Tag Archives: Celijkenis van de Cederboom en de adelaar

Wonderen van de Schepping: de Ceder

Voorbeelden uit de natuurwereld van Gods’ grote wijsheid

Ceder op het domein van Mariemont, België

Ceder (Cedrus) een geslacht van coniferen dat behoort bij de dennenfamilie (Pinaceae) – op het domein van Mariemont, België

Bomen komen veelvuldig in de Bijbel voor en de ceders van de Libanon nemen daarin een voorname plaats in. Niet minder dan 72 keer wordt er in het Oude Testament van deze statige coniferen melding gemaakt. De ceder groeit langzaam en wordt zeer hoog, tot wel 40 meter. Hij is inheems in de landen rondom de Middellandse Zee, maar wordt overal in de wereld als sierboom geplant. Een ceder is ook makkelijk te herkennen aan zijn dikke, rechte stam en zijn enorme kroon van horizontale takken.

Cederhout is zacht, aromatisch en duurzaam. Het wordt in de wijde omgeving als bouwmateriaal gebruikt en verwerkt.

Libanonceder in het Bos van de ceders van God

Libanonceder (o.a. genoemd in het Gilgamesj-epos en in de Hebreeuwse Bijbel) – in het Bos van de ceders van God. De libanonceder is een inheemse boomsoort van gebergtes in het oosten van het Middellandse Zeegebied. De gunstigste habitat bestaat uit vochtige, kalkrijke grond op zonrijke noordelijke en westelijke berghellingen in een gebied met warme, droge zomers en koude, vochtige winters.[

In de Bijbel lezen wij voor het eerst over ceders in verband met de reinigingsrituelen van de Israëlieten: de reiniging van een melaatse (Leviticus 14) en in het voorbereiden van het reinigingswater (Numeri 19). De combinatie met hysop, een zeer algemene plant, doet vermoeden dat hier wordt bedoeld dat iedereen, rijk of arm, reiniging nodig heeft (zie 1 Koningen 4:33).

Cederhout was toen zeer gewild voor bouwwerken; het werd gebruikt voor de paleizen van de koningen David en Salomo, en voor de tempel, die Salomo voor de Allerhoogste  bouwde. Dit was mogelijk omdat Hiram, de koning van Tyrus, bevriend was met Israël (1 Koningen 5:1-12). Hier hebben wij een voorbeeld van een goede samenwerking tussen Israëlieten en niet-Israëlieten.
Later, na de ballingschap, haalden de teruggekeerde Israëlieten ook cederhout van de Libanon om de verwoeste tempel te herbouwen (Ezra 3:7).

Wij komen ceders ook tegen als beeld van iets anders.
In positieve zin, als beschrijving van welvaart (Numeri 24:5-6), van de rechtvaardigen (Psalm 92:13), of van de bruidegom in het boek Hooglied (5:15). Daartegenover gebruiken de profeten ceders ook als beeld van menselijke trots tegenover God (Jesaja 2:12-13), of van één van de grootmachten uit die tijd (Ezechiel 31:3). In een veelzeggende gelijkenis wordt het beeld op de laatste koning van Juda toegepast, nu maar als een twijg die door de koning van Babel werd geplukt (Ezechiël 17:1-4).

Toch zal God die situatie keren, zodat Zijn volk niet meer zal worden geplunderd maar als een prachtige ceder in het land Israël gedijen. (verzen 22-24).

“22  Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg; 23 op de hoge bergen van Israel zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen. 24 Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb doen verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb; Ik, Jahwe, heb het gezegd en Ik zal het doen.” (Eze 17:22-24 WV78)

C.T.

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Natuur, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden