Tag Archives: God aanroepen

Zonen van God, in Genesis 6, mensen

Reacties op in ons gedrukt blad verschenen artikelen en reacties op onze teksten  in gepubliceerde boekjes.

Vraag:

In het boekje ‘Engelen en andere hemelse wezens’ schrijft u dat de zonen van God, in Genesis 6, mensen zijn. Ik heb altijd gedacht dat het engelen waren. Hieruit zouden dan reuzen zijn geboren.

Hoe ziet u de reuzen dan?

ANTWOORD:

De uitdrukking ‘zonen van God’ duidt soms op engelen, zoals in Job 83:7:

“… terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al haar zonen Gods jubelden”.

Maar vaker op mensen die in een bijzondere relatie tot God staan.

In Christus kunnen mensen worden aangenomen als Gods kinderen (Joh.1:12; Gal. 3:26; Efez. 1:5; 1 Joh. 3:1),
maar ook in het Oude Testament werden de gelovige Israëlieten zonen Gods genoemd. Een zoon lijkt op zijn vader, heeft hem lief en gehoorzaamt hem (Maleachi 1:6). En in de beschrijving van een persoon (mens of engel) als een ‘zoon van God’ is deze gedachte steeds aanwezig. De rechters in Israël droegen de verantwoordelijkheid voor het toepassen van Gods wet op de samenleving in Israël, en vanwege deze bijzondere taak worden ook zij zonen Gods genoemd. In een aanklacht tegen deze richters zegt God:

“Wel heb Ik gezegd: Jullie zijn goden, ja allen zonen van de Allerhoogste …” (Ps. 82:6).

Jezus citeerde deze woorden, toen de Joden Hem van godslastering beschuldigden omdat hij zich Gods Zoon noemde (Joh. 10: 34-36). In Lucas 20:35-36 lezen we:

“Die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven, immers zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods”.

Ook hier zien we dat de gelovigen kinderen van God genoemd worden. Maar ook dat het ondenkbaar is dat engelen kinderen verwekken.

Laten we nu Genesis 6 eens onder de loep nemen. De originele Hebreeuwse woorden die in de Bijbel gebruikt worden voor ‘Zonen van God’ zijn ‘Benêj ha Elohim’.
Benêj zijn de ‘zonen’; het woord ‘ben’ kennen we van namen als ben-jamin of ben-hadad.
Elohim is het meervoud van ‘el’, dat sterk of machtig betekent. Dit woord el wordt vaak gebruikt als algemene naam voor God, goden en idolen. Vandaar de vertaling ‘zonen van God”. Maar een andere goede vertaling
is ‘zonen van machtige mannen’, ‘zonen van overwinnaars’ of zelfs ‘krachtige jonge mannen’. Het boek Genesis maakt onderscheid tussen de nakomelingen van Seth en die van Kaïn. Genesis 5 volgt daarbij de godvrezende lijn van Seth. Adam, geschapen naar Gods gelijkenis (Lucas 3:38 zegt: Adam de zoon van God), verwekte een zoon ‘naar zijn gelijkenis’, Seth:

“Toen begon men de naam des Heren aan te roepen.”

Deze nakomelingen zijn allen zonen van God. Maar zij begonnen zich te vermengen met de zonen van Kaïn, en werden verleid om het kwade te doen: de zonen van God misdroegen zich. Je ziet hier een parallel met de eerste zonde. De vrouw zag dat de vrucht goed was, maar ze neemt die nog niet direct. De vrucht is vervolgens
een lust voor het oog, dan begeerlijk en uiteindelijk kan ze de verleiding niet weerstaan. Hier is het nog erger. Zij zien dat de vrouwen mooi zijn en bedenken zich niet: ze nemen wie ze maar willen. Dat duidt op geweld. Jehovah zegt dan:

“Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven nu zij zich misgaan hebben”.

Let op dat er staat dat de mens heeft zich misgaan. God geeft de mensheid nog 120 jaar, en dan komt er een oordeel: de zondvloed.

De reuzen

In vers 4 lezen we dan:

De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna…dit zijn de geweldigen uit de voortijd (= de tijd vóór de zondvloed), mannen van naam.

Doet dit ons niet aan de nakomelingen van Kaïn denken?

Genesis 4:17-24 vertelt ons van de prestaties van de zonen van Kaïn als stichters van steden, de uitvinders van muziek en metaalbewerking, maar ook van de gewelddadigheid.
Vers 23:

“Ik (Lamech) sloeg een man dood om mijn wonde en een knaap om mijn striem.”

Het woord “reuzen” is de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘nephilim’ dat ofwel ‘reuzen’ óf ‘gevallenen’ betekent. In het verband van Genesis 6:1-7 heeft dit in feite betrekking op rechtvaardigen die van hun Schepper waren vervreemd, in goddeloosheid waren gevallen en door hun wetteloosheid Gods reactie hierop
uitlokten. Ze waren gevallen vanuit hun positie als rechtvaardigen, als zonen Gods, en daardoor verworden tot de gevallenen: de nephilim.
In dit ene woord vinden we daarom een heel drama samengevat. Het drama van rechtvaardigen die de rechtvaardige God verlieten en Hem bedroefden met hun afvalligheid en hun zonden. Reuzen komen we later in de bijbel op verschillende plaatsen opnieuw tegen. Het zijn altijd mensen die een abnormale lengte hebben, én gewelddadig zijn, zoals de Refaïeten en de Enakieten.

++

Vindt ook te lezen:

  1. Hoofdbronnen van afwijkende gedachten
  2. Betreft Engelen
  3. Dienende geesten 4 Gevallen engelen
  4. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  5. Satan het kwaad in ons
  6. Kinderen van God
  7. Christadelphians kinderen van God

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Vragen van lezers

De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden

 

 

“In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 NBG51)

“Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;” (Genesis 17:1 NBG51)

“2 Voorts sprak God tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de HERE. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam HERE ben Ik hun niet bekend geweest.” (Exodus 6:2-3 NBG51)

“Wie is als Gij, onder de goden, HERE, wie is als Gij, heerlijk in heiligheid vreselijk in roemrijke daden, wonderbaar in uw doen?” (Exodus 15:11 NBG51)

“Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren opgetreden. {} {} {}” (Exodus 18:11 NBG51)

“Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.” (Exodus 33:20 NBG51)

“4  Hoor, Israel: de HERE is onze God; de HERE is een! 5 Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. 6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, {} 7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. 8 Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, 9 en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.” (Deuteronomium 6:4-9 NBG51)

“want ik zal de naam des HEREN uitroepen; geeft grootheid onze God,” (Deuteronomium 32:3 NBG51)

“Van U, o HERE, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o HERE, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven.” (1 Kronieken 29:11 NBG51)

“Het huis, dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle goden.” (2 Kronieken 2:5 NBG51)

“Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet, het getal zijner jaren is onnaspeurlijk.” (Job 36:26 NBG51)

“Laat af en weet, dat Ik God ben; Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde.” (Psalmen 46:10 NBG51)

“Een lied. Een psalm van de Korachieten. (48-2) Groot is de HERE en hoog te loven in de stad van onze God zijn heilige berg.” (Psalmen 48:1 NBG51)

“Ja, uw gerechtigheid, o God, reikt tot den hoge, Gij, die grote dingen volbracht hebt; o God, wie is U gelijk?” (Psalmen 71:19 NBG51)

“Geloofd zij de HERE God, de God van Israel, die alleen wonderen doet.” (Psalmen 72:18 NBG51)

“opdat zij weten, dat alleen uw naam is: HERE, de allerhoogste over de ganse aarde. {}” (Psalmen 83:18 NBG51)

“Onder de goden is niemand U gelijk, o Here, en niets is als uw werken.” (Psalmen 86:8 NBG51)

“want wie in de hemel kan de HERE evenaren, wie onder de goden is de HERE gelijk?” (Psalmen 89:6 NBG51)

“Hoe groot zijn uw werken, o HERE; zeer diep zijn uw gedachten.” (Psalmen 92:5 NBG51)

“3 Want de HERE is een groot God, een groot Koning, boven alle goden, 4 in wiens hand de diepten der aarde zijn, en wiens de toppen der bergen zijn; 5 wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt, ook het droge, dat zijn handen hebben geformeerd. 6 Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de HERE, onze Maker; 7  want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! 8 Verhardt uw hart niet, gelijk bij Meriba, gelijk ten dage van Massa, in de woestijn, 9 toen uw vaderen Mij verzochten, Mij op de proef stelden, ofschoon zij mijn werk hadden gezien.” (Psalmen 95:3-9 NBG51)

“Want Gij, HERE, zijt de Allerhoogste over de ganse aarde, Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.” (Psalmen 97:9 NBG51)

“Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend; heilig en geducht is zijn naam.” (Psalmen 111:9 NBG51)

“Ja, ik weet, dat de HERE groot is, dat onze Here boven alle goden is.” (Psalmen 135:5 NBG51)

“De HERE is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” (Psalmen 145:3 NBG51)

“Maar de HERE der heerscharen wordt verhoogd door recht en de heilige God wordt geheiligd door gerechtigheid.” (Jesaja 5:16 NBG51)

“En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.” (Jesaja 6:3 NBG51)

“De HERE der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn.” (Jesaja 8:13 NBG51)

“Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?” (Jesaja 40:18 NBG51)

“Ik, Ik ben de HERE, en buiten Mij is er geen Verlosser.” (Jesaja 43:11 NBG51)

“Weest niet verschrikt en vreest niet. Heb Ik het u niet van oudsher doen horen en verkondigd? Gij zijt mijn getuigen: is er een God buiten Mij? Er is geen andere Rots, Ik ken er geen.” (Jesaja 44:8 NBG51)

“Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven. {}” (Jesaja 57:15 NBG51)

“Wie zou U niet vrezen, o Koning der volkeren? Want U komt het toe, want onder al de wijzen der volken en onder al hun koningen is niemand U gelijk!” (Jeremia 10:7 NBG51)

“Als in een liefelijke reuk zal Ik behagen in u hebben, wanneer Ik u voer uit het midden der volken. Dan zal Ik u uit de landen waarin gij verstrooid zijt, bijeenbrengen en Mij aan u de Heilige betonen ten aanschouwen van de volken.” (Ezechiël 20:41 NBG51)

“Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de HERE ben, luidt het woord van de Here HERE, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen.” (Ezechiël 36:23 NBG51)

“Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.” (Ezechiël 38:23 NBG51)

“De koning gaf Daniel ten antwoord: In waarheid, uw God is de God der goden en de Heer der koningen, en Hij openbaart verborgenheden: daarom hebt gij deze verborgenheid kunnen openbaren. {}” (Daniël 2:47 NBG51)

“En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen.” (Joël 2:32 NBG51)

“Maar dan zal Ik de volken andere, reine lippen geven, opdat zij allen de naam des HEREN aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparige schouder.” (Sefanja 3:9 NBG51)

“Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd;” (Mattheüs 6:9 NBG51)

“En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” (Markus 10:18 NBG51)

“omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam,” (Lukas 1:49 NBG51)

“God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.” (Johannes 4:24 NBG51)

“1  Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zeide: Vader de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, {} 2 gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. 3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.” (Johannes 17:1-3 NBG51)

“Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.” (Johannes 17:6 NBG51)

“25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; 26 en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.” (Johannes 17:25-26 NBG51)

“En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden.” (Handelingen 2:21 NBG51)

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. {} {}” (Romeinen 1:20 NBG51)

“want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.” (Romeinen 10:13 NBG51)

“O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” (Romeinen 11:33 NBG51)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Een. {} 5 Want al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte) 6 voor ons nochtans is er maar een God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en een Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.” (1 Corinthiërs 8:4-6 NBG51)

“in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.” (1 Timotheüs 1:11 NBG51)

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NBG51)

“Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen;” (Hebreeën 9:24 NBG51)

“En wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.” (1 Johannes 4:16 NBG51)

“En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.” (Openbaring 4:8 NBG51)

“zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard; {} {}” (Openbaring 11:17 NBG51)

“En ik hoorde het altaar zeggen: Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig. {} {}” (Openbaring 16:7 NBG51)

*

 

+

Voorgaande:

Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing

Volgende:

Der Allmächtige Gott der Götter, größer und mächtiger als alle Götter

Dieu Puissant, Dieu unique des dieux plus grand que tous les dieux

Almighty God above all other gods greater than all gods

++

Vindt ook:

  1. El Shaddai Die verscheen voor Abraham
  2. God die Almachtige Geest die geen mens kan zien
  3. El Shaddai Jehova der Abraham erschienen
God's Name on the Scrolls - Gods Naam op de Schriftrollen

God’s Name on the Scrolls – Gods Naam op de Schriftrollen

+++

13 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden