Tag Archives: Steven Paas sr

Steven Paas’ poging om het wankele zendingsbesef van Westerse christenen te doen ontwaken

In welke mate beseffen zij die zich Christen noemen wel het besef van wat hun taken zouden moeten zijn als zij geloof hebben in Christus?

Groot probleem daarbij is dat velen die zich Christen noemen zich al niet zo goed aan de leer van Christus houden en een andere god aanbidden dan Diegene Die Jezus aanbad. Maar dat terzijde gelaten zou men denken dat zij verder in de voetstappen zouden stappen van diegenen die het geloof over heel de wereld deden verspreiden.

Dr. Steven Paas s.

Dr. Steven Paas sr., is een kerkhistoricus die ook bekwaamheid heeft bewezen als missioloog met een warm hart voor de zending. Als vroeger zendingswerker in Malawi, heeft hij ervaring opgedaan in het zendingswerk dat hij kon gebruiken om een korte bondige missiologie aan te reiken voor Westerse christenen, die gevangen zitten in een neo-kolonialistische voorstelling van zending.
Hij publiceerde over Europese en Afrikaanse kerkgeschiedenis, zending, het verschijnsel van het Israëlisme in de uitleg van Bijbelse profetie, en de lexicografie van het Chichewa, een veel gesproken taal in Centraal Afrika.

Westerse christenen met hun buren onderweg – Deelnemers aan de missie van Jezus, dichtbij en veraf

In “Westerse christenen met hun buren onderweg – Deelnemers aan de missie van Jezus, dichtbij en veraf”  laat Paas zien dat elke vorm van superioriteitsdenken het missiologische wezen van de kerk beschadigt en botst met de Bijbelse betekenis van zending. Daar raakt hij een zeer gevoelig punt, want in het huidige zendingswerk van bepaalde protestantse groeperingen zien wij heel wat gevaarlijk weerwerk gebeuren, waarbij die zendelingen zich van alles veroorloven en zelfs mensen tegen elkaar opzetten (zie maar wat er in midden Afrika gebeurd).
Spaas daarentegen spoort Westerse christenen en hun buren van een andere (niet-)religieuze en culturele achtergrond aan om gehoorzaam te zijn aan de grote opdracht van Jezus.

Hij wil mensen doe nadenken over de zending en hen laten bezinnen over de opdracht die elke christen zou moeten uitvoeren. Voor hem is het namelijk duidelijk dat een christen een opdracht te vervullen heeft. Met zijn  boek hoopt hij mensen hun deelname aan Jezus’ zending te stimuleren.

Vroegere denkwijze

In het verleden geraakten oprechte zendingsmotieven verstrengeld met de handelsbelangen van de imperiale staat. Met de kennis van nu zien we de denkfout die men toen maakte: men verbond kerk en staat in een politiek-theocratisch model, waardoor de zending niet enkel de dekmantel werd voor staatsbelangen maar ook voor de belangen van die specifieke kerkgroepen of kloostergemeenschappen.

In het verleden was er het superioriteitsgevoelen dat het blanke ras het superieure volk was en dat zij het geciviliseerde ras was dat anderen tot beschaving kon brengen. Om mensen te bekeren zijn  er in het verleden heel wat slachtoffers gemaakt. Want in de vorige eeuwen is de Kerk niet vrij van bloedschuld geweest in haar bekeringswerk.

Ook in de moderne tijden heeft men dikwijls de houding aangenomen dat derde-wereld-volken  heidenen waren welke moesten opgevoed worden om tot betere menselijke wezens te worden.

“Zij hadden het evangelie nodig om het eeuwige leven te kunnen ontvangen.”

Dat was de diepste drijfveer achter de zending, al vanaf de zeventiende eeuw, versterkt door de opwekkingen in de negentiende eeuw.

Startpunt en doel van christelijke zending of missie

Na een inleidend overzicht van de zendingswoorden van Jezus, bespreekt de auteur in vijf hoofdstukken het startpunt en het doel van christelijke zending of missie. Vervolgens bespreekt hij de veronderstelde overlappingen of raakvlakken tussen het christelijke geloof en de religies en culturen van de wereld, het superieure zelfbeeld van christenen in de Westerse cultuur, en de verhouding van het Westerse christendom met Israël en de Joden. In hoofdstuk zeven stelt hij de theologische discussie over de reikwijdte van het verzoeningswerk van Jezus aan de orde. Uiteenlopende inzichten daarover hebben de potentie om het zendingsbewustzijn van christenen te verzwakken of juist te versterken.

Vervolgens beschrijft hij, in twee hoofdstukken, een aantal ontwijkende houdingen en belemmeringen onder Westerse christenen, die de zending hebben verzwakt of verlamd. De auteur benadrukt steeds het trinitarische karakter van zending, ofwel de Missio Dei, het gezonden zijn van Jezus zelf door God de Vader, als fundament van Zijn grote opdracht, waarvan de discipelen en al hun opvolgers deelnemers zijn.

Door het werk van de Heilige Geest blijft de grote opdracht om deel te nemen aan Zijn missie zich richten tot de harten en de hoofden van alle christenen van alle tijden en plaatsen. Daardoor is de gemeente (de kerk) per definitie een missionair organisme, hetgeen ingrijpende gevolgen heeft voor haar organisatie als instituut en voor de geloofshouding van haar leden.

Niet in eigen kracht

Als trinitariër gaat hij uit van een standpunt dat het aparte elementen of persoonlijkheden van God  zijn waarvan wij afhankelijk zijn. Toch herkent hij dat wij Gods Kracht of Heilige Geest in het zendingswerk nodig hebben om onze eigen zwakheden te kunnen overwinnen. Alsook geeft hij toch aan dat Jezus gezonden is door God en dat bij hem een aanvang zich heeft voltrokken van een zendelingswerk dat ingezet is geworden door de discipelen van Jezus.

Het werk van de Heilige Geest is onmisbaar. Hij wekt op tot berouw en bekering. Niet alleen bij de ‘buren’ die nog onbekend zijn met Christus. Maar ook bij christenen zelf. De Geest doet bij hen het ontwijkende gedrag en de belemmeringen verdwijnen. Zo wordt de weg geplaveid voor het vertrouwen in de onoverwinnelijke kracht van Hem die gezonden is en die anderen zendt: Jezus Christus. In Hem is alle zendingswerk begonnen. In Hem gaat het werk verder. En in Hem zal het ook volmaakt Zijn doel bereiken en worden beëindigd. Het is de bedoeling van Jezus dat alle christenen deelnemers zijn of worden aan Zijn zending. Dat is wat de auteur in dit boek wil beklemtonen.

In die zin kan het voor de niet-trinitarische christen ook boeiend zijn om “in de ziel van die trinitarische zendeling” te kijken, vooral ook omdat de heer Spaas vanuit het Bijbelse fundament van zending bespreekt hij de bezwaren die worden geopperd en hij de lezer leidt naar de manier waarop individuele en communale hindernissen kunnen worden overwonnen, om zo het evangelie van Jezus Christus effectief te delen met niet-christenen.

+

Voorgaande

de Nederlandse Protestantse Kerk en haar wil om Joden tot hun geloof te brengen

Leave a comment

Filed under Culturele aangelegenheden, Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Wereld aangelegenheden

de Nederlandse Protestantse Kerk en haar wil om Joden tot hun geloof te brengen

Jodenzending

Dr. Steven Paas sr. bracht een zeer boeiend opiniestuk in  het Reformatorisch Dagblad (RD)met als titel: Respecteren cultuur geldt niet alleen voor arbeid onder Joden

Respect voor medemens en andersgelovigen

Volgens hem hebben Christenen liefde en respect voor de medemensen met wie ze het Evangelie willen delen en voor hun cultuur. Maar hier kunnen wij niet echt mee akkoord gaan. Regelmatig ondervinden wij zelf hoe agressief trinitarische Christenen vijandig over unitarische Christenen staan. Volgens Trinitariërs zijn Unitariërs of Niet-Trinitariërs zelfs geen Chirsten, alhoewel de niet-trinitarische Christenen nog het meest Jezus Christus navolgen en zijn God aanbidden en in werkelijkheid dus eigenlijk de ware christenen zijn.

In februari gaf Maarten Stolk in het RD aan dat in veel Nederlandse kerken de aandacht voor Israël toenam. Toch kan het volgens hem wel wat meer. Zo heeft de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) haar visie op papier gezet en gemeld dat

„De kerk is geroepen om antisemitisme te ontmaskeren als haat tegen de God van Israël.”

Volgens Paas hebben veel kerken in de gereformeerde gezindte moeite met de term ”Jodenzending”.  Hij schrijft:

In plaats daarvan benoemen ze hun verhouding met het Joodse volk uiteenlopend. Het dichtst bij zending ligt de aanduiding ”verkondiging”. De Hersteld Hervormde Kerk gebruikt deze term in haar nieuwe visiedocument, onder nadrukkelijke afwijzing van ”Jodenzending” (RD 6-2). De benadering van de Gereformeerde Gemeenten lijkt hier sterk op.

Daarbij kan de vraag gesteld worden welk verschil zij zien in zending en verkondiging alsook in missionering. Want wat is hun betrachting met hun wil om Joden van hun Enige Ware God tot een Drie-Voudige godheid te brengen?

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt handhaven nog de duiding ”zending onder de Joden”, wat aangeeft dat zij als zendelingen hen willen benaderen. Andere kerkgenootschappen typeren hun relatie met de Joden bijvoorbeeld als:

arbeiden onder de Joden, luisteren naar de Joodse uitleg van de Schrift, diaconaat en handreikingen tot verzoening, met elkaar dialogiseren op voet van gelijkwaardigheid. {Respecteren cultuur geldt niet alleen voor arbeid onder Joden}

Ds. R. van de Kamp, voorzitter van de commissie Israël van de Hersteld Hervormde Kerk, en predikant uit Opheusden, erkent dat de belangstelling voor het Joodse volk bij meerdere Christenen toe neemt.

„Steeds meer mensen zien dat er Bijbelse beloften worden vervuld, zoals in de oprichting van de staat Israël in 1948 en de terugkeer van Joden naar hun land. Het aantal Messiasbelijdende Joden groeit. Dat zijn wonderlijke dingen.” {Geen Jodenzending, wel verkondiging}

Graag willen heel wat protestanten op gelijke voet staan met de Joden en zelfs over gaan tot met elkaar dialogiseren op voet van gelijkwaardigheid. Alhoewel dat bij die protestanten de hoop voorop ligt om te ‘hervormen’ of om Joden van gedachten te doen veranderen en zich te laten dopen tot hun ‘christelijk’ geloof, dit terwijl bij de Joden er helemaal geen opzet tot zieltjeswinnerij. In hun bereidwilligheid om met anderen te dialogeren is het voor de Joden nooit de bedoeling mensen tot het Joodse geloof om te vormen.

Verbondenheid van de Kerk met Israël

Dr. Steven Paas sr. schrijft:

Officieel geformuleerd of niet, de kerken gaan in het algemeen uit van een verbondenheid van de Kerk met Israël. Waaruit die verbondenheid dan wordt verondersteld te bestaan, varieert nogal. Het wordt, wat mij betreft, het minst duidelijk bij de Protestantse Kerk in Nederland, in haar befaamde artikel I-7 van de Kerkorde. In ieder geval lijkt ook deze kerk weg te willen blijven van de klassieke betekenis van christelijke zending. {Respecteren cultuur geldt niet alleen voor arbeid onder Joden}

Niemand kan ontkennen dat de Stichting van de staat Israël iets van de blijvende geldigheid van Gods belofte aan Abraham is. Maar hierbij moet men beseffen dat het niet aan mensen ligt om de tijd noch de grenzen er van vast te leggen.

Sommige Christelijke groeperingen zien wel een verbintenis met het Volk van God en het Volk van Israël, en gaan zelfs zo ver dat zij bepaalde gebruiken en feesten willen overnemen, maar daarbij toch nog aan hun Drie-eenheid willen vast houden in plaats van over te gaan tot het geloof in de God van Israël. Erg is het als zij zich Messiaansen noemen en zo Joden in hun groepering willen lokken met de voorwendselen dat zij dan hun geloof niet moeten stop zetten. Voor meerdere Joden is het dan ook een doorn in het oog als men over het Messiaans Jodendom spreekt en daarbij aan de Trinitarische groepen denkt. Om die reden gebruiken zij liever de naam Jeshuaisme, waarbij wordt aangegeven dat men bij de volgers van Jeshua behoort die dezelfde God aanhangen als Jeshua de Messias aanhing.

In het visiedocument van de Hersteld Hervormde Kerk staat dat met de komst van Christus alle ceremoniële wetten zijn vervuld. Zij zijn dan ook duidelijk met de zegging:

„Wij wijzen elke beweging van christenen uit de volken die naar deze wetten terugkeren af.”

Volgens hen mogen christenen zelfs geen Loofhuttenfeest vieren of de sabbat gaan houden. Voor hen lijkt dat wel een vloek ook al zien zij ook dat dit steeds meer om hen heen gebeurt.

Dat wordt weleens gekscherend ”omkeringstheologie” genoemd, waarin christenen terugkeren naar de schaduwen, terwijl met de komst van Christus het licht helder is gaan schijnen.”

zegt Ds. R. van de Kamp.

Jezus’ zendingswoorden

Opvallend is dat kerken zending bedrijven onder Joodse medemensen schuwen. Jezus wilde, getuige Zijn oproep tot deelname aan de ”Missio Dei” (de zending van God), immers dat de discipelen hun zendingsactiviteiten „bij Jeruzalem” zouden beginnen. De evangelist Lukas meldt dat nadrukkelijk (24:47). In Handelingen 1:8 schrijft hij dat volgens Jezus de discipelen hun werk „in Jeruzalem” moesten beginnen en dat Hij ook het gebied nabij de stad erbij betrok: „zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria.”

merkt Dr. Steven Paas sr. op en vervolgt:

De discipelen keken daarvan niet op. Want al voor Zijn kruisiging had Jezus ”de twaalf” erop uitgezonden om „het Koninkrijk van God te prediken” onder de Joden (Mattheüs 10:1-5; Markus 6:7-13; Lukas 9:1-2; vgl. Lukas 22:35-36). En later stuurde hij een groep van zeventig volgelingen met hetzelfde doel (Lukas 10:1-3).

Als de Kerk van vandaag een voortzetting is van de eerste leerlingen van Jezus, dan behoort zending onder de Joden vanzelfsprekend tot haar taak.

Prediking naar niet-Joden

De Joodse leermeester Jeshua (Jezus Christus) wenste de weg naar God open stellen voor alle soorten Joden maar ook voor niet-Joden. Zijn leerlingen kregen de opdracht het Goede Nieuws over de gehele wereld uit te dragen. Nooit heeft hij er op gestaan dat dit met geweld of verplichte bekering moest gebeuren. De Weg naar God is een pad dat de mensen voor zichzelf moeten uitmaken en kiezen.

Voor zijn volgelingen kwam het er op aan om geen onderscheid te maken tussen de mensen, want voor God is er niet zulk een onderverdeling per land, besnedenen of onbesnedenen, maar allen hoorden in eendracht één met Christus te zijn. (Galaten 3:28; Romeinen 10:12; Efezen 2:11-16)

Door Jezus volgelingen werd de hoop gesteld dat de liefde van Christus verder verkondigt kon worden en mensen er toe brengen verder meer naastenliefde te doen opbrengen, zodat zij ook door middel van de martelpaal alle volkeren in één lichaam met God zouden verzoenen.

Jezus heeft nooit tot doel gehad een nieuwe godsdienst te scheppen. Hijzelf, als zeer godvruchtige Jood, zou zeker niet tevreden zijn indien zijn volgelingen de mensen er toe zouden brengen een andere God te aanbidden dan hij en de vroegere profeten aanbaden.

*

Spijtig genoeg kon ik het artikel maandag niet verder lezen zonder te registreren. Maar het is onbetaalbaar om op alle kranten een abonnement te nemen of dagelijks vele gedrukte krantenversies te kopen.   Wij raden u dus aan om zelf verder de bovenvermelde artikelen te lezen en verder aan Besluitvorming te doen.  Verdere bespreking van de artikelen is hier van harte welkom.

++

Aangeraden lectuur

  1. Verschil tussen Messiaans Jodendom, Jeshuaisme of Jesjoeaïsme, Christendom en Christenheid
  2. Een misverstand over het Messiaans Jodendom
  3. Wie of wat is een Jeshuaist of Jesjoeaist?
  4. Beleidsverklaring van de Jeshuaist-gemeenschap
  5. Betreft het specifieke geloof in het Jeshuaisme
  6. Opdracht voor Christen
  7. Opdracht tot Getuigenis
  8. Evangelisatiewerk blijvende opdracht
  9. Getuigenis afleggen
  10. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 3 De opdracht om te prediken
  11. Schijnbaar onmogelijke opdracht

5 Comments

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Nieuwsgebeurtenissen - Journaal, Religieuze aangelegenheden