Tag Archives: Rots God

De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden

 

 

“In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 NBG51)

“Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;” (Genesis 17:1 NBG51)

“2 Voorts sprak God tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de HERE. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam HERE ben Ik hun niet bekend geweest.” (Exodus 6:2-3 NBG51)

“Wie is als Gij, onder de goden, HERE, wie is als Gij, heerlijk in heiligheid vreselijk in roemrijke daden, wonderbaar in uw doen?” (Exodus 15:11 NBG51)

“Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren opgetreden. {} {} {}” (Exodus 18:11 NBG51)

“Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.” (Exodus 33:20 NBG51)

“4  Hoor, Israel: de HERE is onze God; de HERE is een! 5 Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. 6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, {} 7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. 8 Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, 9 en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.” (Deuteronomium 6:4-9 NBG51)

“want ik zal de naam des HEREN uitroepen; geeft grootheid onze God,” (Deuteronomium 32:3 NBG51)

“Van U, o HERE, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o HERE, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven.” (1 Kronieken 29:11 NBG51)

“Het huis, dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle goden.” (2 Kronieken 2:5 NBG51)

“Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet, het getal zijner jaren is onnaspeurlijk.” (Job 36:26 NBG51)

“Laat af en weet, dat Ik God ben; Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde.” (Psalmen 46:10 NBG51)

“Een lied. Een psalm van de Korachieten. (48-2) Groot is de HERE en hoog te loven in de stad van onze God zijn heilige berg.” (Psalmen 48:1 NBG51)

“Ja, uw gerechtigheid, o God, reikt tot den hoge, Gij, die grote dingen volbracht hebt; o God, wie is U gelijk?” (Psalmen 71:19 NBG51)

“Geloofd zij de HERE God, de God van Israel, die alleen wonderen doet.” (Psalmen 72:18 NBG51)

“opdat zij weten, dat alleen uw naam is: HERE, de allerhoogste over de ganse aarde. {}” (Psalmen 83:18 NBG51)

“Onder de goden is niemand U gelijk, o Here, en niets is als uw werken.” (Psalmen 86:8 NBG51)

“want wie in de hemel kan de HERE evenaren, wie onder de goden is de HERE gelijk?” (Psalmen 89:6 NBG51)

“Hoe groot zijn uw werken, o HERE; zeer diep zijn uw gedachten.” (Psalmen 92:5 NBG51)

“3 Want de HERE is een groot God, een groot Koning, boven alle goden, 4 in wiens hand de diepten der aarde zijn, en wiens de toppen der bergen zijn; 5 wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt, ook het droge, dat zijn handen hebben geformeerd. 6 Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de HERE, onze Maker; 7  want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! 8 Verhardt uw hart niet, gelijk bij Meriba, gelijk ten dage van Massa, in de woestijn, 9 toen uw vaderen Mij verzochten, Mij op de proef stelden, ofschoon zij mijn werk hadden gezien.” (Psalmen 95:3-9 NBG51)

“Want Gij, HERE, zijt de Allerhoogste over de ganse aarde, Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.” (Psalmen 97:9 NBG51)

“Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend; heilig en geducht is zijn naam.” (Psalmen 111:9 NBG51)

“Ja, ik weet, dat de HERE groot is, dat onze Here boven alle goden is.” (Psalmen 135:5 NBG51)

“De HERE is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” (Psalmen 145:3 NBG51)

“Maar de HERE der heerscharen wordt verhoogd door recht en de heilige God wordt geheiligd door gerechtigheid.” (Jesaja 5:16 NBG51)

“En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.” (Jesaja 6:3 NBG51)

“De HERE der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn.” (Jesaja 8:13 NBG51)

“Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?” (Jesaja 40:18 NBG51)

“Ik, Ik ben de HERE, en buiten Mij is er geen Verlosser.” (Jesaja 43:11 NBG51)

“Weest niet verschrikt en vreest niet. Heb Ik het u niet van oudsher doen horen en verkondigd? Gij zijt mijn getuigen: is er een God buiten Mij? Er is geen andere Rots, Ik ken er geen.” (Jesaja 44:8 NBG51)

“Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven. {}” (Jesaja 57:15 NBG51)

“Wie zou U niet vrezen, o Koning der volkeren? Want U komt het toe, want onder al de wijzen der volken en onder al hun koningen is niemand U gelijk!” (Jeremia 10:7 NBG51)

“Als in een liefelijke reuk zal Ik behagen in u hebben, wanneer Ik u voer uit het midden der volken. Dan zal Ik u uit de landen waarin gij verstrooid zijt, bijeenbrengen en Mij aan u de Heilige betonen ten aanschouwen van de volken.” (Ezechiël 20:41 NBG51)

“Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de HERE ben, luidt het woord van de Here HERE, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen.” (Ezechiël 36:23 NBG51)

“Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.” (Ezechiël 38:23 NBG51)

“De koning gaf Daniel ten antwoord: In waarheid, uw God is de God der goden en de Heer der koningen, en Hij openbaart verborgenheden: daarom hebt gij deze verborgenheid kunnen openbaren. {}” (Daniël 2:47 NBG51)

“En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen.” (Joël 2:32 NBG51)

“Maar dan zal Ik de volken andere, reine lippen geven, opdat zij allen de naam des HEREN aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparige schouder.” (Sefanja 3:9 NBG51)

“Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd;” (Mattheüs 6:9 NBG51)

“En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” (Markus 10:18 NBG51)

“omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam,” (Lukas 1:49 NBG51)

“God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.” (Johannes 4:24 NBG51)

“1  Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zeide: Vader de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, {} 2 gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. 3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.” (Johannes 17:1-3 NBG51)

“Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.” (Johannes 17:6 NBG51)

“25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; 26 en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.” (Johannes 17:25-26 NBG51)

“En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden.” (Handelingen 2:21 NBG51)

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. {} {}” (Romeinen 1:20 NBG51)

“want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.” (Romeinen 10:13 NBG51)

“O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” (Romeinen 11:33 NBG51)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Een. {} 5 Want al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte) 6 voor ons nochtans is er maar een God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en een Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.” (1 Corinthiërs 8:4-6 NBG51)

“in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.” (1 Timotheüs 1:11 NBG51)

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NBG51)

“Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen;” (Hebreeën 9:24 NBG51)

“En wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.” (1 Johannes 4:16 NBG51)

“En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.” (Openbaring 4:8 NBG51)

“zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard; {} {}” (Openbaring 11:17 NBG51)

“En ik hoorde het altaar zeggen: Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig. {} {}” (Openbaring 16:7 NBG51)

*

 

+

Voorgaande:

Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing

Volgende:

Der Allmächtige Gott der Götter, größer und mächtiger als alle Götter

Dieu Puissant, Dieu unique des dieux plus grand que tous les dieux

Almighty God above all other gods greater than all gods

++

Vindt ook:

  1. El Shaddai Die verscheen voor Abraham
  2. God die Almachtige Geest die geen mens kan zien
  3. El Shaddai Jehova der Abraham erschienen
God's Name on the Scrolls - Gods Naam op de Schriftrollen

God’s Name on the Scrolls – Gods Naam op de Schriftrollen

+++

12 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden

Donkere tijden, droge plekken, hijgende harten, dorstigen, neergeworpenen en geduld

“18 {De eerstelingen van de Geest} Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. 19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. 20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. 22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. 24 Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? 25 Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. 26  En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit. 28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.” (Romeinen 8:18-28 HSV)

“1  {BOEK TWEE} {Verlangen naar God} Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach. (42:2) Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! 2 (42:3) Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen? 3 (42:4) Mijn tranen zijn mij tot voedsel, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 4 (42:5) Hieraan denk ik en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, onder luide vreugdezang en lof liederen: een feestvierende menigte. 5 (42:6) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht. 6  (42:7) Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en het Hermongebergte, vanuit het laaggebergte. 7 (42:8) Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken bruisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heen gegaan. 8 (42:9) Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ’s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven. 9 (42:10) Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart gehuld, door de onderdrukking van de vijand? 10 (42:11) Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn tegenstanders mij, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 11 (42:12) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.” (Psalmen 42:1-11 HSV)

“1  {De HEERE is goed} Een lofpsalm. Juich voor de HEERE, heel de aarde; 2 dien de HEERE met blijdschap, kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang. 3 Weet dat de HEERE God is; Híj heeft ons gemaakt-en niet wij-{en niet wij-Of: wij zijn van Hem.} Zijn volk en de schapen van Zijn weide. 4 Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer, Zijn voorhoven met een lofzang; loof Hem, prijs Zijn Naam. 5 Want de HEERE is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie.” (Psalmen 100:1-5 HSV)

“16 houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk, 17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, 18 namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, 19 en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, 20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechter hand zette in de hemelse gewesten, 21 ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. 22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, 23 die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.” (Efeziërs 1:16-23 HSV)

“1  {De HEERE is mijn Herder} Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets. 2 Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren. 3 Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam. 4 Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5 U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. 6 Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen.” (Psalmen 23:1-6 HSV)

“10 (46:11) Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken, Ik zal geroemd worden op de aarde. 11 (46:12) De HEERE van de legermachten is met ons; de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.Sela” (Psalmen 46:10-11 HSV)

*

 

5 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Voelen en Welzijn

Uitlopen om uit lichaam te wonen

 

 

“Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.” (2 Corinthiërs 5:8 HSV)

“{Paulus voorziet zijn heengaan} Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan {mijn heengaan-Letterlijk: mijn losgemaakt worden.} is aanstaande.” (2 Timotheüs 4:6 HSV)

“Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.” (Lukas 12:50 HSV)

“En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.” (Job 19:26 HSV)

“15  (49:16) Maar God zal mijn ziel verlossen uit de greep van het graf, want Hij zal mij opnemen. Sela 16 (49:17) Wees niet bevreesd, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt,” (Psalmen 49:15-16 HSV)

“En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.” (Lukas 23:43 HSV)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.” (Johannes 17:24 HSV)

“En zij stenigden Stefanus, terwijl deze Jezus aanriep en zei: Heere Jezus, ontvang mijn geest.” (Handelingen 7:59 HSV)

“Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.” (1 Corinthiërs 5:8 HSV)

“Ik hield mijn schreden in Uw sporen, zodat mijn voetstappen niet zouden wankelen.” (Psalmen 17:5 HSV)

“24 U zult mij leiden door Uw raad, daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen. 25 Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. 26 Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.” (Psalmen 73:24-26 HSV)

“14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. 16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” (Openbaring 7:14-17 HSV)

“En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.” (Openbaring 14:13 HSV)

*

 

+

Voorgaande:

Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

Van goede moed zijnde om de wedloop te voleindigen

Engelse versie / English version: Running of good courage, away from the body

 

5 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings