Tag Archives: de Wet houden

Hoe staat het met de mens zijn geweten

Waar staat de mens van vandaag?

Hoe kijkt de mens vandaag naar zijn omgeving?

Eindelijk zijn er jongeren opgestaan om de ouderen eens wakker te schudden. Lange tijd leek het alsof de jongeren vandaag enkel geïnteresseerd waren in hun vele gadgets en gefocust waren op het zich profileren op sociale media.

De ouderen, die in mei 1968 op de bres hadden gestaan, zagen met lede ogen aan hoe onze maatschappij gewetenloos was ontwikkeld naar een wereld waarbij eenieder op zichzelf focust. Men kon zich afvragen waar het geweten van de mens naartoe was gegaan. Want weinigen lijken of leken last te hebben van een geweten of van wat er allemaal mank loopt in dezer dagen.

Filosofiestudent Boris van Meurs, in De Klos, vindt dat het schone geweten een gevaar is,

omdat het zelf besmet is met de kwaal die het slechts bij anderen waarneemt: de overmoed, hubris. {Tegen het Schone Geweten}

Hij schrijft

Het schone geweten is een geweten dat zichzelf onbevlekt waant, dat zijn principes kent en in het vertrouwen berust deze te verwezenlijken. {Tegen het Schone Geweten}

Maakt dat in zijn ogen dat het geweten dus onbevlekt is 

in die zin dat het vertoonde gedrag geen spatten maakt op het vel waarop de morele principes in sierlijk schrift neergeschreven zijn

of waar men kan stellen dat

het gedrag in harmonie is met de principes?

Doorheen de eeuwen heen hebben heel wat mensen pogingen gedaan om de menselijke geest te ontrafelen en te zoeken naar bepaalde waarheden?  Graag wensten velen ook normen en waarden te definiëren. Die normen en waarden vast te stellen en ze over te dragen in gemeenschappen. Godsdienstgroepen en/of geestelijken namen daarbij een belangrijke plaats in, daar zij hun aandacht toespitsten op voor hen belangrijke normen en waarden.

Mensen zochten naar oplossingen om hun gemeenschappen leefbaar te maken. Ook zochten zij om hun eigendommen te vrijwaren maar ook om zichzelf te verrijken. Daarbij kon men wel de vraag stellen in welke mate dit mocht gebeuren ten koste van de ander. Was men daar bereid om zijn geheugen aan te spreken? Wenste men wel na te denken of het wel gepast was dat dier te gaan doden? Was men bereid om zich vragente stellen over de houding tegenover anderen?

Men kan stellen dat het schone geweten orde en transparantie wil maar is dat wel zo? Voorzeker heeft het geweten bij velen de zin om controle te hebben over het handelen, en vaak gaat de hersenpan ook nog zoeken naar mogelijkheden om controle te hebben over anderen. Hierdoor zijn we beland bij het discours over twee essentiële aspecten

  • a) het morele handelen, wat het praktisch-maken van de abstracte morele wet is en
  • b) deze morele wet zelf.

van Meurs stelt

Het onderscheid tussen deze aspecten is wezenlijk, omdat het illustreert dat het schone geweten enerzijds een individuele taak behelst, maar een taak die tegelijkertijd gerechtvaardigd wordt door en rechtvaardiging moet afleggen aan een universele morele wet. Het is het individu dat het schone geweten heeft, omdat hij zijn handelen smeedt naar de plichten en taken van een wet die groter is dan hijzelf. {Tegen het Schone Geweten}

Maar wie of wat kan er die “Wet” opstellen?

De wet kan van God komen, in de Redelijkheid stoelen, op common sense leunen of simpelweg in de onderbuik huizen: belangrijk is dat het individu tegelijkertijd in haar universaliteit als haar vanzelfsprekendheid gelooft. Het schone geweten staat twijfel toe over het hoe van de verwezenlijking van de morele wet, maar niet over haar bestaansrecht. {Tegen het Schone Geweten}

Kan de wet van de ene mens in evenredigheid even gerechtigd staan of evenwaardig zijn indien die wetten door mensen opgesteld oh zo verschillend kunnen zijn? Welke principes wil die mens opnemen om zijn of haar wetten te stellen? En in welke zin zouden zijn of haar wetten meer gerechtvaardigd zijn dan de wetten van de ander?

Grote vraag is

Welke wetten wil men hanteren?

Alsook

Vanuit welke principes wil men die wetten gaan opstellen of kiezen voor welke wetten?

Vreemd genoeg geeft van Meurs de indruk dat

principes niet wankelbaar zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Maar is niet elk geweten zeer wankelbaar? Vertoond de maatschappij niet telkenmale hoe fragiel het geweten wel is?

Is het niet zo dat vele generaties zichzelf morele wetten hebben voorgeschreven, die wel zeer verschillend kunnen zijn? Hoe kijkt men bijvoorbeeld niet tegenaan de relaties tussen mensen onderling? In één generatie kon het misschien totaal okay zijn om meerdere vrouwen te hebben of om met dezelfde sekse diepe liefdesverhoudingen aan te gaan. In een andere generatie kon elke verhouding die buiten het beeld van man-vrouw als echtgenoot-echtgenote ging als taboe beschouwd worden. bij één volk kon iets heel normaal zijn terwijl een andere bevolking dat totaal onverantwoord of immoreel vond (vind).

Klaarblijkelijk wordt in vele gemeenschappen de geest van het morele geweten bepaald hoe de meerderheid er tegenaan ziet en bereid is om de ander hiervoor schouderklopjes te geven.

Men herkent de aanwezigheid van de geest van het schone geweten daar waar al te veel schouderklopjes worden uitgedeeld – aan zichzelf, aan anderen -, als er wordt weggelachen, als er gespot en gehoond wordt, zonder zichzelf te bespotten en honen, het is te herkennen aan een gebrek aan guitigheid, een overdaad aan plechtigheid en serieuze fronzen. {Tegen het Schone Geweten}

schrijft de filosoof.

Opvallend in deze wereld van “overcorrectie” of is het “super correctie” of “over correctheid” is dat men nu zich zodanig wil inspannen om al het mogelijk verkeerd opgevatte uit te sluiten. Dit maakt bijvoorbeeld dat men in musea bordjes met ellenlange beschrijvingen gaat aanplakken omdat korte makkelijke woordjes als “onjuist” of “racistisch” zouden aanzien worden (Kijk bijvoorbeeld naar het Afrika museum in Tervuren). In welke mate wil men daar soms niet het gewone denken of het geweten in een verdomhoekje sturen, met de bedenking dat elke mens wel verkeerd denkt of zelf niet kan differentiëren?

In onze huidige wereld van populisme valt het wel op dat er groeperingen zijn die maar al te graag veralgemenen of karikaturale uitvergrotingen willen naar voor brengen. In de wil om zó “zuiver” te zijn gaan velen niet meer nuchter denken en gaan ze over in overdreven eenrichtingsverkeer waarbij het logisch denken bijna wordt uitgesloten.
Ook zijn er mensen die van het ene uiterste in het andere vervallen, zoals van het overmatig vlees eten over gaan tot enkel groenten eten, maar dan elke vleeseter vies aankijken alsof zij moordenaars zijn, dat terwijl zij nooit eens denken aan mogelijk leed dat zij ook aan de planten zouden kunnen aandoen. Als vegetariër ben ik wel bewust van dat leed aan dat deel van de schepping, maar ben ik ook bewust van de voorzien die er is gemaakt om ons te voeden. Maar daarbij moet ik zoals elke vegetariër zou moeten doen er bewust van zijn dat wij voorzichtig moeten omspringen met alles wat er voor ons te eten valt en mogen wij niet toelaten dat er verspilling zou zijn of onnodig gekortwiekt zou worden.

Van Meurs is ook een vegetariër en zegt over die vegetariërs die zo hevig tekeer gaan tegen vleeseters

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een dierenvriend en vegetariër, maar om jezelf zo buiten de geschiedenis te plaatsen, om vanaf deze morele hoogte het woord van je eigen gelijk te doen donderden over aarde vind ik getuigen van een enorme naïviteit en blindheid voor de historie en contingentie van de eigen moraal. {Tegen het Schone Geweten}

Maar hij waarschuwt ook hen die lelijk kijken naar veganisten of vegetariërs die zoals zo velen ook gebruik maken van vliegtuigen om ergens in een ver exotisch land van de zon te gaan genieten of alles in het werk stellen om ergens ver van het leven te gaan genieten.

Het is een flauw trekje van het platte denken om de inconsistentie van vegetariërs en veganisten te willen aanwijzen (maar je eet wel vis? maar je vliegt wel? maar je gebruikt wel plastic?), toch is deze herinnering aan de ambiguïteit onderliggend aan het schone geweten van grote waarde als een tegengif voor diens universele streven. {Tegen het Schone Geweten}

Waar is dat schone geweten? Wat willen wij wel toelaten op de wereld waar wij willen leven?

Want wie het geweten schoon wil hebben, moet zich onttrekken aan het empirische, opgaan in het universele – maar de vraag is of zo’n haat voor het doorleefde leven niet werkelijk berust op zelfhaat, levensangst, vrees voor het vlees. Een ethiek van het leven kan nooit onbevlekt zijn. {Tegen het Schone Geweten}

Waar wil men met welke ethiek naartoe gaan? en wie wil ofmag bepalen wat ethisch verantwoord is en wat wel of niet mag of mag aanzien worden als moreel aanvaardbaar?

We beleven rumoerige dagen waarin veel van het gereedschap dat ons hielp de wereld te begrijpen plots bot blijkt te zijn. Niet langer voldoen onze concepten, en misschien ook onze ethiek niet, om recht te doen aan de vragen die afgelopen jaar voor ons Europeanen opwierp. {Voorbij tolerantie}

Velen lijken vandaag moeilijkheden te hebben met de normen en waarden, of laten duidelijk merken dat zij er lak aan hebben. Is dat een gevolg van de ontkerstening? Is het een teken aan de wand hoe de mens verder van de Schepper is afgedwaald? Voor velen is Allah een boeman geworden en behoort God tot de oorzaak van al de moeilijkheden die hier op aarde zijn. Zulke ‘gelovigen’ vergeten echter dat het juist onttrekken aan die godheid de oorzaak is van het ‘wild gaan’ van de mens.

Dat de mens gaan worstelen is met milieuvraagstukken of vluchtelingenvraagstukken heeft alles te maken met de verhouding van hem met de schepping. De mens van vandaag heeft zich overmatig op zichzelf gericht waarbij onderlinge solidariteit een vreemde gedachte is geworden of bij sommigen zelfs een vloekwoord. Voor anderen zijn de internationale betrekkingen wel belangrijk geworden maar dan weer ten koste van het menselijke en van respect naar het milieu.

Mijn hoofd mag wel tollen van de vragen die er in opkomen, maar ik geloof dat bij velen juist het probleem ontstaat doordat zij zich te weinig vragen stellen. De jonge filosoof denkt ook dat hert zo ver is gekomen dat wij gezamenlijk voor de moeilijke taak staan om een nieuwe vraaghorizon te ontdekken,

vanuit én voorbij aan het denken zoals dat ons bekend is. {Voorbij tolerantie}

Als men over het geweten spreekt kan men de houding van het wezen naar een ander wezen niet uitsluiten. Tolerantie is een onafscheidelijk element voor het gewetensvolle.

Derrida linkt het begrip van tolerantie aan het christelijke denken, waardoor het niet zo’n neutraal begrip blijkt te zijn als dat het zich voor doet. In het moderne denken, bijvoorbeeld bij Spinoza, vinden we een verdediging van tolerantie vaak juist als onderdeel van een geseculariseerde redelijkheid. Het begrip zou juist voorbij zijn aan het christelijke. Derrida ontkent dit, doordat hij het begrip linkt aan liefdadigheid, in de christelijke zin. Tolerantie is dan een analogie voor het geven van de rijken aan de armen, oftewel een symptoom van een vrij sterke paternalistische relatie. Het probleem is daardoor dat tolerantie een éénzijdige en daardoor ook voorwaardelijke relatie is. De meerderheid bepaalt wie ze tolereert en onder welke voorwaarden. Wie getolereerd wordt, heeft daardoor het gevoel niet gelijkwaardig aan de tolererende partij te zijn. De vraag is daarom voor Derrida of tolerantie niet eigenlijk verhulde discriminatie is, die in werkelijkheid gelijkwaardigheid tegenwerkt. {Voorbij tolerantie}

Wat beweegt de mens en hoe wil de mens staan tegenover de beweegredenen van de ander? In deze wereld die zo doorspekt is met haatgedachten en onverdraagzaamheid moeten diegenen die hun geweten zuiver willen houden op staan en laten zien waar er weer normen en warden kunnen gevonden worden die waard zijn om te leven. Vandaag vinden wij hij wat mensen die geen plaats willen voorzien voor hen die anders denken of zelfs anders spreken. Onverdraagzaamheid is zoals in vorige eeuwen ook wel meer dan eens gebeurde, ook nu weer enorm toegenomen. De ander is de ‘ongeliefde’ of ‘ongewenste’ geworden. Voor de ander willen velen geen plaats vrij houden.

Tegenover tolerantie plaats Derrida daarom zijn concept van onvoorwaardelijke gastvrijheid.

“Pure en onvoorwaardelijke gastvrijheid, gastvrijheid zelf, opent of is bij voorbaat open voor iemand die noch verwacht, noch uitgenodigd is, voor wie er dan ook aankomt als een absoluut onbekende bezoeker, als een nieuwe aankomst, niet identificeerbaar en onvoorzienbaar, kortom, een volledige ander.” (eigen vertaling uit Borradori, 2003, p. 17)

Gastvrijheid als onvoorwaardelijke openheid is voor Derrida het werkelijke ethische ideaal. In Derridas ethiek gaat het namelijk om de relatie met de Ander, die zichzelf volledig als Ander mag behouden. Dat wil zeggen, we zoeken geen gemeenschappelijke grond, maar respecteren elkaar juist daar waar we verschillen. Tolerantie zet stiekem de wet van de heersende meerderheid vooruit en ziet de acceptatie van iedere afwijking van deze wet als een liefdadigheid. {Voorbij tolerantie}

Maar hoe ver wil men gaan “in de liefde”?

Het is een liefde die overwint, een liefde waarin de ander gekend en omarmd wordt. Het is de liefde van de verliefde, die de afstand tot de ander ondragelijk vindt, die de ander de zijne wil maken. Het is het verlangen dat op zoek is naar consumptie van het andere, samensmelting in een roes van genot en nattigheid. Ze ligt hierin dichtbij de lust, die ook streeft naar de vernietiging van het andere als andere opdat het ’t zelfde genot kan worden. Misschien is het daarom niet verbazend dat de pop industrie met zo’n gemak haar dubbele boodschap van liefde en consumptieve erotiek uitstoot. {Het offer van de liefde}

Wil de huidige Europeaan ruimte maken voor onvoorwaardelijk gastvrijheid en zich inzetten om zodanig te gaan leven en eten dat er een natuurlijk evenwicht kan behouden worden in de natuur? Wil men zo ver gaan dat men het consumptiegedrag wil gaan aanpassen om meer evenwicht te krijgen? wil men over gaan naar een liefde die dus respectvol wil en kan zijn waarbij ook de ander anders te laten-zijn hoort? Hoe ver willen wij gaan om onze onze autonomiteit op te geven of ons aan te passen aan nieuwe toestanden? In hoeverre willen wij bepaalde toestanden laten evolueren en in welke mate willen wij reageren op heersende toestanden?

De gele hesjes brengen voor het ogenblik al weken een enorm spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, en zorgen er zelfs voor dat de gemeenschap maar ook veel private burgers moeten opdraaien voor de kosten van de vernietiging die zij hebben aangebracht. Meermaals zagen wij ook plunderingen tijdens die betogingen, dat ons doet afvragen waar hun werkelijke beweegreden is en in welke mate zij de politieke verdrukking zien waarover zij spreken. Waar is het geweten van diegenen die tijdens de betoging huizen in brand steken waar mensen in wonen en waar men dan de angst kan zien van vrouw en kinderen die om hulp roepen terwijl de vlammen om hen heen likken?

Men kan gerust tegen de gang van zaken zijn. Men kan gerust tegen regeringen zijn en zijn grieven te kennen geven, maar daarbij mag men zijn boekje niet te buiten gaan en moet men kunnen zien dat het niet om een zuiver egoïsme en hebberigheid gat. Dat is wel wat wij meer en meer de indruk van krijgen.  Wel durven wij toegeven dat tussen die gemeende betogers ook hooligans zullen tussen zitten. Wellustelingen die niets liever doen dan ‘keet schoppen’. Zij kunnen zeker en vast geen toonbeeld zijn van het “geweten van deze maatschappij”. Maar het wordt wel tijd dat deze maatschappij duidelijk har ware gezicht zal gaan tonen en naar de buitenwereld duidelijk zal laten gaan zien hoe het met haar geweten gesteld is.

Leave a comment

Filed under Activisme & Vredeswerk, Ecologische aangelegenheden, Economische aangelegenheden, Geestelijke aangelegenheden, Kennis en Wijsheid, Levensstijl, Misdaden & Wreedheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Politieke aangelegenheden, Religieuze aangelegenheden, Sociale Aangelegenheden, Voelen en Welzijn, Wereld aangelegenheden

De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

Omtrent geloof en werken is er doorheen de geschiedenis van de kerk veel discussie geweest.  Ook wij durven dit onderwerp ter berde brengen en in de voorgaande berichten kan u lezen hoe het geloof zonder werken dood is en waarom wij wel degelijk werken moeten doen om de toegang tot het Koninkrijk van God niet te missen.

Want vergis u niet. In tegenstelling tot wat vele dominees u willen diets maken is er voor diegene die christen wil worden wel degelijk nog heel wat te doen. Zij die tot geloof zullen willen komen moeten er ook moeite voor doen (vraagt werk) en zullen dan ook spijt moeten betuigen van hun vroeger geleden fouten (weer een actie die ondernomen moet worden) . Door lezing en studie van de bijbel (een werk) zal men tot geloof kunnen komen en moeten besluiten of men gedoopt wil worden en dan witgewassen worden van voorgaande zonde (vraagt een te ondernemen actie).

Na de doop zal het echter niet gedaan zijn want dan moet men werkelijk het voorgaande leven op zij durven zetten en bewijzen dat men een vernieuwd leven wil instappen (= werk) als herboren of wedergeboren christen. Dan zal men verder moeten gaan schaven aan zijn karakter en er toe werken om te komen gelijk Christus te worden, wat veel werk zal vergen.

Wij mogen ook niet vergeten dat Jezus zijn volgelingen heeft opgeroepen om uit te gaan in de wereld om de Boodschap van het Goede Nieuws te verkondigen en groepen te maken die meermaals te samen zouden komen om het Woord van God te bestuderen en God te loven.

Naast het opzij zetten van het voorgaande leven zullen wij moeten trachten één te worden in het Lichaam van Christus (vraagt werk) en proberen apart-geplaatst te worden of ‘heilig‘ te worden, dat eveneens veel werk zal vragen. Jezus vraagt ons ook om niet van de wereld te zijn. Dat houdt in dat wij zullen afstand moeten durven nemen van de wereldse en heidense gebruiken en ons houden aan de door God opgegeven regels, gebruiken en feesten.

In het geloof gekomen moeten onze daden of de werken die wij doen getuigen van onze geloofskeuze. Indien wij ons leven verder in zondige toestand doorzetten en niet vechten tegen de vele verleidingen zullen wij de kans mislopen om het Koninkrijk Gods binnen te treden.

 


“3 Want dit is [de] wil van God, uw heiliging: dat gij u onthoudt van de hoererij; 4 dat een ieder van u zijn eigen vat weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid, 5 (niet in wellustige begeerte, zoals de volken, die God niet kennen), 6 en dat men de rechten van zijn broeder niet vertrede, noch hem bedriege in die 1 zaak, want de Heer is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en betuigd hebben. {1. Lett. ‘de’. De bedoeling is, dat men de rechten van zijn broeder niet vertreedt, noch hem bedriegt, door met zijn vrouw overspel te bedrijven.}
7 Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. 8 Daarom, wie [dit] veracht, veracht niet een mens, maar God, die u ook zijn Heilige Geest gegeven heeft.

9  Wat nu de broederliefde betreft, hierover is het niet nodig u te schrijven; want zelf zijt gij door God onderwezen om elkaar lief te hebben; 10 gij doet dat dan ook ten aanzien van alle broeders, die in heel Macedonië zijn. Maar wij vermanen u, broeders, daarin nog toe te nemen 11 en u te beijveren om rustig te zijn en uw eigen zaken te doen en met uw eigen handen te werken, zoals wij u bevolen hebben, 12 opdat gij welvoeglijk wandelt tegenover hen die buiten zijn en van niemand [iets] nodig hebt. 2 {2. Of ‘niets nodig hebt’.}” (1 Thessalonicen 4:3-12 VoorhNT4)

“2  Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, 3 want gij weet dat de beproeving van uw geloof volharding werkt. 4 Maar laat de volharding een volmaakt werk hebben, opdat gij volmaakt en volkomen zijt en het u aan niets ontbreekt.

5 En als aan iemand van u wijsheid ontbreekt, laat hij [die] vragen aan God, die aan allen geeft, mild en zonder verwijt, en zij zal hem gegeven worden. 6 Maar laat hij vragen in geloof, zonder te twijfelen. Want wie twijfelt, is gelijk aan een golf van de zee, die door de wind gedreven en op en neer geworpen wordt. 7 Want zo iemand moet niet menen dat hij iets ontvangen zal van de Heer; 8 [hij is] een wankelmoedig man, onbestendig in al zijn wegen. 9 Maar laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, 10 en de rijke in zijn geringheid, omdat hij als een bloem van het gras zal vergaan.” (Jakobus 1:2-10 VoorhNT4)

“12 Welgelukzalig de man die verzoeking verdraagt; want beproefd bevonden, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.

13  Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word door God verzocht. Want God kan niet verzocht worden door het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. 14 Maar een ieder wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte meegesleept en verlokt wordt. 15 Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde voleindigd is, brengt zij de dood voort.” (Jakobus 1:12-15 VoorhNT4)

“19  Weet [dit], mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.
20 Want de toorn van een man volbrengt Gods gerechtigheid niet. 21 Daarom, legt af alle onreinheid en overmaat van boosheid en ontvangt met zachtmoedigheid het ingeplante woord, dat uw zielen behouden kan.

22 En weest daders van het woord en niet alleen hoorders, anders misleidt gij uzelf. 23 Want als iemand een hoorder van het woord is en niet een dader, dan is hij gelijk aan een man die zijn natuurlijk gezicht in een spiegel beschouwt; 24 want hij heeft zich beschouwd, is weggegaan en is onmiddellijk vergeten, hoe hij er uitzag. 25 Maar wie inziet in de volmaakte wet, die van de vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig hoorder, maar als een dader van het werk, zal welgelukzalig zijn in zijn doen.

26 Als iemand meent godsdienstig te zijn en zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos. 27 Reine en onbesmette godsdienst voor God en de Vader is: wezen en weduwen te bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbevlekt van de wereld te bewaren.” (Jakobus 1:19-27 VoorhNT4)

“1  Mijn broeders, hebt het geloof van onze Heer Jezus Christus, [de Heer] der heerlijkheid, niet met aanzien des persoons. 2 Want als er in uw synagoge een man binnenkomt met een gouden ring, in prachtige kleding, en er komt ook een arme binnen in vuile kleding, 3 en gij ziet op naar hem die de prachtige kleding draagt en zegt: Zit gij hier op een goede plaats, en tot de arme zegt gij: Sta gij daar, of: Zit hier onder [bij] mijn voetbank, 4 hebt gij dan niet bij uzelf onderscheid gemaakt en zijt rechters geworden met boze overleggingen?” (Jakobus 2:1-4 VoorhNT4)

“8  Als gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’, 2 dan doet gij wèl. {2. #Le 19:18.} 9 Maar als gij de persoon aanziet, doet gij zonde en wordt door de wet overtuigd als overtreders.
10 Want wie de hele wet houdt, maar op één [punt] struikelt, is schuldig geworden aan alle. 11 Want [Hij] die gezegd heeft: ‘Gij zult geen overspel plegen’, heeft ook gezegd: ‘Gij zult niet doden.’ 1 Als gij nu geen overspel pleegt, maar wel doodt, dan zijt gij een overtreder van de wet geworden. {1. #Ex 20:13,14.}

12 Spreekt zó en doet zó als zij die door de wet van de vrijheid geoordeeld zullen worden. 13 Want zonder barmhartigheid zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid betoond heeft. De barmhartigheid roemt tegen 2 het oordeel. {2. Of ‘triomfeert over’.}

14  Wat baat het, mijn broeders, als iemand zegt dat hij geloof heeft, en hij heeft geen werken?
Kan het geloof hem redden?

15 Als nu een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel, 16 en iemand van u zegt tot hen: Gaat heen in vrede, warmt u en verzadigt u, maar gij geeft hun niet, wat zij voor het lichaam nodig hebben, wat baat het?
17 Zo is ook het geloof, als het geen werken heeft, op zichzelf genomen, dood.

18 Maar iemand zal zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij uw geloof zonder werken en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken.

19 Gij gelooft dat God één is; gij doet wèl; dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. 20 Maar wilt gij weten, nietig mens, dat het geloof zonder de werken dood 3 is? {3. V.l. ‘ledig’.}

21 Is Abraham, onze vader, niet op grond van werken gerechtvaardigd, toen hij Izaäk, zijn zoon, op het altaar geofferd had?
22 Gij ziet, dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat het geloof uit de werken volmaakt werd.

23 En de Schrift werd vervuld, die zegt: ‘En Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend’, 4 en hij werd een vriend van God genoemd. {4. #Ge 15:6.}

24 Gij ziet dat een mens op grond van werken gerechtvaardigd wordt en niet op grond van geloof alleen.

25 En is niet evenzo Rachab, de hoer, op grond van werken gerechtvaardigd, toen zij de boden opgenomen en langs een andere weg uitgelaten had? 26 Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood.” (Jakobus 2:8-26 VoorhNT4)

“13  Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij zijn werken tonen uit een goede wandel in zachtmoedigheid van de wijsheid. 14 Maar als gij bittere naijver en twistzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. 15 Dat is niet de wijsheid die van boven komt, maar zij is aards, zinnelijk, duivels. 16 Want waar naijver en twistzucht is, daar is verwarring en allerlei kwaad. 17 Maar de wijsheid die van boven is, is in de eerste plaats rein, vervolgens vreedzaam, inschikkelijk, gezeggelijk, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig, ongeveinsd. 18 Maar de vrucht van de gerechtigheid wordt in vrede gezaaid voor hen die vrede maken.” (Jakobus 3:13-18 VoorhNT4)

“1  Vanwaar oorlogen en vanwaar twisten onder u? Is het niet hiervan: van uw hartstochten, die in uw leden strijd voeren?

2 Gij begeert, en hebt niet; gij moordt en gij benijdt, en kunt niet verkrijgen; gij vecht en strijdt. Gij hebt niet, omdat gij niet bidt. 3 Gij bidt en ontvangt niet, omdat gij [in] verkeerde [gezindheid] bidt, om het in uw hartstochten door te brengen. 4 Overspeligen, weet gij niet, dat vriendschap met de wereld vijandschap is tegen God? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, betoont zich een vijand van God. 5 Of meent gij dat de Schrift tevergeefs spreekt? Begeert de Geest, die in ons woont, met naijver? 6 Maar hij geeft grotere genade. Daarom zegt hij: ‘God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.’ 1 {1. #Spr 3:34.} 7 Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat de duivel en hij zal van u vluchten. 8 Nadert tot God en Hij zal tot u naderen. Reinigt de handen, zondaars, en zuivert de harten, gij die wankelmoedig zijt. 2 {2. Eig. ‘dubbelhartigen’.} 9 Beseft uw ellende, treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren en uw blijdschap in verslagenheid. 10 Vernedert u voor [de] Heer, en Hij zal u verhogen. 11 ¶ Spreekt geen kwaad van elkaar, broeders. Wie van zijn broeder kwaad spreekt of zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet. En als gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader van de wet, maar een rechter. 12 Eén is de Wetgever en Rechter, Hij, die behouden en verderven kan. Maar wie zijt gij, dat gij de naaste oordeelt?” (Jakobus 4:1-12 VoorhNT4)

“7 Hebt dan geduld, broeders, tot de komst van de Heer. Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft er geduld mee, totdat deze de vroege en late regen ontvangt. 8 Hebt ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst van de Heer is nabij.

9 Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat gij niet geoordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur. 10 Broeders, neemt tot een voorbeeld van lijden en geduld de profeten, die in de naam van [de] Heer gesproken hebben.” (Jakobus 5:7-10 VoorhNT4)

“12  Maar vóór alles, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch enige andere eed. Maar uw ja zij ja, en uw neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. 13 Lijdt iemand onder u? Laat hij bidden. Is iemand welgemoed? Laat hij lofzingen.

14 Is iemand onder u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente bij zich roepen en laten zij over hem bidden en hem zalven 1 met olie in de naam van [de] Heer. {1. Of ‘nadat zij hem gezalfd hebben’.} 15 En het gebed van het geloof zal de zieke behouden, en de Heer zal hem oprichten; en als hij zonden gedaan heeft, het zal hem vergeven worden. 16 Belijdt dan elkaar de misdaden 2 en bidt voor elkaar, opdat gij genezen wordt. Het krachtig gebed 3 van een rechtvaardige vermag veel. {2. V.l. ‘zonden’. 3. Of ‘een vurige smeking’.}” (Jakobus 5:12-16 VoorhNT4)

“19 Mijn broeders, als iemand onder u van de waarheid afdwaalt en een ander brengt hem terug, 20 weet dan, dat wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, een ziel van de dood redden en een menigte van zonden bedekken zal.” (Jakobus 5:19-20 VoorhNT4)

 

*

 

+

Engelse versie / English version: You may find the bible quotes in Paul giving notice of the works we have to do + The works we have to do according to James the brother of Christ

Voorgaande

Discussie over geloof grond en het uitgangspunt voor elke andere discussie

Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden

Voor Katholieken ook een jaarthema rond barmhartigheid

Wie zichzelf kent, is mild voor een ander

EU Bestuurders veranderden Brussel in een walmende puinhoop!

++

Aanvullende teksten

  1. Woorden neergeschreven ter toerekening van elke mens
  2. Schriftwoord door God geïnspireerd bruikbaar voor onderricht en toerusting
  3. Gods vergeten Woord 3 Verloren Wetboek 2 Moderne scepsis
  4. Gods vergeten Woord 7 Verloren Wetboek 6 Eredienst
  5. Gods vergeten Woord 20 Geopenbaarde Woord 5 Onoverbrugbare kloof
  6. Missionaire hermeneutiek 4/5
  7. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
  8. God werkt het geloof
  9. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden
  10. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  11. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #5 Verblijven in Christus
  12. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  13. Doop en Geloof
  14. Van goede moed zijnde om de wedloop te voleindigen
  15. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  16. Verzoening en de gekochte race
  17. Nooit te laat om te beginnen met te gaan naar het juiste einde
  18. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  19. Fragiliteit en actie #11 Horen
  20. Geloof is te weten dat er een oceaan is omdat je een beekje gezien hebt.
  21. Liefde door geloof zonder te zien
  22. Geloof is dat God hetgene zal doen wat juist is.
  23. Geloof is een pijpleiding
  24. Geloof een verbintenis tot de beloften van Christus en een verbintenis aan de eisen van Christus
  25. Geloof zoals aardappelen
  26. Geloof waar je uit leeft
  27. Geloof dat stenen verplaatst
  28. Ernstig strijdend voor het geloof
  29. Esoterisch geloven
  30. Wegen die tot God leiden
  31. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #8 Gebed #6 Communicatie en manifestatie
  32. Gehoorzamen aan God
  33. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  34. Leven van Christus leerstellingen
  35. Hoe heeft Jezus zulk een plezier voor God gedaan
  36. De Leidsman van geloof
  37. Liefde voor Jezus Christus
  38. De betrokkenheid van geniaal leerlingschap
  39. Niet spelen met Christelijk geloof
  40. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  41. Vrees hebben voor de juiste persoon
  42. Angst is de grote boosdoener in ons streven naar een beter mens te worden.
  43. Een “zaad” voor de zegening van de gehele mensheid gekomen door de familie van Abraham
  44. Een goddelijk Plan #4 Beloften
  45. Een goddelijk Plan #7 Dwepers en spotters
  46. De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
  47. De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?
  48. De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?
  49. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  50. De nacht is ver gevorderd 23 Studie 4 Nu actueel: Daad van geloof
  51. De nacht is ver gevorderd 24 Studie 4 Zorg voor de naaste
  52. Geloof en denken bij elkaar horend
  53. Geleerd en Gelovig
  54. Spirualiteit geeft smaak aan leven
  55. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  56. Wees druk bezig met het belangrijke teken van geloof
  57. Vruchten van geest beletten hetzij inactief of onvruchtbaar te zijn
  58. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden
  59. Een hart op de juiste plaats en helder brandend geloof
  60. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  61. Geloofstwijfel, geloofsafval en kerk in moeilijkheden
  62. Religie in Nederland in kaart gebracht
  63. Steeds meer Amerikanen niet-gelovig
  64. Britten: gelovig maar weinig praktiserend
  65. Meerderheid Duitse ondernemers gelooft in God
  66. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  67. Christendom blijft van invloed
  68. Zeker zijnde van Bevrijding
  69. Opwekking begint in het gezin
  70. Ademen om les te geven
  71. Geloof delen
  72. Ernstig strijdend voor het geloof
  73. Het geloof delen
  74. Woorden in de Wereld
  75. Woede en vertrouwen
  76. Geloven om te begrijpen
  77. Geloof heeft te maken met hoe je voelt
  78. Laat de hoop in Uw Koninkrijk bevestigd worden
  79. Een alles oplossend geloof
  80. Ter verdediging van Twijfel
  81. Belemmeringen voor uw doel
  82. Trouw wanneer het meest nodig is
  83. Eerst denken dan praten
  84. Vuur in zich hebben om anderen warm te maken
  85. Al of niet verenigen
  86. Een norm waaraan de verstandigen en eerlijken zich kunnen herstellen optrekken
  87. Laat mij geloofszaadjes zaaien
  88. Van jaartallen van diepste spijt zijn vreugden gedistilleerd
  89. Hij zal geen goede dingen weerhouden
  90. Virussen van onze maatschappij
  91. Indien u nu zou sterven

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Geloof
  2. Ek glo nie
  3. Die Skild van Geloof
  4. ‘n Gebore Christen
  5. Ken die stem van jou gees
  6. Sleutels tot Groot Geloof (1): Die Basis Van Ons Geloof
  7. Wijsheid op woensdag: religiegoïsme
  8. Een fit lichaam en een fitte geest
  9. Twee duiwels wat ons lewenvreugde steel
  10. Die Gordel van Waarheid
  11. Droogte van die gees
  12. Hoe om te vat met die Vingers van Geloof (1) – Vra sonder twyfel
  13. Hoe om te vat met die vingers van geloof (2)
  14. Wijsheid op woensdag: ik doe het niet
  15. Soms maakt een mens onwillekeurig domme fouten.
  16. De zuilen zijn nooit weggeweest
  17. Hoe de chocoladepaashaas zorgt voor onze eigen wedergeboorte
  18. Gedenk julle voorgangers reeks: nommer 1-4

+++

10 Comments

Filed under Aanhalingen uit Heilige Geschriften, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn