij konden omgaan met anderen en liefst met elkaar in gemeenschap konden leven.

De latere generaties begonnen zich meer op zichzelf te richten en stonden ook niet zo stil, zoals wij deden, rond geloof en onze verhouding tot de Schepper en schepping.

Vandaag lijkt het alsof de wereld haar best doet om de mensen zoveel mogelijk te prikkelen met materiële zaken. De winkels brengen schreeuwerige uitstalramen en om de zovele minuten worden wij in de media bekogelt met allerlei weerkerende reclamespots, die wij tot vervelens toe zo maar hoeven te slikken, lijkt het wel.

De oorlogs- en childboom-generatie wenste wel tot de top te geraken en succesvol te zijn in het leven, maar vandaag wordt iedereen gepusht om hoger en hoger te klimmen en meer en meer te hebben, want zonder de allernieuwste gadgets lijkt men niet geslaagd te zijn in het leven.

Ook het verlangen van hen die zich ‘christen’ noemen dreigt soms te seculariseren. Er zijn er niet zoveel meer die nog de oude christelijke notie beamen dat we genade ontvangen van God en dat onze identiteit in Christus ligt. Nog moeilijker is het om daarnaar te leven.
In onze samenleving ligt het zo veel meer voor de hand onze identiteit te ontlenen aan status of aan producten. Ten diepste bepalen anderen je identiteit dan, niet het geloof in Christus of wie of wat dan ook. Al willen de mensen nu heel graag opscheppen met allerlei trends waarbij zij aan anderen willen duidelijk maken dat zij daar ook al aan hebben mee gedaan. Het gaat niet meer om zich niet aan de trends te binden, ook al vervliegen die ook zeer vlug. De achterkomers worden dan ook maar ‘vies’ bekeken of als ‘achterlijk’ aanschouwd.

Ergerlijk is dat de wanende kerk als maar meer moeite doet om mee te gaan met de vele trends, niet beseffend dat zij meestal achteraan hinkt en hierbij veel te laat komt.
Kerken die zich niet als een bedrijfje presenteren met een passend product voor mensen met spirituele behoeften vallen uit de boot. In 2014 bracht het Researchbureau Motivaction voor de Nederlandse Protestantse Kerk al een rapport uit waar het volgende in staat:

‘De kerk kan inspringen in de onaangeboorde markt van religieuze behoeften’.

Het besef dat geloof door God geschonken wordt, verdwijnt in zulke taal snel naar de achtergrond. Men mag niet vergeten dat God roept, maar men moet mensen ook de kans geven die roep van God te horen. Als leek of gelovige moet men de kans zien de Woorden van God te horen en ook de resultaten van dat Woord te zien. Hiertoe dragen zij die zich Christen noemen de verantwoordelijkheid om duidelijk het verschil te tonen tussen een gelovige en een ongelovige. Het is namelijk zo dat elke atheïst ook in staat is zeer goed werk te leveren en anderen ook goed kan helpen en bijstaan in moeilijkheden. Als gelovige in God komt het er op aan je persoonlijkheid zodanig naar Zijn hand te zetten dat zij als bijzonder wordt ervaren door anderen.

In deze voornaamste periode van het kerkelijk jaar, de hoogdagen van ons geloofsleven, moeten wij naar buiten durven komen om die liefdesdaad van Christus Jezus te tonen, maar ook om anderen een bewijs te geven van het grote verschil tussen een gelovige en niet-gelovige.

Gelovigen hoeven geen taskforce catechese van verlangen in het leven te roepen. Veel belangrijker is de liturgie of de uitoefening van ‘kerk zijn’ of ‘kerkgemeenschap vormen’. In die kerkgemeenschap moet dat Woord van God de draagkracht van de gemeenschap zijn. Als gelovigen moeten wij laten zien hoe dat Woord ons leven schraagt en ons verbindt als broeders en zusters. Waar het mogelijk is om in gemeenschap liederen te laten klinken kunnen deze bijdragen tot de gezelligheid van een samenkomen waarbij dat Woord altijd centraal moet staan. Daarnaast kan de exhortatie of prediking meehelpen om de gemeenschap te ondersteunen. Zonder bellen en toeters, hoeven wij niet de allernieuwste snufjes in de gemeenschap. Wel hoort elkeen zijn zuivere persoonlijkheid te durven tonenen. In de kerkgemeenschap is er geen plaats voor de vervalste Faceboook timelines en voorkomens. enkel het echte ik moet er naar boven komen en moet zich bereid geven om gelijkwaardig met elkaar het brood en de wijn te delen.en de sacramenten. In dat samen zijn, samen de bijbel lezen en samen over dat Woord van God nadenken en bespreken is God zelf aan het werk.

Laat anderen voor onze bijzondere bijeenkomst op 14 Nisan proeven van onze gastvrijheid maar ook van de geest die in elke christelijke gemeenschap hoort te vertoeven. Laat het dan ook verder een aanzet zijn om buitenstaanders uit te nodigen om andere bijeenkomsten van ware volgers van Jezus bij te wonen, zodat zij de essentie van zulk een broederschap in Christus kunnen waarnemen.

Leave a comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Tijden van gevangenschap, verbanning en verlossing

Jaren nadat de Allerhoogste Zijn Volk verlost had van de slavernij in Egypte moes tHij toezien hoe vele ogenblikken zij Zijn wonderen voor hen had verricht en hen steeds bijstond.

Meermaals zag God hoe de Joden van het rechte pad afdwaalden en hoe Hij hen meermaals moest waarschuwen dat zij (de Joden) zich moesten richten naar Hem en zich ook zouden moeten bekeren. Mits het niet altijd effect had moesten zij de gevolgen dragen  er moesten zij onder ogen zien hoe de Babyloniërs Jeruzalem in 586 v.G.T. de Tempel verwoestten en dezen de Joden in ballingschap stuurden.

Het was een tijd van verlangen en verdriet naar hun geboorteland en kapitaal. Het was 50 jaar later toen de Perzische koning Cyrus de Joden toestond om naar Jeruzalem terug te keren en de Tempel te herbouwen. De vreugde van de Israëlieten was echter van korte duur, omdat Alexander de Grote al snel de controle over Jeruzalem nam in 332 voor onze huidige tijdrekening.

De Romeinen namen toen opnieuw de controle over Jeruzalem over. Te midden van de droefheid en het verlangen naar het oude Jeruzalem – temidden van deze moedeloosheid en verlangen om weer vrijgelaten te worden – met de eerste kreet van een baby, werd Jesaja’s profetieën (bv. Jes 66:10-12) voor de eerste keer vervuld. Gedurende de volgende 2000 jaar hebben de naties van de wereld geleerd zich in Jeruzalem te verheugen. Sommige Joden die om haar rouwden, begrepen de boodschap van vreugde en werden gelukkig met haar: de Verlosser van de wereld, de Messias die zou komen, werd geboren.
Ongeveer 33 jaar later werd hij – het Onschuldige Lam, de gezondene van God die leefde onder de mensen – aan een boom genageld. Door zijn offerdaad bood hij aan zijn hemelse Vader een Zoenoffer aan waardoor het mogelijk werd gemaakt ‘voor iedereen die de Naam van de Heer aanroept’ om gered te worden door het losgeld dat door Jezus was betaald met dit zoenoffer.
Jezus ‘beroemde woorden in Johannes 7: 38-39 herinneren je aan Jesaja’s profetie:

“Met degene die in mij gelooft, zoals de Schrift zegt, zullen stromen van levend water van binnenuit stromen.”

Zij die in Jezus Christus geloven mogen zich verheugen in de hoop en mogen dankbaar zijn dat Jezus zulk een zwaar offer heeft gebracht, dat hij het met zijn leven moest bekopen.

Zoals de lammeren geslacht werden om vrijheid te brengen voor de Joden werd zo een kleine twee duizend jaar ook een lam naar de slachtbank gedragen, dit maal om vrijheid te brengen voor Joden en niet-Joden. Door zijn offergave werd Jezus als tweede Adam, de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond, of werd hij de medeschepper van de Nieuwe Wereld, mits die enkel door hem mogelijk is geworden.

Vooraleer hij aan de paal werd gehangen kwam hij nog bijeen om de uittocht uit Egypte te herdenken, maar ook om aan zijn getrouwen het Goede Nieuws te verkondigen van een Nieuw Verbond dat zou ondertekend worden, weliswaar met zijn bloed, maar waarbij elk menselijk wezen kans op vrijheid van de dood werd gegeven.

Het is die bijeenkomst waar Jezus zijn dood en de bezegeling van dat Nieuwe Verbond aankondigde, dat wij volgende week gaan herinneren. Wees voorbereid en zorg er voor dat ook jij samen met anderen in gemeenschap getuigenis aflegt van je geloof in die bijzondere gebeurtenis.

Op 14 Nisan, vrijdag 19 april in 2019, verwachten wij dan ook dat over geheel de aarde vele mensen zullen samen stromen om dat Laatste Avondmaal van Jezus en zijn getrouwen in herinnering te nemen.

++

Vindt ook om te lezen

  1. Fragiliteit en actie #14 Plagen van God
  2. Geen Wegvluchter
  3. 13 Adar opening naar 14 Nisan
  4. Prinsesjes en carnavalstoestanden #6 Van Adar I en II naar Nisan
  5. 1 -15 Nisan
  6. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  7. Zalving als teken van verhoging
  8. 2017 Nisan 10, uitkijkend naar 14 Nisan
  9. De avond dat Jeshua zijn talmidim opdroeg dat de Pascha Seder vanaf die tijd zal worden gevierd ter zijner nagedachtenis
  10. Messiaans Pesach 2017 en verharde harten
  11. De zoon van David en de eerste dag van het Feest van de ongezuurde broden
  12. Verscheidene Verbondakkoorden 8 Onze plaats bij de voorgestelde Verbonden
  13. Verscheidene Verbondakkoorden 9 Op het hart geschreven
  14. Jezus laatste avondmaal
  15. Het Herinneringsmaal
  16. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  17. Niet onwillig naar de dood gesleept
  18. Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag
  19. Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus
  20. Rond het Paasmaal
  21. Pasen 2006
  22. 2009 – Donderdag 9 April = 14 Nisan en Paasviering 11 April
  23. Het meest speciale weekend van 2018
  24. Een Groots Geschenk om te herinneren
  25. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  26. Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand
  27. Het Grote kinderweekend
  28. De zeven Feesten van God
  29. Neem afstand van heidense vastenperiodes
  30. Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden
  31. Een Konijn dat Paaseiren legt
  32. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel

+++

Aanverwante lectuur

  1. De eerstgeborenen zijn voor Jahweh
  2. Welke reden wordt aangehaald voor het offeren van de eerstgeborenen?
  3. ‘n Goede Week?
  4. Het ABC van de Goede Week
  5. De laatste week van Jezus’ leven – Het Pascha is over 2 dagen
  6. Witte Donderdag
  7. Voetwassing op Witte Donderdag
  8. De laatste 24 uur van Jezus’ leven – Het laatste avondmaal
  9. Pesach
  10. Pesach was vóór Pasen
  11. Milaan 1 – Dramatisch
  12. De dood van de messias (2)

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Wereld aangelegenheden

Hoe staat het met de mens zijn geweten

Waar staat de mens van vandaag?

Hoe kijkt de mens vandaag naar zijn omgeving?

Eindelijk zijn er jongeren opgestaan om de ouderen eens wakker te schudden. Lange tijd leek het alsof de jongeren vandaag enkel geïnteresseerd waren in hun vele gadgets en gefocust waren op het zich profileren op sociale media.

De ouderen, die in mei 1968 op de bres hadden gestaan, zagen met lede ogen aan hoe onze maatschappij gewetenloos was ontwikkeld naar een wereld waarbij eenieder op zichzelf focust. Men kon zich afvragen waar het geweten van de mens naartoe was gegaan. Want weinigen lijken of leken last te hebben van een geweten of van wat er allemaal mank loopt in dezer dagen.

Filosofiestudent Boris van Meurs, in De Klos, vindt dat het schone geweten een gevaar is,

omdat het zelf besmet is met de kwaal die het slechts bij anderen waarneemt: de overmoed, hubris. {Tegen het Schone Geweten}

Hij schrijft

Het schone geweten is een geweten dat zichzelf onbevlekt waant, dat zijn principes kent en in het vertrouwen berust deze te verwezenlijken. {Tegen het Schone Geweten}

Maakt dat in zijn ogen dat het geweten dus onbevlekt is 

in die zin dat het vertoonde gedrag geen spatten maakt op het vel waarop de morele principes in sierlijk schrift neergeschreven zijn

of waar men kan stellen dat

het gedrag in harmonie is met de principes?

Doorheen de eeuwen heen hebben heel wat mensen pogingen gedaan om de menselijke geest te ontrafelen en te zoeken naar bepaalde waarheden?  Graag wensten velen ook normen en waarden te definiëren. Die normen en waarden vast te stellen en ze over te dragen in gemeenschappen. Godsdienstgroepen en/of geestelijken namen daarbij een belangrijke plaats in, daar zij hun aandacht toespitsten op voor hen belangrijke normen en waarden.

Mensen zochten naar oplossingen om hun gemeenschappen leefbaar te maken. Ook zochten zij om hun eigendommen te vrijwaren maar ook om zichzelf te verrijken. Daarbij kon men wel de vraag stellen in welke mate dit mocht gebeuren ten koste van de ander. Was men daar bereid om zijn geheugen aan te spreken? Wenste men wel na te denken of het wel gepast was dat dier te gaan doden? Was men bereid om zich vragente stellen over de houding tegenover anderen?

Men kan stellen dat het schone geweten orde en transparantie wil maar is dat wel zo? Voorzeker heeft het geweten bij velen de zin om controle te hebben over het handelen, en vaak gaat de hersenpan ook nog zoeken naar mogelijkheden om controle te hebben over anderen. Hierdoor zijn we beland bij het discours over twee essentiële aspecten

  • a) het morele handelen, wat het praktisch-maken van de abstracte morele wet is en
  • b) deze morele wet zelf.

van Meurs stelt

Het onderscheid tussen deze aspecten is wezenlijk, omdat het illustreert dat het schone geweten enerzijds een individuele taak behelst, maar een taak die tegelijkertijd gerechtvaardigd wordt door en rechtvaardiging moet afleggen aan een universele morele wet. Het is het individu dat het schone geweten heeft, omdat hij zijn handelen smeedt naar de plichten en taken van een wet die groter is dan hijzelf. {Tegen het Schone Geweten}

Maar wie of wat kan er die “Wet” opstellen?

De wet kan van God komen, in de Redelijkheid stoelen, op common sense leunen of simpelweg in de onderbuik huizen: belangrijk is dat het individu tegelijkertijd in haar universaliteit als haar vanzelfsprekendheid gelooft. Het schone geweten staat twijfel toe over het hoe van de verwezenlijking van de morele wet, maar niet over haar bestaansrecht. {Tegen het Schone Geweten}

Kan de wet van de ene mens in evenredigheid even gerechtigd staan of evenwaardig zijn indien die wetten door mensen opgesteld oh zo verschillend kunnen zijn? Welke principes wil die mens opnemen om zijn of haar wetten te stellen? En in welke zin zouden zijn of haar wetten meer gerechtvaardigd zijn dan de wetten van de ander?

Grote vraag is

Welke wetten wil men hanteren?

Alsook

Vanuit welke principes wil men die wetten gaan opstellen of kiezen voor welke wetten?

Vreemd genoeg geeft van Meurs de indruk dat

principes niet wankelbaar zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Maar is niet elk geweten zeer wankelbaar? Vertoond de maatschappij niet telkenmale hoe fragiel het geweten wel is?

Is het niet zo dat vele generaties zichzelf morele wetten hebben voorgeschreven, die wel zeer verschillend kunnen zijn? Hoe kijkt men bijvoorbeeld niet tegenaan de relaties tussen mensen onderling? In één generatie kon het misschien totaal okay zijn om meerdere vrouwen te hebben of om met dezelfde sekse diepe liefdesverhoudingen aan te gaan. In een andere generatie kon elke verhouding die buiten het beeld van man-vrouw als echtgenoot-echtgenote ging als taboe beschouwd worden. bij één volk kon iets heel normaal zijn terwijl een andere bevolking dat totaal onverantwoord of immoreel vond (vind).

Klaarblijkelijk wordt in vele gemeenschappen de geest van het morele geweten bepaald hoe de meerderheid er tegenaan ziet en bereid is om de ander hiervoor schouderklopjes te geven.

Men herkent de aanwezigheid van de geest van het schone geweten daar waar al te veel schouderklopjes worden uitgedeeld – aan zichzelf, aan anderen -, als er wordt weggelachen, als er gespot en gehoond wordt, zonder zichzelf te bespotten en honen, het is te herkennen aan een gebrek aan guitigheid, een overdaad aan plechtigheid en serieuze fronzen. {Tegen het Schone Geweten}

schrijft de filosoof.

Opvallend in deze wereld van “overcorrectie” of is het “super correctie” of “over correctheid” is dat men nu zich zodanig wil inspannen om al het mogelijk verkeerd opgevatte uit te sluiten. Dit maakt bijvoorbeeld dat men in musea bordjes met ellenlange beschrijvingen gaat aanplakken omdat korte makkelijke woordjes als “onjuist” of “racistisch” zouden aanzien worden (Kijk bijvoorbeeld naar het Afrika museum in Tervuren). In welke mate wil men daar soms niet het gewone denken of het geweten in een verdomhoekje sturen, met de bedenking dat elke mens wel verkeerd denkt of zelf niet kan differentiëren?

In onze huidige wereld van populisme valt het wel op dat er groeperingen zijn die maar al te graag veralgemenen of karikaturale uitvergrotingen willen naar voor brengen. In de wil om zó “zuiver” te zijn gaan velen niet meer nuchter denken en gaan ze over in overdreven eenrichtingsverkeer waarbij het logisch denken bijna wordt uitgesloten.
Ook zijn er mensen die van het ene uiterste in het andere vervallen, zoals van het overmatig vlees eten over gaan tot enkel groenten eten, maar dan elke vleeseter vies aankijken alsof zij moordenaars zijn, dat terwijl zij nooit eens denken aan mogelijk leed dat zij ook aan de planten zouden kunnen aandoen. Als vegetariër ben ik wel bewust van dat leed aan dat deel van de schepping, maar ben ik ook bewust van de voorzien die er is gemaakt om ons te voeden. Maar daarbij moet ik zoals elke vegetariër zou moeten doen er bewust van zijn dat wij voorzichtig moeten omspringen met alles wat er voor ons te eten valt en mogen wij niet toelaten dat er verspilling zou zijn of onnodig gekortwiekt zou worden.

Van Meurs is ook een vegetariër en zegt over die vegetariërs die zo hevig tekeer gaan tegen vleeseters

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een dierenvriend en vegetariër, maar om jezelf zo buiten de geschiedenis te plaatsen, om vanaf deze morele hoogte het woord van je eigen gelijk te doen donderden over aarde vind ik getuigen van een enorme naïviteit en blindheid voor de historie en contingentie van de eigen moraal. {Tegen het Schone Geweten}

Maar hij waarschuwt ook hen die lelijk kijken naar veganisten of vegetariërs die zoals zo velen ook gebruik maken van vliegtuigen om ergens in een ver exotisch land van de zon te gaan genieten of alles in het werk stellen om ergens ver van het leven te gaan genieten.

Het is een flauw trekje van het platte denken om de inconsistentie van vegetariërs en veganisten te willen aanwijzen (maar je eet wel vis? maar je vliegt wel? maar je gebruikt wel plastic?), toch is deze herinnering aan de ambiguïteit onderliggend aan het schone geweten van grote waarde als een tegengif voor diens universele streven. {Tegen het Schone Geweten}

Waar is dat schone geweten? Wat willen wij wel toelaten op de wereld waar wij willen leven?

Want wie het geweten schoon wil hebben, moet zich onttrekken aan het empirische, opgaan in het universele – maar de vraag is of zo’n haat voor het doorleefde leven niet werkelijk berust op zelfhaat, levensangst, vrees voor het vlees. Een ethiek van het leven kan nooit onbevlekt zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Waar wil men met welke ethiek naartoe gaan? en wie wil ofmag bepalen wat ethisch verantwoord is en wat wel of niet mag of mag aanzien worden als moreel aanvaardbaar?

We beleven rumoerige dagen waarin veel van het gereedschap dat ons hielp de wereld te begrijpen plots bot blijkt te zijn. Niet langer voldoen onze concepten, en misschien ook onze ethiek niet, om recht te doen aan de vragen die afgelopen jaar voor ons Europeanen opwierp. {Voorbij tolerantie}

Velen lijken vandaag moeilijkheden te hebben met de normen en waarden, of laten duidelijk merken dat zij er lak aan hebben. Is dat een gevolg van de ontkerstening? Is het een teken aan de wand hoe de mens verder van de Schepper is afgedwaald? Voor velen is Allah een boeman geworden en behoort God tot de oorzaak van al de moeilijkheden die hier op aarde zijn. Zulke ‘gelovigen’ vergeten echter dat het juist onttrekken aan die godheid de oorzaak is van het ‘wild gaan’ van de mens.

Dat de mens gaan worstelen is met milieuvraagstukken of vluchtelingenvraagstukken heeft alles te maken met de verhouding van hem met de schepping. De mens van vandaag heeft zich overmatig op zichzelf gericht waarbij onderlinge solidariteit een vreemde gedachte is geworden of bij sommigen zelfs een vloekwoord. Voor anderen zijn de internationale betrekkingen wel belangrijk geworden maar dan weer ten koste van het menselijke en van respect naar het milieu.

Mijn hoofd mag wel tollen van de vragen die er in opkomen, maar ik geloof dat bij velen juist het probleem ontstaat doordat zij zich te weinig vragen stellen. De jonge filosoof denkt ook dat hert zo ver is gekomen dat wij gezamenlijk voor de moeilijke taak staan om een nieuwe vraaghorizon te ontdekken,

vanuit én voorbij aan het denken zoals dat ons bekend is. {Voorbij tolerantie}

Als men over het geweten spreekt kan men de houding van het wezen naar een ander wezen niet uitsluiten. Tolerantie is een onafscheidelijk element voor het gewetensvolle.

Derrida linkt het begrip van tolerantie aan het christelijke denken, waardoor het niet zo’n neutraal begrip blijkt te zijn als dat het zich voor doet. In het moderne denken, bijvoorbeeld bij Spinoza, vinden we een verdediging van tolerantie vaak juist als onderdeel van een geseculariseerde redelijkheid. Het begrip zou juist voorbij zijn aan het christelijke. Derrida ontkent dit, doordat hij het begrip linkt aan liefdadigheid, in de christelijke zin. Tolerantie is dan een analogie voor het geven van de rijken aan de armen, oftewel een symptoom van een vrij sterke paternalistische relatie. Het probleem is daardoor dat tolerantie een éénzijdige en daardoor ook voorwaardelijke relatie is. De meerderheid bepaalt wie ze tolereert en onder welke voorwaarden. Wie getolereerd wordt, heeft daardoor het gevoel niet gelijkwaardig aan de tolererende partij te zijn. De vraag is daarom voor Derrida of tolerantie niet eigenlijk verhulde discriminatie is, die in werkelijkheid gelijkwaardigheid tegenwerkt. {Voorbij tolerantie}

Wat beweegt de mens en hoe wil de mens staan tegenover de beweegredenen van de ander? In deze wereld die zo doorspekt is met haatgedachten en onverdraagzaamheid moeten diegenen die hun geweten zuiver willen houden op staan en laten zien waar er weer normen en warden kunnen gevonden worden die waard zijn om te leven. Vandaag vinden wij hij wat mensen die geen plaats willen voorzien voor hen die anders denken of zelfs anders spreken. Onverdraagzaamheid is zoals in vorige eeuwen ook wel meer dan eens gebeurde, ook nu weer enorm toegenomen. De ander is de ‘ongeliefde’ of ‘ongewenste’ geworden. Voor de ander willen velen geen plaats vrij houden.

Tegenover tolerantie plaats Derrida daarom zijn concept van onvoorwaardelijke gastvrijheid.

“Pure en onvoorwaardelijke gastvrijheid, gastvrijheid zelf, opent of is bij voorbaat open voor iemand die noch verwacht, noch uitgenodigd is, voor wie er dan ook aankomt als een absoluut onbekende bezoeker, als een nieuwe aankomst, niet identificeerbaar en onvoorzienbaar, kortom, een volledige ander.” (eigen vertaling uit Borradori, 2003, p. 17)

Gastvrijheid als onvoorwaardelijke openheid is voor Derrida het werkelijke ethische ideaal. In Derridas ethiek gaat het namelijk om de relatie met de Ander, die zichzelf volledig als Ander mag behouden. Dat wil zeggen, we zoeken geen gemeenschappelijke grond, maar respecteren elkaar juist daar waar we verschillen. Tolerantie zet stiekem de wet van de heersende meerderheid vooruit en ziet de acceptatie van iedere afwijking van deze wet als een liefdadigheid. {Voorbij tolerantie}

Maar hoe ver wil men gaan “in de liefde”?

Het is een liefde die overwint, een liefde waarin de ander gekend en omarmd wordt. Het is de liefde van de verliefde, die de afstand tot de ander ondragelijk vindt, die de ander de zijne wil maken. Het is het verlangen dat op zoek is naar consumptie van het andere, samensmelting in een roes van genot en nattigheid. Ze ligt hierin dichtbij de lust, die ook streeft naar de vernietiging van het andere als andere opdat het ’t zelfde genot kan worden. Misschien is het daarom niet verbazend dat de pop industrie met zo’n gemak haar dubbele boodschap van liefde en consumptieve erotiek uitstoot. {Het offer van de liefde}

Wil de huidige Europeaan ruimte maken voor onvoorwaardelijk gastvrijheid en zich inzetten om zodanig te gaan leven en eten dat er een natuurlijk evenwicht kan behouden worden in de natuur? Wil men zo ver gaan dat men het consumptiegedrag wil gaan aanpassen om meer evenwicht te krijgen? wil men over gaan naar een liefde die dus respectvol wil en kan zijn waarbij ook de ander anders te laten-zijn hoort? Hoe ver willen wij gaan om onze onze autonomiteit op te geven of ons aan te passen aan nieuwe toestanden? In hoeverre willen wij bepaalde toestanden laten evolueren en in welke mate willen wij reageren op heersende toestanden?

De gele hesjes brengen voor het ogenblik al weken een enorm spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, en zorgen er zelfs voor dat de gemeenschap maar ook veel private burgers moeten opdraaien voor de kosten van de vernietiging die zij hebben aangebracht. Meermaals zagen wij ook plunderingen tijdens die betogingen, dat ons doet afvragen waar hun werkelijke beweegreden is en in welke mate zij de politieke verdrukking zien waarover zij spreken. Waar is het geweten van diegenen die tijdens de betoging huizen in brand steken waar mensen in wonen en waar men dan de angst kan zien van vrouw en kinderen die om hulp roepen terwijl de vlammen om hen heen likken?

Men kan gerust tegen de gang van zaken zijn. Men kan gerust tegen regeringen zijn en zijn grieven te kennen geven, maar daarbij mag men zijn boekje niet te buiten gaan en moet men kunnen zien dat het niet om een zuiver egoïsme en hebberigheid gat. Dat is wel wat wij meer en meer de indruk van krijgen.  Wel durven wij toegeven dat tussen die gemeende betogers ook hooligans zullen tussen zitten. Wellustelingen die niets liever doen dan ‘keet schoppen’. Zij kunnen zeker en vast geen toonbeeld zijn van het “geweten van deze maatschappij”. Maar het wordt wel tijd dat deze maatschappij duidelijk har ware gezicht zal gaan tonen en naar de buitenwereld duidelijk zal laten gaan zien hoe het met haar geweten gesteld is.

1 Comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Geestelijke aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Wereld aangelegenheden

Kledingruil

Er is heel wat rondom ons te bekijken … en te begeren …

Onze westerse maatschappij is geëvolueerd naar een ‘hebben maar’ maatschappij, maar waar eigenlijke inhoud er niet meer zo toe doet. Liefst hebben de mensen zo veel mogelijk hebbedingetjes, applicaties en uiterlijk vertoon (kleren, wagens).

Voor hen die op zoek naar innerlijkheid gaan is die hebzucht een belangrijk iets om onder ogen te nemen. Er is niets mis mee leuke dingen te hebben, maar men moet weten wat de achtergrond is van die zaken (hoe worden ze gemaakt, onder welke omstandigheden, met welke grondstoffen, met welke voetafdruk)

Er is overgeproduceerd en ook al zou men tegen het ruilsysteem kunnen zijn omdat er dan geen nieuwe dingen hoeven geproduceerd te worden, zou men daar toch voor moeten opteren om samen met anderen dingen te delen.

Ook al kan men daardoor de variëteit vergroten geeft het ook kansen om samen te delen en zich minder afhankelijk op te stellen voor die dingen. Alsook gaat men verdere verspilling tegen en behoed men ook de natuur voor verdere vervuiling door de wegwerpmaatschappij.

+++

1 Comment

Filed under Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Re-Blogs and Great Blogs

Donkere tijden, droge plekken, hijgende harten, dorstigen, neergeworpenen en geduld

“18 {De eerstelingen van de Geest} Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. 19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. 20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. 22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. 24 Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? 25 Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. 26  En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit. 28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.” (Romeinen 8:18-28 HSV)

“1  {BOEK TWEE} {Verlangen naar God} Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach. (42:2) Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! 2 (42:3) Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen? 3 (42:4) Mijn tranen zijn mij tot voedsel, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 4 (42:5) Hieraan denk ik en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, onder luide vreugdezang en lof liederen: een feestvierende menigte. 5 (42:6) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht. 6  (42:7) Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en het Hermongebergte, vanuit het laaggebergte. 7 (42:8) Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken bruisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heen gegaan. 8 (42:9) Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ’s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven. 9 (42:10) Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart gehuld, door de onderdrukking van de vijand? 10 (42:11) Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn tegenstanders mij, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 11 (42:12) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.” (Psalmen 42:1-11 HSV)

“1  {De HEERE is goed} Een lofpsalm. Juich voor de HEERE, heel de aarde; 2 dien de HEERE met blijdschap, kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang. 3 Weet dat de HEERE God is; Híj heeft ons gemaakt-en niet wij-{en niet wij-Of: wij zijn van Hem.} Zijn volk en de schapen van Zijn weide. 4 Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer, Zijn voorhoven met een lofzang; loof Hem, prijs Zijn Naam. 5 Want de HEERE is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie.” (Psalmen 100:1-5 HSV)

“16 houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk, 17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, 18 namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, 19 en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, 20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechter hand zette in de hemelse gewesten, 21 ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. 22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, 23 die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.” (Efeziërs 1:16-23 HSV)

“1  {De HEERE is mijn Herder} Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets. 2 Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren. 3 Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam. 4 Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5 U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. 6 Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen.” (Psalmen 23:1-6 HSV)

“10 (46:11) Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken, Ik zal geroemd worden op de aarde. 11 (46:12) De HEERE van de legermachten is met ons; de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.Sela” (Psalmen 46:10-11 HSV)

*

 

5 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Voelen en Welzijn