Tag Archives: Opname in heerlijkheid

Donkere tijden, droge plekken, hijgende harten, dorstigen, neergeworpenen en geduld

“18 {De eerstelingen van de Geest} Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. 19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. 20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. 22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. 24 Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? 25 Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. 26  En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit. 28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.” (Romeinen 8:18-28 HSV)

“1  {BOEK TWEE} {Verlangen naar God} Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach. (42:2) Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! 2 (42:3) Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen? 3 (42:4) Mijn tranen zijn mij tot voedsel, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 4 (42:5) Hieraan denk ik en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, onder luide vreugdezang en lof liederen: een feestvierende menigte. 5 (42:6) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht. 6  (42:7) Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en het Hermongebergte, vanuit het laaggebergte. 7 (42:8) Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken bruisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heen gegaan. 8 (42:9) Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ’s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven. 9 (42:10) Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart gehuld, door de onderdrukking van de vijand? 10 (42:11) Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn tegenstanders mij, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God? 11 (42:12) Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.” (Psalmen 42:1-11 HSV)

“1  {De HEERE is goed} Een lofpsalm. Juich voor de HEERE, heel de aarde; 2 dien de HEERE met blijdschap, kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang. 3 Weet dat de HEERE God is; Híj heeft ons gemaakt-en niet wij-{en niet wij-Of: wij zijn van Hem.} Zijn volk en de schapen van Zijn weide. 4 Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer, Zijn voorhoven met een lofzang; loof Hem, prijs Zijn Naam. 5 Want de HEERE is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie.” (Psalmen 100:1-5 HSV)

“16 houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk, 17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, 18 namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, 19 en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, 20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechter hand zette in de hemelse gewesten, 21 ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. 22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, 23 die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.” (Efeziërs 1:16-23 HSV)

“1  {De HEERE is mijn Herder} Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets. 2 Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren. 3 Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam. 4 Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5 U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. 6 Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen.” (Psalmen 23:1-6 HSV)

“10 (46:11) Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken, Ik zal geroemd worden op de aarde. 11 (46:12) De HEERE van de legermachten is met ons; de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.Sela” (Psalmen 46:10-11 HSV)

*

 

5 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Nederlandse teksten - Dutch writings, Voelen en Welzijn

Uitlopen om uit lichaam te wonen

 

 

“Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.” (2 Corinthiërs 5:8 HSV)

“{Paulus voorziet zijn heengaan} Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan {mijn heengaan-Letterlijk: mijn losgemaakt worden.} is aanstaande.” (2 Timotheüs 4:6 HSV)

“Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.” (Lukas 12:50 HSV)

“En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.” (Job 19:26 HSV)

“15  (49:16) Maar God zal mijn ziel verlossen uit de greep van het graf, want Hij zal mij opnemen. Sela 16 (49:17) Wees niet bevreesd, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt,” (Psalmen 49:15-16 HSV)

“En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.” (Lukas 23:43 HSV)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.” (Johannes 17:24 HSV)

“En zij stenigden Stefanus, terwijl deze Jezus aanriep en zei: Heere Jezus, ontvang mijn geest.” (Handelingen 7:59 HSV)

“Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.” (1 Corinthiërs 5:8 HSV)

“Ik hield mijn schreden in Uw sporen, zodat mijn voetstappen niet zouden wankelen.” (Psalmen 17:5 HSV)

“24 U zult mij leiden door Uw raad, daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen. 25 Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. 26 Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.” (Psalmen 73:24-26 HSV)

“14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. 16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” (Openbaring 7:14-17 HSV)

“En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.” (Openbaring 14:13 HSV)

*

 

+

Voorgaande:

Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

Van goede moed zijnde om de wedloop te voleindigen

Engelse versie / English version: Running of good courage, away from the body

 

5 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings