Tag Archives: Goddeloze

Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?

Bij de vragen en opmerking van onze lezers treffen wij het volgende aan:

“Wie uit God geboren is zondigt niet,
want Gods zaad is blijvend in hem.
Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren”. (1 Joh.3:9).

Is de gelovige werkelijk niet in staat te zondigen?
Maar waar zouden wij dan nog vergiffenis voor moeten vragen?

Om Johannes hier te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn.
Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.  Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met ‘zondigen’ twee verschillende dingen bedoelt. Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde. Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus,waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke ‘zonde’ doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat … Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. (Rom. 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn.
Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei –

‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matth. 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar  ‘van het lichaam is’ en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, hij (Paulus) wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus,onze Heer!” (vs 24-25).

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

Als we zeggen dat we de zonde niet hebben [de NBV vertaalt dit ten onrechte met ‘niet kennen’], misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
Belijden we (zulke) zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons (die) zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Joh. 1:8-9)

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie (willens en wetens) dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is ‘wetteloos’. Maar met wet-teloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en hetwoord is dus synoniem met ‘goddeloos’:

Ieder die (bewust) zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. (1 Joh. 3:4)

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

En vervolgens trekt hij dan de conclusie:

Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

1 Comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Vragen van lezers

Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing

 

 

“Een psalm van David om voor te zingen. (19-2) De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen.” (Psalmen 19:1 NLB)

“1  En God sprak al deze woorden: 2 Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, gevoerd heb. 3 Gij zult geen andere goden nevens Mij hebben.” (Exodus 20:1-3 NLB)

“Want aldus spreekt de Heere Heere: Het zal niet bestaan noch alzo geschieden;” (Jesaja 7:7 NLB)

“En de Heer strekte zijne hand uit en roerde mijnen mond aan, en Hij sprak tot mij: Zie, Ik leg mijne woorden in uwen mond: zie,” (Jeremia 1:9 NLB)

“Gelooft gij niet, dat ik in de Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, die in Mij woont, die doet de werken.” (Johannes 14:10 NLB)

“en neemt de helm van het heil, en het zwaard van de Geest, dat is Gods woord.” (Efeziërs 6:17 NLB)

“En Hij sprak verder: Ik ben de God uws vaders, de God Abrahams, de God Isaäks en de God Jakobs. En Mozes bedekte zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.” (Exodus 3:6 NLB)

“maar wij weten, dat de Zoon Gods gekomen is, en ons een inzicht heeft gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, in zijnen Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.” (1 Johannes 5:20 NLB)

“Heer, Gij, onze God, zijt waardig te ontvangen prijs en eer en kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door uwen wil bestaan zij en zijn zij geschapen.” (Openbaring 4:11 NLB)

“2 (6-1) En God sprak met Mozes en zeide tot hem: Ik ben de Heer. 3 (6-2) En Ik ben verschenen aan Abraham, Isaäk en Jakob als de almachtige God; maar mijn naam Heer is hun niet geopenbaard geworden.” (Exodus 6:2-3 NLB)

“13 En gij zegt: Wat weet God er van? Zou Hij hetgeen in het donker is kunnen oordelen? 14 De wolken zijn Hem een dekkleed en Hij ziet niet; en Hij wandelt in den kreits des hemels.” (Job 22:13-14 NLB)

“5 En de Levieten Jesúa, Kadmiël, Bani, Hasabneja, Hodía, Sebanja, Pethahja, spraken: Staat op, looft den Heer, uwen God, van eeuwigheid tot eeuwigheid; en men love den naam uwer heerlijkheid, die verheven is boven allen zegen en lof. 6 Gij zijt de Heer alleen, Gij hebt gemaakt den hemel en aller hemelen hemel met al hun heir, de aarde en al wat er op is, de zeeën en alwat er in is, Gij maakt alles levend; en het hemelse heir aanbidt U. 7 Gij, Heer, zijt die God, die Abram verkoren hebt, en Gij hebt hem uit Ur in Chaldéa uitgevoerd en hebt hem Abraham genoemd,” (Nehemia 9:5-7 NLB)

“7  Hoor, mijn volk, laat Mij spreken; Israël, laat Mij onder u getuigen: Ik, God, ben uw God. 8 Vanwege uwe offers bestraf Ik u niet, daar uwe brandoffers altoos vóór Mij zijn. 9 Ik wil van uw huis geen varren nemen, noch bokken uit uwe stallen; 10 want al het gedierte in het woud is het mijne, het vee op de bergen, waar zij bij duizenden gaan; 11 Ik ken al het gevogelte op de bergen, alle gedierte op het veld is het mijne. 12 Ware het, dat Mij hongerde, Ik behoefde het u niet te zeggen; want mijn is de aardbodem en al wat er op is. 13 Meent gij, dat Ik stierenvlees eten en bokkenbloed drinken wil? 14 Offer Gode dank, en betaal den Allerhoogste uwe geloften. 15 En roep Mij aan in den nood: zo zal Ik u redden, en gij zult Mij prijzen. 16  Maar tot den goddeloze spreekt God: Wat verkondigt gij mijne rechten, en neemt mijn verbond in uwen mond, 17 daar gij toch de kastijding haat en mijne woorden achter u werpt?” (Psalmen 50:7-17 NLB)

“11 En Hij heeft sommigen tot apostelen gegeven, en sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten, sommigen tot herders en leraren; 12 opdat de heiligen bereid zouden worden tot het werk van het ambt, waardoor Christus’ lichaam opgebouwd wordt, 13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en de kennis van Gods Zoon, en een volwassen man worden, naar de maat van Christus’ volkomen ouderdom 14 opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, als golven bewogen en geslingerd door allerlei wind van leer, door bedriegerij van mensen en arglistigheid, waarmee zij heimelijk aankomen om te verleiden,” (Efeziërs 4:11-14 NLB)

“En ik, broeders, toen ik tot u kwam, kwam niet met keur van woorden of van wijsheid, om u de getuigenis van God te verkondigen;” (1 Corinthiërs 2:1 NLB)

“9 maar gelijk geschreven staat: “Wat geen oog gezien heeft, en geen oor gehoord heeft, en in geen mensen hart is opgekomen; wat God bereid heeft voor degenen die Hem liefhebben.” 10 Ons nu heeft God het geopenbaard door zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van de Godheid.” (1 Corinthiërs 2:9-10 NLB)

“14 Maar de natuurlijke mens begrijpt niet wat van de Geest van God is; want het is hem een dwaasheid, en hij kan het niet verstaan; want het moet geestelijk beoordeeld zijn. 15 Maar de geestelijke mens oordeelt alle dingen, en hij wordt door niemand geoordeeld. 16 Want wie heeft de zin van de Heer gekend, en wie wil Hem onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus.” (1 Corinthiërs 2:14-16 NLB)

“Wie onderricht den Geest des Heren, en welke raadgever onderwijst Hem?” (Jesaja 40:13 NLB)

“5 welke de kinderen van de mensen in de verleden tijden niet is bekendgemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten door de Geest: 6 namelijk, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en medeïngelijfd, en medegenoten van zijn belofte in Christus door het Evangelie,” (Efeziërs 3:5-6 NLB)

“opdat hun harten vertroost worden, tezamen verbonden in liefde, tot allen rijkdom der volkomen zekerheid van inzicht, om te kennen de verborgenheid van God, van de Vader en van Christus,” (Colossenzen 2:2 NLB)

“Spreek niet voor de oren van den dwaas, want hij veracht de wijsheid uwer redenen.” (Spreuken 23:9 NLB)

“1  Dit zijn Davids laatste woorden. David, de zoon van Isaï sprak, de man, die hoog verheven is, de gezalfde van Jakobs God, liefelijk in psalmen Israëls, sprak: 2 De Geest des Heren heeft door mij gesproken, en zijne rede is door mijne tong geschied.” (2 Samuël 23:1-2 NLB)

“Mannen broeders, de Schrift moest vervuld worden, welke de heilige Geest door de mond van David voorzegd heeft aangaande Judas, die de leidsman was van degenen die Jezus gevangen namen;” (Handelingen 1:16 NLB)

“Toen zij nu met elkaar oneens waren, gingen zij weg, nadat Paulus nog dit éne woord gezegd had: Wèl heeft de heilige Geest door de profeet Jesaja gesproken tot onze vaderen,” (Handelingen 28:25 NLB)

“navorschende naar welken en hoedanigen tijd de Geest van Christus, die in hen was, heenwees, en te voren getuigde van het lijden, dat over Christus komen zou, en de daarop volgende heerlijkheid;” (1 Petrus 1:11 NLB)

“20 dit allereerst wetende, dat geen profetie in de Schrift uit eigen uitlegging geschiedt. 21 Want er is nog nooit ene profetie uit s mensen wil voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken, gedreven zijnde door den Heiligen Geest.” (2 Petrus 1:20-21 NLB)

“maar de Trooster, de heilige Geest, die mijn Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren, en u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26 NLB)

“16 Alle Schrift, van God ingegeven, is nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering, tot onderwijzing in de gerechtigheid, 17 opdat de mens van God volkomen zij, tot alle goed werk geschikt.” (2 Timotheüs 3:16-17 NLB)

“Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, toen gij van ons het woord van goddelijke prediking ontvingt, gij dat aannaamt, niet als een woord van mensen, maar — gelijk het in waarheid is — als een woord van God, dat ook werkt in u, die gelooft.” (1 Thessalonicen 2:13 NLB)

“Want wat te voren geschreven is, is ons tot lering geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schrift hoop zouden hebben.” (Romeinen 15:4 NLB)

“Al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden, en het is geschreven ons tot waarschuwing, tot wie het einde van de wereld gekomen is.” (1 Corinthiërs 10:11 NLB)

“49  Gedenk aan uwen knecht volgens uwe toezegging, op welke Gij mij laat hopen. 50  Dit is mijn troost in mijne ellende, want uw woord verkwikt mij.” (Psalmen 119:49-50 NLB)

“7 Want het begin der wijsheid is, als men haar gaarne hoort, en de wetenschap liever heeft dan alle goederen. 8 Acht haar hoog, zo zal zij u verhogen, en zal u tot eer brengen, indien gij haar omhelst; 9 zij zal uw hoofd aangenaam maken, en zal u versieren met ene schone kroon.” (Spreuken 4:7-9 NLB)

“Een verstandig hart zoekt kennis, maar de dwazen zien uit naar dwaasheden.” (Spreuken 15:14 NLB)

“Maar die in het goede land gezaaid is, is degeen, die het woord hoort en het verstaat, en dan ook vrucht voortbrengt; en het draagt deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.” (Mattheüs 13:23 NLB)

“maar de vaste spijs is voor de volwassenen, die door de gewoonte geoefende zinnen hebben tot onderscheiding van goed en kwaad.” (Hebreeën 5:14 NLB)

“En God verleende aan deze vier jongelingen kennis en verstand in allerlei schrift en wetenschap en Daniël gaf Hij verstand in alle gezichten en dromen.” (Daniël 1:17 NLB)

“Er helpt geen wijsheid, geen verstand, geen raad tegen den Heer.” (Spreuken 21:30 NLB)

“Hoor naar raad en neem onderwijs aan, opdat gij eindelijk wijs moogt worden.” (Spreuken 19:20 NLB)

“7 Merk òp wat ik zeg; de Heer toch zal u in alle dingen verstand geven. 8  Houd Jezus Christus in gedachtenis, die opgestaan is uit de doden, uit het zaad van David, naar mijn Evangelie, 9 waarvoor ik lijd als een misdadiger, tot banden toe; maar het woord van God is niet gebonden. 10 Daarom verdraag ik alles om de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid zouden verkrijgen in Christus Jezus, met eeuwige heerlijkheid.” (2 Timotheüs 2:7-10 NLB)

“gelijk Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij het eeuwige leven geve aan allen, die Gij Hem gegeven hebt.” (Johannes 17:2 NLB)

“maar wij weten, dat de Zoon Gods gekomen is, en ons een inzicht heeft gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, in zijnen Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.” (1 Johannes 5:20 NLB)

“2 voor koningen en alle overheden, opdat wij een gerust en stil leven mogen lijden in alle godzaligheid en eerbaarheid. 3 Want dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 4 die wil, dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen.” (1 Timotheüs 2:2-4 NLB)

*

 

Biestkensbijbel (1560)

Biestkensbijbel (1560)

 

++

Aanverwante lectuur

  1. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  2. Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)
  3. De heilige geest zal alle dingen welke gezegd zijn in herinnering terugbrengen
  4. Die helper, die heilige gees sal julle alles leer en julle herinner
  5. Der heilige Geist wird euch an alle Dinge erinnern
  6. Wahren Gott gibt sein Wort für immer Weisheit
  7. Bibel Gott redet Worte zu unserer Belehrung geschrieben
  8. Hele Skrif deur God geïnspireer om in die waarheid te onderrig en dwaling te bestry
  9. L’esprit saint vous rappellera toutes les choses dites
  10. Vrai Dieu donne Sa Parole pour obtenir la sagesse
  11. La Bible, Parole de Dieu poussés par l’Esprit-Saint pour enseigner, pour convaincre et pour corriger
  12. Bible, God’s Word to edify (ERV)
  13. Looking for wisdom not departing from God’s Word
  14. The holy spirit will bring back to your minds all the things told
  15. True God giving His Word for getting wisdom
  16. Words to inspire and to give wisdom
  17. Eternal Word that tells everything
  18. Bric-a-brac of the Bible
  19. We should use the Bible every day
  20. Feed Your Faith Daily
  21. May reading the Bible provoke us into action to set our feet on the narrow way
  22. Hearing words to accept
  23. Genuine message of salvation
  24. God who knows the heart
  25. Bible, God speaking words profitable for doctrine, for reproof and for correction

+++

15 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Geestelijke aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden