Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Reacties op in ons gedrukt tijdschrift verschenen artikelen:

Wanneer zal de bruiloft van het Lam gebeuren

Vraag: Ik hoor verschillende meningen over de bruiloft van het Lam. Waar en wanneer zal dat gebeuren, en wie zullen daar bij zijn?
Kunnen jullie mij wat Bijbelteksten geven die daar duidelijk over zijn?

Antwoord: De uitdrukking ‘de bruiloft van het Lam’ is afkomstig uit het Bijbelboek Openbaring: Openb. 19:6-10, meer speciaal vs 6b-8.

“6 Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte en als het gedruis van vele wateren en als het dreunen van zware donderslagen, en zij riepen: Alleluja! De Heer, onze God, de Albeheerser heeft zijn koningschap aanvaard. 7 Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam en zijn bruid heeft zich al klaargemaakt.’ 8 (Voor haar bruidskleed kreeg ze smetteloos, blinkend lijnwaad; zinnebeeld van de goede daden van de heiligen.) 9 En de engel zei tot mij: ‘Schrijf op: zalig zijn die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam’. En hij voegde eraan toe: ‘Dit zijn de eigen woorden van God.’ 10 Toen viel ik voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Dat nooit! Aanbid God alleen. Ik ben slechts een dienstknecht zoals gij en uw broeders die het getuigenis van Jezus bezitten.’ Het getuigenis van Jezus immers is het dat de profeten bezielt.” (Opb 19:6-10 WV78)

Wanneer: Openbaring is een moeilijk boek, waar veel opvattingen over worden verkondigd. Maar eraan vooraf gaan de hoofdstukken 17-18, die spreken over een macht die oorlog voert tegen de heiligen (in het NT een aanduiding van de ware gelovigen, zie bijv. Rom. 1:7, en andere brieven van Paulus), en die wordt aangeduid met de naam ‘Het grote Babylon’. Die macht wordt in hoofd-stuk 18 geoordeeld (veroordeeld). In 18:24 wordt van haar gezegd:

… en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen,die geslacht zijn op de aarde.

Dit spreekt over vervolging van de gelovigen. In 19:1-4 worden dan over dat oordeel lofprijzingen geuit:

Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn Zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja!

De passage herinnert ons aan Jesaja. Daarin wordt ook gesproken over de ondergang van Babel, dat Gods volk in ballingschap had gevoerd, maar dat daarvoor door God geoordeeld werd. De ondergang van dat Babel betekende de bevrijding van Gods volk (in dat deel van Jesaja veelvuldig aangeduid als ‘Gods knechten’), maar staat bij Jesaja ook als een symbool van de bevrijding uit die andere gevangenschap: die van de zonde en de dood.

Zonder verderop alle details in te willen gaan, wil ik hier stellen dat dit verwijst naar de tijd van de opstanding (die plaats zal vinden bij Jezus’ wederkomst) wanneer de ‘wereld’ die door de eeuwen heen de ware gelovigen heeft verdrukt en vervolgd daarvoor geoordeeld zal worden, maar wanneer ook de dood van zijn kracht zal worden beroofd.

Hoererij staat voor valse leer (het beeld komt vooral uit Ezech. 23) en uit Openb. 17 & 18 blijkt dat de ‘afgoderij’ van de wereld vooral bestaat uit het dienen van de Mammon: de lust van het geld. De voor altijd opstijgende rook is een beeld dat uit Jes. 34 stamt, en heeft betrekking op het oordeel over Gods vijanden en de vijanden van Zijn volk. Maar laat u niet misleiden door de kop ‘gericht over Edom’. Het is duidelijk dat het gaat over een vernietiging die plaats heeft in het land Edom, maar die alle volken betreft (zie vs 1-2).

In Openb. 19, vanaf vs 11 zien we een beschrijving van een triomferende Messias (Christus) die vonnis velt en oorlog voert tegen de onrechtvaardigen. En in Openb. 20 lezen we over het begin van Gods Koninkrijk (daar aangeduid als een heerschappij van 1000 jaar) en over de eerste opstanding. Dat stemt overeen met wat ik boven al aangaf.

Conclusie 1: Het heeft betrekking op de tijd van Jezus’ wederkomst, wanneer hij oordeel velt en Zijn (Gods) Koninkrijk vestigt. Wij verwachten dit nu betrekkelijk snel.

Wie We lezen in 19:7b-8:

… de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. Zijn bruid mag zich kleden met ‘smetteloos fijn linnen’ en dit zijn ‘de rechtvaardige daden der heiligen’.

Dat laat maar één conclusie toe: de bruid bestaat uit de gerechtvaardigde heiligen (= gelovigen).

Overigens meen ik dat de vertaling beter zou luiden als in de Statenvertaling:

‘de rechtvaardigmakingen der heiligen’.

De uitdrukking wijst terug naar zulke passages als:

Die de bruid heeft, is de bruidegom (Joh. 3:29, Joh. de Doper over Jezus) Want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen (2 Kor. 11:2, Paulus aan de gelovigen te Korinte)

Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft lief gehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet.(Efez. 5:25-27, Paulus aan de gelovigen te Efeze)

Dit wordt herhaald in Openb. 21:2 en 9, Openb. 22:17. En de gedachte vinden we al in het OT met betrekking tot het gehele volk in bijv. Jer. 2:2, Ezech.16:8 en 23:4; alleen ligt daar de nadruk op hun huwelijksontrouw.

Conclusie 2: De ‘bruid’ is een aanduiding van de gemeente, d.w.z. de gezamenlijke gelovigen, levend ten tijde van Jezus’ wederkomst of in de periode daaraan voorafgaand (uiteraard voor zover zij bij het oordeel worden aangenomen).

Waar De ‘bruiloft’ is uiteraard een beschrijving van de aanname van de gemeente door Christus. Of dat plaats zal vinden op een bepaalde plek op aarde wordt ons in de Bijbel niet verteld, laat staan wáár die plek zich dan zou bevinden. Het gaat om het feit, niet om de locatie. Wel weten we dat de heiligen na Jezus’ wederkomst met hem zullen regeren in zijn Koninkrijk (Openb. 20:6), en we weten dat dit Koninkrijk wereldwijd zal zijn. Dus hun taken zullen zich uiteindelijk overal op aarde bevinden.

“ Zalig en heilig die deel hebben aan de eerste opstanding! Over hen heeft de tweede dood geen macht. Zij zullen priesters zijn van God en Christus, en met Hem als koningen heersen, duizend jaren lang.” (Opb 20:6 WV78)

RCR

 

+

Vindt ook te lezen:

  1. Wereld waarheen? #5 De Val van Babel
  2. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  3. Christus in Profetie #3 De Knecht in Jesaja (3) Gezalfde
  4. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  5. Verlossing #4 Het Paaslam
  6. De Wederkomst en de eindtijd #2 Blik op de nabije toekomst
  7. De Wederkomst en de eindtijd #4 De komende toorn

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Vragen van lezers

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.