Tag Archives: Zondigen

Er werd ons gevraagd: Jezus leert ons bidden; ‘leidt ons niet in verzoeking’. Betekent dit dat het God is die ons in verzoeking leidt en ons doet zondigen?

Met dit corona gebeuren zijn er heel wat vragen binnen gekomen rond het waarom er over de mens zulk een moeilijkheden en zulk een verschrikkelijke ziekte komt. Velen vragen zich af waarom wij zo moeten beproeft worden, terwijl anderen vinden dat al de maatregelen die regeringen treffen ons nu nog meer in verzoeking brengen om vooral onze eigen weg in te gaan en vele waarschuwingen te negeren of uitgevaardigde regels te negeren.

Ook wordt nu regelmatig de vraag gesteld wanneer wij tot zonde komen, indien wij tijdens de lockdown onze eigen zin doen. Is het nu God die ons met deze coronacrisis op de proef stelt? vragen velen zich af.

Verzoeking en beproeving

Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazō.

Peirazōde is de gebruikelijke vertaling van het Hebreeuwse nasah, en wordt ook in de betekenis van het “op proef stellen” gebruikt in het NT, behalve in het boek Openbaring, waar we dat woord basanizō vinden.

Nasah en peirazōin hebben in de allereerste plaats de betekenis van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding. Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. We hebben dat geïllustreerd met een citaat uit de toespraak van Mozes in Deut. 8:14-16:

U mag [straks in het beloofde land] de HEER, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet … die u veilig door die grote, verschrikkelijkewoestijn leidde … om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?

Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden:

‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’?

Daar kan maar één antwoord op zijn: daarmee erkennen wij dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar nee, Hij is het niet die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!

Laten we het onderwerp nog eens wat verder bekijken.
De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen tedragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Kor. 10:12-13).

Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daar naar wanneer hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:

‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Luk. 22:28).

Op grond daarvan belooft hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet hij Petrus waarschuwen:

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden op-dat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).

Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matt. 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:

Verheug u (over de erfenis die u beloofd is) ook al moet u nu …allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken vanuw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Pet. 1:6-7).

Want daar tegenover staat de zekerheid dat

…… de Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigengevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Pet. 2:9)

En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Op. 3:10)

Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.

+

Vindt ook te lezen:

Het Geschreven Woord: Pijnigen

++

Aanvullende lectuur

  1. Het treffen van tijd en toeval
  2. Omgaan met zorgen in ons leven
  3. De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid
  4. De Voltooiing van de schepping 3 Noodzakelijke beproeving
  5. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  6. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  7. Doemdenkers en ons lijden
  8. Wie brengt het Kwaad over ons
  9. Bereid zijn toegang te krijgen tot vreugde in het aangezicht van tegenspoed
  10. We horen vrolijk te zijn in het midden van onze beproevingen
  11. Wees niet bang van die proeven die God op u wenst af te sturen
  12. God, beproevingen, tekenen en wonderen
  13. Beproevingen en geloof
  14. Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof
  15. Een liefde die ons niet vrijstelt van verzoeking
  16. Wordt verlicht met betrekking tot de betekenis van de tijd waarin we nu leven
  17. Overdenking voor vandaag
  18. Overdenking: David: Geloof leren door beproeving
  19. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  20. De Falende mens #2 Vrije keuze
  21. Gods vergeten Woord 21 #3 Gelovig afwachten
  22. Gods vergeten Woord 22 God en de Keizer 6 Recht en onrecht
  23. Beproevende God heeft tekenen gegeven
  24. Overdenking: De vertrouwelijke omgang van God is met wie Hem vrezen (Psalm 25:14)
  25. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  26. De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?

Bij de vragen en opmerking van onze lezers treffen wij het volgende aan:

“Wie uit God geboren is zondigt niet,
want Gods zaad is blijvend in hem.
Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren”. (1 Joh.3:9).

Is de gelovige werkelijk niet in staat te zondigen?
Maar waar zouden wij dan nog vergiffenis voor moeten vragen?

Om Johannes hier te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn.
Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.  Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met ‘zondigen’ twee verschillende dingen bedoelt. Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde. Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus,waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke ‘zonde’ doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat … Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. (Rom. 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn.
Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei –

‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matth. 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar  ‘van het lichaam is’ en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, hij (Paulus) wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus,onze Heer!” (vs 24-25).

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

Als we zeggen dat we de zonde niet hebben [de NBV vertaalt dit ten onrechte met ‘niet kennen’], misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
Belijden we (zulke) zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons (die) zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Joh. 1:8-9)

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie (willens en wetens) dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is ‘wetteloos’. Maar met wet-teloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en hetwoord is dus synoniem met ‘goddeloos’:

Ieder die (bewust) zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. (1 Joh. 3:4)

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

En vervolgens trekt hij dan de conclusie:

Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Moeilijkheid om te vergeven

Reacties op in ons  tijdschrift verschenen artikelen en veel gestelde vragen via het internet

Vraag:

In Lukas 23:34 zegt Jezus: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Betekent dit dat wij het aan God kunnen overlaten mensen te vergeven waarvoor wij dat zelf te moeilijk vinden?

In Mattheüs 18 vinden we Jezus’ eigen leer hierover. Hij geeft daar (vs 23-35) een gelijkenis over twee slaven. De eerste is zijn heer een enorm bedrag schuldig (ca.€150 miljoen), dat hij hem dus nooit zou kunnen terugbetalen. Wanneer zijn heer dan beslist dat hij daarom met zijn gehele gezin verkocht moet worden, om op die manier de schuld te voldoen, smeekt hij zijn heer om genade. Die scheldt hem daarop die gehele schuld kwijt. Dan treft die slaaf een mede-slaaf die hem 100 schellingen schuldig is (ca.€250). Hij eist dat bedrag op, en wanneer hij hem niet onmiddellijk kan betalen, laat hij hem gijzelen (in de gevangenis zetten) totdat hij heeft betaald. Wanneer de heer daarvan hoort, laat hij de eerste slaaf alsnog boeten voor zijn onbetaalde schuld.

Jezus’ les is dan:

“Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.” (vs 35).

Dat zou duidelijk moeten zijn! Wij hebben een enorme schuld bij God, die wij nooit zouden kunnen afbetalen. Die kan alleen afbetaald worden met ons leven. God is echter bereid ons die schuld volledig kwijt te schelden, en ons daarmee dat leven te schenken. Maar dan moeten wij, op onze beurt, wel bereid zijn onze medemensen hun schulden kwijt te schelden. Daarom heeft Jezus ons geleerd te bidden:

“Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.” (Matth. 6:12).

Dat laatste is de onontkoombare voorwaarde voor het eerste. Wanneer wij daar niet toe bereid zijn, geldt voor ons, net als voor die eerste slaaf, dat onze Heer (God) zijn kwijtschelding weer intrekt, en ons alsnog verantwoordelijk houdt voor onze eigen schuld. Want zo iemand heeft kennelijk niet begrepen hoe oneindig groot de kwijtschelding is die hij zelf heeft ontvangen, en schiet daarmee, net als die slaaf, tekort in dankbaarheid. En voor een goed begrip: het is ook dan nog heel goed mogelijk dat God die ander wel degelijk vergeeft; de enige die in die situatie geen vergiffenis ontvangt zijn wijzelf.

En wat bedoelt Jezus dan met zijn uitspraak op het kruis? Zij die ervoor verantwoordelijk waren dat hij daar hing, hadden daarmee grote schuld op zich geladen. Maar Jezus stierf daar voor de schuld van anderen, dus in principe ook voor die van hen. Hij gaf zijn leven in plaats van het hunne. We kunnen dus onmogelijk zeggen dat Jezus daar aan zijn Vader vraagt:

‘vergeeft U het ze maar, want Ik doe het niet!’

Integendeel: hij doet daar alles wat hij kan, tot aan het uiterste. En hij vraagt zijn Vader dat offer te accepteren, en van zijn kant die mensen ook te vergeven. Want alleen God kan beslissen of die mensen voor hun zonde moeten sterven, of dat hij ze hun schulden kwijtscheldt en ze laat leven. Jezus geeft ons daarmee een voorbeeld, dat wij moeten navolgen (zie ook Stefanus). En wie dat moeilijk vindt, moet God bidden hem daarbij te helpen, niet om dat van hem over te nemen. Want anders loopt het met hem, net als met die slaaf, slecht af.

+

Vervolg van

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is?

Vindt ook

Genoegdoening

++

Aanverwant

  1. De Falende mens #2 Vrije keuze
  2. De toorn van God
  3. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  4. Zonde en rekenschap
  5. Een man die anderen niet kan vergeven
  6. Status Quo
  7. Vergeving altijd mogelijk
  8. Vergeven
  9. Geestelijke vorming tot heiligheid #3

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Sociale Aangelegenheden, Vragen van lezers

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is?

 

In het Onze Vader wordt hierover gesproken maar toen woonde Jezus nog op de aarde. Het is nuttig eerst iets dieper in te gaan op de begrippen verlossing en vergiffenis.

De eis die eigenlijk aan ons wordt gesteld, is dat wij in het geheel niet zondigen. Alleen absolute volmaaktheid maakt ons aanvaardbaar voor God. Helaas is alleen Jezus er in geslaagd die volmaaktheid te tonen. De overige mensen slagen daar niet in, en hebben daarom verlossing nodig.

De openbaring van Gods verlossingsplan maakt duidelijk dat wij op bepaalde voorwaarden toch kunnen worden aangenomen, en zo ontkomen aan de dood die wij eigenlijk zouden verdienen. En dat het verlossingswerk van Christus daar een grote rol bij speelt. Maar het basisprincipe is en blijft dat zonde onacceptabel is voor God. Met andere woorden: van ons wordt gevraagd dat wij ons uiterste best doen die volmaaktheid van Jezus, op zijn minst zo goed mogelijk, te benaderen. Maar wanneer wij daarin tekort schieten, is het niet een kwestie van ‘game over’ (zoals onder de wet van Mozes strikt genomen het geval was), en zelfs niet van ‘terug naar af’ en opnieuw beginnen (zoals in sommige andere religies, zoals het boeddhisme), maar kunnen we vergiffenis vragen en verdergaan. De bedoeling is dan uiteraard wel dat wij van onze fouten leren, en wel degelijk naar dat voorbeeld van Christus toegroeien.

Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn dat wij gewoon ons eigen leven leiden, en de rekening daarvoor door Christus laten betalen. Zijn verlossingswerk is geen vrijbrief om onze eigen gang te gaan.
Waar wij tekort schieten, mogen (!) we ons beroepen op de verlossing die hij tot stand bracht, maar dat is geen verkregen recht. Christus betaalt als het ware onze schulden, maar dit betekent wel dat wij niet de vrijheid hebben om bewust nieuwe schulden te maken, omdat de rekening toch al zou zijn voldaan. Dit houdt in dat wij, wanneer we toch weer in de fout zijn gegaan, in elk geval bereid moeten zijn te erkennen dat het fout was. En dat kunnen we alleen maar doen door onze zonde te belijden. En de tweede eis is, dat wij onze uiterste best moeten doen om herhaling te voorkomen. En dit op zijn beurt vergt dat wij ons bewust zijn van onze fouten. En niets maakt je zo goed bewust van je fouten als de noodzaak ze te belijden. Anders gaan we maar denken dat het allemaal wel meevalt.

Jacobus raadt ons zelfs aan die fouten te belijden tegenover elkaar (Jac. 5:16), hoeveel te meer aan God. De Schrift vertelt ons dat we radicaal moeten veranderen. We moeten al onze menselijke neigingen achter ons laten, en ons zo volledig mogelijk richten op het voorbeeld van Jezus. En die verandering moet zo radicaal zijn, dat het ons wordt voorgesteld als het worden van ‘een nieuwe mens’ (Efez. 4:22-24), of van een opnieuw geboren worden (Joh. 3:3). Dat kan alleen wanneer we ons voortdurend bewust zijn van wat we nog verkeerd doen, waar we nog tekort schieten, en wat er dus beter moet. En zelfs wanneer we in dit leven nooit die volmaaktheid van Jezus zelf zullen bereiken: we moeten wel groeien, we moeten er wel steeds dichter in de buurt komen. Dat is een leerproces; en we leren het snelst van onze fouten. We herkennen onze fouten alleen wanneer we gedwongen worden die te erkennen, niet in de laatste plaats tegenover onszelf. Maar wanneer we al niet bereid zijn die toe te geven tegenover God, dan hebben we smoezen genoeg om ze te ontkennen tegenover onszelf. Vandaar.

Daarom: ja, onze schulden worden ons kwijtgescholden, en de rekening daarvoor is al voldaan. Maar we hebben geen carte blanche om dan maar onze gang te gaan; we kunnen niet op pad gaan met Jezus’ creditcard opzak. We zullen voor elke nieuwe schuld weer met het schuldbriefje bij God langs moeten gaan, en nederig vragen of dat misschien weer afgeboekt mag worden. Op zijn minst leren we ons dan te schamen voor ons gedrag. Dat klinkt misschien allemaal erg negatief, en in werkelijkheid zal het effect ook veel positiever zijn: we bouwen een relatie op, die we anders niet zouden hebben. Maar we moeten nooit de vergissing maken dat zonde sinds Christus’ dood niet serieus meer is. Dat is die wel.

In Gods ogen is zonde nog steeds bloedserieus. En het belijden daarvan maakt ons daar beter dan wat dan ook van bewust.

Nog een laatste opmerking over het feit dat Jezus zijn discipelen het ‘Onze Vader’ leerde, toen Hij ‘nog op aarde’ was. Uit zijn woorden blijkt dat hij hier was om de zijnen voor te bereiden op het nieuwe Verbond en het nieuwe tijdperk dat komen ging. Het lijkt daarom niet logisch te verwachten dat hij zijn discipelen een ‘nieuw gebed’ zou leren, dat enkele jaren later alweer achterhaald zou zijn. We mogen er daarom van uitgaan dat dit gebed een patroon bevat, dat door alle eeuwen heen van belang blijft.

1 Comment

Filed under Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Vragen van lezers