Vermoeid zijn en rust vinden


De meeste van ons weten wat vermoeidheid is. We zijn allemaal wel eens moe. Sommigen zelfs altijd, door ziekte of door een vermoeiend leven. Toch hebben wij allerlei dingen die ons het leven makkelijker maken: een stofzui-ger en een wasmachine, een grasmaaier en een elektrische boormachine, een auto of bromfiets (of anders een bus of een trein).
In de oudheid kenden ze maar één manier om zwaar werk te vermijden: het een ander laten doen. Maar daarvoor moest je rijk zijn. Was je dat niet, dan moest je het zelf doen, want er waren geen batterijen en stopcontacten, laat staan motoren.

 

 

Zwoegen

Het Grieks van het NT gebruikt voor vermoeidheid het woord kopos, en voor moe worden kopiaō. In het gewone taalgebruik betekent kopos ‘het verrichten van een inspanning die vermoeid maakt’, en vervolgens die vermoeidheid zelf. Het werkwoord kopiaō betekent ‘zwoegen’ of ‘zich afmatten’ en vervol-gens: daarvan ‘vermoeid of afgemat worden’. Ook in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vinden wij dit woord. Eleazar, een van Davids helden, richtte een slachting aan onder de Filistijnen “tot zijn hand vermoeid werd” (2 Sam. 23:10). God zegt tegen Israël:

“Zo gaf Ik u een land, waarvoor u niet gezwoegd hebt” (Joz. 24:13).

In Psalm 6:7 zegt David:

“Ik ben afgemat van mijn zuchten”.

Dus niet alleen fysieke arbeid of letterlijk als soldaat vechten, maar ook verdriet en benauwdheid (door tegenstanders aangedaan) kunnen ons afmatten. Wat een vreugde is het dan om te weten dat in het komende Vrederijk het zwoegen niet tevergeefs zal zijn (Jes. 65:23).

Reizen

Vooral reizen was in het oude Israël een vermoeiende bezigheid. In het gunstigste geval kon je een ezel of een kameel het zware werk laten doen, maar meestal moest je gewoon lopen. De apostel Johannes zegt dat Jezus, bij de bron van Sichar, vermoeid was van zijn tocht (Joh. 4:6). Wij mogen ervan uitgaan dat Jezus dikwijls grote afstanden te voet aflegde. Vaak was het warm en droog. Het tijdig drinken van water was van levensbelang, want uitdroging lag op de loer. Wie wel eens door de Judese woestijn heeft gereisd (en uiteraard geldt dat voor elke woestijn), weet dat regelmatig water drinken absoluut noodzakelijk is. De apostelen Paulus accepteert de moeiten en zware inspanningen van het reizen, en van het daarmee gepaard gaande leven, als een normaal aspect van zijn bestaan:

“Wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten (kopos), in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten” (2 Kor. 6:4,5).

Zijn inspannend werken verzekert hem dat hij een ware dienaar is van Christus (zie ook 2 Kor. 11:23,27). Zijn handwerk wordt vermeld in 1 Kor. 15:10:

“Ik heb meer gearbeid (NBV: harder gezwoegd) dan zij allen”.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien verrichtten hij en zijn reisgenoten ‘zware handenarbeid’ (1 Kor. 4:12). En hij herinnert zijn mede gelovigen hieraan:

“Want gij herinnert u, broeders, onze moeite(kopos) en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen, hebben wij u het evangelie van God gepredikt (1 Thess. 2:9).

In 1 Kor. 16:16 lezen we:

“Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt (kopiaō)”.

De NBV geeft die twee werkwoorden weer met slechts één woord:

“die zich samen met hen zoveel moeite geven”.

Maar het Grieks van Paulus zelf is krachtiger:

mee werkend en arbeidend.

In Luk. 5:5 lezen we de woorden van Petrus, woordvoerder van de vissers die discipelen van Jezus waren

“Meester, de hele nacht hebben wij hard gewerkt.Ook hier is het woord kopiao,en het behoeft geen verdere uitleg dat hij het heeft over ingespannen arbeid op een vissersboot.

Geestelijke rust

Maar het woord kreeg ook een figuurlijke betekenis:

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Matt. 11:28).

Wie tot Jezus komt, doet dat in de verwachting van zijn geestelijke vermoeidheid te worden bevrijd. Die geestelijke vermoeidheid kan het gevolg zijn van het krampachtig vasthouden aan menselijke tradities, of van niet aflatende pogingen om perfectie te bereiken. Want al doen we nog zo ons best, het lukt ons gewoon niet. Joden, vroeger en nu, en christenen gaan gebukt onder het besef van hun falen, de angst voor straf en de gewetensnood die daarvan het gevolg is. Jezus bevrijdt ons daarvan en dat verklaart de wonderlijke rust die hij ons geeft. Door Jezus maakt God ons vrij van zonden en geeft ons rust en vrede. Gods zoon maakt ons vrij van een uitzichtloos leven, van schuld en van de dood. Het geheim is gelegen in het feit dat Jezus’ juk zacht is en zijn last licht. De reden is dat Hij onze schuld gedragen heeft en dat hij onze last mee-draagt. Hij wekt de gelovigen op zich altijd volledig in te zetten voor het werkvan de Heer:

“… in het besef dat door de Heer uw inspanning (kopos, enkelvoud) nooit tevergeefs is” (1 Kor. 15:58).

Ook deze bezigheid is arbeid die vermoeid maakt. Maar nu is het een vermoeidheid die niet tevergeefs is.

“Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven. En de Geest beaamt: Zij mogen uitrusten van hun inspanningen (kopos,meervoud), want hun daden vergezellen hen’” (Openb. 14:13).

MR/RCR

Leave a comment

Filed under Geestelijke aangelegenheden, Geschiedenis, Levensstijl, Nederlandse teksten - Dutch writings, Religieuze aangelegenheden, Voelen en Welzijn

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.