Tag Archives: Gastvrijheid

Hoe staat het met de mens zijn geweten

Waar staat de mens van vandaag?

Hoe kijkt de mens vandaag naar zijn omgeving?

Eindelijk zijn er jongeren opgestaan om de ouderen eens wakker te schudden. Lange tijd leek het alsof de jongeren vandaag enkel geïnteresseerd waren in hun vele gadgets en gefocust waren op het zich profileren op sociale media.

De ouderen, die in mei 1968 op de bres hadden gestaan, zagen met lede ogen aan hoe onze maatschappij gewetenloos was ontwikkeld naar een wereld waarbij eenieder op zichzelf focust. Men kon zich afvragen waar het geweten van de mens naartoe was gegaan. Want weinigen lijken of leken last te hebben van een geweten of van wat er allemaal mank loopt in dezer dagen.

Filosofiestudent Boris van Meurs, in De Klos, vindt dat het schone geweten een gevaar is,

omdat het zelf besmet is met de kwaal die het slechts bij anderen waarneemt: de overmoed, hubris. {Tegen het Schone Geweten}

Hij schrijft

Het schone geweten is een geweten dat zichzelf onbevlekt waant, dat zijn principes kent en in het vertrouwen berust deze te verwezenlijken. {Tegen het Schone Geweten}

Maakt dat in zijn ogen dat het geweten dus onbevlekt is 

in die zin dat het vertoonde gedrag geen spatten maakt op het vel waarop de morele principes in sierlijk schrift neergeschreven zijn

of waar men kan stellen dat

het gedrag in harmonie is met de principes?

Doorheen de eeuwen heen hebben heel wat mensen pogingen gedaan om de menselijke geest te ontrafelen en te zoeken naar bepaalde waarheden?  Graag wensten velen ook normen en waarden te definiëren. Die normen en waarden vast te stellen en ze over te dragen in gemeenschappen. Godsdienstgroepen en/of geestelijken namen daarbij een belangrijke plaats in, daar zij hun aandacht toespitsten op voor hen belangrijke normen en waarden.

Mensen zochten naar oplossingen om hun gemeenschappen leefbaar te maken. Ook zochten zij om hun eigendommen te vrijwaren maar ook om zichzelf te verrijken. Daarbij kon men wel de vraag stellen in welke mate dit mocht gebeuren ten koste van de ander. Was men daar bereid om zijn geheugen aan te spreken? Wenste men wel na te denken of het wel gepast was dat dier te gaan doden? Was men bereid om zich vragente stellen over de houding tegenover anderen?

Men kan stellen dat het schone geweten orde en transparantie wil maar is dat wel zo? Voorzeker heeft het geweten bij velen de zin om controle te hebben over het handelen, en vaak gaat de hersenpan ook nog zoeken naar mogelijkheden om controle te hebben over anderen. Hierdoor zijn we beland bij het discours over twee essentiële aspecten

  • a) het morele handelen, wat het praktisch-maken van de abstracte morele wet is en
  • b) deze morele wet zelf.

van Meurs stelt

Het onderscheid tussen deze aspecten is wezenlijk, omdat het illustreert dat het schone geweten enerzijds een individuele taak behelst, maar een taak die tegelijkertijd gerechtvaardigd wordt door en rechtvaardiging moet afleggen aan een universele morele wet. Het is het individu dat het schone geweten heeft, omdat hij zijn handelen smeedt naar de plichten en taken van een wet die groter is dan hijzelf. {Tegen het Schone Geweten}

Maar wie of wat kan er die “Wet” opstellen?

De wet kan van God komen, in de Redelijkheid stoelen, op common sense leunen of simpelweg in de onderbuik huizen: belangrijk is dat het individu tegelijkertijd in haar universaliteit als haar vanzelfsprekendheid gelooft. Het schone geweten staat twijfel toe over het hoe van de verwezenlijking van de morele wet, maar niet over haar bestaansrecht. {Tegen het Schone Geweten}

Kan de wet van de ene mens in evenredigheid even gerechtigd staan of evenwaardig zijn indien die wetten door mensen opgesteld oh zo verschillend kunnen zijn? Welke principes wil die mens opnemen om zijn of haar wetten te stellen? En in welke zin zouden zijn of haar wetten meer gerechtvaardigd zijn dan de wetten van de ander?

Grote vraag is

Welke wetten wil men hanteren?

Alsook

Vanuit welke principes wil men die wetten gaan opstellen of kiezen voor welke wetten?

Vreemd genoeg geeft van Meurs de indruk dat

principes niet wankelbaar zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Maar is niet elk geweten zeer wankelbaar? Vertoond de maatschappij niet telkenmale hoe fragiel het geweten wel is?

Is het niet zo dat vele generaties zichzelf morele wetten hebben voorgeschreven, die wel zeer verschillend kunnen zijn? Hoe kijkt men bijvoorbeeld niet tegenaan de relaties tussen mensen onderling? In één generatie kon het misschien totaal okay zijn om meerdere vrouwen te hebben of om met dezelfde sekse diepe liefdesverhoudingen aan te gaan. In een andere generatie kon elke verhouding die buiten het beeld van man-vrouw als echtgenoot-echtgenote ging als taboe beschouwd worden. bij één volk kon iets heel normaal zijn terwijl een andere bevolking dat totaal onverantwoord of immoreel vond (vind).

Klaarblijkelijk wordt in vele gemeenschappen de geest van het morele geweten bepaald hoe de meerderheid er tegenaan ziet en bereid is om de ander hiervoor schouderklopjes te geven.

Men herkent de aanwezigheid van de geest van het schone geweten daar waar al te veel schouderklopjes worden uitgedeeld – aan zichzelf, aan anderen -, als er wordt weggelachen, als er gespot en gehoond wordt, zonder zichzelf te bespotten en honen, het is te herkennen aan een gebrek aan guitigheid, een overdaad aan plechtigheid en serieuze fronzen. {Tegen het Schone Geweten}

schrijft de filosoof.

Opvallend in deze wereld van “overcorrectie” of is het “super correctie” of “over correctheid” is dat men nu zich zodanig wil inspannen om al het mogelijk verkeerd opgevatte uit te sluiten. Dit maakt bijvoorbeeld dat men in musea bordjes met ellenlange beschrijvingen gaat aanplakken omdat korte makkelijke woordjes als “onjuist” of “racistisch” zouden aanzien worden (Kijk bijvoorbeeld naar het Afrika museum in Tervuren). In welke mate wil men daar soms niet het gewone denken of het geweten in een verdomhoekje sturen, met de bedenking dat elke mens wel verkeerd denkt of zelf niet kan differentiëren?

In onze huidige wereld van populisme valt het wel op dat er groeperingen zijn die maar al te graag veralgemenen of karikaturale uitvergrotingen willen naar voor brengen. In de wil om zó “zuiver” te zijn gaan velen niet meer nuchter denken en gaan ze over in overdreven eenrichtingsverkeer waarbij het logisch denken bijna wordt uitgesloten.
Ook zijn er mensen die van het ene uiterste in het andere vervallen, zoals van het overmatig vlees eten over gaan tot enkel groenten eten, maar dan elke vleeseter vies aankijken alsof zij moordenaars zijn, dat terwijl zij nooit eens denken aan mogelijk leed dat zij ook aan de planten zouden kunnen aandoen. Als vegetariër ben ik wel bewust van dat leed aan dat deel van de schepping, maar ben ik ook bewust van de voorzien die er is gemaakt om ons te voeden. Maar daarbij moet ik zoals elke vegetariër zou moeten doen er bewust van zijn dat wij voorzichtig moeten omspringen met alles wat er voor ons te eten valt en mogen wij niet toelaten dat er verspilling zou zijn of onnodig gekortwiekt zou worden.

Van Meurs is ook een vegetariër en zegt over die vegetariërs die zo hevig tekeer gaan tegen vleeseters

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een dierenvriend en vegetariër, maar om jezelf zo buiten de geschiedenis te plaatsen, om vanaf deze morele hoogte het woord van je eigen gelijk te doen donderden over aarde vind ik getuigen van een enorme naïviteit en blindheid voor de historie en contingentie van de eigen moraal. {Tegen het Schone Geweten}

Maar hij waarschuwt ook hen die lelijk kijken naar veganisten of vegetariërs die zoals zo velen ook gebruik maken van vliegtuigen om ergens in een ver exotisch land van de zon te gaan genieten of alles in het werk stellen om ergens ver van het leven te gaan genieten.

Het is een flauw trekje van het platte denken om de inconsistentie van vegetariërs en veganisten te willen aanwijzen (maar je eet wel vis? maar je vliegt wel? maar je gebruikt wel plastic?), toch is deze herinnering aan de ambiguïteit onderliggend aan het schone geweten van grote waarde als een tegengif voor diens universele streven. {Tegen het Schone Geweten}

Waar is dat schone geweten? Wat willen wij wel toelaten op de wereld waar wij willen leven?

Want wie het geweten schoon wil hebben, moet zich onttrekken aan het empirische, opgaan in het universele – maar de vraag is of zo’n haat voor het doorleefde leven niet werkelijk berust op zelfhaat, levensangst, vrees voor het vlees. Een ethiek van het leven kan nooit onbevlekt zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Waar wil men met welke ethiek naartoe gaan? en wie wil ofmag bepalen wat ethisch verantwoord is en wat wel of niet mag of mag aanzien worden als moreel aanvaardbaar?

We beleven rumoerige dagen waarin veel van het gereedschap dat ons hielp de wereld te begrijpen plots bot blijkt te zijn. Niet langer voldoen onze concepten, en misschien ook onze ethiek niet, om recht te doen aan de vragen die afgelopen jaar voor ons Europeanen opwierp. {Voorbij tolerantie}

Velen lijken vandaag moeilijkheden te hebben met de normen en waarden, of laten duidelijk merken dat zij er lak aan hebben. Is dat een gevolg van de ontkerstening? Is het een teken aan de wand hoe de mens verder van de Schepper is afgedwaald? Voor velen is Allah een boeman geworden en behoort God tot de oorzaak van al de moeilijkheden die hier op aarde zijn. Zulke ‘gelovigen’ vergeten echter dat het juist onttrekken aan die godheid de oorzaak is van het ‘wild gaan’ van de mens.

Dat de mens gaan worstelen is met milieuvraagstukken of vluchtelingenvraagstukken heeft alles te maken met de verhouding van hem met de schepping. De mens van vandaag heeft zich overmatig op zichzelf gericht waarbij onderlinge solidariteit een vreemde gedachte is geworden of bij sommigen zelfs een vloekwoord. Voor anderen zijn de internationale betrekkingen wel belangrijk geworden maar dan weer ten koste van het menselijke en van respect naar het milieu.

Mijn hoofd mag wel tollen van de vragen die er in opkomen, maar ik geloof dat bij velen juist het probleem ontstaat doordat zij zich te weinig vragen stellen. De jonge filosoof denkt ook dat hert zo ver is gekomen dat wij gezamenlijk voor de moeilijke taak staan om een nieuwe vraaghorizon te ontdekken,

vanuit én voorbij aan het denken zoals dat ons bekend is. {Voorbij tolerantie}

Als men over het geweten spreekt kan men de houding van het wezen naar een ander wezen niet uitsluiten. Tolerantie is een onafscheidelijk element voor het gewetensvolle.

Derrida linkt het begrip van tolerantie aan het christelijke denken, waardoor het niet zo’n neutraal begrip blijkt te zijn als dat het zich voor doet. In het moderne denken, bijvoorbeeld bij Spinoza, vinden we een verdediging van tolerantie vaak juist als onderdeel van een geseculariseerde redelijkheid. Het begrip zou juist voorbij zijn aan het christelijke. Derrida ontkent dit, doordat hij het begrip linkt aan liefdadigheid, in de christelijke zin. Tolerantie is dan een analogie voor het geven van de rijken aan de armen, oftewel een symptoom van een vrij sterke paternalistische relatie. Het probleem is daardoor dat tolerantie een éénzijdige en daardoor ook voorwaardelijke relatie is. De meerderheid bepaalt wie ze tolereert en onder welke voorwaarden. Wie getolereerd wordt, heeft daardoor het gevoel niet gelijkwaardig aan de tolererende partij te zijn. De vraag is daarom voor Derrida of tolerantie niet eigenlijk verhulde discriminatie is, die in werkelijkheid gelijkwaardigheid tegenwerkt. {Voorbij tolerantie}

Wat beweegt de mens en hoe wil de mens staan tegenover de beweegredenen van de ander? In deze wereld die zo doorspekt is met haatgedachten en onverdraagzaamheid moeten diegenen die hun geweten zuiver willen houden op staan en laten zien waar er weer normen en warden kunnen gevonden worden die waard zijn om te leven. Vandaag vinden wij hij wat mensen die geen plaats willen voorzien voor hen die anders denken of zelfs anders spreken. Onverdraagzaamheid is zoals in vorige eeuwen ook wel meer dan eens gebeurde, ook nu weer enorm toegenomen. De ander is de ‘ongeliefde’ of ‘ongewenste’ geworden. Voor de ander willen velen geen plaats vrij houden.

Tegenover tolerantie plaats Derrida daarom zijn concept van onvoorwaardelijke gastvrijheid.

“Pure en onvoorwaardelijke gastvrijheid, gastvrijheid zelf, opent of is bij voorbaat open voor iemand die noch verwacht, noch uitgenodigd is, voor wie er dan ook aankomt als een absoluut onbekende bezoeker, als een nieuwe aankomst, niet identificeerbaar en onvoorzienbaar, kortom, een volledige ander.” (eigen vertaling uit Borradori, 2003, p. 17)

Gastvrijheid als onvoorwaardelijke openheid is voor Derrida het werkelijke ethische ideaal. In Derridas ethiek gaat het namelijk om de relatie met de Ander, die zichzelf volledig als Ander mag behouden. Dat wil zeggen, we zoeken geen gemeenschappelijke grond, maar respecteren elkaar juist daar waar we verschillen. Tolerantie zet stiekem de wet van de heersende meerderheid vooruit en ziet de acceptatie van iedere afwijking van deze wet als een liefdadigheid. {Voorbij tolerantie}

Maar hoe ver wil men gaan “in de liefde”?

Het is een liefde die overwint, een liefde waarin de ander gekend en omarmd wordt. Het is de liefde van de verliefde, die de afstand tot de ander ondragelijk vindt, die de ander de zijne wil maken. Het is het verlangen dat op zoek is naar consumptie van het andere, samensmelting in een roes van genot en nattigheid. Ze ligt hierin dichtbij de lust, die ook streeft naar de vernietiging van het andere als andere opdat het ’t zelfde genot kan worden. Misschien is het daarom niet verbazend dat de pop industrie met zo’n gemak haar dubbele boodschap van liefde en consumptieve erotiek uitstoot. {Het offer van de liefde}

Wil de huidige Europeaan ruimte maken voor onvoorwaardelijk gastvrijheid en zich inzetten om zodanig te gaan leven en eten dat er een natuurlijk evenwicht kan behouden worden in de natuur? Wil men zo ver gaan dat men het consumptiegedrag wil gaan aanpassen om meer evenwicht te krijgen? wil men over gaan naar een liefde die dus respectvol wil en kan zijn waarbij ook de ander anders te laten-zijn hoort? Hoe ver willen wij gaan om onze onze autonomiteit op te geven of ons aan te passen aan nieuwe toestanden? In hoeverre willen wij bepaalde toestanden laten evolueren en in welke mate willen wij reageren op heersende toestanden?

De gele hesjes brengen voor het ogenblik al weken een enorm spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, en zorgen er zelfs voor dat de gemeenschap maar ook veel private burgers moeten opdraaien voor de kosten van de vernietiging die zij hebben aangebracht. Meermaals zagen wij ook plunderingen tijdens die betogingen, dat ons doet afvragen waar hun werkelijke beweegreden is en in welke mate zij de politieke verdrukking zien waarover zij spreken. Waar is het geweten van diegenen die tijdens de betoging huizen in brand steken waar mensen in wonen en waar men dan de angst kan zien van vrouw en kinderen die om hulp roepen terwijl de vlammen om hen heen likken?

Men kan gerust tegen de gang van zaken zijn. Men kan gerust tegen regeringen zijn en zijn grieven te kennen geven, maar daarbij mag men zijn boekje niet te buiten gaan en moet men kunnen zien dat het niet om een zuiver egoïsme en hebberigheid gat. Dat is wel wat wij meer en meer de indruk van krijgen.  Wel durven wij toegeven dat tussen die gemeende betogers ook hooligans zullen tussen zitten. Wellustelingen die niets liever doen dan ‘keet schoppen’. Zij kunnen zeker en vast geen toonbeeld zijn van het “geweten van deze maatschappij”. Maar het wordt wel tijd dat deze maatschappij duidelijk har ware gezicht zal gaan tonen en naar de buitenwereld duidelijk zal laten gaan zien hoe het met haar geweten gesteld is.

1 Comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Geestelijke aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Wereld aangelegenheden

De paradox van de gastvrijheid

Op de tientallen Vlaamse televisiezenders kan men hopen programma’s zien die ons laten binnengluren in mensen hun eigendom. Meerdere programma’s willen de bezochte mensen ook hun binnenste geheimen horen vertellen. Sommige van die zenders slaagt er wonderwel in om mensen hun eigenste persoonlijke verhalen naar boven te brengen.

Ook de Nederlandse televisie zenders die bij ons in de Vlaamse huishoudens kunnen bekeken worden brengen een hoop voyeuristische programma’s.

BNN Vara bracht zo vroeger ook het programma Nu we er toch zijn, waarin bij vreemden aangebeld werd om hun gastvrijheid te polsen. Dat concept werd dan later ook door een commerciële zender in Vlaanderen zowel als de staatszender ‘één’ over genomen, zoals in ‘Man bijt hond’ en het gelijkaardige ‘Iedereen Wereldberoemd’. In die programma’s  kon men of kan men nog een televisieploeg vinden die de bezochte mensen vraagt om een maaltijd en een slaapplek, en natuurlijk bovenal om het recht hun intieme ruimte (het thuis) te registeren en tot in de onbepaaldheid te verspreiden via de beeldbuis. Opvallend zich daarbij toch niet gestoord voelen.

Filosofiestudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen Boris van Meurs (1994) die een blog heeft dat filosofische reflecties bevat over het alledaagse schrijft ook over datgene dat goed illustreert wat de Franse filosoof Jacques Derrida als de paradox van de gastvrijheid kenmerkt. Een paradox die vandaag de dag weer opnieuw voor ons geworpen wordt in de vorm van de vraag: hoe gastvrij is Europa?

Derrida stelt dat de gastvrijheid een begrip is dat van zichzelf het onmogelijke vraagt. Het vraagt het onmogelijke, omdat de onvoorwaardelijke gastvrijheid de gast volledig vrij wil ontvangen. Wees één van ons. Echter, de gast als gast is nooit één van ons, maar de buitenstaander die ons bezoekt.

Verwelkomt de gastheer de gast volledig, dan is er geen gastvrijheid meer – want de volledig omarmde gast (als één van ons) zou zelf gelijk aan de gastheer zijn geworden. De gast eet mijn voedsel, dat dan ook het zijne is.

stelt Boris van Meurs.

Verder kunnen wij ook een opvallende gelatenheid zien bij een volharden in de openheid. Maar daarbij valt wel op dat die gelatenheid niet in spe moet betekenen open te staan voor anderen of voor andere situaties. Bij vele bezochten valt op dat zij niet speciaal bijzondere aspiraties hebben. Geen bovenwereldlijke verwachtingen. Zij willen gerust accepteren dat het hier gebeurt, in dit leven waarin wij geworpen zijn.

Volgens van Meurs

proberen wij weg te komen van het leven zoals het is, dan vergiftigen wij onszelf met valse idealen, die ons wegvoeren van alles dat ons hier op aarde gegeven wordt.

> Lees er meer over: De Klos: Nu we er toch zijn… + Blijf de aarde trouw! Gelatenheid als Activiteit – Heidegger en Nietzsche

 

Leave a comment

Filed under Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Gastvrijheid: een pijnlijke weg om anderen te verwelkomen

Met twee kerkgemeenschappen vragend aan hun gelovigen om aandacht te schenken aan werken van barmhartigheid willen wij het niet nalaten een boek over gastvrijheid voor te stellen.

De wereldwijde nettoimmigratiesaldi in april 2006

Robert Vosloo spreekt in zijn boek Engelen als gasten, over christelijke gastvrijheid.

**

Gastvrijheid is, zou men kunnen zeggen, de openheid voor andere mensen in hun anders-zijn, voor vreemden in hun vreemd-zijn. Dit anders-zijn van mensen trekt ons vaak aan. We worden gefascineerd door hun andere wijze van kleden, praten, en het andere soort voedsel dat zij eten. Het is juist vanwege dit anders-zijn van mensen waarom veel mensen zo graag reizen. Daardoor betreden we een andere wereld en zó verbreden we onze eigen kijk op het leven. De verscheidenheid van mensen, culturen en gebruiken maakt dat wij tegenwoordig graag spreken over de rijkdom van verscheidenheid. Dat is toch ruimer dan de levensopvatting die mensen tot een grijze, homogene massa reduceert. We moeten inderdaad de verscheidenheid ten opzichte van mensen en heel de schepping vieren en daar vreugde in vinden. Wij moeten de ‘gave van het anders-zijn’ op een goede manier opvatten.

Tutu met zijn dochter Mpho Andrea in Nederland, 2012

Desmond Tutu gebruikt vaak het beeld van Zuid-Afrika als een regenboognatie – een krachtige metafoor die iets weerspiegelt van de kleurenrijkdom die anders-zijn en verscheidenheid met zich mee kunnen brengen.

De ander als bedreiging
Het is echter ook zo dat ‘de ander’ ons niet alleen fascineert, maar ook angst inboezemt. De term ‘de ander’ wordt in het theoretische gesprek gebruikt als een soort verzamelwoord voor mensen die anders zijn, voor de ‘niet-zoals-ik’ of de ‘niet-zoals-wij’. ‘De ander’ (zoals de term ‘vreemdeling’) roept vaak ambivalente gevoelens bij ons op. Wij denken vaak intuïtief dat we voor vreemdelingen moeten oppassen, dat zij gevaarlijk kunnen zijn. Aan de ene kant trekt het anders-zijn van de vreemdeling ons aan, aan de andere kant is er het gevoel dat vreemdelingen dragers van onheil kunnen zijn. De dubbelheid in onze houding tegenover vreemdelingen is ons van oudsher bekend. In veel talen is zelfs een sterke overeenkomst tussen het woord voor vreemdeling en het woord voor vijand (bijv. het Latijnse woord hostis).

‘De ander’ fascineert ons niet alleen, maar boezemt ook angst in
We hebben het gevoel dat het in orde is als we ‘hen’ op vlooienmarkten zien en bij hun kraampjes kopen of in hun restaurants eten, want de ontmoeting vindt meestal in het voorbijgaan plaats en daarna keren we terug naar onze eigen woonplek. We hoeven niet verder met vreemdelingen om te gaan. Zo worden ‘de anderen’ gemakkelijk geromantiseerd – zolang zij zich aanpassen aan ons en onze wensen, willen wij hen accepteren, maar op het moment dat zij ‘nader’ komen veranderen onze gevoelens.
(…)
De ander die nabij is: een geschiedenis over broers
Dietrich Bonhoeffer (1939)

Dietrich Bonhoeffer (1939)

Als wij aan gastvrijheid jegens de vreemdeling denken, denken wij meestal aan hen die een andere taal spreken dan wij, of andere culturele gebruiken hebben. En gastvrijheid jegens de vreemdeling heeft zeker te maken met openheid jegens hem. De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer herinnert ons er echter terecht aan dat degene die het dichtst bij ons staat en dezelfde taal met dezelfde accenten spreekt, soms voor ons de grootste vreemdeling is. Mensen in ons eigen huis (in het Duits: Heim) zijn vaak voor ons het grootste mysterie (Duits: Geheimnis). De oproep tot gastvrijheid heeft dus niet alleen te maken met de vreemdeling uit een andere cultuur, maar ook met oog hebben voor het anders-zijn van hen die dicht bij ons leven, die in onze ogen net zoals wij zijn.

Gastvrijheid vraagt ten diepste dat wij onszelf openstellen voor de ander en zijn anders-zijn; dat wij goed zullen zien dat openheid voor de ander niet betekent dat wij onze eigen identiteit prijsgeven, maar die juist verruimen. Dat dit niet zo gemakkelijk is leren we al uit een geschiedenis op de eerste bladzijden van de Bijbel, namelijk uit het verhaal van Kaïnh en Abel. Het is de moeite waard om stil te staan bij de geschiedenis uit Genesis 4. Abel was een veeboer en Kaïn een agrariër. Beiden hadden een offer aan de Heer gebracht. We lezen dat de Heer het offer van Abel aannam. Kaïn was daar woedend over. De Heer vroeg hem waarom hij kwaad was, en voegde er de waarschuwing aan toe dat hij goed moest doen en over het kwaad moest heersen. We lezen dat Kaïn Abel toch doodsloeg.

Gastvrijheid vraagt ten diepste dat wij onszelf openstellen voor de ander en zijn anders-zijn
Er zijn zeker veel manieren om deze geschiedenis te lezen. Sommige uitleggers wijzen erop dat Kaïn en Abel in veel opzichten gelijk waren. Ze hadden dezelfde ouders. Beiden hadden gerespecteerde beroepen in de toenmalige samenleving. Het gaat er in deze geschiedenis dus niet om dat de Heer veeboeren verkiest boven agrarische boeren. Kaïn en Abel hadden beiden passende offers aan de Heer gebracht. Bijbelkenners wijzen ons erop dat we iets van de gelijkheid tussen Kaïn en Abel kunnen zien als we naar de literaire structuur van het verhaal kijken. De volgorde van de namen worden afgewisseld: soms wordt Kaïn het eerst genoemd, en dan weer Abel. Toch was er volgens de tekst ook een belangrijk verschil tussen die twee broers. Wij zien dat aan hun namen. Bij de geboorte van Kaïn roept Eva uit: ‘Ik heb een man verkregen!’
Kaïns naam is dus een sterke naam. Het betekent zoiets als: ‘om te produceren’ of ‘om voort te brengen’. Abels naam daarentegen duidt op minderwaardigheid. Het betekent letterlijk zoiets als ‘zuchtje’. In de naamgeving van Abel ligt de suggestie dat hij bijna waardeloos was.
Wij weten niet precies hoe het komt dat de Heer het offer van Abel aannam. Mogelijk heeft het iets te maken met een refrein dat we door de hele Bijbel heen vinden: God reikt uit naar de geringsten, naar hen die door doelbewuste acties van mensen of de gang van de geschiedenis als waardeloos beschouwd worden. In het aanvaarden van het offer van Abel zit mogelijk iets van God die de dingen rechtzet. In het aanvaarden van het offer zien wij dat God omziet naar de geringen, naar de schijnbaar waardeloze ‘zuchtjes’.
Het is van belang om te letten op Kaïns reactie. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen dat God Abel aan hem gelijk stelt door diens offer te aanvaarden. Een deel van zijn identiteit ligt daarin dat hij de belangrijkste is. In zijn boek Exclusion and Embrace merkt de theoloog Miroslav Volf op dat Kaïns identiteit diep gestempeld wordt door het feit dat hij een ‘niet-Abel’ is, dus doordat hij zichzelf belangrijker acht dan Abel. Abel is een bedreiging voor het zelfverstaan van Kaïn. Daarom meent Kaïn dat hij alleen kan zijn wie hij is door Abel uit te sluiten. In het verhaal zien we hoe de strategie van uitsluiting tot geweld, tot moord leidt.

ls onze identiteit bedreigd wordt, bouwen we gemakkelijk muren
Aan het verhaal van Kaïn en Abel wordt hier gerefereerd, omdat het iets van de crisis weerspiegelt die wij in ons samenleven met anderen beleven. Als anderen onze identiteit of ons zelfverstaan bedreigen, beleven wij dat vaak als pijnlijk en ondraaglijk. Vervolgens kiezen we gemakkelijk de weg van uitsluiting, vernedering of zelfs geweld. We kunnen de geschiedenis van de vorige eeuw lezen als een voorbeeld waarbinnen op zodanige manier aan de eigen identiteit vastgehouden is dat anderen (die niet zo zijn als ‘wij’) zijn buitengesloten en uiteindelijk ook uitgeschakeld. We kunnen in dat verband denken aan de talloze onderdrukkende stelsels en nationalistische ideologieën die in de 20e eeuw zo veel onbeschrijflijke ellende, pijn en mensenvernietiging gebracht hebben.
Iets van die logica bedreigt ook onze levensbeschouwing. Als onze identiteit bedreigd wordt, bouwen we gemakkelijk muren. Vaak gaat de ‘bescherming’ van identiteit gepaard met demonisering en uiteindelijk vernietiging van mensen (en dingen) die anders zijn. En in dat proces vernietigen wij misschien ook wat we willen beschermen. Of zoals Bruce Springsteen op de titelsong van zijn cd Devils and Dust zingt:
I’m just trying to survive!
What if what you do to survive
kills the things you love?
Fear’s powerful thing
it can turn your heart black…
It’ll take your God-filled soul
and fill it with devils and dust.
Terzijde: nauwkeurige lezing van het verhaal van Kaïn en Abel binnen de Verwelkoming betekent dat we de pijnlijke weg willen gaan om tijd en plaats te moeten leren maken voor de andercontext van Genesis 2-4 onthult ook hoe de aarde (adama in het Hebreeuws) onder de broedermoord lijdt. In een interessant artikel ‘Fratricide and Ecocide: Rereading Genesis 2-4’ beklemtoont Brigitte Kahl het feit dat de moord in het veld plaatsvindt. Het veld, zo lezen we in Genesis 2:5, is de plaats waar bomen en planten moeten groeien. Daarvoor is water nodig. Maar in Genesis 4 lezen we dat de aarde geen water krijgt, maar bloed: ‘Het bloed van jouw broer schreeuwt uit de aarde naar Mij. Vervloekt ben je nu, ga weg van deze plek, waar de aarde gretig het bloed van jouw broer uit jouw hand heeft opgeslurpt’ (10b-11). Kahl zegt over de aarde:
Zij opent haar mond om bloed te ontvangen, dat is dood, in plaats van het levenbrengend zaad uit Kaïns handen.
Van ploegscharen worden dus zwaarden gemaakt, in plaats van andersom.
Is er een alternatief voor de reactie van Kaïn? Kunnen we zó over onszelf, over onze identiteit nadenken, dat die niet de ander uitsluit en uitschakelt, en de schepping niet laat lijden? Met deze vragen moeten we eerlijk omgaan. Een levenshouding van gastvrijheid geeft wel een richting die als alternatief kan dienen voor de logica van uitsluiting. Dat betekent dat we de ander niet als een bedreiging zien, maar als een geschenk om te verwelkomen. Deze verwelkoming betekent dan ook dat we de pijnlijke weg willen gaan om tijd en plaats te moeten leren maken voor de ander.

+

Voorgaande

Het gevaar om niets te doen tegen de oorzaak en de kwaal

Jaarthema voor Gereformeerde kerk in Nederland ”Vreemdelingschap en hoop”

Voor Katholieken ook een jaarthema rond barmhartigheid

++

Aanvullend

De Falende mens #1 Voor en na zondvloed

+++

Artikelen over buitenlanders of vreemdelingen en gastvrijheid

  1. Buitenlander-plus
  2. Tering buitenlander
  3. De nepbuitenlander
  4. njederlands
  5. Vluchtelingen, medemensen in nood: welkom!
  6. Passie voor Gastvrijheid
  7. Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 4
  8. Dé TIP voor een grieploze herfst!

+++

3 Comments

Filed under Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn